Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Mennonieten in Polen

16 april 2019 Siebrand Krul

Al vanaf de 11de eeuw trokken monniken uit Noordwest-Europa naar Danzig en de iets oostelijker gelegen Wisla-delta. In de daaropvolgende eeuwen gingen immigranten uit de Lage Landen vanuit Danzig handel drijven en op het platteland knotwilgen planten, dijken aanleggen, sloten en kanalen graven, sluizen en molens bouwen.

Vooral door die waterwerken werd land gewonnen en trad de Wisla niet meer twee keer per jaar buiten zijn oevers. De geestelijken maakten zich geliefd in dat moerassige stroomgebied met vruchtbaar rivierslib, dat erg geschikt was voor de akkerbouw, die ze eveneens bedreven. Er ontstonden Holländerdörfer en het gebied oostelijk van Danzig kreeg de naam Klein-Holland. In deze dorpen met Hollandse schouten en dijkgraven prevaleerde het ‘Holländerrecht‘. Vanaf de 16de eeuw was het merendeel van deze immigranten volgeling van Menno Simonsz, priester uit Witmarsum. Simons bekeerde zich in 1536 uit schuldgevoel over een te uitbundige levensstijl en onvrede met katholieke dogma’s, en won aanhang met Gods woord als basis, geweldloosheid (dienstweigering) en lokale autonomie. Het was voor mennonieten in de Lage Landen mede onveilig geworden door invoering van de Inquisitie (1522) en later de Tachtigjarige Oorlog (1568). Hierdoor verhuisden ook veel Vlaamse geloofsgenoten naar de Wisla-delta. In 1549 bezocht Menno daar zijn volgelingen. De onderlinge band tussen de mennonieten bleef sterk, doordat ze Nederlandse kledij droegen en onder elkaar trouwden, ook weduwen en weduwnaars hertrouwden onderling. Ze hielden contact met het moederland, er stonden predikanten uit de Lage Landen op de kansel, begeleid door organisten uit de Lage Landen die Sweelinck speelden.

Het unieke systeem van Steenke om scheepjes hoogteverschillen te laten overbruggen. (Foto Lex Veldhoen)

Danzig: stad als alle Hollandse

Lucia Thijssen typeert Danzig in het boek 1000 Jaar Polen en Nederland als volgt: ‘Een 17de-eeuwse Nederlander die voor het eerst voet aan wal zette op de kade van Danzig, toen bij ons Danzig of Danswijck geheten, dacht een ogenblik dat hij droomde. Was hij terug in Amsterdam? Schepen met oranje-wit-blauwe wimpels, gebouwen in Nederlandse stijl van Nederlandse baksteen en overal op straat Nederlanders,’ Deze immigranten waren goede scheepsbouwers, introduceerden nieuwe leen- en kredietvormen en technische innovaties, zoals eggen en weefgetouwen. Simon Stevin baggerde er in 1591 de haven uit en Adam Wiebe, molenmaker uit Harlingen, vergaarde roem door met zand van een nabijgelegen heuvel stadswallen te verhogen met een jakobsladder, een vondst uit Haarlem (lopende band met schepemmers). Beeldhouwer/architect Frederik uit Haarlem werd omstreeks 1567 stadsarchitect en inspecteur vestingwerken. Schaarse producten in Holland, waaronder hout en graan, werden in Danzig overvloedig aangevoerd (in 1643 stonden er 315 pakhuizen vol met Pools graan). Naar Polen toe werden stoffen, wijn, specerijen, tabak en bakstenen (mede als ballast) vervoerd. 80% van de buitenlandse handel in Danzig was in handen van lieden uit de Lage Landen. Het leven was er goed; de mennonieten ‘leefden er vrolijk op los’ met copieuze maaltijden op feestdagen en bruiloften die drie, vier dagen duurden, ook op grote landerijen op het platteland.

Een afbeelding van de jakobsladder van Adam Wiebe in het museum van Nowy Dwor.

Scheepsmodellen, portretten, panorama’s

Gids Gabriela Kosicka toont in Gdansk gebouwen die aan de Hollandse invloed herinneren, zoals het rijk geornamenteerde, en vrijwel geheel herbouwde arsenaal in Renaissance-stijl, ontworpen door de mennonieten Anthony van Obbergen en Abraham van den Block, die zich in 1584 met zijn ouders in Danzig had gevestigd. In het raadhuis zijn muurbanken, bekleed met Delftsblauwe tegeltjes, de Rode Zaal is er gedecoreerd met prachtige plafondschilderingen. Abrahams broer Isaak maakte een grote panoramaschildering van Danzig en de Friese Hans Vredeman de Vries, meester qua perspectief, zeven andere schilderingen. Van hem is ook een vijftig vierkante meter grote schildering in de Artushof, ontmoetingsplek voor leden van acht verschillende gilden, waarin later tevens een Hollandse bank gevestigd was. De schildering ging in de Tweede Wereldoorlog verloren en is enkele jaren geleden met computertechnieken teruggebracht. De ruimte is nog markant, met opgehangen scheepsmodellen, portretschilderijen en een metershoge, prachtig bewerkte torenvormige kachel uit 1454, bekleed met kleurige, geelblauwe porseleinen reliëftegeltjes. De beroemde stadsfontein met Neptunus-beeld voor de Artushof werd in 1615 door mennoniet Peter Husen uitgevoerd naar een ontwerp van Abraham van den Block. Zijn vader Willem bouwde in 1588 een stadspoort en hijzelf in 1611 de ‘Gouden Poort’.

De mennonieten-begraafplaats bij Stogi. (Foto Lex Veldhoen)

‘So als God behaegt, besser benijdet dan beklaegt’

Kosicka: ‘De mennonieten waren weliswaar welkom, maar plaatselijke gilden verzetten zich tegen hen. Ze mochten niet binnen de stadsmuren wonen, omdat ze weigerden de stad te helpen verdedigen.’ Deze ‘Un-Bürger’ kregen pas in 1800 burgerrechten. Ze vestigden zich voordien in nederzettingen als Schidlitz (vooral Vlamingen) en Neugarten (Friezen). Volgens Kosicka woonden er in de 18de eeuw direct rondom Danzig 13.000 mennonieten.
Er leefden in Danzig tevens geïmmigreerde lutheranen en calvinisten. Zo heeft op nummer twaalf van de Dlugi targ (hoofdstraat) eeuwenlang de calvinistische familie Ophagen gewoond. Kosicka: ‘Er kwamen belangrijke burgemeesters, wetenschappers, geestelijken en zakenlieden uit dit geslacht voort. Johan Ophagen, burgemeester vanaf 1778, wierp later zijn ambtsketen op de grond en weigerde onder de Pruisische koning te dienen, ‘die hier door oorlogvoering is komen heersen.’ Het is nu een museum, maar nog steeds komen hier jaarlijks nakomelingen bijeen.’ In een achterliggende straat staan huizen met klok- en trapgevels en het opschrift: ‘So als God behaegt, besser benijdet dan beklaegt’. In een restaurant met een zalm op het uithangbord werd in 1598 het beroemde Danziger Goldwasser geïntroduceerd door de Brabantse mennoniet Ambrosius Vermeulen. In zijn ‘gouden wodka’ bevonden zich kleine stukjes bladgoud (ze zouden heilzaam werken). Vlakbij bezoeken we de Mariabasiliek met indrukwekkend stenen altaar, dat Abraham van den Block ontwierp en dat, hoewel de kerk grotendeels werd vernietigd, altijd op die plek is blijven staan.

In het stadje Tczew staat nog een windmolen. (Foto Lex Veldhoen)

Dienstplicht

Er waren in de 17de eeuw regelmatig oorlogen in het Oostzeegebied, waardoor de streek onder Russen en Zweden te lijden had en de mennonieten deels tot armoede vervielen. Wel versloeg de Poolse vloot de Zweedse in 1627 onder aanvoering van de Delftse admiraal Dijkmans. In 1709 brak in Danzig de pest uit met 40.000 doden tot gevolg (waaronder honderden mennonieten). Protectiemaatregelen voor Poolse handelaren en ambachtslieden leidden tot een verdere neergang, maar er waren ook nieuwkomers, zoals het geslacht Momber uit Brugge, dat een koffiehuis gingen drijven, waar men Nederlandse couranten kon lezen en dat volgens een stamgast uit 1734 kon wedijveren met etablissementen in ‘wereldsteden’ als Berlijn, Parijs, Brussel en Londen. Mede door een manifest uit 1763 van de Russische tsarina Catharina II, maar ook door beknotting van mennonieten-rechten omstreeks 1790 (geen dienstplicht meer afkopen, hogere belastingen, bemoeilijkte landaankopen) door de Pruisische Friedrich Wilhelm II, verhuisden tijdens die decennia ongeveer 2.000 families naar een gebied noordelijk van de Krim, op gratis te verwerven landbouwgrond. Er ontstonden tientallen mennonieten-dorpen langs Dnjepr en Wolga. Maar omstreeks 1870 werd het ook daar onaantrekkelijker, ook weer mede door invoering van de dienstplicht; ruim 15.000 Mennonieten vertrokken naar de Verenigde Staten.

Het Neptunus-beeld op de stadsfontein langs de Dugli Targ. (Foto Lex Veldhoen)

Langs de Wisla… of langs de Waal?

Rondreizend in de Wisla-delta is daar nog steeds de invloed van de destijds achtergebleven mennonieten merkbaar. Zo groef in 1850 de Duitse mennoniet Georg Steenke het Elblag-Kanaal met een unieke waterbouwkundige constructie, waarbij scheepjes in rijdende rekken hoogteverschillen overbruggen. En het bijzondere is: het systeem functioneert nog steeds. Elders in de Wisla-delta staat in het stadje Tczew een oude molen. Bij de langsstromende rivier is het alsof je een Hollands landschap binnengaat met weilanden bij IJssel, Lek of Waal met zomerdijken (ooit aangelegd door mennonieten), waar nog ongeknotte wilgen groeien. Daarachter (nu) hogere winterdijken met in de verte een stalen boogspoorbrug. Er vlakbij, in dorpje Stogi, verwijst een bordje naar een mennonieten-kerkhof: Cmentarz Mennonicki.

De haven van Gdansk nu. (Foto Lex Veldhoen)

Er staan zuilachtige grafstenen, sommige beschadigd, bij andere zijn nog tekstdelen leesbaar: ‘Maria Penner, geboren Dijk’, ‘Ruhet in Gott der Hofbesitzer aus…’. Achterin staan negen zerken op een rij. Op één ervan is een wit kunststof bordje aangebracht, waarop staat dat de familie Entz hier nog in 2005 vanuit Colorado (VS) bijeenkwam bij de voorouders.
Tiegenhof (nu Nowy Dwor) telde in 1650 218 ‘Nederlandse’ boerderijen. Het museum van dit stadje is deels gewijd aan mennonieten. Bij binnenkomst staan er grote onderdelen en een diorama van een wipwatermolen opgesteld. Conservator Lukasz Kepski vertelt dat mennonieten vaak als dijkwachters verantwoordelijk waren voor het drooghouden van een gebied. Er zijn allerlei gebruiksvoorwerpen uitgestald, een etalagepop is gekleed met sobere mennonietendracht in diverse bruintinten, een wit kapje op het hoofd en er hangen tekeningen van een mennonieten-variant op de kop-hals-rompboerderij, Langhaus geheten. Het woonhuis (de kop) is kleiner dan het tussendeel met rookkeuken en kaasmakerij; de stal is het grootst.
Lex Veldhoen

Openingsbeeld: De haven van Danzig in de 18de eeuw. (M. Deisch, Museum Narodowe, Danzig)

Benieuwd naar het complete artikel? Koop de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu in de winkel voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder