Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

In het rijk van de dopers

20 februari 2019 Siebrand Krul

Aan de kerktoren van de St. Lamberti in Münster hangen drie grove ijzeren kooien. Een herinnering aan gruwelen die zich zo’n 480 jaar geleden hier in het Westfaalse afspeelden. De geschiedenis van de wederdopers in Münster is er een van geloofsijver die omslaat in godsdienstwaanzin en religieus gesanctioneerd geweld, van een kleermaker die koning werd en een bisschop die zijn eigen stad belegerde.

De 16de eeuw is een tijd van oproer. Maarten Luther zoekt het theologische dispuut en brengt daarmee zowel de religieuze als de wereldlijke orde aan het wankelen. Maar er zijn mensen voor wie de leerstellingen van Luther en de Zürichse reformator Zwingli niet ver genoeg gaan. Hun enige richtsnoer is de Heilige Schrift. Uitgaand van wat ze daar lezen komen ze tot de slotsom dat God alleen de volwassenendoop, als bewuste geloofsdaad, gewild kan hebben.
Münster 1533: zo langzamerhand zijn de meeste burgers tot het lutheranisme overgegaan, maar ook hier is er iemand die meer wil. De charismatische prediker Bernhard Rothmann ontwikkelt zich steeds meer tot voorvechter van de volwassenendoop – en krijgt veel Münsteranen aan zijn zijde. (Weder)doper zijn betekent gevaarlijk leven. In heel West-Europa worden ze vervolgd. Religie is immers nog geen privé-aangelegenheid, maar vooral ook verbindingsschakel tussen individu en staat.
Jan Matthys, bakker, bij eigen gratie profeet en leider van de ‘dopers’ in Haarlem, stuurt begin 1534 twee van zijn apostelen naar Münster in de hoop daar het Nieuwe Jeruzalem te vinden, waar de rechtvaardigen het einde van de wereld af kunnen wachten.

De ‘Koning van Münster’, Jan van Leyden.

De tijd dringt. Matthys heeft het einde van de wereld en terugkeer van Christus voorzien. De Apocalyps zal zich al met Pasen voordoen. In Münster heeft bisschop Franz von Waldeck tot dan toe nauwelijks invloed op de gebeurtenissen uit kunnen oefenen en ook de raad van de stad heeft moeite zijn gezag aan de ijveraars op te leggen: binnen een week dopen de zendelingen van Matthys 1.400 burgers.
Tegelijk komen er steeds meer Friese en Hollandse dopers naar de stad. De raad ziet het met lede ogen aan, al was het maar omdat een vraag om hulp van de bisschop de burgerlijke vrijheden in de stad in gevaar zou brengen.
Daarom vaardigt de gemeenteraad eind januari 1534 een tolerantie-edict uit, in weerwil van een eerder door de bisschop gegeven bevel om de dopers de stad uit te zetten. Nu zal de bisschop de stad de duimschroeven aandraaien, maar ook binnen de stadsmuren komt het tot conflicten. De dopers werken zich steeds meer in een religieuze extase en richten verwachtingsvol de blik ten hemel. En inderdaad: een ‘afgrijselijke zwartblauwe rookzuil ‘verheft zich boven hun hoofden. Sommigen menen in de dreigende wolkenmassa een ruiter op een wit paard te herkennen. Een teken van de naderende Apocalyps? Het stadsbestuur intussen zorgt voor respijt. Het komt tot overeenstemming met de bisschop, al is van hem niet zeker of hij de stad daadwerkelijk zou belegeren. De bisschop trekt zich terug en de dopers hebben hun wonder. God, zo weten ze nu zeker, is met hen.

Historiserende voorstelling van de executie van de dopers op de Prinzipalmarkt. Op de achtergrond de Lambertikerk met de oude toren en daaraan alvast de kooien.

Op 23 februari wordt een nieuwe raad gekozen. Daarin krijgt de dopersfractie de overhand. Eén dag later, met veel gevoel voor timing, houdt Jan Matthys, de man van God, zijn intocht in de stad. Er wordt een gemeenschap van goederen ingesteld. De deuren in Münster mogen niet langer op slot gaan; schuldbrieven en bezitsoorkondes worden demonstratief verbrand, evenals alles wat ijdel vertier dient: speelkaarten, bladmuziek, muziekinstrumenten en alle geschriften behalve de Bijbel.
Lutheranen en katholieken worden voor de keus gesteld: doop of vlucht. Wie voor het eerste gekozen heeft, draagt als herkenningsteken een koperen munt waarop een spreuk uit het Johannes-evangelie gegraveerd staat. Bij elkaar een grote huismacht om Gods wil in Münster te verwerkelijken, al zijn niet alle blijvers overtuigde aanhangers van de nieuwe leer. Een smid tekent zijn eigen doodvonnis door eruit te flappen: ‘Houden jullie hem maar voor een profeet, voor mij is hij niets meer dan een schijtende profeet.’
Een paar weken later is het Pasen. Matthys’ uur heeft geslagen. Gezeten op een wit paard, begeleid door enkele getrouwen, rijdt hij zingend en getuigend buiten de poorten van de stad de Apocalyps tegemoet. Die laat echter op zich wachten, zoals wel meer van de vele voorspellingen over de ondergang van de wereld in deze verhitte tijden gebeurde. Matthys wordt door de huurlingen van de bisschop in stukken gehakt. Alleen z’n hoofd blijft ongeschonden.

De kooien hangen nog altijd aan de Lambertikerk, en nog dagelijks vragen nietsvermoedende bezoekers zich af wat deze vreemde verschijning betekent.

Na het gruwelijk einde van hun aanvoerder is de gemeente in rep en roer. Voltrok zich hier Gods wil, zoals Jan van Leiden beweert? Die had ooit als apostel van Matthys het toneel betreden waar het drama van Münster zich afspeelde. Maar hij had zijn kruit droog gehouden, deze ex-kleermaker, herbergier en toneelspeler. En nu, in de grootste nood, weet hij de gemeente ervan te overtuigen dat hij de nieuwe profeet is. De dopers vatten weer moed en gaan dansend door de straten.
Al gauw komt Van Leiden met een nieuwe constitutie: voortaan nemen Twaalf Oudsten alle belangrijkste besluiten, in religieuze én in wereldlijke zaken. Korte tijd later volgt een strenge codex, die de doodstraf stelt op prostitutie en overspel. Die precies bepaalt hoeveel kledingsstukken elk mens mag bezitten (twee broeken, drie hemden, een jas, een kraag). Daar laat Van Leiden het niet bij. Hij voert ook de ‘veelwijverij’ in, want stond daarover al niet in het Oude Testament te lezen? Hadden de vaderen van Israël niet meer dan één vrouw gehad? Stond daar niet ‘weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u’?

Koopman Bernd Knipperdolling,een van de doperse leiders. Kopergravure van Heinrich Aldegrever.

De nieuwe profeet geeft het goede voorbeeld. Hij trouwt met de weduwe van zijn voorganger en neemt nog vijftien anderen tot vrouw. Waarschijnlijk was er een praktische reden voor de polygamie, want in Münster stonden tegenover 5.000 vrouwen maar 2.000 mannen en een vrouw die niet onder toezicht van een man staat, paste niet in het puriteinse wereldbeeld van de wederdopers. Katholieke, in dezen weinig betrouwbare bronnen reppen zelfs van gearrangeerde huwelijken van elfjarigen. Enkele weigerachtige vrouwen worden terechtgesteld, maar er zijn ook mannen die zich verzetten. Er breekt een opstand tegen het schrikbewind uit. Ook de externe druk neemt toe. Al twee keer heeft de bisschop geprobeerd de stad in te nemen en zijn landsknechten bivakkeren op de velden rond de stad.
In deze dagen spreekt een goudsmid de verzamelde gemeente toe. In een visioen is hem geopenbaard dat Jan van Leiden door God tot koning is voorbestemd. Van Leiden geeft weliswaar te kennen liever varkenshoeder te zijn, maar laat zich de nieuwe waardigheid toch graag aanleunen. Als toneelspeler weet hij wat deze rol van hem verlangt. Het domplein is voortaan de berg van Zion, een 148 koppen tellende hofhouding ontstaat. Nog één keer komt alles ter tafel wat de steeds legere provisiekamers in de stad herbergen. Daarna is schraalhans keukenmeester: paarden worden geslacht, honden en katten bejaagd. Openlijk verzet kost je de kop.

De troepen van vorstbisschop Frans von Waldeck vallen Münster aan, Pinkster 1534.

Dan dus maar stiekem, denken twee vluchtelingen die de bisschop de zwakke schakels in de verdediging van de stad verraden. In de nacht van 24 op 25 juni 1535 dringen de landsknechten van de bisschop heimelijk de stad binnen – en richten een bloedbad met zeshonderd slachtoffers aan.
Bijna een half jaar later wordt Jan van Leiden terechtgesteld, samen met twee andere leiders: Bernd Knipperdolling en Bernd Krechting. Met gloeiende tangen scheurt de beul hun het vlees van de botten, waarna hij hun hart en keel met een gloeiend ijzer doorsteekt. Hun verminkte lichamen worden in kooien aan de toren van de St. Lamberti als afschrikwekkend voorbeeld opgehangen. Een Münsterse attractie waar ook nu nog geen enkele toerist aan ontkomt. En zo zie je als bezoeker hoe van het heftige en bizarre koninkrijk van Jan van Leiden nog een mat schijnsel de mist der tijden doordringt.
[Christine Richter]

Openingsbeeld: De revolutionair gezinde 19de eeuw herontdekt de wederdopers. De schilder Johann Carl Bähr (1801-1869) presenteert Jan van Leiden bij de doop van een jonge vrouw als stralende profeet.

Lees nog veel meer artikelen over ketters en kruistochten in Middeleeuws Europa in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder