Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

11-11-18: Duitsland op de knieën

09 november 2018 Siebrand Krul

Na meer dan vier jaar oorlog gooide Duitsland in november 1918 de handdoek in de ring. In Compiègne tekenden de Duitsers de wapenstilstand, zoals de geallieerden de tekst hadden opgesteld. Nochtans leek het Duitse leger niet verslagen en hield het nog altijd het noorden van Frankrijk en het grootste deel van België bezet. Waarom wilde het land dan zo snel een wapenstilstand sluiten?

In het voorjaar van 1918 zat het westelijke front nog altijd muurvast. Het leek wel of de oorlog eindeloos zou duren. Een jaar geleden had het Duitse leger zich teruggetrokken op de Siegfriedstellung (de Britten noemden het de Hindenburglinie), een driedubbele verdedigingslinie met loopgraven en ontelbare betonnen bunkers, schuilplaatsen en geschutsopstellingen. Voor de geallieerde tegenstanders vormde deze linie een zo goed als ondoordringbare hindernis. Terwijl het Duitse leger zich sterker dan ooit ingegraven had, stapelden in het thuisland de problemen zich echter op.

 

In maart-april 1917 trekken de Duitsers zich terug achter de Siegfriedstellung; in het gebied dat ze verlaten, wordt de tactiek van
de verschroeide aarde toegepast: alles van waarde voor de vijand wordt verwoest. Op 24 maart poseert een Britse soldaat voor het
verwoeste stadhuis van Péronne. De Duitse soldaten lieten een boodschap achter. (Imperial War Museum, Londen)

 

Haperende oorlogsindustrie, toenemende sociale onrust

Naarmate de oorlog duurde, had de Duitse oorlogsmachine voortdurend behoefte aan meer wapens en munitie, uitrusting en materialen. Een vraag, waaraan de oorlogsindustrie steeds moeilijker kon voldoen. Om te beginnen kampte het land met een gebrek aan arbeidskrachten, want vele mannen hadden hun werkplunje ingeruild voor een militair uniform. Bovendien verhinderde de Britse zeeblokkade de aanvoer van alle mogelijke grondstoffen, zodat de tekorten al snel opliepen. Dat gold niet enkel voor de wapenindustrie, maar ook voor de aanvoer van levensmiddelen. Reeds in januari 1915 werd het brood op rantsoen gesteld. At de gemiddelde Duitser voor de oorlog nog 300 gram brood per dag, dan bedroeg dit in 1918 nog slechts 175 gram. Na een totaal mislukte aardappeloogst in 1916 moest de Duitse bevolking zich tijdens de Kohlrübenwinter tevreden stellen met koolrapen. Overal schoven huisvrouwen in lange rijen aan voor voedsel. In steden als Berlijn viel het geboortecijfer tot meer dan 50% terug. De meeste Duitsers woonden ondertussen in onverwarmde huizen, droegen versleten kleding en kapotte schoenen. In tal van steden braken massale stakingen uit, waarbij de stakers onmiddellijke vrede eisten, een verbetering van de voedselbevoorrading en het einde van de militaire controle over de Duitse fabrieken.

 

Ook in Péronne: de Duitsers zaagden bomen om om de doorgaande wegen te blokkeren. (Imperial War Museum)

 

Dictatuur van Hindenbrug en Ludendorff

In de zomer van 1916 moest de Duitse opperbevelhebber Erich von Falkenhayn plaats ruimen voor Paul von Hindenburg, wiens stafchef Erich Ludendorff er al snel in slaagde alle macht naar zich toe te trekken. De keizer werd terzijde geschoven en de facto veranderde Duitsland in een militaire dictatuur, waarbij Ludendorff de plak zwaaide. Hij was er rotsvast van overtuigd dat Duitsland de oorlog kon winnen, mits het land zich volledig ten dienste stelde van de Duitse oorlogsinspanning. Nadat keizer Wilhelm op Ludendorffs aandringen kanselier von Bethmann Hollweg ontsloeg, kregen niet langer de Duitse politici, maar de Oberste Heeresleitung het voortaan voor het zeggen.
In maart 1918 maakte de vrede van Brest-Litovsk een einde aan de oorlog met Rusland, en kon Ludendorff tientallen divisies overbrengen naar het westen, wat hem een numeriek overwicht op de geallieerden opleverde. Voorlopig althans, want ondertussen wist iedereen dat de massale aanvoer van Amerikaanse troepen (vanaf oktober 1917 aan het front) de slinger weer in het voordeel van de Entente zou doen omslaan. Toen de Verenigde Staten een jaar geleden Duitsland de oorlog had verklaard, beschikten zij slechts over een klein landleger, maar dat was ondertussen uitgegroeid tot een geduchte strijdmacht. ‘We moeten zo snel mogelijk toeslaan, nog voor de Amerikanen massaal troepen kunnen inzetten’, verklaarde Ludendorff. Hij besloot nog een keer alles op alles te zetten.
Op 21 maart 1918 startte Ludendorff aan de Somme zijn finale Kaiserschlacht. In een serie offensieven wist hij telkens terrein te winnen, maar elke keer liep de aanval ook vast. De ‘slag van de laatste kans’ leken de Duitsers niet te winnen. Toen op 8 augustus de geallieerde legers in het tegenoffensief gingen en de Duitsers die dag 30.000 manschappen verloren – waarvan de helft zich zonder meer overgaf -, besefte Ludendorff dat zijn offensief mislukt was. In zijn memoires noemt hij 8 augustus de ‘zwarte dag’ van het Duitse leger. Vanaf augustus dreven de Amerikanen samen met de Fransen en de Britten – en vanaf september ook de Belgen – de Duitsers langzaam maar zeker terug in de richting van de Heimat. De traagheid van opmars en terugtrekking (waardoor op 11 november grote delen van Noord-Frankrijk en België nog altijd bezet waren) waren voor de Duitsers in 1940 een les die ze goed in de oren hadden geknoopt.

 

Generalfeldmarschall Hindenburg en generaal Ludendorff, september 1916. Van augustus 1916 tot oktober 1918 hadden zij de feitelijke macht in Duitsland in handen. Hindenburg was de hoogste in rang, maar Ludendorff bepaalde.

 

Onrust in Duitsland

Terwijl het geallieerde eindoffensief aan de gang was, pleegden keizer Wilhelm en minister van Buitenlandse Zaken von Hintze in het militaire hoofdkwartier in Spa overleg met opperbevelhebber von Hindenburg en generaal Ludendorff. Die laatste vertelde de keizer dat de toestand hopeloos was: het Duitse leger was aan het einde van zijn krachten en het Duitse front kon elk moment instorten. Een moedeloze Ludendorff stelde voor om met de geallieerden vredesonderhandelingen te beginnen op basis van de Veertien Punten, waarin de Amerikaanse president Wilson de voorwaarden had samengevat om een einde te maken aan de Eerste Wereldoorlog: onder meer teruggave en heropbouw van de bezette gebieden, ontwapening, vrije internationale scheepvaart en handel, zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren. Vanwege het snode plan van de Oberste Heeresleitung om het regeringssysteem te democratiseren (ten bate van een bredere steun voor een vredesverdrag, in feite het wegschuiven van de eigen verantwoordelijkheid) nam rijkskanselier von Hertling ontslag en werd opgevolgd door prins Maximilian ‘Max’ von Baden. Begin oktober zocht deze contact met Wilson om onderhandelingen op te starten, maar de Amerikaanse president verwees hem door naar de geallieerde opperbevelhebber maarschalk Foch. Hijzelf was alvast niet bereid om te onderhandelen met vertegenwoordigers van het militaire opperbevel of de Duitse monarchie. Met andere woorden: enkel indien de keizer zou aftreden, kon er gepraat worden. Dat was een stap die de Duitse regering voorlopig niet wou zetten. Ondertussen maakte Ludendorff totaal onverwacht een bocht van 180 graden en drong aan op een hervatting van de oorlog, die hijzelf nauwelijks een maand geleden als een verloren zaak had bestempeld. Maar de Duitse regering besefte dat het geen zin meer had. In de vroege ochtend van 26 oktober werd Ludendorff door keizer Wilhelm (eigenlijk Max von Baden) ontslagen. De volgende dag vertrok hij uit Spa. Hij zou de keizer nooit terugzien.

 

Honger in Duitsland, januari 1918: in de Berlijnse Invalidenstraße is een delicatessenwinkel geplunderd. (Imperial War Museum, Londen)

 

Opstand in Wilhelmshaven

In Duitsland zelf ging het van kwaad naar erger. In Wilhelmshaven weigerden de matrozen uit te varen: ze hadden geen zin om zich nog op te offeren nu het einde van de oorlog naderde. Wanneer de muitende matrozen in de gevangenis belandden, brak in Kiel een massale revolte uit. Onder de slogan ‘Frieden und Brot’ (‘Vrede en Brood’) eisten enkele duizenden matrozen zowel de vrijlating van hun makkers, het einde van de oorlog als een betere voedselbedeling. Tijdens een massademonstratie werd er geschoten en vielen er doden. Daarop kwam het tot een regelrechte opstand van meer dan veertigduizend matrozen, soldaten en arbeiders. Overal in Duitsland braken onlusten uit en ontstonden revolutionaire soldaten- en arbeidersraden. In München werd de Beierse koning Ludwig III afgezet en de republiek uitgeroepen. In Berlijn eisten betogers het aftreden van de keizer. Even leek het alsof communistische bolsjewieken naar de macht zouden grijpen, maar toen de Duitse sociaaldemocraten weigerden met hen samen te werken, leek alvast dat gevaar bezworen.

 

De delegaties voor de treinwagon in Compiègne. Tweede van rechts generaal Foch. Links van hem de Britse admiraal Wemyss, rechts schout-bijnacht Hope, tweede van links Maxime Weygand.

 

De gang naar Compiègne

In zijn hoofdkwartier stelde Foch ondertussen de voorwaarden voor een wapenstilstand op: de Duitsers moesten de bezette gebieden verlaten en hun militaire macht moest drastisch ingeperkt worden, Elzas-Lotharingen diende opnieuw Frans te worden, herstelbetalingen moesten de geleden schade vergoeden.
Nadat de hoofdkwartieren van Foch en Hindenbrug per telegram het verloop van de onderhandelingen hadden afgesproken, vertrok de Duitse delegatie onder leiding van de pas benoemde staatssecretaris Matthias Erzberger op 7 november met vijf wagens vanuit Spa. Het regende en de wegen lagen er glad bij. Nauwelijks hadden de Duitse wagens Spa verlaten, of de eerste wagen miste een bocht en belandde tegen de gevel van een huis. De tweede wagen reed erop in en beide wagens bleken goed voor de schroothoop. Even na acht uur bereikten de drie overblijvende wagens de Franse linies ten zuiden van Chimay, waar een plaatselijke wapenstilstand was afgekondigd. Van hieruit brachten Franse wagens de Duitsers naar Tergnier, zo’n tachtig kilometer verderop. De Duitsers waren ervan overtuigd dat ze met opzet een route volgden waar de verwoestingen van de oorlog het zwaarst waren. Midden in de nacht arriveerde de kolonne in het station van Tergnier, van waaruit ze per trein verder reisden. De Duitsers namen er plaats in het voormalige rijtuig van Napoleon III – de Franse keizer die in 1870 door de Pruisen verslagen werd. Nu preek zijn keizerlijke monogram ‘N’ opnieuw fier op de satijnen gordijnen.

 

Wilhelm als Brits admiraal, in 1891 geschilderd door Rudolf Wimmer. Waarschijnlijk door de keizer geschonken aan zijn grootmoeder, koningin Victoria.

 

Niets te bespreken

Rond acht uur in de ochtend hield de trein halt op een open plek – een clairière – in het bos van Compiègne. Verderop stond de trein van maarschalk Foch. Bij de ontvangst van de Duitsers, een uur later in zijn trein, vroeg hij hen koeltjes wat ze wensten. ‘De voorwaarden voor een wapenstilstand te bespreken’, luidde het antwoord. Foch repliceerde dat er niets te bespreken viel: ’Ik kan u enkel de voorwaarden meedelen waarop wij een wapenstilstand kunnen toestaan’. Daarop las generaal Maxime Weygand de voorwaarden van de geallieerden voor. Dat duurde bijna twee uur, want elke zin moest naar het Duits worden vertaald. Foch gaf de Duitsers 72 uur de tijd om de voorwaarden te ondertekenen. Een Duitse vraag om de periode met 24 uur te verlengen, werd geweigerd. Terwijl de klok tikte, zou de oorlog trouwens gewoon doorgaan.
Zodra het gesprek afgelopen was, vertrok kapitein von Helldorff – die als tolk bij de onderhandelingen aanwezig was – met de documenten naar het Duitse hoofdkwartier in Spa. In Compiègne voerden de Duitse onderhandelaars ondertussen gesprekken met generaal Weygand en de Britse admiraal Hope om een beter inzicht te krijgen in de eisen van de geallieerden. Foch zelf was niet in Compiègne gebleven.

 

Op de straatweg van Verdun naar Metz. Rechts luistert een Duitse officier naar het nieuws van de wapenstilstand dat een Franse commandant, links, hem toeroept. Het is 11 november, 11.35 uur. (Library of Congress)

 

Afkondiging van de wapenstilstand door generaal Foch, hier aan Australische troepen. (Library of Congress)

 

Keizer verdwijnt

Ondertussen drongen steeds meer Duitse politici er bij keizer Wilhelm op aan om af te treden. Daarmee hoopten ze zowel tegemoet te komen aan de voorwaarden van president Wilson als aan de eisen van de betogers in de Duitse straten. Vanuit Berlijn vroeg ook een zieke Max von Baden (sommige historici zeggen dat de kanselier geveld was door de heersende Spaanse griep, andere houden het op een zenuwinzinking nadat de keizerin dreigde zijn homoseksualiteit te openbaren) de keizer met klem om af te treden. Wilhelm verbleef op dat ogenblik opnieuw in het Duitse hoofdkwartier in Spa: officieel om zich te beschermen tegen de griep, maar wellicht eerder omdat hij zich met de recente onlusten in Berlijn niet langer veilig voelde. Omdat de keizer geen krimp gaf, koos Max von Baden ten slotte voor de vlucht vooruit: zonder het akkoord van Wilhelm verder af te wachten, kondigde hij op 9 november het aftreden van de keizer af. Om een einde te maken aan de onlusten, die tot een heuse revolutie dreigden uit te groeien, riep de sociaaldemocratische staatssecretaris Philipp Scheidemann daarop de republiek uit, waarna Max von Baden zijn ontslag gaf en als kanselier opgevolgd werd door de sociaaldemocratische Friedrich Ebert. In het bos van Compiègne kregen de Duitse onderhandelaars pas een dag later van de Fransen te horen dat hun keizer van het toneel was verdwenen.
(Mark De Geest)

 

Openingsbeeld: De ondertekening van de wapenstilstand in de wagon te Compiègne. Van links naar rechts: de Duitse admiraal Ernst Vanselow, graaf Alfred von Oberdorff van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, generaal Detlof von Winterfeldt, de Britse kapitein van de Royal Navy Jack Marriott, Matthias Erzberger, hoofd van de Duitse delegatie (later vanwege deze rol vermoord), de Britse rear-admiral George Hope, de Britse admiraal Rosslyn Wemyss, de Franse maarschalk Foch en de Franse generaal Maxime Weygand. Het beeld geeft de indruk van een ingekleurde foto, maar de weergave van het verkeerde meubilair bewijst dat het geschilderd is.

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder