Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Martelen met beleid

20 februari 2019 Siebrand Krul

‘Het is de plicht van elke katholiek om ketters te vervolgen,’ aldus het motto van paus Gregorius IX (ca. ?1167-1241). Voor dat doel stichtte deze fanatieke hoeder van de geloofsregels een organisatie op die een hoogst twijfelachtige roem zou vergaren: de Inquisitie. De pauselijke Inquisitie moderniseerde het proces-recht en ontdeed het van willekeur zoals die in het godsoordeel tot uiting kwam. Een schamele troost voor de verdachten, want martelingen en brandstapel bleven.

Met één religieuze beweging zat hij bijzonder in z’n maag: de Katharen. Weliswaar had de Albigenzenkruistocht deze Zuid-Franse geloofsgemeenschap aanzienlijk schade toegebracht, maar tot een totale vernietiging was het nog niet gekomen. Gregorius was ervan overtuigd dat er nieuwe wegen ingeslagen moesten worden om ketters altijd en overal op te kunnen sporen. Maar weinig begrippen uit de kerkgeschiedenis staan duidelijker in het collectieve geheugen gegrift dan dat van de Inquisitie. Nog altijd moeten mensen daarbij gelijk denken aan martelingen en aan brandstapels – en dat is begrijpelijk. Toch is dit de keerzijde van een medaille waarvan de voorzijde een zekere modernisering van het middeleeuws recht te zien gaf. Tot in de 13de eeuw drukten willekeur en irrationaliteit nog hun stempel op de rechtspraak. Vaak bedienden rechters zich van het aloude middel van het godsoordeel. De gedachte daarachter was dat God zelf ingreep om schuld en on-schuld aan het licht te brengen. Bij de vuurproef moesten verdachten over gloeiende kolen of gloeiend ijzer lopen, bij de waterproef werden ze geboeid in het water gegooid. Hun lot lag dan letterlijk in Gods hand.

De paus en de inquisiteur. Schilderij van Jean Paul Laurens, 1882.

Paus Innocentius III (1160-1216), Gregorius’ oom, had al een eind aan zulke dubieuze praktijken gemaakt: in november 1215 riep hij het vierde Lateraans Concilie in Rome bijeen. Dat verbood priesters nog langer aan een godsoordeel mee te werken. Een ander conciliebesluit ging over de vraag hoe beschuldigingen tegen afvallige kerkdienaren getoetst zouden moeten worden. Het antwoord luidde: door onderzoek (in het Latijn: per inquisitionem). De term was geboren, zijn inktzwarte lading sluimerde nog.
Toen Gregorius IX in 1227 paus werd, spon hij de gedachte van zijn oom Innocentius voort: wat die bedoeld had als middel om dwalende priesters in het gareel te houden, maakte hij van toepassing op alle ketters. En Rome kreeg een pauselijke Inquisitie om daar werk van te maken – niet langer met achterhaald gewoonterecht, maar met juridisch geschoolde specialisten, inquisiteurs, die optraden als aanklager, verdediger en rechter in één persoon. Een proces diende volgens strenge regels te verlopen en ook voor buitenstaanders in-zichtelijk te zijn – om elk verwijt van willekeur voor te zijn. In 1231 viel het startschot voor de Inquisitie, toen Gregorius de vervolging van ketters draconische dimensies gaf: ‘De door de kerk veroordeelden dragen wij over aan de wereldlijke rechter, die hen de rechtmatige straf doet ondergaan, zijnde de vuurdood. Al wie een ketter gebleken is en tot de kerk wil terugkeren, ondergaat als zijn verdiende straf een levenslange op-sluiting.’

Een ketterverbranding in de Middeleeuwen.

De eerste inquisiteur van formaat was de Duitser Koenraad van Marburg (1180-1233), die aanvankelijk roem vergaarde als retorisch begaafde kruistochtprediker. Op 11 oktober 1231 kreeg hij van Gregorius IX op-dracht de ketters in het Rijnland en in Thüringen te vervolgen. Voortaan trok Konrad op zijn muildier van dorp naar dorp om zijn nieuwe boodschap te verkondigen: hij waarschuwde in zijn preken voor geloofsafvalligen en de vreselijke straffen die hun te wachten stonden. Elke dorpeling moest hem vervolgens in een gesprek onder vier ogen mogelijke ketters noemen. De inquisiteur maakte van hun verklaringen een proces-verbaal op en stelde een strafvervolging van de genoemde personen in.

Een auto da fé (boete-ritueel van de Inquisitie voor ketters en afvalligen) onder leiding van de heilige Dominicus. De meeste auto da fé-afbeeldingen tonen martelingen of brandstapels. Hier worden de beide aangeklaagden, rechtsonder, aan palen gebonden en met touwen langzaam gewurgd, twee anderen staan klaar, allen katharen. Een openbare terechtstelling had ook een afschrikwekkende functie. Fantasieschilderij door Pedro Berruguete, omstreeks 1495. (Sint Thomasklooster, Avila)

In zijn ijver bracht Konrad zoveel mensen op de brandstapel, dat de aartsbisschop van Mainz en zelfs de paus ertegen protesteerden. Toen hij zelfs de Rijnlandse graaf Heinrich von Sayn als kettervriend hekelde, was de maat vol. Op 30 juli 1233 werd Konrad in zijn geboortestad Marburg door zes edellieden vermoord. De affaire betekende een aanzienlijke smet op het blazoen van de Inquisitie – genoeg om haar voor twee eeuwen uit bijna alle Duitstalige landen te laten verdwijnen.

Het wapen van de Spaanse Inquisitie. Naast het kruis als symbool voor het geestelijk-religieuze karakter van de Inquisitie houden de olijftwijg en het zwaard de balans in evenwicht, als symbolen van genade en straf.

Het waren vooral de dominicanen die Gregorius IX diensten als inquisiteurs bewezen. Deze door de heilige Dominicus (ca. 1170-1221) in 1206 gestichte bedelorde had in 1218 de vrije hand (approbatie) van de Heilige Stoel verworven. Doordat de dominicanen de ketters als bloedhonden op de hielen zaten, deed al gauw de weinig vleiende woordspeling van domini canes (Gods honden) opgeld.
Het voornaamste werkterrein van de dominicanen was Italië. Hier hadden veel Zuid-Franse Katharen hun toevlucht gezocht. Veilig konden ze zich echter niet wanen, aangezien de bedelmonniken gericht stappen tegen de uitwijkelingen ondernamen. Een van opvallendste dominicanen was Petrus van Verona (ca. 1206-1252), nota bene zelf uit een katharenfamilie afkomstig. Petrus was als inquisiteur werkzaam in Milaan en Como, tot hij op 6 april 1252 het slachtoffer van een aanslag werd. Sindsdien draagt hij de naam Petrus de Martelaar en hij werd een van de belangrijkste heiligen van de Inquisitie.

Een auto da fé (boete-ritueel van de Inquisitie voor ketters en afvalligen) op de Plaza Mayor in Madrid op 30 juni 1680, voorgezeten door de jonge koning Karel II (onder het baldakijn). Auto da fé’s waren publieke ceremonieën. Dit enorme schilderij (277 cm hoog, 438 cm breed) van Francisco Rizi uit 1683 is ongekend gedetailleerd. (Prado, Madrid)

Paus Innocentius IV (ca. 1195 – 1254) voorzag de Inquisitie van een machtig nieuw wapen: foltering. Die mocht alleen door leken, in het bijzijn van geestelijken, toegepast worden – de kerk zelf diende zich van bloedvergieten te onthouden. Verminken en doden waren in de martelkamer niet toegestaan, maar dat was voor verdachten een schrale troost. Velen van hen bekenden, of ze schuldig dan wel onschuldig waren, om-dat ze de pijn niet langer verdroegen.

Dominicus, gezant van paus Innocentius III tegen de katharen en stichter van de orde der dominicanen die zich inzette tegen de ketterij. Schilderij van Claudio Coello, 17de eeuw.

Van inquisiteur Bernard Gui (1261/1262 – 1331) stamt een opmerkelijke getuigenis van de middeleeuwse kettervervolging, het zogeheten inquisitiehandboek. Een leidraad voor de inquisitiepraktijk van alledag. De eerste drie hoofdstukken bevatten voorbeeldteksten voor de rechtsgang. Het vierde geeft een overzicht van pauselijke en conciliebesluiten die als rechtsbronnen dienden. Het vijfde en laatste hoofdstuk gaf concrete adviezen voor de ondervraging van verdachten.

Een Inquisitietribunaal, door Francisco Goya, 1810/19. (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, San Fernando)

Toen Bernard in 1323 de laatste hand aan zijn standaardwerk legde, had de middeleeuwse Inquisitie reeds haar hoogtepunt bereikt: de meeste grote ketterbewegingen waren vernietigd. Maar in de 16de eeuw zouden de hoeders van het geloof voor schier onoplosbare problemen gesteld worden, toen de Reformatie zich als een strovuur in Europa verspreidde. En dan kwamen er ook nog natuurwetenschappers die de kerkelijk leer omtrent de fysische gesteldheid van de wereld tegenspraken: de Inquisitie bracht Giordano Bruno (1548-1600) op de brandstapel en Galileo Galilei (1564-1642) bracht het er alleen levend af door zijn stellingen te herroepen.

Galileo Galilei voor de Romeinse Inquisitie. Schilderij van Joseph Nicolas Robert-Fleury, 1847.

Pas in 1965 verving de katholieke kerk de Inquisitie door een nieuwe organisatie: de Congregatie van de Geloofsleer. Ook die kan tegen geestelijken en dienaren van de kerk optreden, maar slechts betrekkelijk milde straffen opleggen, zoals een beroepsverbod. Tekenend voor de nieuwe manier van denken was het gebaar van Johannes Paulus II: in 2000 vroeg hij als eerste paus publiekelijk om vergeving voor de misstappen van zijn kerk. Twee jaar daarvoor had het Vaticaan de archieven van de Inquisitie algemeen toegankelijk gemaakt. De vele duizenden documenten zullen de historici nog lang bezighouden.
[Daniel Carlo Pangerl]

Openingsbeeld: Koenraad van Marburg, een van de eerste belangrijke inquisiteurs.

Lees nog veel meer artikelen over ketters en kruistochten in Middeleeuws Europa in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder