Stelling

Alle scholieren moeten een gratis museumpas krijgen

Stem

Agenda

‘Hoe maakt u het?’
Zondag 28 april is de Vlaamse Erfgoeddag, met 950 gratis activiteiten rondom ambachten en vakmanschap. ‘Handenwerk’ spreekt steeds meer mensen aan, net als de bijhorende verhalen over het doorgeven van vaardigheden, kennis en inzicht. Het erfgoed dus. Het rijke programma van deze editie is vanaf nu online raadpleegbaar op www.erfgoeddag.be
Onse huysen verciert
Werd Nederland tijdens de Tachtigjarige Oorlog geboren, het was de Synode van Dordrecht (1618-1619) die onze taal en (protestantse) cultuur heeft gevormd. De stad herdenkt deze destijds internationale gebeurtenis met drie tentoonstellingen en tal van activiteiten, zoals in het Dordts Patriciërshuis, waar de expositie ‘Kerkelijke en politieke strijd in prenten’ veel zegt over de gevarendriehoek remonstranten, contraremonstranten en katholieken.

Stamvader Huis Rothschild

16 maart 2019 SKL

Geen enkele boom, geen spriet gras was te vinden in het Joodse getto van Frankfurt. Hier, in de Judengasse in de levendige achterbuurt met liefst vier synagogen, groeide de stamvader van het bankiershuis Rothschild op, Mayer Amschel Rothschild (1744-1812), zoon van een zijdehandelaar. Nog altijd is het ‘Rothschild’ een internationale firma van formaat.

Mayer was de jongste in een groot gezin. Met vier broers deelde hij een kleine slaapkamer in een klein huis, waar óók nog een ander gezin woonde. De overbevolking mede gevolg van het eeuwenoude verbod op uitbreiding van het getto. Joden worstelden met meer belemmeringen. Zo hadden ze een speciale vergunning nodig om ’s avond, in het weekeinde of tijdens christelijke feestdagen het getto te verlaten. Buiten het getto mochten ze met niet meer dan twee personen naast elkaar lopen, ze mochten geen land bezitten en handel in specerijen en veel andere handelswaar was verboden.
Toen zijn ouders aan een pokkenepidemie bezweken werd Mayer, op zijn twaalfde, in de leer gedaan bij Wolf Jakob Oppenheimer, een vooraanstaande bankier in Hannover. Hier maakte hij kennis met een voor hem nieuwe wereld van munten en kreeg hij inzicht in hoe de buitenlandse handel werd georganiseerd en gefinancierd.

Litho van Mayer Amschel Rothschild (1744-1812)

Groot volume, lage marges

Nog voor zijn twintigste zette Mayer vanuit de ouderlijke woning een handeltje op in zeldzame munten, medailles, kostbare stenen en antiquiteiten. Hij begon meteen met de uitgifte van een in leer gebonden catalogus waarin hij zijn handelswaar aanprees. Dat sloeg aan, in korte tijd bouwde hij een indrukwekkende klantenkring op, waaronder de koning van Beieren en de hertog van Weimar.
Maar de echte doorbraak kwam toen Mayer, dankzij generaal Von Estorff, die hij via Oppenheimer kende, zijn opwachting kon maken bij landgraaf Frederik II van Hessen-Kassel, een van de rijkste mannen in Europa. Hij hielp Frederiks zoon Willem bij de opbouw van een rariteitenkabinet. Al snel dienden zich nieuwe kansen aan. Toen Britse kolonisten aan de Amerikaanse oostkust in opstand kwamen, zat de Britse regering dringend verlegen om huursoldaten die de rebellie de kop konden indrukken. Prins Willem leverde een flink contingent soldaten, waarvoor de Britten royaal betaalden. Ze deden dit echter in biljetten die alleen bij Britse banken in Londen in cash geld omgezet konden worden (die vervolgens nog omgewisseld moesten worden voor in Duitsland gangbare munten). In het begin liet prins Willem deze transacties uitvoeren door Duitse kooplui die toevallig in Londen moesten zijn. Met tact en geduld trok Mayer een deel van deze lucratieve valutahandel naar zich toe en toen hij eenmaal een voet tussen de deur had, schakelde hij zijn rivalen op een manier uit die later het handelsmerk van de Rothschilds zou worden: een lagere commissievergoeding vragen dan de rivalen. De klassieke truc: volume opbouwen door lagere marges te vragen en, eenmaal de baas op de markt, de vergoedingen weer opschroeven. Rothschild onderscheidde zich vervolgens door zijn eenmaal opgebouwde monopolie te beschermen met uitzonderlijk nauwe persoonlijke banden met zijn klanten en opdrachtgevers.
Mayer ontwikkelde zich tot een koopman die op alle markten thuis was: hij kocht en verkocht Britse wollen en katoenen stoffen, koffie, suiker, konijnenvellen en allerlei andere handelswaar. In de tussentijd vond hij ook nog de tijd om een groot gezin te stichten. Met Gutle Schnapper, ook uit de Judengasse, kreeg hij negentien kinderen, waarvan er tien de kinderjaren overleefden. Hun vijf zoons zouden later de steunpilaren zijn onder de vijf kantoren van het Rothschild Huis.

De Judengasse in Frankfurt, waar Mayer Amschel Rothschild, en ook zijn vrouw, waren geboren. (Rijksmuseum Amsterdam)

Financier van de oorlog

Het laatste decennium van de 18de eeuw was Europa een groot slagveld. Deze onafgebroken chaos bood handelshuizen, zoals dat van Mayer Rothschild, ongekende mogelijkheden. Rothschild hielp de strijdende regeringen bij het herfinancieren van hun schulden en het vinden van nieuw kapitaal. En niet onbelangrijk: hij was hen behulpzaam bij het omzeilen van handelsembargo’s.
Vanaf 1792 concentreerde Rothschild zich steeds meer op Engeland, aanvankelijk door landgraaf Willems opdrachten voor het Britse leger. Maar Mayer zag dat het zich in rap tempo industrialiserende Engeland ongekende handelsmogelijkheden bood. Daarom stuurde hij zijn derde zoon, Nathan, naar Manchester om daar een handelskantoor op te zetten. Hoewel deze in het begin amper de Engelse taal machtig was, slaagde hij er in korte tijd in om een van de grote spelers in de handel in wollen en katoenen stoffen te worden en posities te verwerven in de handel in koloniale waren. Al snel trok Nathan Rothschild de aandacht van Levy Barent Cohen, een van de rijkste Joden in Engeland. Deze werd niet alleen zijn mentor, maar enkele jaren later ook zijn schoonvader. Na zijn verhuizing naar Londen in 1811 verdrievoudigde hij zijn kapitaal in een paar jaar tijd.

Mayer Amschel Rothschild brengt de schatkist terug bij de keurvorst van Hessen, die deze weigert, schilderij van Moritz Daniel Oppenheim (1800-1882), die meer onderwerpen uit Rothschilds leven vastlegde. (Ascott Estate, Buckinghamshire)

Netwerk bouwen

In het begin van de 19de eeuw waren financiële transacties vaak nog opzichtige en omslachtige operaties. Niet zelden waren koeriers, zwaar beladen met goud, zilver of muntgeld, op reis, met de voorspelbare risico’s. Om die te vermijden zetten Mayer Amschel Rothschild en zijn vijf zoons een netwerk van bankfilialen op, waarmee je bij het ene geld kon storten en bij het andere in de daar gangbare valuta weer kon opnemen. Uiteraard tegen (forse) transactiekosten. In 1820 hadden de Rothschilds kantoren in Londen, Parijs, Frankfurt, Wenen en Napels. Daarnaast waren de Rothschilds actief bij de uitgifte en financiering van obligatieleningen. Via de als uiterst solide bekend staande kantoren van Rothschild kregen kleinere mogendheden toegang tot de Britse kapitaalmarkt. Hierdoor was er niet alleen sprake van accumulatie van kapitaal bij deze bankiersfamilie, maar ook van kennis. Als de koers van Deense obligaties in Parijs een fractie hoger lag dan in Napels, dan kocht het kantoor in Napels zo veel mogelijk Deense waardepapieren tegen de lagere koers op om ze vervolgens voor een hoger bedrag in Parijs te verkopen. Geheel naar Mayer Amschels vuistregel: groot volume-kleine marges levert een hoog rendement.

Nathan Rothschild

Snelheid en geheimhouding

Vanaf het moment dat de Rothschilds een netwerk met filialen opbouwden, kreeg het verbindingen- en informatienetwerk de hoogste prioriteit. Snelheid en geheimhouding waren hierbij sleutelbegrippen. En zekerheid: zo zetten ze zowel postduiven als postkoetsen in om hetzelfde bericht over te brengen. Ze hielden er zelfs schepen op na die niets anders vervoerden dan post van de Rothschilds.
De familieleden schreven elkaar gecodeerde berichten. Mayer Amschels eerste geheimschrift bestond uit Duitse woorden in Hebreeuwse lettertekens. In de loop der jaren werden de codes steeds verfijnder. Toen de familieleden merkten dat de brieven vaak een of meer dagen op het postkantoor bleven liggen voordat ze bezorgd werden, gingen de Rothschilds gekleurde enveloppen gebruiken. Een rode envelop als de koersen daalden en een blauwe als ze omhoog gingen. Een bediende kreeg tot taak om bij aankomst van de postkoets een snelle blik op het stapeltje inkomende post te werpen waardoor ze weer een dag informatievoorsprong hadden. De Rothschilds bouwden het voor die tijd meest geavanceerde en betrouwbare communicatienetwerk van Europa op, waar in noodgevallen zelfs ministers (Chateaubriand, Metternich) en staatshoofden (Victoria) gebruik van maakten.

De familie Rothschild liet over heel Europa 41 landhuizen bouwen, waaronder Waddesdon Manor in Buckinghamshire. Dit wordt sinds 1957 beheerd door de National Trust en herbergt een grote collectie door de Rothschilds verzamelde kunst.

Klaar voor de toekomst

Omstreeks 1810 wees Mayer Amschel elk van zijn zoons een gelijk deel van het familiebedrijf toe. Geen enkele partner zou onafhankelijk van de anderen een nieuwe activiteit mogen ontplooien. Alleen de zonen van mannelijke nakomelingen mochten partner worden; dochters en schoonzoons waren uitgesloten. Bij het staken van de stemmen zou de stem van de oudste zoon doorslaggevend zijn. Toen het aantal familieleden met de generaties toenam, werd de eenheid binnen de familie bewaard door een combinatie van periodiek herziene contracten tussen de vijf huizen en een hoge mate van endogamie tussen neven en nichten of ooms en nichten. Van de eenentwintig huwelijken tussen 1824 en 1877 waarbij nazaten van Mayer Amschel Rothschild waren betrokken, waren er vijftien tussen zijn directe nazaten.
De cijfers laten zien dat deze afspraken goed uitpakten. In 1815 beschikten het Rothschild Huis en zijn belangrijkste rivaal Baring Brothers over ongeveer evenveel vermogen: tussen 375.000 en 500.000 pond. Tien jaar later bedroeg het bedrijfskapitaal van de Rothschilds het tienvoudige van dat van Baring Brothers. Tussen 1818 en 1852 steeg het gezamenlijke vermogen van de vijf Rothschildhuizen van 1,8 miljoen pond naar 9,6 miljoen pond. In 1899 was het met 41 miljoen pond meer dan het vermogen van de vijf grootste Duitse depositobanken bij elkaar.

Toen de Rothschilds tot de nouveau riches gingen behoren, werden ze bedolven met adellijke titels. Daarbij hoort natuurlijk ook een wapenschild. Het bestaat uit een vuist die vijf pijlen vasthouden, verwijzend naar de vijf zonen van Mayer Amschel. Het motto luist: Concordia – Integritas – Industria (Harmonie – Integriteit – Bedrijvigheid). Nog altijd maken de vijf pijlen de kern uit van het logo van Rothschild.

Een verhaal apart: Waterloo en Rothschilds kapitaal

Hardnekkig is het verhaal dat Rothschild de eerste klapper (20 à 135 miljoen pond) dankt aan speculaties over de Slag bij Waterloo. Nathan Rothschild zou persoonlijk getuige zijn geweest van de gevechten, om als een haas naar Londen te reizen – vóór het nieuws van Wellingtons overwinning – en daar zijn slag te slaan.
De nazi’s dikten de mythe aan met de film Die Rothschilds. Aktien auf Waterloo (1940). In werkelijkheid werden de Rothschilds door Wellingtons overwinning bijna geruïneerd. Wat was er gebeurd?
Toen Napoleon op 1 maart 1815 uit Elba terugkeerde naar Parijs, vielen de vorsten en ministers op het Weense Congres van schrik van hun stoelen. Nathan Rothschild reageerde op dit ‘onaangename nieuws’ door, samen met zijn broers, zoveel mogelijk goud, voor ruim twee miljoen pond, aan te kopen om dit ter beschikking te stellen aan de geallieerden zodat Wellington een legermacht kon bijeenbrengen. Tegelijkertijd faciliteerden ze een nieuwe ronde van obligaties. Dit bracht het totaal van Nathans transacties met de Engelsen op bijna 9,8 miljoen pond. Met commissies tussen twee en zes procent zou dit de Rothschilds rijk maken. Er was echter wel een risico dat Nathan had onderschat. Hij ging ervan uit dat het een lange oorlog zou worden, zoals alle oorlogen met Napoleon. Een bijna fatale misrekening.
De snelle beslissing in Waterloo was een tegenslag, en hoewel Nathans koeriers liefst 48 uur eerder in Londen waren dan Wellingtons officiële rapport, bleef hij zitten met een massa contanten. De goudprijs moest nu wel zakken. Nathan nam opnieuw een riskante gok door met zijn goud zoveel mogelijk Engelse staatsobligaties te kopen, hopend dat die dankzij Wellington in prijs zouden stijgen. Hij bleef doorgaan met kopen, óók toen de prijs van consols inderdaad begon te stijgen. Ondanks de vertwijfelde smeekbeden van zijn broers om de portefeuille met obligaties te verzilveren, bewaarde Nathan nog een jaar zijn koelbloedigheid. Ten slotte, eind 1817, toen de prijzen van obligaties meer dan veertig procent waren gestegen, verkocht hij ze. Omgerekend naar het hedendaagse prijspeil bedroeg zijn winst ongeveer 600 miljoen pond. Het was een van de meest gedurfde zakelijke transacties in de economische geschiedenis. In de woorden van een van de partners bij Baring Brothers: ‘Ik moet eerlijk bekennen dat mijn zenuwen niet sterk genoeg zijn voor Nathan Rothschilds operaties. Die zijn doorgaans goed gepland, en bijzonder knap en handig uitgevoerd. Hij is in geld en kapitaal wat Bonaparte in de oorlog was.’
Cor van der Heijden

Openingsbeeld: Niet iedereen was even enthousiast over de overheersende positie die het Rothschild Huis in de financiële wereld innam. In spotprenten werden ze als een octopus afgebeeld. In 1845 verscheen deze tekening van de Rothschilds die als ‘Generalpumpe’ in Europa het geld rondpompten en waarbij regelmatig wat in de zakken van deze of gene verdween.

Benieuwd naar het complete artikel? Koop de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu in de winkel voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Haat-liefde

Werden in het verleden handboeken over de geschiedenis van de Katholieke Kerk vooral vanuit de Nijmeegse universiteit geschreven, nu namen Tilburgse collega’s het stokje over. Schelkens, Van Geest en Van Gennip hebben hun colleges over twee millennia christendom uitgewerkt tot een compact handboek. In een heldere stijl zijn de auteurs er goed in geslaagd om, weliswaar laverend, een gulden middenweg te bewandelen tussen enerzijds een institutionele geschiedschrijving en anderzijds een ideeën- en mentaliteitsgeschiedenis.

Lees verder

Kroniek

Robinson Crusoe verschijnt

Op 25 april 1719, 300 jaar geleden, wordt Daniel Defoes ‘Robinson Crusoe’ gepubliceerd. Doordat de auteursnaam in de eerste editie ontbrak, namen de lezers aan dat Crusoe werkelijk bestond en dit een autobiografische vertelling van diens wonderlijke avonturen was.

Lees verder

Heilige van de week

Joris 23 april († 303)

Joris is afgeleidt van het Griekse georgius. Dit betekent landbouwer.

Lees verder