Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Een dualistische dooltocht

29 januari 2019 Siebrand Krul

In de 11de en 12de eeuw raakt de roomkatholieke kerk in verval; de geestelijkheid lijkt zich meer en meer te buiten te gaan aan weelde en overdaad. Onherroepelijk lokt dat tegenbewegingen uit, waarvan de katharen, in Zuid-Frankrijk, de hardnekkigsten blijken te zijn. Zij willen terug naar de oorsprong van het christelijk geloof.

‘De aantoonbaar onvolmaakte schepping is niet te rijmen met Gods goedheid en almacht. De schepping moet het werk zijn geweest van het Kwaad waar de goddelijke Geest buiten en boven staat.’ De aanhangers van deze idee zien dus twee naast elkaar bestaande entiteiten, een onstoffelijke en een stoffelijke, de eerste is volmaakt, de ander vertegenwoordigt het Kwaad. In elk mens schuilt niettemin een goddelijk element, de ziel, dat hem of haar in staat stelt los te komen van de materiële wereld en in verbinding te raken met het transcendente. Een en ander impliceerde een sobere levensstijl, wars van weelde en overdaad. Ook kerkvader Augustinus was enige tijd aanhanger van deze opvatting.
De ‘ketterse’ bewegingen die ontstaan, vertonen zich langs de Rijn, in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Zo ook in Lombardije en Zuid-Frankrijk en daar, met name in de laatstgenoemde regio, komen de katharen in beeld.

‘Ketter’ komt van ‘katharen’

Carcassonne werd in de zomer van 1209 veertig dagen belegerd door de kruisridders en viel uiteindelijk vanwege watergebrek. (istock/gettyimages)

De katharen hebben hun naam niet zelf bedacht. Het is een vondst van hun rooms-katholieke tegenstanders, ontleend aan het Griekse woord ‘katharos’ wat ‘zuiver’ betekent – althans dat is de gangbare opvatting over de herkomst. De benaming zal neerbuigend bedoeld zijn. Ons woord ‘ketter’ komt daar dan weer vandaan. Zelf beschouwden ze zich als oprechte christenen.
Hun geschiedenis is vooral verbonden aan Occitanië, het land van de Langue d’Oc, met als epicentrum het graafschap Toulouse. In het feodaal verdeelde Europa was er van centraal gezag nauwelijks sprake. De adel betuigde leenhulde aan keizer of koning maar ging verder zijn eigen weg. Zo gedroegen de graven van Toulouse zich als onafhankelijke heren. Er woonden talrijke Joden in deze regio en via connecties met Spanje was men er bekend met de islam. De atmosfeer was er een van tolerantie waardoor strikte orthodoxie niet de boventoon voerde. Nieuwe opvattingen werden geduld zoal niet omarmd.
Het leven van de gelovige kathaar is in beginsel erop gericht de materie te ontstijgen. Op enig moment in zijn of haar bestaan kan worden besloten de wereld te verzaken om als ‘volmaakt’ verder te leven en te sterven. Daartoe zoeken ze iemand die deze staat al heeft bereikt, een ‘perfecte’ man (perfectus) of ‘perfecte’ vrouw (perfecta). Deze legt hun, als eertijds de apostelen, de hand op waarmee de vertroosting van de Geest (consolamentum) hun ziel weer verzoent met het goddelijke. Daarna is seksuele onthouding geboden voor de ‘volmaakte’ omdat door voortplanting een volgende ziel weer vastzit in een onrein lichaam. Daarom is ook voedsel van dierlijke, dus onreine, aard taboe. Vanwege deze strenge eisen werd het consolamentum vaak uitgesteld tot met moment waarop de betrokkene het einde zag naderen: de bevrijde ziel kon dan vrij spoedig terug naar zijn oorsprong.

Dominicus de Guzmán discussieert met de katharen. Hun beider boeken worden in het vuur gegooid, maar dat van Dominicus wordt wonderbaarlijk door de vlammen gespaard; beeldwijsheid van de waarheid. Schilderij van Pedro Berruguete eind 15de eeuw. (Prado)

Creatie van de duivel: de kerk

Wat bracht Rome ertoe deze wereldvreemde, overwegend vreedzame lieden allengs genadelozer te vervolgen? Hun dualistische opvattingen leidden uiteraard tot allerlei van Rome afwijkende leerstelligheid. Zo ontkenden ze de menswording van Christus. Christus behoort in hun visie tot de wereld van het onstoffelijke – liep hij immers niet over het water en vertoonde hij zich niet te midden van de apostelen terwijl ze alle deuren en ramen potdicht hadden? Hij kan zich dus in een gedaante uit de stoffelijke wereld van het Kwaad niet geopenbaard hebben. Daarnaast weigerden ze de kerkelijke belasting (de ‘tienden’) te betalen aan een organisatie die ze beschouwden als een creatie van de duivel. Tot slot werd gevreesd dat de kathaarse afwijzing van de wereld de bestaande sociale orde zou ondermijnen.
Voorshands blijven langdurige debatten en prediking de belangrijkste middelen tot bekering, maar omstreeks 1200 verhardt de strijd. Er treedt een paus naar voren die niet alleen de kerk grondig wil saneren, maar ook radicaal een eind wil maken aan de ketterij: Innocentius III. Het is de tijd van de kruistochten. In het Midden-Oosten wordt het Koninkrijk Jerusalem voortdurend bedreigd, in Spanje woedt de Reconquista, de strijd tegen de ‘Moren’. Nu moet er ook een kruistocht worden ondernomen tegen de katharen. Innocentius benoemt speciale pauselijk legaten om dat voor te bereiden en probeert – overigens tevergeefs – de koning van Frankrijk en de lokale heren te mobiliseren. De katharen ondervinden ter plekke echter veel sympathie en steun in de hogere kringen, de gegoede burgerij en de adel. Ook de graaf van Toulouse, Raymond VI, is hen welgezind.

De verslagen katharen worden Carcassonne uitgejaagd, 1209. Tekening uit Grandes Chroniques de France door uit het atelier van de Meester van Boucicaut.

‘Albigenzische kruistocht’

Legaten en predikers krijgen voorlopig weinig voor elkaar, ook al door hun hooghartige optreden. Meer succes boekt een Spaanse priester, Domingo of Dominicus de Guzmán, die min of meer toevallig in de theologische debatten met de katharen verzeild raakt. Guzmán wordt de stichter van de geestelijke orde der dominicanen. Zijn orde zal een belangrijke rol spelen in de bestrijding van de katharen.
Dan wordt op 14 januari 1209 één van de legaten vermoord. Dat zet vaart achter het zozeer verlangde optreden tegen de ketters, bekend onder de naam ‘Albigenzische kruistocht’ – gericht dus tegen Albi, een stad in de Tarn. Onder aanvoering van een abt trekt een leger van ridders en huurlingen op naar het Zuiden. Daar stuiten ze op het vermeende ketternest Béziers. De aanvallers weten binnen te dringen en gaan als razenden tekeer. De abt-aanvoerder wordt gevraagd of er geen onderscheid gemaakt moet worden tussen katholieken en ketters. Daarop zou deze hebben geantwoord met: ‘Breng ze allemaal om, want de Heer kent de zijnen’; anders gezegd: de abt delegeert het onderscheid naar hogere machten. Het werkelijk aantal slachtoffers valt niet te achterhalen, maar na de slachting, de plundering en de brandschatting blijft een vrijwel ontvolkte stad achter.

De vesting Montségur was door de steile rotsen nagenoeg onneembar. (istock/gettyimages)

Zelfs de doden worden vervolgd

Confiscaties van ketters goed en gebied geven de kruistocht het karakter van een veroveringsoorlog of een rooftocht. Daarmee wordt het gebied interessanter voor de Franse kroon. Als de tocht uiteindelijk toch vastloopt op Albi, wordt het beroep op de koning des te indringender. Intussen is Raymond VI gestorven en opgevolgd door zijn zoon, Raymond VII. Na de pauselijke kruistocht waarmee zijn vader te maken had gekregen wordt de zoon geconfronteerd met een door de koning georganiseerde actie. Deze eindigt in 1229 met de ‘Vrede van Parijs’ waarbij Raymond harde eisen worden gesteld. Hij moet zweren daadwerkelijk de ketters te gaan bestrijden, zijn grondgebied wordt sterk verkleind en de hele regio moet worden gedemilitariseerd.
Vanaf dat moment is het menens. Het onderzoek naar ketterse praktijken, de inquisitie, was steeds het werk geweest van bisschoppelijke tribunalen. Bij bewezen ketterij werd de schuldige overgedragen aan de wereldlijke overheid om het vonnis te voltrekken. Leken hadden de taak op te treden als aanbrengers. Omdat die werkwijze ontoereikend bleek voegde de paus in 1232 een eigen onderzoeksinstelling daaraan toe. Het was de formele oprichting van de Inquisitie – nu met een hoofdletter. Hij droeg uitvoering van het onderzoek op aan de volgelingen van de intussen overleden Dominicus. In de decennia daarna zullen afwisselend predikheren en bisschoppen allengs feller jagen op de ketters. Al in 1234 verrijzen de eerste brandstapels ‘nieuwe stijl’. Zelfs de doden ontkomen niet aan vervolging. Wanneer achteraf blijkt dat zij met kathaarse smetten in hun graf liggen worden ze opgedolven en alsnog verbrand.

Innocentius III, afgebeeld op een fresco in het Monastero del Sacro Speco nabij het stadje Subiaco, zestig kilometer oostelijk van Rome. De tekst onder de afbeelding heeft betrekking op een schenking van Innocentius aan het klooster.

Met grote vreugde op de brandstapel

Onder de toenemende druk duiken de katharen onder of vluchten weg, in veel gevallen naar Lombardije waar ze zich nog enige tijd kunnen handhaven. In de Languedoc wordt vervolgens de aanval gericht op de centrale vesting van de katharen, de rots Montségur. De sterkte valt pas in 1244. Er wordt een enorme brandstapel opgericht waar 224 katharen ‘met grote vreugde’ aan de vlammen worden prijsgegeven. De solidariteit en al dan niet heimelijke steun die de katharen steeds hadden ondervonden van hun omgeving verzwakt onder de harde repressie. Vervolging en vlucht dunnen hun gelederen steeds verder uit. Omstreeks 1280 is in Toulouse geen kathaar meer te vinden. Omstreeks dezelfde tijd verliezen de katharen ook in Lombardije hun laatste bastion. Daar hadden zij zich verschanst op een landtong aan de zuidelijke oever van het Gardameer: Sirmione nabij Brescia. In 1276 moeten ze capituleren, twee jaar later vlamt de brandstapel op in de arena van Verona.
Maar dan steekt het katharisme rond 1300 toch nog weer opnieuw de kop op, nu onder de boeren en de herders van Occitanië. Deze ‘eenvoudige lieden’ zijn echter voor een door de wol geverfde Inquisitie geen partij. Montaillou van Le Roy Ladurie speelt in die periode. De laatste perfectus wordt door een premiejager in de val gelokt en in 1321 aan de vlammen geofferd, zeven jaar later bestijgt de laatste ‘gewone’ kathaar de brandstapel.
(Jan van der Meer)

Openingsbeeld: Chateau de Peyrepertuse in Duillac-sous-Peyrepertuse was een van de grootste katharenkastelen in Aude, Languedoc-Roussillon. Vandaag de dag een belangrijke toeristentrekker, al vergt de beklimming van de top een topfitte vakantieganger.

Lees het volledige artikel, plus nog meer over ketters en kruistochten in Europa, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder