Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Stille Nacht, troost en weemoed

17 december 2018 Siebrand Krul

Het zo vreedzame kerstlied Stille Nacht ontstond na een donderende klap. Op 10 april 1815 explodeerde op het Indonesische eiland Soembawa de vulkaan Tambora met oorverdovend geweld. Het jaar daarop, 1816, werd bekend als het jaar zonder zomer. In dat jaar zag een lied vol hunkering, troost en weemoed het licht.

In grote delen van Europa waren de zomermaanden toen ongebruikelijk koud, met misoogsten als gevolg. In het door de Napoleontisch oorlogen toch al uitgeputte continent leidden de voedseltekorten en oplopende voedselprijzen tot honger, ziekte en oproer. In dat sombere jaar dichtte Joseph Mohr (1792-1848), een jonge Oostenrijkse priester, de woorden van het Stille Nacht. Woorden die een diepe hunkering naar vrede en verlossing uitdrukken. Mohr was toen hulppriester in het Oostenrijkse dorpje Mariapfarr. In 1817 werd Mohr overgeplaatst naar de parochie van Oberndorf aan de rivier de Salzach, destijds gelegen in het door Oostenrijk geannexeerde restant van het prinsaartsbisdom Salzburg. Het plaatsje was met een brug innig verbonden met Laufen, op de ander oever van de rivier. Aan die verstrengeling was in 1816 een abrupt einde gekomen toen -als gevolg van de nieuwordening van Europa op het Congres van Wenen- Laufen naar het koninkrijk Beieren ging en Oberndorf naar Oostenrijk, met de rivier als traag en onverschillig kabbelende landsgrens.

In december 1914 ontstond er een spontaan Kerstbestand dat vele dagen stand hield. De strijdende troepen legden de wapens neer, verlieten de loopgraven en vierden gezamenlijk Kerst. Getuigenissen maken melding dat ook het Stille Nacht daarbij regelmatig werd gezongen. De legerleiding maakte er een ruw einde aan.

Níet door de muizen vernield

In Oberndorf kreeg Mohr vriendschap met de schoolmeester en organist Franz Xaver Gruber (1787-1863). Op 24 december 1818 vroeg hij Gruber om van het door hem twee jaar eerder gedichte Stille Nacht een lied te componeren. Nog diezelfde dag toonzette Gruber het Stille Nacht voor bas, tenor, koor en gitaar en werd het in de kerstnachtmis in het kleine Sint-Nikolakerkje van Oberndorf ten gehore gebracht. De keuze voor gitaar is opvallend. Ze gold in die tijd als een wat frivool en volks instrument, zeker niet de eerste keuze voor een sacrale gebeurtenis zoals een kerstviering. Het verhaal dat het kerkorgel door het geknaag van muizen onklaar was geworden lijkt een fabeltje. Wat wel zeker is, is dat de gitaar in de Oostenrijkse volksmuziek toen al een belangrijke rol speelde en Mohr, van eenvoudige komaf, die muziek goed kende. Hij was het ook die de eerste uitvoering op gitaar begeleide.

Ansichtkaart uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum van het Stille Nacht (1918).

Volksliedje

Na die eerste opvoering leek het lied vergeten te raken, tot de Tiroler orgelbouwer Karl Mauracher het bij onderhoudswerk aan het Oberndorfer kerkorgel onder ogen kreeg. Een kopie reisde in zijn bagage mee naar het Zillertal waar hij woonde en het al gauw populair werd. Nu hadden de Zillertalers de gewoonte in de rustige wintertijd het vaak karige (boeren)inkomen bij te spekken met de verkoop van huisgemaakte producten. Daarvoor reisden sommigen tot ver in Duitsland de wintermarkten af. Zo ook de familie Strasser met hun handschoenen. In 1831 bezochten ze de kerstmarkt van Leipzig. Als publiekstrekker zongen ze de volksliedjes die ze van huis kenden. Ook het Stille Nacht. Het publiek was onder de indruk. Al snel daarna is het als authentiek volksliedje te vinden in de uitgave Vier ächte Tyroler Lieder. Stille Nacht werd het lievelingslied van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV die het vanaf 1833 met Kerst jaarlijks in de Berlijnse dom liet uitvoeren. Hij was het ook die in 1854 een onderzoek instelde naar de oorsprong van het lied. En zo werden toch nog de makers gevonden. Gruber, die toen nog leefde, legde het ontstaan vast in zijn Authentiek Commentaar (Authentischer Veranlassung).

Franz Xaver Gruber, de componist van het Stille Nacht, portret geschilderd door Sebastian Stief (1846).

Troost op het slagveld

Tegen het eind van de 19de eeuw was het lied in heel de westerse wereld bekend en geliefd. Rond Kerst van 1914 toonde het lied zijn kracht. De Grote Oorlog was vastgelopen in de modder van de Vlaamse en Noord-Franse velden. Honderdduizenden soldaten waren al omgekomen of voor het leven verminkt geraakt. Van het aanvankelijke enthousiasme over de ‘vrolijke’ oorlog was nog maar weinig over. Pogingen een kerstbestand te sluiten liepen op niets uit. Op 24 december sloeg het weer om en begon het te sneeuwen. De bruingore grauwheid van het front werd bedekt met een serene witte deken. De neergeslagen stemming sloeg om in weemoed.

Duitse soldaten tuigen in hun loopgraaf een kerstboom op, 1914.

Kerst in Niemandsland

Een Duitse soldaat schreef: ‘We waren allen aangedaan en melancholiek en in beslag genomen door gedachten aan thuis’. In de Duitse loopgraven werd hier en daar het Stille Nacht ingezet. Het zingen werd door de Britten overgenomen. Uiteindelijk kwamen de troepen over de hele lengte van het front uit de stellingen en werd in het niemandsland samen Kerst gevierd. De verbroedering was compleet. Op sommige plaatsen duurde de Kerstvrede van 1914 zelfs tot Nieuwjaarsdag. De generaals waren ‘not amused’. De spontane kerstverbroedering zou zich het jaar daarop niet meer herhalen; op straffe van de dood.
(Harry Stalknecht)

Openingsbeeld: Het Stille Nachtmuseum in Arnsdorf nabij Oberndorf. Componist Franz Gruber woonde hier. (Stille Nacht Gesellschaft)

Lees de andere helft van dit mooie artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder