Stelling

Antisemitisme is een onuitroeibaar menselijk defect

Stem

Agenda

Topstukken in perspectief
p donderdag 21 maart opent journalist en presentator Jort Kelder de tentoonstelling ‘Topstukken in perspectief – Van Plakkaat van Verlatinge tot Abdicatie’ in het Nationaal Archief in Den Haag. Aanleiding voor deze expositie is de verkiezing van het Plakkaat tot het Pronkstuk van Nederland.
Cold Case Hammarskjöld
Begin april komt de film ‘Cold Case Hammarskjöld’ in de bioscopen. De Deense regisseur Mads Brügger en de Zweedse privédetective Göran Björkdahl onderzoeken de mysterieuze dood in 1961 van VN-secretaris Dag Hammarskjöld. De Zweed streed voor Congo’s onafhankelijkheid en maakte zich daarmee gehaat in het Westen.

De Wanderjahre van Marx

09 januari 2019

Karl Marx vertoefde zowat heel zijn leven in ballingschap. Als zoon van een tot het lutheranisme bekeerde Joodse familie in Trier was hij onderdaan van Pruisen en juist de geheime dienst van die staat bleef hem overal hinderlijk volgen. Geen wonder dat Marx verkaste naar Parijs, naar Brussel, naar Londen. Maar los van zijn belagers kwam hij nooit.

Sinds het Europees vredesverdrag van het Congres van Wenen in 1815 was Rijnland-Palts (met Eifel en de huidige Belgische Oostkantons) onderdeel van het koninkrijk Pruisen geworden. Strategisch interessant omdat het dichter bij Frankrijk lag en vooral belangrijk als industriegebied voor het rurale Pruisen. De Pruisische staatspolitie hield toezicht op politieke onrustzaaiers in de liberale Rijnlandse industriestadjes. Een van de mannen die in de gaten werd gehouden was Karl Marx.

Parijs, eind 19de eeuw.

Nach Paris (1843-1845)

In 1842 begon hij, na het behalen van zijn doctorstitel, in Keulen als redacteur bij de liberale krant Rheinische Zeitung te werken. Als hoofdredacteur kapittelde hij niet alleen de koning van Pruisen, maar in feite iedereen. Absolutistische heersers hadden voorrang, en toen Marx tsaar Nicolaas I beledigde, vroeg die om een verschijningsverbod, wat in 1943 daadwerkelijk werd opgelegd. Marx zou met zijn vrouw naar Parijs gaan om er te werken voor het nieuwe tijdschrift Deutsch-Französische Jahrbücher. De keuze voor Parijs boven Brussel, waar de persvrijheid toch veel groter was, werd vooral ingegeven door de grote kolonie Duitsers daar (zo’n 85.000). Die waren niet allemaal onbemiddeld en ze konden hun leeshonger stillen in Duitse boekhandels, die in Brussel ontbraken. Leven van de Duitse toeristen die naar de Belgische kust trokken, vond de stichter van het jaarboek, Arnold Ruge, geen optie.
Samen met de twee andere redacteurs stichtte Marx een phalanstère, een arbeiderscommune volgens de ideeën van de Franse utopische socialist Charles Fourier, in de rue Vanneau. De leefgemeenschap en het tijdschrift vielen door onenigheid snel uit elkaar. Marx zat evenwel niet stil en begon te schrijven voor Vorwärts, een tweewekelijks communistische krant die door Duitse ballingen werd uitgegeven. Hierin begon hij zijn gedachten over de politieke economie die hij decennia later in Das Kapital zou publiceren, vorm te geven. In augustus 1844 kwam Friedrich Engels hem daar opzoeken, het begin van een levenslange vriendschap en samenwerking. Maar ook in deze krant moesten gekroonde hoofden het ontgelden. De Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV werd door Marx in Vorwärts aangevallen en de Pruisische gezant in Parijs ging in januari 1845 de majesteitsschennis bij de Franse koning Louis-Philippe aanklagen. Het blad werd direct verboden en Marx kreeg het bevel Frankrijk te verlaten.

Huis De Zwaan op de Grote Markt in Brussel. De plaats om Marx te spotten, zeker op woensdag en zondag.

In Brussel (1845-1848)

In het liberalere België was Marx welkom, mits hij niet zou publiceren over de actuele politieke situaties. Die belofte hield hij voorlopig, hij begon met Friedrich Engels aan een uitgebreide brievencampagne met socialistische groepjes in heel Europa. Hun Communistisch Correspondentie Comité vergaderde bij de Grote Zavel, in de Bodenbroekstraat 8. Daar woonde de secretaris van deze vereniging, Philippe Gigot, een medewerker van het nabijgelegen Rijksarchief. In 1847 was hun brievenclub een onderdeel van de Bond der Communisten in Londen geworden. In Brussel werd ondertussen ook werk gemaakt van de oprichting van een communistische vereniging, de Deutsche Arbeiterverein. Marx werkte sinds januari 1847 mee aan de spreekbuis van deze vereniging, de wekelijks verschijnende krant Deutsche Brüsseler Zeitung. Daarmee had hij zijn ballingsvoorwaarde in feite al geschonden. De Duitstalige krant verscheen tussen 1 januari 1847 en 27 februari 1848 en had een oplage van hoogstens 300 exemplaren. De krant was niet alleen de spreekbuis van de Deutsche Arbeiterverein, maar later ook van de Association Démocratique.
Het bestuur van de Londense Bond der Communisten vroeg Marx om in een pamflet de grondbeginselen van hun vereniging uit te schrijven. In januari 1848 werd – in zijn huis in Elsene – het beroemde pamflet Manifest der Kommunistischen Partei geschreven. In februari werd het gepubliceerd, bijna tegelijk met het uitbreken van burgerrevoluties in talrijke steden in Europa. De Belgische regering reageerde doortastend en beval Marx om het land te verlaten. De internationale verspreiding van het manifest kon niet onbeantwoord blijven. Hij had daardoor immers de basisvoorwaarde van zijn asiel geschonden.

Lezing-discussie-bier

Bodenbroekstraat 8 bij Philippe Gigot, secretaris van de CCC, bij de Grote Zavel in Brussel.

Daarmee kwam een eind aan enkele jaren verblijf in Brussel. In de loop van die jaren had hij met zijn gezin op vijf verschillende locaties gewoond. De eerste kortstondige verblijfplaats was het Hôtel du Saxe. Daarna verhuisden ze naar het goedkopere pension Le Bois Sauvage op het Sint-Goedeleplein, waar ze nog een paar keer terug kwamen. Tussendoor verbleef men in de Pachécostraat in Brussel, de Verbondsstraat in Sint-Joost-ten-Node en de Orléansstraat in Elsene. De straten waar Marx en zijn familie ooit woonden, zijn bijna allemaal verdwenen. Alleen in Elsene heeft de straat de stedenbouwkundige plannen overleefd. De Orléansstraat werd hernoemd tot Jean d’Ardennestraat, waar het gezin op nummer 50 woonde. Daar schreef Marx het Communistisch Manifest.
Naast op zijn woonadressen en in het vergaderlokaal van het Communistisch Correspondentie Comité op de Grote Zavel was Marx ook veel te vinden in de cafés op de Grote Markt van Brussel. Geen bruine volkscafés maar net wat beter. In herberg De Zwaan kwam de door Marx opgerichte Deutsche Arbeitersverein samen. Op woensdagavond was er steeds een lezing gevolgd door discussies bij een pint bier. Op zondagavond kwamen de leden ook samen in De Zwaan voor hun ontspanning, samen met hun vrouwen. Op oudejaarsavond 1847 vierde Marx met hen het nieuwjaarsfeest. Dat werd toen samen met de Association Démocratique georganiseerd. Zoveel aandacht voor de verheffing van de arbeidersklasse maakte van De Zwaan een symbolische plaats waar op 6 april 1885 de Parti Ouvrier Belge-Belgische Werkliedenpartij werd opgericht.
Ook in andere gildeherbergen liet Marx zich opmerken. In het Maison des Meuniers, vlakbij de Grote Markt, hield Marx in januari 1848 een opgemerkte toespraak voor de Association Démocratique over vrijhandel. Het thema van de talrijke tolrechten die nog bestonden beroerde vooral de liberale middenstand. Een krantenman als Marx was tegen vrijhandel omdat het vooral het kapitaal bevoordeelde. Maar daardoor was hij ook juist vóór de invoering van ongebreidelde vrijhandel omdat volgens hem de nadelige gevolgen ervan de snelste route was naar een algemene sociale revolutie. Op een dergelijk elan kon het moeilijk anders of het Communistisch Manifest zou een stomende verklaring worden.

Finale halte: Londen (1849-1883)

Zicht op de Stormstraat en het Sint-Goedeleplein voor de St-Michiel en St Goedelekathedraal in Brussel. Schilderij van Raphaël Dubois, 1917. (Collectie Brussels Parlement)

De Parijse revolutionaire regering nodigde Marx in februari 1848 uit om naar Parijs terug te komen, maar na een maand vertrok hij naar Keulen om er de revolutie te helpen met een nieuwe krant, de Neue Rheinische Zeitung. De agitatie en kritieken op de heersende staatsstructuur zorgden ervoor dat de krant bij het neerslaan van de revolutionaire beweging ook werd verboden. In mei 1849 werd Marx het land uitgezet. Als statenloze keerde hij terug naar Parijs, waar het nieuwe bewind hem in juni 1849 verbande naar het departement Morbihan in Bretagne, gevreesd voor de malaria. Geen gezonde plaats om te gaan wonen voor een jong gezin met drie kinderen en een vierde op komst. Op 27 augustus 1849 nam het gezin Marx de boot naar Groot-Brittannië.
Ook in Londen diende het gezin van het ene huis naar het andere appartement te verhuizen. In een tweekamerappartement in Dean Street 28 in Soho waren de meubels en de huisraad stuk, haveloos of gescheurd. Alles was bedekt met een dikke laag stof. Het hele gezin – ouders, kinderen en huishoudster – sliepen in één slaapkamer. De tweede kamer diende als leefruimte, waar de kinderen speelden, werd gegeten en Marx aan zijn artikelen en studies werkte. Alhoewel statenloos volgde de Pruisische geheime politie toch nog altijd zijn doen en laten. In een rapport naar Berlijn omschreef een agent: ‘Marx woont zo ongeveer in de slechtste en goedkoopste wijk van Londen, huist daar in twee kamers. In geen van de kamers een schoon of behoorlijk meubelstuk, alles is kapot, versleten, in flarden en er kleeft vingerdik stof op… manuscripten, boeken en kranten liggen door elkaar naast speelgoed en lapjes uit de naaimand van zijn vrouw, kapotte kopjes, vuile lepels… een inktpot, pijpen, as – alles in een vreselijke chaos op dezelfde tafel. Men riskeert zijn broek als men het waagt te gaan zitten. Maar al deze dingen storen Marx noch zijn vrouw. Men wordt zeer hartelijk ontvangen… en meteen ontstaat een intelligent en stimulerend gesprek dat alle huishoudelijke misère goedmaakt en het ongemak draaglijk.’

Grafton Terrace 9 (nu 46), woonplaats van Marx 1856-1864, dichtbij het park van Hampstead Heath in Londen.

Onvermoeibaar uithoudingsvermogen

Het werk aan zijn magnum opus stokte geregeld. Als man met een groot eerzuchtig ego verspeelde hij veel tijd door polemieken met andere politieke vluchtelingen uit te vechten. Zijn financiële situatie verbeterde lichtjes vanaf 1852 als Europees correspondent voor de Amerikaanse New York Daily Tribune. De Pruisische agent omschreef dan ook dat ‘Marx het bestaan leidt van een echte intellectuele bohémien…hoewel hij vaak dagen achter elkaar niets uitvoert, zal hij met een onvermoeibaar uithoudingsvermogen dag en nacht doorwerken als hij veel te doen heeft. Hij heeft geen vaste tijden om te gaan slapen of op te staan. Hij blijft vaak de hele nacht op om dan ’s middags geheel gekleed op de sofa te gaan liggen en tot de avond te slapen, onbekommerd over het reilen en zeilen in de wereld’. In 1856 verhuisde het gezin naar het beter gelegen Grafton Terrace 46, dichter bij Hampstead Heath, de favoriete zondagse wandeling van Karl Marx.
Banneling in Londen zijn, betekende niet dat Marx niet meer naar het continent kwam. In de lente van 1861 toerde hij door Duitsland, in de hoop om geld bij elkaar te krijgen om – na de amnestie afgekondigd door de nieuwe Pruisische koning Wilhelm I – met een nieuwe krant te kunnen beginnen. Ondanks alles werd het een mislukking en vanaf 1862 begon Marx terug naar de leeszaal van het British Museum te gaan om aan het corpus van Das Kapital te werken.

Contacten met Zaltbommel

Straatbeeld Zaltbommel, 19de eeuw.

De geestelijke vader van het marxisme muntte naast intens intellectueel studiewerk vooral uit in het verkwisten van geld. Deze paradox zorgde voor een spannend bohémienleven waarbij bedelen een belangrijke filosofie was. Naast giften van vrienden – met de rijke mecenas Friedrich Engels als summum – probeerde Marx vooral om zijn ouderlijke erfenis zo snel mogelijk in de wacht te slepen. Die queeste voerde hem – per brief en persoonlijk – geregeld naar Nederland. Familie uit Duitsland, Zuid-Afrika én Nederland en vrienden die op bezoek kwamen werden gastvrij onthaald, maar belemmerden werk en bezwaarden de huishoudelijke financiën. Marx verstond en las vlot Nederlands. Spreken ging moeizamer. Niet moeilijk te begrijpen, zijn moeder, Henriëtte Presburg, was immers geboren in Nijmegen. Haar huwelijk bracht haar naar Duitsland. Als volwassene, zeker in zijn Brusselse jaren, ging Karl geregeld op bezoek bij oom Lion Philips en tante Sophie Presburg en onderhield contacten met zijn neven en nichten in Zaltbommel en Maastricht. Als socialistisch ideoloog wel een bijzondere relatie, want oom Philips, de grootvader van de stichters van het gelijknamige elektronicaconcern, was een rijke tabakshandelaar en belegger. Maar oom Lion was evenwel ook beheerder van de nalatenschap van vader Marx. Toen Heinrich in 1838 overleed, stelde de weduwe Marx haar schoonbroer aan als bewindvoerder over de erfenis. Zoon Karl, bekendstaand als een notoir potverteerder die het geld (als hij er had) door vensters en deuren buitensmeet, mocht van haar slechts met mondjesmaat iets van zijn erfdeel uitbetaald krijgen. Na 1850 kreeg Karl evenwel geen voorschotten meer omdat de revoluties van 1848 de handel en dus de financiële armslag van oom Lion hadden beknot.
Marx probeerde geregeld werk te vinden. In 1862 solliciteerde hij tevergeefs als bediende bij de spoorwegmaatschappij Great Western. Hij werd niet aangenomen vanwege zijn abominabele handschrift. In 1863 overleed weduwe Marx, Henriëtte Presburg, en kreeg Karl eindelijk de lang verhoopte erfenis uitbetaald. De financiële zorgen waren even van de baan. De erfenis bedroeg minder dan hij verhoopt had, maar toch genoeg om er in Londen even van te kunnen leven als een zelfvoldane middle class gentleman. Het gezin verhuisde in 1864 dan ook naar een passender woning, in Maitland Park Road tot aan zijn dood.
(Harry van Royen)

Openingsbeeld: Straatbeeld in Londen, 19de eeuw.

Lees nog veel meer over Karl Marx in zijn 200ste geboortejaar in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Rennersretoriek

Vlaanderen mag zich opmaken voor de organisatie van het honderdste wereldkampioenschap wielrennen, in 2021. Een meer dan terechte beslissing. Geen streek ter wereld heeft zovele wielerhelden én commentatoren voortgebracht die met kennis van zaken, vindingrijkheid, verbeeldingskracht én enthousiasme de dramatiek van de koers wisten te beschrijven.

Lees verder

Kroniek

Stoom en rook

Tweehonderd jaar geleden begon de eerste oceaanoversteek met aandrijving van een stoommachine. Nou ja, stoom… Het grootste deel moest worden gezeild. De ‘Savannah’ was de droom van Moses Rogers, die wel eens wat spannenders wilde dan steeds maar een kustvaarder besturen.

Lees verder

Heilige van de week

Quirinus van Neuss

30 maart († tussen 117 en 130) Quirinus is een Romeinse familienaam en betekent hij die de lans zwaait. Quirinus wordt tot het christendom bekeerd door paus Alexander I en onder keizer Hadrianus onthoofd. Zijn relieken worden door paus Leo IX aan zijn zuster Gepa van de benedictinessenabdij van Neuss (Rijnland) geschonken. Sindsdien wordt hij in het Duitse Rijnland als helper in nood aangeroepen en vereerd. Moderne namen, afgeleid van Quirinus: Corijn, Korijn, Krien, Krieno, Krine, Krijn, Kryn, Krijnardus, Krijno, Quirien, Quirijn, Grein, Krein, Krien, Krienes, Krina, Krine, Quirina, Quirien, Quirina, Quirijna

Lees verder