Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Plagen aan Europa’s rafelrand

20 februari 2019 Siebrand Krul

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

‘Moeten we eigenlijk ook niet een keer aandacht besteden aan een historische roman?’ Die vraag stelde de redactie van G-Geschiedenis een keer tussen neus en lippen door. ‘Natuurlijk’, was mijn eerste reactie. Als ik een roman lees, dan zijn dit altijd verhalen die zich in het verleden afspelen. Zo hielpen De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience en Deutschstunde van Siegfried Lenz me om mijn zuider- en oosterburen beter te begrijpen. Maar lukt dit ook met bewoners van een gebied dat hemelsbreed 1.500 kilometer oostwaarts ligt?
In de 16de eeuw maakten Duitse edelen de dienst uit in Lijfland. Maar zij moesten alle zeilen bijzetten om de Denen, Zweden en vooral ‘de Moskovieten’ van zich af te slaan. De talrijke oorlogen die hiervan het gevolg waren, zijn een van de drie plagen waaraan deze historische roman haar titel dankt. Net over de helft van het vuistdikke boek wordt deze titel verklaard: ‘De Almachtige God heeft daarmee willen laten zien dat er tegen de drie hoofdplagen waarmee Hij ongehoorzame landen en steden pleegt te tuchtigen, namelijk oorlog, pestilentie en dure tijd, geen kruid gewassen is.’ Deze zin is een citaat uit de kroniek die de hoofdpersoon uit het boek, Balthasar Russow, over Lijfland schreef. Na een flink aantal omzwervingen langs Duitse universiteiten keerde Balthasar terug naar Tallinn en werd daar op zijn dertigste beroepen tot pastor van de Heilige Geestkerk. Hier werd hij belast met de zielzorg van ‘die Grauen’, zoals de Orderidders het stedelijke lompenproletariaat noemden.

De haven en bovenstad van Tallinn. Tegen dit decor speelt het verhaal van en over Balthasar Russow zich voor het grootste deel af.Olieverfschilderij uit 1853 van Aleksei Petrovich Bogolyubov.

Om hem heenhangende stallucht

Hoewel hij intellectueel de meeste collega’s de baas was, gingen prestigieuze benoemingen aan zijn neus voorbij. Russows bescheiden afkomst was voor de notabelen in deze Baltische Hanzestad tot het eind toe een niet te negeren obstakel: hij raakte zijn hele leven ‘de om hem heen hangende stallucht’ niet kwijt.
Deze kroniek is een belangrijke kapstok waaraan Jaan Kross in zijn historische roman veel gebeurtenissen en overpeinzingen heeft opgehangen. Niet alleen fragmenten van de inhoud, maar ook de totstandkoming van de kroniek en de manier waarop de Lijflandse samenleving op dit boekwerk reageerde, vormen kostelijke lectuur. Dankzij deze kroniek wordt ook de hedendaagse lezer gedwongen om na te denken over de vraag welke keuzes gemaakt kunnen of moeten worden ten tijde van een buitenlandse bezetting. Ook in de 16de eeuw was er een groot grijs middengebied tussen openlijke collaboratie aan de ene kant en verzet aan de andere kant.

De windvaan van de Heilige Geestkerk in Tallinn, volgens Kross dé metafoor voor de houding en het gedrag van de notabelen uit Tallinn.

Laatbloeier

De in Tallinn geboren schrijver Jaan Kross wist uit eigen ervaring waarover hij schreef. In zijn werk is de bijna onafgebroken buitenlandse overheersing van zijn geboorteland Estland een centraal thema. Toen hij in 1920 werd geboren, was Estland nog geen twee jaar voor het eerst écht een zelfstandig land. Amper was zijn rechtenstudie voltooid toen Estland door de Sovjet-Unie onder de voet werd gelopen. Kross wist ternauwernood aan de terreur te ontkomen. Een jaar later werden de Russen door de Duitsers afgelost, die dienstplicht invoerden. Kross wist inlijving bij de SS te ontlopen en sloot zich bij het verzet aan. Zijn poging mislukte om bij het naderen van het Rode Leger naar Zweden te vluchten. Een jaar later bleek dat zijn voorgevoel juist was dat Estland onder Sovjetheerschappij nog slechter af zou zijn dan onder de knoet van de nazi’s. Op beschuldiging van ‘bourgeois-recidivisme’ werd hij in 1946 door de KGB gearresteerd. Een deel van de acht jaar gevangenisstraf bracht hij in de Goelag door. Pas na de dood van Stalin kon hij naar Estland terugkeren. Een academische carrière zat er toen niet meer in. En wat was, gelet op de recente geschiedenis van Estland, zijn specialisme – volkerenrecht – in de praktijk nog waard?

Titelblad van de eerste druk van de in het Nederduits geschreven Cronika der Provintz Lijfflandt (die in 1578 in Rostock verscheen). Deze kroniek beleefde, met aanpassingen en aanvullingen, diverse herdrukken.

Salamitactiek

Als ‘second-best’ optie zette hij zich aan een schrijverscarrière. In het Ests, om uit het zicht van de Sovjetcensuur te blijven. De Moskouse bureaucraten waren deze moeilijke taal niet machtig. Koss publiceerde zijn verhaal niet in een keer als één samenhangend boekwerk. Tussen 1970 en 1980 verschenen delen ervan in maar liefst veertien verschillende nummers van het toonaangevende Estse literaire tijdschrift Looming. Om de Sovjetcensuur nog meer op het verkeerde been te zetten, situeerde Kross zijn verhalen in het verleden. Op deze manier kon hij schrijven over wat het met een volk doet als het door een buitenlandse mogendheid bezet wordt. Of over de hypocrisie en het opportunisme van een economische en politieke elite die met alle winden meewaait.
Dankzij deze ‘salamitactiek’ legden de autoriteiten Kross geen strobreed in de weg en verscheen Das Leben des Balthasar Rüssow (zoals de titel van de in 1986 nota bene in de DDR verschenen Duitse vertaling luidt). Hoewel drie andere historische romans wel in het Nederlands vertaald werden, was zijn magnum opus lange tijd alleen in een Duitse vertaling beschikbaar. In een bespiegeling uit 2004 oordeelde NRC-journaliste Laura Starink nog dat dit boek ‘met zijn 1.500 bladzijden te zwaar is voor de Nederlandse markt’. De Engelse vertaling verscheen overigens ook pas in twee delen in 2016 en 2017 (The Ropewalker en A People without a Past). Jaan Kross stond bij de bookmakers hoog op de kandidatenlijst voor de Nobelprijs voor de Literatuur.
[Cor van der Heijden]

Jaan Kross, Tussen drie plagen. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2018
1.018 blz., € 39,99 ISBN 978 90 446 3123 4

Lees het volledige artikel, plus nog veel meer besprekingen van boeiende geschiedenisboeken, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder