Stelling

Bibliotheken moeten sneller en radicaler moderniseren

Stem

Agenda

Van Croÿ tot Arenberg
Een van de favoriete verblijfplaatsen van de familie Arenberg was het kasteel in Heverlee, bij Leuven. Tot begin 17de eeuw was het in het bezit van een andere adellijke familie, de Croÿs. Het was Willem van Croÿ die de oude burcht langs de Dijle liet ombouwen tot een kasteel dat gezien wordt als hét voorbeeld van de Vlaamse Renaissance. Het kasteel op 'de manier van Brabant' gebouwd kreeg zelfs navolging buiten de Lage Landen.
Achter de muur
De multimediale tentoonstelling The Pink Floyd Exhibition: Their Mortal Remains biedt een bijzondere inkijk in het gesloten pantheon der rocksterren. Drummer Nick Mason bij de presentatie in Dortmund: ‘This band was famous for not getting on, this exibition is about collaboration.’

Leonidas: held of stommeling?

04 december 2018 Siebrand Krul

Als je via de E75 van Athene naar Thessaloniki rijdt, kom je Leonidas tegen. Op zijn hoge, witmarmeren sokkel staat hij de Perzen op te wachten met gevelde speer. Het monumentale bronzen beeld werd in 1955 opgericht op de plek van het antieke Thermopylae. Aan de overkant van de weg ligt nog de heuvel waar de Spartaanse koning zich met de rest van zijn Spartanen verschanste voor hun last stand.

We kennen het verloop van deze historische slag in augustus 480 v.Chr. Maar wat ging vooraf, wat volgde? Met de focus op de Spartanen uiteraard.
Wanneer Xerxes in 486 v.Chr. zijn vader Darius I opvolgt, besluit hij de Grieken de rekening te presenteren voor de nederlaag van 490 in Marathon. Als de Grieken hoogte krijgen van de dreigende invasie, zijn het de Atheners en de Spartanen die zich de meeste zorgen maken. Ze vrezen dat de goden hun de rekening gaan presenteren van hun goddeloze daad van 491. Toen hebben ze een Perzische delegatie in koelen bloede vermoord. Om het armageddon alsnog af te wenden sturen de Spartanen twee nobele Spartiaten, vrijwilligers, naar Susa. Ze stellen er Xerxes voor hen als vergelding te (slacht)offeren. Maar die lacht het ‘belachelijke’ voorstel weg en stuurt hen terug naar huis.

 

De Slag bij Thermopylae in augustus 480 v.Chr. op een houtgravure uit 1864. (istock/gettyimages)

 

Peloponnesische Bond

Xerxes pakt de zaak eerst diplomatieker aan. Hij stuurt gezanten naar de Griekse steden in het noorden om hun onderwerping of neutraliteit af te dwingen. Vele gaan overstag, uit angst of voor het goud. Hoe ziet de situatie eruit aan Griekse kant? De Spartanen zijn incontournable als landmacht. Daarenboven domineren zij de Peloponnesische Bond. Zij eisen dus het oppercommando op. Als zeemacht speelt Athene de eerste viool, met Themistocles als strateeg, maar de Spartaan Eurybiades als admiraal. Hoewel Sparta zelf geen vloot heeft.
Het wordt nu de hoogste tijd voor de Grieken om iets te doen, en ze proberen een coalitie te smeden van the willing. Een eerste vergadering in het Poseidonheiligdom in Korinthe, in de herfst van 481, levert niet veel op. De tweede vergadering wordt gehouden in de lente van 480. Maar weer zonder concrete resultaten. In Susa beginnen ze lucht te krijgen van de situatie in Griekenland, en in het begin van de zomer is het zo ver: de Perzische pletwals komt in beweging.

 

Standbeeld van Leonidas in Sparta.

 

Dood op het slagveld

De Spartanen nemen de hoofdrol op zich omdat zij het sterkste landleger hebben en meesters zijn in de falanx-oorlogvoering. Bovendien zijn ze de enige stadstaat met een staand leger. Spartaanse hoplieten staan erom bekend (zelden of) nooit de rangen te verbreken, iets wat meestal de nederlaag inleidt. In het gevecht zijn de individuele prestaties volledig ondergeschikt aan het geheel. Zij vormen een elite, de Spartiaten, met als hoogste waarden dapperheid en dood op het slagveld. Lafaards worden diep veracht. Hun wacht thuis meestal het verlies van burgerrechten en sociale uitstoting, soms executie. De Spartaanse falanxen hebben zich een wijdverspreide reputatie opgebouwd. Door hun zelfverzekerd optreden is iedere confrontatie al vaak op voorhand gewonnen.

 

Xerxes.

 

Pakezels en ossenkarren

De mars van Sparta naar de bergpas van Tempe in Noord-Thessalië, waar de coalitie aanvankelijk van plan was de Perzen op te wachten, is moordend. De afstand alleen al: zo’n 390 kilometer te voet over veel berg en weinig dal. In de loden hitte van de zomer zijn de wapenrustingen van hoplieten (zo’n 32 kilo) veel te zwaar om te dragen. Ze moeten dus, samen met die van hun heloten, vervoerd worden met pakezels of in ossenkarren. En ook een voorraad voedsel voor die dieren moet mee. Er is ook nog een pak werk onderweg dat voor vertraging zorgt. Wegen moeten hersteld of verbreed worden en iedere avond wordt een kampement voor de nacht ingericht. Er worden ook constant offers gebracht om gunstige voortekens te verkrijgen. Bij het vertrek, aan de grens, bij het oversteken van rivieren, iedere morgen sowieso, bij het bepalen van de geschikte plaats en tijd voor de slag en vlak ervoor.
Maar waarom worden dan geen paarden ingezet? De Assyriërs en de Perzen hebben al heel lang een geïntegreerd leger, met cavalerie-eenheden, maar de Grieken blijven halsstarrig vasthouden aan hun simplistische, statische falanxtactiek. Omdat hoplieten tot de conservatieve middenklasse van grondbezitters behoren en die lossen hun conflicten op volgens een traditionele (ere)code, in een fair gevecht van man tegen man, met gelijke wapens. Trouwens, het ruwe Griekse berglandschap is niet geschikt voor paarden en de zwaar bewapende hopliet ook niet voor evenwichtsoefeningen op een paard zonder hoefijzers, zadel of stijgbeugels.

 

Impressie van Spartaanse hoplieten. (istock/gettyimages)

 

Olympische bestand

In het Griekse kamp heerst grote angst. Het Perzische leger is ongezien groot en de inwoners van de meeste Griekse poleis zijn ofwel gevlucht of hebben een niet-aanvalspact gesloten met de Perzen. De Spartanen, die hebben nooit angst. Maar hoe komt het dat ze met zo weinig zijn in de Thermopylen? Eigenlijk niet meer dan een voorhoede. Eén: de Olympische Spelen komen eraan, het Olympische bestand is reeds afgekondigd. Twee, specifiek voor de Spartanen: ook het Karneia-festival ter ere van stadsgod Apollo. De Spartanen zijn zeer nauwgezet in het bijwonen van religieuze feesten, en ze vinden dat ze niet hun volledige legersterkte kunnen sturen. Maar de coalitie heeft de Spartanen nodig, dus moeten ze minstens een positief gebaar stellen.

 

 

Magische 300

Nog een interessante vraag: waarom exact 300 Spartiaten, amper vier procent van de totale legermacht van 7.500 à 8.000 hoplieten? Ook weer twee redenen. Ten eerste werd 300 beschouwd als een efficiënt getal voor elitestoottroepen. Ten tweede had het getal 300 in Sparta een sterke symbolische betekenis. Het was namelijk het aantal soldaten van de koninklijke lijfwacht, de hippeis. Die werden na een strenge selectie gekozen uit de leeftijdsklassen van 22- tot 29-jarigen. Maar deze keer was er nog een extra criterium. De uitverkorenen moesten allemaal een nog levende zoon hebben, en dus waren de meesten dertig jaar of meer. De lijn van elitestrijders moest immers ononderbroken voortgezet worden. Leonidas zelf was ongeveer vijftig jaar oud, hij nam zijn minderjarige zoon Pleistarchos mee. Wat aantoont dat de expeditie eigenlijk niets anders was dan een zelfmoordactie, en dat iedere deelnemer dat wist. Ook Gorgo, de vrouw van Leonidas. Toen hij vertrok, vroeg ze hem of hij nog een speciale opdracht had voor haar. Hij antwoordde: ‘met goeie mannen trouwen en goeie kinderen baren’. Buiten die 300 Spartiaten bestond de Spartaanse delegatie nog uit 1.000 heloten en 900 à 1.000 perioiken. Dat bracht hun aantal op 4.000, volgens Herodotos. Het totale coalitieleger van de Grieken bij Thermopylae was zo’n 7.000 man sterk.

 


Het landschap rond Sparta. (istock/gettyimages)

 

De ultieme motivatie: eer en schande

Spartanen die buiten de grenzen sneuvelden, werden gewoonlijk ter plaatse begraven. In Sparta zelf kregen ze een grafsteen met hun naam en de inscriptie ‘IN DE STRIJD’. Na Thermopylae kregen 298 van de 300 gesneuvelde Spartanen als eerbetuiging een officieel oorlogsmonument: een gedenkstèle met hun namen. Maar er ontbraken twee namen: die van Pantites en Aristodamos. Pantites was tijdens de slag op diplomatieke missie in Thessalië. Hij verhing zich na zijn terugkeer naar Sparta uit survivor guilt. In Sparta heerste immers een sterke ‘eer- en schaamtecultuur’. Aristodamos was een ander geval. Hij had een oogontsteking, beweerde dat hij tijdelijk blind was en besloot voor de strijd te passen. Zogezegd om later eervol te sterven. Maar in Sparta deed een ander verhaal de ronde. Hij was voor het gevecht uitgestuurd als gezant en treuzelde tot het gevecht voorbij was. De ‘lafaard’ werd na zijn terugkeer in Sparta als een outcast behandeld, maar hij wachtte op een gelegenheid tot eerherstel. Die kans kreeg hij tijdens de slag bij Plataeae een jaar later. Hij stond er in de frontlinie. Maar dan beging hij de zwaarste fout. Op zoek naar een gewisse heldendood, verbrak hij de rangen en rende als een razende op de vijand af. Hij stierf inderdaad de heldendood, maar eerherstel was er niet bij: hij had zijn persoonlijk belang immers boven dat van het algemeen gesteld.

 

Een Perzische krijger.

 

Gekruisigd en onthoofd

Uitzonderingen op de begraving ter plaatse werden soms gemaakt voor koningen. Hun lichaam kon naar Sparta overgebracht worden voor een staatsbegrafenis. Maar meestal werd een beeld van hen vervaardigd (eidolon, ons woord idool), dat naar Sparta vervoerd werd op een rijk versierde katafalk. De Perzen hadden het verminkte lichaam van Leonidas gekruisigd en onthoofd. De Spartanen kregen het pas opnieuw in hun bezit, nadat het Perzische leger verder naar het zuiden was doorgestoten. Tegen die tijd was het in een verregaande staat van ontbinding en waarschijnlijk onherkenbaar. Veertig jaar later werd het euvel alsnog hersteld. Een detachement Spartanen werd naar de pas van Thermopylae gestuurd om er de resten van Leonidas op te halen. Ze werden met de grootste eer in Sparta herbegraven.

 

Monument voor de gesneuvelde Thespiërs in Thermopylae (1997).

 

De Spartaanse mythe ontkracht

Thermopylae, en vooral de finale overwinning in Plataeae het jaar daarop, bezorgden Sparta en de Spartanen meer dan twintig eeuwen roem als onverzettelijke verdedigers van de vrijheid. De perioiken, de heloten en de 700 Thespiërs, die ook hun leven gaven, werden verwezen naar de coulissen van de geschiedenis. Pas in 1997 kregen de Thespiërs hun monument. Het stelt de god Eros voor zonder hoofd en met een gebroken vleugel. Het eerste symboliseert hun onbekendheid, het tweede hun vrijwillige offer. Van de 400 Thebanen die zich ook slachtofferden, was en is al helemaal geen sprake meer.
De Spartanen zelf waren aanvankelijk de zelfbewuste propagandisten van hun eigen mythe. Ze wisten van de nederlaag bij Thermopylae een grootse overwinning te maken. En uiteraard was Leonidas hun grootste troef. Het verhaal werd verspreid dat hij zijn bondgenoten voor het ultieme gevecht grootmoedig had laten vertrekken om hun levens te sparen en door zijn eigen ‘offerdood’ de profetie van het orakel van Delphi te kunnen afwenden. De met Perzisch geld betaalde Pythia had gedecreteerd dat alleen de dood van een Spartaanse koning de verwoesting van Sparta kon voorkomen.

 

De onsterfelijken uit het leger van Xerxes.

 

‘Vanavond dineren we in Hades’

En de legende werd nog verder opgepookt. Met Leonidas’ (verzonnen?) woorden ‘molon labe’ (kom ze halen), als antwoord op het verzoek van Xerxes om de wapens neer te leggen. En ‘vanavond dineren we in Hades’, toen hij zijn soldaten aanzette tot een stevig ontbijt, de morgen van de laatste dag. En ‘dan kunnen we in de schaduw vechten’, als boutade op de opmerking dat de Perzische pijlen de zon verduisterden. Te zijner ere werd het Leonidaea-festival gesticht en op de heuvel in Thermopylae verrees een monumentale leeuw met de inscriptie ‘Voorbijganger, ga en vertel aan de Spartanen dat wij, getrouw aan hun wetten, hier rusten’. Het getal 300 was de speerpunt van de reclamecampagne. Themistocles, de held van Salamis, werd na zijn officiële huldiging in Sparta – veelzeggend – uitgeleide gedaan door een escorte van 300 hoplieten. Alexander de Grote deed 146 jaar later ook nog zijn duit in het zakje. Na de overwinning op de gehate Perzen bij de Granicus stuurde hij als dankoffer 300 Perzische wapenrustingen naar Athene.

Bronzen standbeeld van Leonidas in Thermopylae. (istock/gettyimages)

 

 

Spartaanse ideaalstaat verbrokkelt

De propagandamolen van Sparta heeft eeuwenlang met succes gedraaid. Totdat het Dritte Reich Leonidas en de 300 voor zijn propaganda-kar spant. In 1942 vuurt Goering met hun heldendood zijn troepen aan voor de muren van Stalingrad en kort voor zijn dood, in april 1945, is het Hitler, die zijn staf er moed mee inspreekt in Berlijn. Maar: ’panta rei’, zoals Heraclitus zei. Leonidas’ inlijving door een fascistisch regime was de stap te ver. Sindsdien hebben Leonidas en zijn Sparta hun gouden aureool moeten inleveren. Er verschenen studies die de ondemocratische – zelfs autoritaire, dictatoriale – Spartaanse ideaalstaat hekelden. De materiële ongelijkheid tussen de omoioi, de slavernij van de heloten en de krypteia, de eugenetica, de verregaande corruptie en omkoperij, het ijzeren geld en de kapitaalvlucht van de allerrijksten, het imperialisme en het harteloze militarisme, het onmenselijke opvoedingssysteem… Het kan niet op. Iemand noemde de legendarische held van Thermopylae zelfs een ’egocentrische idioot’ en de Spartaanse stadstaat een communistisch systeem. Maar de Duitse historicus Beloch schoot ‘laconiek’ de scherpste pijl af: ‘Het enige voordeel van Leonidas’ nutteloze dood was dat het Griekse leger verlost was van een onbekwame opperbevelhebber.’
(Hugo Dupont)

(Openingsbeeld: Leonidas bij Thermopylae, Jacques-Louis David, 1814. (Louvre))

 

Lees nog veel meer interessante geschiedenis in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Momentum voor de gruwel

De notulen van de Wannseeconferentie vormen een uniek document. Letterlijk omdat van de dertig gemaakte kopieën er maar één exemplaar bewaard is dat na de Tweede Wereldoorlog is opgedoken. Figuurlijk omdat in geen enkel ander document van nazi-Duitsland de ideeën over de massamoord op de Joden zo samenhangend, duidelijk én cynisch zijn geformuleerd.

Lees verder

Kroniek

Vrouw mag niet veel

In zaal De Doele in Bolsward hield maandagavond 1 december 1908, 110 jaar geleden, de 'Vereeniging voor vrouwenkiesrecht' eene vergadering. Een van de sprekers was Mejuffrouw C.S. Groot, Presidente der afdeeling Hoorn. Spreekster toonde met aanhalingen uit ’t Burgerlijk Wetboek hoe weinig de Nederlandsche vrouwen mogen.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder