Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Maffia in New York

09 oktober 2018 Siebrand Krul

De Italiaanse gemeenschap in New York, bijgenaamd ‘Little Italy’, heeft omstreeks 1900 z'n problemen: woningnood, armoede – en maffiose afpersers. Politieagent Joe Petrosino pakt hen aan. Zijn levensverhaal is van de categorie waarvan je zou willen dat het een Netflix-serie was. Tot het tot je doordringt: dit zijn echte slachtoffers, echte moordenaars en echte politiemensen.

New York, april 1903, vroeg in de ochtend. Een gruwelijke aanblik: het lijk van een man, in een vat gepropt, de genitaliën hem in de mond gestopt. Bij de kleren van de dode vindt men een briefje met hanenpoten in het Italiaans. Geen van de agenten is die taal machtig. Tijd om ‘de Italiaan’, Joe Petrosino, erbij te halen.
Giuseppe Petrosino werd in 1860 geboren in de Zuid-Italiaanse provincie Salerno. Als dertienjarige komt hij met zijn familie naar New York, waar hij zijn voornaam verandert in Joe. Hij werkt als schoenpoetser en later bij de gemeentereinigingsdienst. Op z’n 23ste komt hij bij de politie en wordt de eerste Italiaan in de New York Police Department (NYPD).
Rond die tijd ontstaat in New York een Italiaanse wijk: Little Italy, een soort Napels in de Big Apple. Het is het gevolg van een massale exodus. Tussen 1876 en 1914 verlaten naar schatting veertien miljoen mensen Italië. De meesten richting VS, waar ze een beter leven hopen op te bouwen.
Maar Klein Italië heeft vele problemen. Er heerst armoede, woningnood, de inwoners worden gediscrimineerd – en hebben het met criminelen uit de eigen gemeenschap te stellen. In brieven dreigen gangsters met moord, ontvoering en brandstichting. Volgens schattingen krijgt niet minder dan negentig procent van de Italiaanse immigranten in de stad met afpersing te maken.

 

 

Joe Petrosino.

Vaak zetten de afpersers hun dreigementen kracht bij met een getekende hand – de gevreesde Mano Nera (zwarte hand). Toch behoren zij niet allen tot hetzelfde syndicaat. Meelopers doen hun voordeel met het te-ken, ook in andere steden, zoals Chicago. Ze hanteren vergelijkbare methoden – als waren ze franchisenemers. De meeste slachtoffers betalen. Wie zou hen ook kunnen helpen? De politie geeft vaak niet thuis.
Joe Petrosino wil zich daar niet bij neerleggen. Hij is een eenzaat, die een zwak heeft voor opera, maar tegelijk niet terugschrikt voor geweld. Zijn lichaam zou overdekt geweest zijn met littekens – een bonkige kerel, die met zijn 1 meter 60 eigenlijk te klein is voor de politiedienst. Petrosino kent alleen goed en kwaad. Zijn wereldbeeld mag simpel zijn, maar zijn methoden zijn geraffineerd. Hij rechercheert undercover, nu eens verkleed als bedelaar, dan als metselaar; hij heeft een voortreffelijk geheugen.
Zo komt hij heel wat misdaden op het spoor. Als hij onderzoek doet in het anarchistische milieu, krijgt hij lucht van plannen voor een aanslag op de president. Vice-president Theodore Roosevelt, ooit politiechef in New York en een oude vriend van Petrosino, seint president McKinley in, maar die ontkent het gevaar. Zo kan een anarchist in 1901 in Buffalo de republikein op de korrel nemen. Een paar dagen daarna bezwijkt McKinley aan zijn verwondingen.

 

Vito Cascio Ferro.

 

Little Italy in New York, omstreeks 1900.

 

Gelukkig heeft Joe Petrosino met de man in het vat meer succes. Hij komt achter de identiteit van de dode (inderdaad een Italiaan) en het café dat het vat kocht: het was ‘Stella d’Italia’, waar menig snood plan ge-smeed wordt, bijvoorbeeld door Giuseppe Morello, een van de Mano Nera-kopstukken. Ook andere gangsters lijken bij de moord betrokken, zoals Vito Cascio Ferro, die Italië ontvlucht is. Maar zoals in de geschiedenis van de maffiacriminaliteit zo vaak voorkomt, weten de verdachten zich aan strafvervolging te onttrek-ken.
Petrosino blijft de gangsterwereld op de huid zitten en dat komt hem op honderden doodsbedreigingen te staan, zegt Stephan Talty, schrijver van het boek The Black Hand uit 2017 in een interview met Vice.
In 1908 wordt Petrosino hoofd van de ‘Italian Squad’, een eenheid die zich speciaal met de georganiseerde misdaad in de Italiaanse gemeenschap bezighoudt. In 1909 reist hij onder valse naam naar Sicilië om be-wijsmateriaal te verzamelen. De misdaad opereert dan allang wereldwijd. Petrosino’s missie blijft niet lang geheim. Uitgerekend de chef van de New Yorkse politie verraadt de pers dat een van zijn mensen naar Italië reist. Petrosino is niet langer veilig. Waarschijnlijk heeft hij een afspraak met een informant als hij op 12 maart 1909 in de nabijheid van zijn hotel neergeschoten wordt. Achter de aanslag zou iemand zitten die Petrosino nog uit New York kent en nu weer op Sicilië woont: maffiabaas Vito Cascio Ferro. Bewezen is dat nooit.

 

Het lijk van Petrosino wordt thuisgebracht.

Het lijk van Petrosino wordt naar New York gebracht, waar 250.000 mensen de rouwstoet aan zich voorbij laten trekken. Daarna wordt de Italocop een filmheld, een romanfiguur. Momenteel werkt Leonardo DiCaprio aan een film over Petrosino en dat wordt vast de bloedstollende policier die de man dubbel en dwars verdiend heeft.
(Christine Richter)

(Openingsbeeld: Joe Petrosino (links) en zijn collega’s Carey en McCafferty begeleiden Thomas Petto, lid van de Lupo Morella-gang (tweede van links).)

 

Lees nog veel meer verhalen over de geschiedenis van de maffia in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder