Stelling

De zwarte Zwarte Piet verdwijnt - uiteindelijk

Stem

Agenda

Saskia eventjes thuis
Een van de meest persoonlijke meesterwerken van Rembrandt van Rijn, ‘Saskia en profil in kostbaar kostuum’ komt voor het eerst in ruim 250 jaar naar Nederland. Rembrandt voltooide het portret van zijn vrouw Saskia Uylenburgh kort na haar dood in 1642. Vanaf 24 november is het werk te zien in de tentoonstelling ‘Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ in het Fries Museum.
Schilder tussen de mensen
Van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer (ca. 1605-1638) is eigenlijk niet veel bekend. Hij werd geboren in Oudenaarde als zoon van een kartonschilder, maar woonde daar niet lang. Tijdens zijn turbulente leven zwierf hij door zowel de Noordelijke Nederlanden (Gouda, Amsterdam, Haarlem) als Zuidelijke Nederlanden. Hij stierf berooid in Antwerpen, waar hij ook nog enige tijd vastzat.

Al Capone, peetvader

22 oktober 2018 Siebrand Krul

Op z'n veertiende is Alphonse 'Al' Capone schoolverlater en belandt snel in allerlei kleine straatbendes. Hij leert snel de harde, fysieke kant van het leven als barman en uitsmijter. In een messengevecht raakt hij aan het gezicht gewond, wat hem de bijnaam ‘Scarface’ oplevert, tot zijn ergernis. Hij hecht er aan een goed imago. Liever heet hij ‘Snorky’: de goed geklede.

In razende vaart komt een zwarte Cadillac aangereden. Ineens gaat de bestuurder vol in de remmen en met gierende banden komt de wagen om 10.30 uur voor een vrachtwagengarage op Clark Street 2122 [N.] in Chicago tot stilstand. Portieren vliegen open, vier mannen springen eruit en rennen naar de poort. Twee van hen zijn in politie-uniform, alle vier zijn ze zwaar bewapend, hebben een geweer of een machinepistool in de hand.
De garage dient de North Side Gang als geheime opslag. Zeven criminelen tillen die 14de februari 1929, op Valentijnsdag, dozen illegaal gestookte sterke drank op de laadklep van een vrachtwagen. Als ze mannen in politie-uniform aan zien komen rennen, gooien ze hun pistolen op de grond, doen hun handen omhoog en gaan voor de garagemuur staan. Tot hun afgrijzen nemen de ‘agenten’ hen op de korrel en dan weerklinkt het geratel van machinepistolen en het blaffen van geweren. Met 150 kogels is het St. Valentine’s Day Massacre een feit.

 

Al Capone zorgde in de crisisjaren (hier februari 1931) voor gaarkeukens voor de werklozen van Chicago. Op het bord staat ‘Free Soup Coffee & Doughnuts for the Unemployed.’

 

De kranten staan er vol van en beschuldigende vingers zijn er ook genoeg, maar bewijzen ontbreken. ‘Alleen Capone doodt zo,’ zegt Bug Moran, de baas van de gedode gangsters en het vermoedelijke doelwit van de aanval (hij is de enig overgebleven concurrent van Capone in Chicago). Toevallig was hij op dat moment niet in de garage. De dertigjarige Capone heeft als leider van de Chicago Outfit dan al heel wat tegenstanders uit de weg geruimd. En na het ‘Valentijnsbloedbad’ is hij de koning van de onderwereld in het noorden van de VS.
Capone is alom gevreesd, door zijn eigen mannen, door zijn vijanden, maar ook door de hermandad en politici. Vierhonderd moorden worden aan hem toegeschreven. In 1929 staat hij op het toppunt van zijn macht. Hij heeft optimaal geprofiteerd van de keiharde en corrupte twenties in de VS.

 

‘Scarface’ Al Capone in het politieburo van Chicago na zijn arrestatie als publieke vijand nummer een.

 

Alphonse Capone wordt op 17 januari 1899 geboren in New York City. Zijn vader is kapper en stamt uit Napels. Het gezin telt negen kinderen. Alphonse, die door iedereen ‘Al’ genoemd wordt, is intelligent, maar ook opvliegend. Op z’n veertiende wordt hij van school gestuurd, omdat hij een lerares geslagen heeft. Hij hangt rond op straat, sluit zich aan bij bendes, vecht en is in steekpartijen verwikkeld. Hij houdt er twee diepe japen op z’n linkerwang aan over en de bijnaam ‘Scarface’. Capone gaat werken als uitsmijter in een bordeel, maar doet er allerlei duistere zaakjes naast. Als hij een Iers lid van een rivaliserende bende omlegt, moet hij weg uit New York. Hij trekt naar Chicago en sluit zich aan bij gangsterbaas John Torrio, die hij nog uit de onderwereld van zijn geboorteplaats kent. Twintig is hij nu en hij zit vol plannen. Hij runt bordelen en clandestiene kroegen in Cicero, een voorstad van Chicago. Zelfgestookte foezel en gesmokkelde whiskey spekken de kas van de maffia.

 

Capones strafblad bij de FBI in 1932, dat laat zien dat de meeste aanklachten zijn geschrapt, danwel geseponeerd.

 

Sinds 16 januari 1920 is de drooglegging in de VS van kracht. Het is verboden alcoholische dranken te produceren en te verhandelen. Toch hoeft er niemand droog te staan, want overal duiken clandestiene kroegjes op. Capone verdient flink aan de illegale waar, maar er ontbrandt ook een felle strijd tussen de syndicaten om de marktverdeling.
Hun ‘bieroorlog’ in Chicago eist meer dan duizend levens. Het echte dodental ligt veel hoger, want naar heel wat misdrijven wil de politie niet eens naspeuring doen. Rijkelijk smeergeld maakt dat ruim negentig procent van de zware misdrijven in die tijd onopgehelderd blijft.
Capone klimt binnen de Amerikaans-Italiaanse Cosa Nostra snel op. Hij dringt door tot de inner circle van Torrio’s syndicaat, de Chicago Outfit genaamd. Torrio heeft iemand nodig die problemen oplost, zonder al te veel de aandacht te trekken. Capone heeft de naam gewetenloos en uitgekookt te zijn. Nooit is zijn betrokkenheid bij een aanslag of moord bewezen. Als Torrio in 1925 door verscheidene kogels getroffen wordt en ternauwernood overleeft, trekt hij zich uit de business terug. Er is maar één opvolger mogelijk: Capone wordt als 25-jarige de leider van de Chicago Outfit.

 

Al Capones historische landhuis in Miami Beach.

 

Hij heeft zijn zinnen gezet op de verovering van heel Chicago, de Oostkust en het Midwesten. Dat komt hem op een paar aanslagen te staan, maar hij overleeft ze allemaal en slaat eigenhandig terug. Met Kerst 1925 rijden hij en vijf kompanen naar New York. In de ‘Adonis Club’ schieten ze drie mannen neer die het met Capone-getrouwen aan de stok gekregen hadden. ‘Big Al’ heet hij voortaan. De politie moet het in het verhoor doen met zijn verklaring dat hij naar de stad gekomen is om zijn oude moeder cadeautjes te brengen.
Capone sluit bondgenootschappen met invloedrijke mafiosi in de Verenigde Staten. Hij nodigt diverse peetvaders uit voor een vredesconferentie in Chicago. Hij geeft hun de verzekering hun kantoren niet in een schiettent te zullen veranderen. Ze worden het eens over een onderlinge verdeling van het noorden van de VS. Ieder van hen krijgt zijn eigen territorium. Capone houdt zich maar een paar jaar aan de afspraken en ontdoet zich in 1929, op Valentijnsdag, van de concurrerende North Side Gang.

 

In 1929 verbleef Alphonse ‘Scarface’ Capone acht maanden in deze cel. ‘The Philadelphia Daily Ledger’ berichtte dat de gangster allerlei privileges genoot, zoals dikke tapijten op de vloer, olieverfschilderijen aan de muur en een radio. De cel is teruggebracht in de staat toen Capone er vastzat en kan in de Eastern State Penitentiary worden bezocht.

 

In Chicago handelt Capone zijn zaken meestal in luxehotels af. Vijf suites huurt hij permanent in het Metropole Hotel, de nummers 406 t/m 410. Dat kost 1.500 dollar per dag – een enorme som. Maar geld is geen probleem voor Al Capone. Hij verdient aan prostituees, gokkers, hij haalt protectiegeld op bij slagerijen, garages, begrafenisondernemers en zelfs bij vuilnismannen. Het best verdient hij echter aan de verboden alcohol. Capone runt eigen brouwerijen en distilleerderijen, clandestiene kroegen (speakeasy’s) en levert zelfs aan gerenommeerde restaurants en hotels. In één enkel jaar levert zijn criminele concern een astronomische winst van honderd miljoen dollar op, een som die bij het huidige prijspeil gelijkstaat aan ettelijke miljarden. De winst investeert hij in legale ondernemingen, onder andere in wassalons (laundromats in het Engels). Daarmee is de naam voor een nieuw strafbaar feit geboren: money laundering, oftewel witwassen.
Niet lang daarna raakt de peetvader echter in zwaar weer. Zijn syndicaat is té groot, té machtig geworden. Als Herbert Hoover in 1929 president wordt, belooft hij de maffia op te rollen. Hij verklaart Al Capone tot staatsvijand nummer een. Honderden rechercheurs gaan op zoek naar belastend materiaal. Eliot Ness is een van hen. Als medewerker van prohibitiebureau sluit hij honderden distilleerderijen. Vergeefs probeert Capone Ness’ mensen om te kopen, wat hun de eretitel van ‘de onomkoopbaren’ (The Untouchables) oplevert. Toch weten ook zij Capones imperium niet te ontmantelen. Dat lukt pas in 1931, als belastinginspecteurs de boeken controleren. Ze ontdekken valse belastingaangiften. Capone heeft gefraudeerd en is de staat enkele honderdduizenden dollars schuldig.

 

Portretfoto van AL Capone in 1930.

 

Dat volstaat om hem voor de rechter te brengen. Die veroordeelt de peetvader tot elf jaar gevangenis – een draconische straf voor belastingfraude. Capone belandt in de gevangenis van Atlanta, daarna op het beruchte eiland Alcatraz voor de Californische kust bij San Francisco. Daar stellen de artsen bij hem een vergevorderde syfilis vast. Ziekte en ‘goed gedrag’ maken dat hij in 1939 op vrije voeten komt.
Capone brengt zijn laatste jaren op zijn landgoed in Florida door en overlijdt in 1947 als rijk man. Hij heeft dan de schade aan zijn reputatie weten te beperken. Zo gaat hij niet de geschiedenis in als de vuilste, maar als de machtigste maffiabaas van Amerika. Hij figureert in tal van romans en films. De moordpartij van Valentijnsdag heeft warempel een gewichtig aandeel in een filmkomedie. In ‘Some Like it Hot’ (1959) spelen Jack Lemmon en Tony Curtis twee getuigen van de slachting, die als vrouwen vermomd uit de klauwen van de maffia proberen te blijven. Met zulke lol had de ware Al Capone korte metten gemaakt. Die wist immers alle getuigen het zwijgen op te leggen.
(Hauke Friederichs)

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over de maffia, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Wilhelmina niet, Hendrik wel

Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft een buitengewoon aangenaam boek geschreven over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Tal van deels onbekende aspecten passeren de revue. Die Spelen wekten bij mij altijd de indruk dat ze gericht waren op Amsterdam en omgeving. Niet helemaal ten onrecht, zo blijkt uit het boek.

Lees verder

Kroniek

IJsberende keizer

Het is zes uur in de ochtend wanneer de dienstdoende sergeant bij de Limburgse grenspost Witte Huis te Eijsden een stoet van negen auto’s ziet naderen. Groot is zijn verbazing wanneer één van de inzittenden zich bekendmaakt als Wilhelm II von Hohenzollern, dat Nederland hem asiel wil verlenen en dat hij graag verder wil.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder