Stelling

Alle scholieren moeten een gratis museumpas krijgen

Stem

Agenda

‘Hoe maakt u het?’
Zondag 28 april is de Vlaamse Erfgoeddag, met 950 gratis activiteiten rondom ambachten en vakmanschap. ‘Handenwerk’ spreekt steeds meer mensen aan, net als de bijhorende verhalen over het doorgeven van vaardigheden, kennis en inzicht. Het erfgoed dus. Het rijke programma van deze editie is vanaf nu online raadpleegbaar op www.erfgoeddag.be
Onse huysen verciert
Werd Nederland tijdens de Tachtigjarige Oorlog geboren, het was de Synode van Dordrecht (1618-1619) die onze taal en (protestantse) cultuur heeft gevormd. De stad herdenkt deze destijds internationale gebeurtenis met drie tentoonstellingen en tal van activiteiten, zoals in het Dordts Patriciërshuis, waar de expositie ‘Kerkelijke en politieke strijd in prenten’ veel zegt over de gevarendriehoek remonstranten, contraremonstranten en katholieken.

Casanova – ordinaire rokkenjager?

16 maart 2019 SKL

Verliefd gingen we naar bed en ’s ochtends stonden we nog verliefder op. Ik bracht drie maanden met haar in een constante verliefdheid door en was steeds ingelukkig.’ Zo heeft Casanova op leeftijd zijn romance met ‘Henriëtte’ uit 1749 in herinnering. De naam Casanova staat voor versierders, uit op seks. Maar de werkelijkheid was anders.

Giacomo Casanova slaagde er in om ‘Henriëtte’, een jonge Franse schone, uit een uiterst pijnlijke situatie te bevrijden: de waard van een herberg had haar namelijk in flagranti betrapt met een Hongaarse officier, waarbij pikant genoeg Henriëtte degene was die het uniform droeg. Prompt alarmeerde hij de politie, aangezien het ongehuwden in Cesena strikt verboden was een kamer te delen. Toen het schandelijke tweetal afgevoerd zou worden, ontstond er een groot tumult, dat Casanova in de kamer ernaast uit z’n slaap wekte. Hij sprong uit bed, schoot het stel te hulp en wist daadwerkelijk een arrestatie af te wenden. Dat Henriëtte uit pure dankbaarheid bij hem op schoot zou kruipen leek hem allerminst onwaarschijnlijk: ‘Omdat ik mij zonder enige zelfingenomenheid beter bij haar vond passen dan de officier, verwachtte ik niet bij haar op moeilijkheden te stuiten.’

Marie-Madeleine Balletti, bekend als Manon Balletti, Casanova’s verloofde, vervolgens vrouw van Jacques-François Blondel. Ze was de dochter van een vermaarde actrice en koesterde een ongelukkige liefde voor Casanova. Zij wilde met hem trouwen, maar hij wilde de goede betrekkingen met haar familie daarvoor niet op het spel zetten.

Daar zou hij gelijk in krijgen. Drie maanden lang gaven zij toe aan hun lusten, waarbij Giacomo niet alleen over Henriëttes perfecte lichaam verrukt was, maar ook over haar onvergelijkelijke charme, haar humor en scherpe verstand. Het was hem dan ook allerminst om seks alleen te doen. Tot de genoegens van de liefde behoorden voor hem evenzeer het galante spel, culinaire geneugten en bovenal een sprankelende conversatie. Giacomo weigerde zelfs een keer het bed met een hoogst aantrekkelijk dame te delen: zij sprak alleen Engels en zou tijdens het liefdesspel dus niet van zijn kooswoordjes in vuur en vlam kunnen raken. Nee, dan was het zelfs met Casanova’s libido gedaan. Zijn credo: ‘Een schoonheid zonder wakkere geest heeft een minnaar nadat hij van haar lichaam genoten heeft niets meer te bieden. Een briljante lelijkerd daarentegen kan een man zo verliefd maken, dat hem niets te wensen overblijft. Hoe gelukkig moest ik mij dan wel niet met de mooie, schalkse en ontwikkelde Henriëtte voelen. Dat gaat ieders voorstellingsvermogen te boven.’

Kitty Fisher was een beroemde Londense courtisane. Casanova wilde geen seks met haar, omdat ze alleen Engels sprak en hij zich het liefdesspel zonder conversatie niet voor kon stellen. Hier is ze actrice, als Cleopatra, die de parel in een drankje doet.

Tekenend voor Casanova’s ontboezemingen is dat hij de ware identiteit van zijn geliefden niet prijsgaf, ook niet in het geval van ‘Henriëtte’. Het laatste wat hij wilde, was zijn metgezellinnen compromitteren. En nog iets valt op: zelfs al zou hij het met meer dan honderd vrouwen ‘gedaan’ hebben, toch was geen van hen voor hem ooit slechts een object, een kortstondig avontuurtje – in tegendeel. Hij wist hen er vaak van te verzekeren dat het hem om hen zelf, om hun persoon te doen was en dat die zich misschien wel het reinst toont door zich bloot te geven. Wat dat betreft had hij niets van dat hengsterige dat ‘een casanova’ is gaan uitmaken.
Overigens bracht het ‘galante tijdperk’ van de Rococo tal van ‘Casanova’s’ voort, doordat zowel mannen als vrouwen toen een grote seksuele vrijheid genoten. Overspel was in de hoogste kringen welhaast aan de orde van de dag. Een Perzische reiziger noteerde verbluft: ‘Een man die zijn echtgenote helemaal voor zichzelf zou willen houden, zou de reputatie van een spelbederver krijgen en evenzeer spot oogsten als een nar die al het zonlicht voor zichzelf zou opeisen.’ Een Casanova zonder memoires was even onverbiddelijk in vergetelheid geraakt als zijn vele andere liefdedronken seksegenoten. De vraag is overigens wel of die ook van zulke bizarre erotische belevenissen hadden kunnen berichten als de enige ware Casanova.

Casanova als ‘chevalier de Seingalt’, Auguste Leroux

Als 19-jarige had hij al de nodige ervaring opgedaan in de omgang met het ‘schone geslacht’, toen een mooie jongen in Ancona hem plotseling totaal in verwarring bracht. Deze zich ‘Bellino’ noemende telg uit een acteursfamilie was een castraat ‘met een engelachtige stem en een overrompelende gratie. Ik kon hem niet in de ogen kijken zonder een blos op de kaken te krijgen.’ Wat nu? Had de echtste aller mannen soms homo-erotische neigingen? Ook al valt dat niet uit te sluiten, in dit geval was er een andere reden voor zijn minnedrift: zijn ervaring in de liefde zei hem dat een meisje zich achter de naam Bellino verborg. En ook nu blijkt weer hoe weinig Casanova aan snelle seks gelegen was, want hij gunde zich alle tijd om het raadsel van de aanvallige Bellino te doorgronden. Toegegeven, één keer ging zijn temperament met hem op de loop: om eindelijk duidelijkheid te krijgen, greep Casanova de knaap pardoes in het kruis – om teleurgesteld vast te stellen dat zich daar toch echt zoiets als mannelijke genitaliën bevonden. Aan zijn scepsis deed dit voorval echter niets af, al was het maar omdat zich onder Bellino’s bovenkleding duidelijk een vrouwelijke boezem aftekende.

Casanova als ‘chevalier de Seingalt’, Auguste Leroux. Leroux maakte veel gravures ter verluchtiging van Casanova’s biografie.

Het was aan een toeval te danken dat Casanova het raadsel toch nog wist op te lossen. Omdat de herberg waar ze overnachtten overvol was, had Bellino geen andere keus dan een bed met Casanova te delen. ‘ Ik besefte dat de sleutel tot het raadsel mij in handen gevallen was, maar waagde niet mij daarin te vermeien, aangezien ik niet kon weten of die mij zaligheid of bittere pijn zou brengen. Ik wist alleen zeker dat Bellino mij in bed niet zou ontkomen, zelfs als hij de onbeschaamdheid zou hebben zich niet uit te willen kleden. … Ik was nog maar nauwelijks gaan liggen, of ik voelde bevend hoe hij zich tegen mij aan vleide. Ik drukte hem aan de borst en voelde dat hij door hetzelfde verlangen gedreven werd. We begonnen ons tweegesprek met een schier eindeloze stroom kussen. Hij liet zijn handen tot aan mijn heupen dwalen, de mijne gingen nog verder en de volstrekte duidelijkheid die ze mij verschaften maakte mij gelukkig: ik had het bij het juiste eind gehad.’ Het vermeende geslachtsdeel was dus toch maar een rekwisiet geweest, Bellino heette in werkelijk Teresa, die de hele verkleedpartij alleen bedacht had omdat ze van een zangcarrière droomde.

Vrouw, vrouw, vrouw. Illustratie van Auguste Leroux.

Al even bizar was de affaire die Casanova met de minderjarige Venetiaanse Caterina Capretta had (in zijn memoires gaat zij schuil achter de initialen CC). Toen vader Capretta erachter kwam dat zijn dochter zich het hoofd op hol had laten brengen, besloot hij zonder veel aarzeling haar in een klooster onder te brengen, omdat haar maagdelijkheid hem daar het best gewaarborgd leek. Dat zijn keuze op het klooster op het eiland Murano viel, mag verbazen. Wist hij dan werkelijk niets van de twijfelachtige reputatie die dat genoot? Een Franse reiziger schreef daarover: ‘Als ik hier had moeten overnachten zou ik werkelijk voor de nonnen gekozen hebben. Allen die ik tijdens de mis achter het hekwerk gezien heb, keuvelend en lachend zolang de kerkdienst duurde, leken mij van een uitgesproken schoonheid, die in hun kleding ook allervoordeligst uitkwam.’ De nonnen van Murano golden als ‘neusje van de zalm’ voor de verfijnde minnaar, die hen in alle rust kon bekijken tijdens de dagelijks gehouden, vrij toegankelijke mis en daarna aan kon schieten. En dus stak ook Casanova dag voor dag het kanaal over om zijn mooie Caterina niet uit het oog te verliezen.

Casanovo in Napels.

En zo gebeurde het dat hij op een keer na de mis een briefje in zijn jaszak vond, waarin iemand om een rendez-vous vroeg. Caterina? Er stond een tijdstip genoemd en een plaats, de ontvangstzaal van het klooster. Wat schetst echter Casanova’s verbazing als daar ineens een heel ander iemand voor hem staat? Een betoverend mooie non en dus voor hem liefde op het eerste gezicht! Deze Maria Eleonora brengt hem er echter gelijk van op de hoogte dat ze al een minnaar heeft, niemand minder dan de graaf van Bernis, de Franse gezant in Venetië. Bernis, die het later tot kardinaal schopt, mocht dan een zeer ontwikkeld man zijn, hij hield er wel wat vreemde seksuele voorkeuren op na: het wond hem op om de amoureuze verrichtingen van zijn Maria door een gat in de muur gade te slaan. Casanova had daar geen problemen mee – in tegendeel, een dergelijk voyeurisme dreef hem tot seksuele topprestaties. Omdat hij echter zijn Caterina niet te kort wilde doen, haalde hij die meteen bij hem en Maria in bed. Zo ging dat een aantal weken achter elkaar, in het jaar 1753, en toen was dit feest der zinnen voorbij. ‘De liefde voor de vrouwen heeft mij tot aan de rand van de waanzin gedreven,’ bekende Casanova, ‘maar ik heb mijn vrijheid altijd boven alles gesteld. Als ik gevaar liep die vrijheid te verliezen, wist ik steeds, zij het soms ternauwernood, te ontsnappen.’

Nannette et Marton. Prent van Julius Nisle in de memoires van Giacomo Casanova. Casanova en Henriette worden betrapt. De gravures die Nisle bij Casanova’s biografie maakte zijn pittiger dan die van Leroux.

Toch ging hij in 1763 in Londen bijna over die rand, voor een vrouw over wie hij schreef: ‘Dit meisjes was er van begin af aan op uit mij ongelukkig te maken, nog voor ze me leerde kennen en daar is ze ook openlijk voor uitgekomen.’ Deze nukkige schoonheid, die zich heel mysterieus ‘Charpillon’ liet noemen, bezorgde de 38-jarige Casanova een geheel nieuwe, uiterst deprimerende ervaring: voor het eerst vermochten zijn verleidingskunsten niets uit te richten. En dat terwijl hij bepaald ondersteboven was van het zeventienjarige kindvrouwtje. Maar de jongedame bleek toch eerder een harpij, die even doortrapt aanlokte als afstootte. Nu eens leek ze begaan met de smachtende Casanova, dan weer boorde ze al zijn bange hoop de grond in. Na een tijdje was Casanova bijna gek van verlangen, ‘maar die kleine heks had zich voorgenomen mijn plan te verijdelen.’ In zijn woede geeft hij haar een oorvijg, rammelt een van zijn rivalen af, vernielt meubelstukken. Je zou het bijna tragisch noemen, zoals hij zich tot willoze prooi van deze Charpillon liet maken, zeker omdat het hem bijna het leven kostte. Toen de moeder van zijn aanbedene namelijk het treurige nieuws bracht dat haar dochter plotseling zo zwaar ziek geworden was, dat ze het laatste oliesel al had ontvangen, wilde ook Casanova niet langer leven. Ten einde raad besloot hij nog op dezelfde avond van een brug in de Theems te springen. Gelukkig kreeg een toevallig passerende vriend hem in de gaten. Die wist hem ervan te overtuigen dat hij beter zijn verdriet dan zichzelf kon verdrinken. Op de nu volgende kroegentocht ontdekte Casanova in een van de etablissementen tussen de dansers een Charpillon in blakende gezondheid en opperbeste stemming. Nu pas vielen hem de schellen van de ogen en begreep hij dat er al die tijd een gemeen spel met hem gespeeld was.
Deze gevoelige slag is Casanova eigenlijk nooit meer te boven gekomen. Er was een einde gekomen aan vele jaren van een onbezorgd en dartel liefdesleven: ‘Op deze rampzalige dag, begin september 1763, begon mijn sterven en ik hield op te leven,’ staat er met het nodige zelfmedelijden in zijn memoires. Dat bleek alleszins mee te vallen, maar waar was dat zijn beroemde charme niet langer straalde als weleer. Hij moest leren nul op het rekest te krijgen, zich neerleggen bij een afnemende potentie. Het waren zowaar tekenen van die vermaledijde midlifecrisis, die dus zelfs een Casanova niet bespaard gebleven is.
Karin Feuerstein-Prasser

Lees nog veel meer verhalen over Casanova in de Casanova-special van G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Haat-liefde

Werden in het verleden handboeken over de geschiedenis van de Katholieke Kerk vooral vanuit de Nijmeegse universiteit geschreven, nu namen Tilburgse collega’s het stokje over. Schelkens, Van Geest en Van Gennip hebben hun colleges over twee millennia christendom uitgewerkt tot een compact handboek. In een heldere stijl zijn de auteurs er goed in geslaagd om, weliswaar laverend, een gulden middenweg te bewandelen tussen enerzijds een institutionele geschiedschrijving en anderzijds een ideeën- en mentaliteitsgeschiedenis.

Lees verder

Kroniek

Robinson Crusoe verschijnt

Op 25 april 1719, 300 jaar geleden, wordt Daniel Defoes ‘Robinson Crusoe’ gepubliceerd. Doordat de auteursnaam in de eerste editie ontbrak, namen de lezers aan dat Crusoe werkelijk bestond en dit een autobiografische vertelling van diens wonderlijke avonturen was.

Lees verder

Heilige van de week

Joris 23 april († 303)

Joris is afgeleidt van het Griekse georgius. Dit betekent landbouwer.

Lees verder