Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Maffia in New York

09 oktober 2018 Siebrand Krul

De Italiaanse gemeenschap in New York, bijgenaamd ‘Little Italy’, heeft omstreeks 1900 z'n problemen: woningnood, armoede – en maffiose afpersers. Politieagent Joe Petrosino pakt hen aan. Zijn levensverhaal is van de categorie waarvan je zou willen dat het een Netflix-serie was. Tot het tot je doordringt: dit zijn echte slachtoffers, echte moordenaars en echte politiemensen.

New York, april 1903, vroeg in de ochtend. Een gruwelijke aanblik: het lijk van een man, in een vat gepropt, de genitaliën hem in de mond gestopt. Bij de kleren van de dode vindt men een briefje met hanenpoten in het Italiaans. Geen van de agenten is die taal machtig. Tijd om ‘de Italiaan’, Joe Petrosino, erbij te halen.
Giuseppe Petrosino werd in 1860 geboren in de Zuid-Italiaanse provincie Salerno. Als dertienjarige komt hij met zijn familie naar New York, waar hij zijn voornaam verandert in Joe. Hij werkt als schoenpoetser en later bij de gemeentereinigingsdienst. Op z’n 23ste komt hij bij de politie en wordt de eerste Italiaan in de New York Police Department (NYPD).
Rond die tijd ontstaat in New York een Italiaanse wijk: Little Italy, een soort Napels in de Big Apple. Het is het gevolg van een massale exodus. Tussen 1876 en 1914 verlaten naar schatting veertien miljoen mensen Italië. De meesten richting VS, waar ze een beter leven hopen op te bouwen.
Maar Klein Italië heeft vele problemen. Er heerst armoede, woningnood, de inwoners worden gediscrimineerd – en hebben het met criminelen uit de eigen gemeenschap te stellen. In brieven dreigen gangsters met moord, ontvoering en brandstichting. Volgens schattingen krijgt niet minder dan negentig procent van de Italiaanse immigranten in de stad met afpersing te maken.

 

 

Joe Petrosino.

Vaak zetten de afpersers hun dreigementen kracht bij met een getekende hand – de gevreesde Mano Nera (zwarte hand). Toch behoren zij niet allen tot hetzelfde syndicaat. Meelopers doen hun voordeel met het te-ken, ook in andere steden, zoals Chicago. Ze hanteren vergelijkbare methoden – als waren ze franchisenemers. De meeste slachtoffers betalen. Wie zou hen ook kunnen helpen? De politie geeft vaak niet thuis.
Joe Petrosino wil zich daar niet bij neerleggen. Hij is een eenzaat, die een zwak heeft voor opera, maar tegelijk niet terugschrikt voor geweld. Zijn lichaam zou overdekt geweest zijn met littekens – een bonkige kerel, die met zijn 1 meter 60 eigenlijk te klein is voor de politiedienst. Petrosino kent alleen goed en kwaad. Zijn wereldbeeld mag simpel zijn, maar zijn methoden zijn geraffineerd. Hij rechercheert undercover, nu eens verkleed als bedelaar, dan als metselaar; hij heeft een voortreffelijk geheugen.
Zo komt hij heel wat misdaden op het spoor. Als hij onderzoek doet in het anarchistische milieu, krijgt hij lucht van plannen voor een aanslag op de president. Vice-president Theodore Roosevelt, ooit politiechef in New York en een oude vriend van Petrosino, seint president McKinley in, maar die ontkent het gevaar. Zo kan een anarchist in 1901 in Buffalo de republikein op de korrel nemen. Een paar dagen daarna bezwijkt McKinley aan zijn verwondingen.

 

Vito Cascio Ferro.

 

Little Italy in New York, omstreeks 1900.

 

Gelukkig heeft Joe Petrosino met de man in het vat meer succes. Hij komt achter de identiteit van de dode (inderdaad een Italiaan) en het café dat het vat kocht: het was ‘Stella d’Italia’, waar menig snood plan ge-smeed wordt, bijvoorbeeld door Giuseppe Morello, een van de Mano Nera-kopstukken. Ook andere gangsters lijken bij de moord betrokken, zoals Vito Cascio Ferro, die Italië ontvlucht is. Maar zoals in de geschiedenis van de maffiacriminaliteit zo vaak voorkomt, weten de verdachten zich aan strafvervolging te onttrek-ken.
Petrosino blijft de gangsterwereld op de huid zitten en dat komt hem op honderden doodsbedreigingen te staan, zegt Stephan Talty, schrijver van het boek The Black Hand uit 2017 in een interview met Vice.
In 1908 wordt Petrosino hoofd van de ‘Italian Squad’, een eenheid die zich speciaal met de georganiseerde misdaad in de Italiaanse gemeenschap bezighoudt. In 1909 reist hij onder valse naam naar Sicilië om be-wijsmateriaal te verzamelen. De misdaad opereert dan allang wereldwijd. Petrosino’s missie blijft niet lang geheim. Uitgerekend de chef van de New Yorkse politie verraadt de pers dat een van zijn mensen naar Italië reist. Petrosino is niet langer veilig. Waarschijnlijk heeft hij een afspraak met een informant als hij op 12 maart 1909 in de nabijheid van zijn hotel neergeschoten wordt. Achter de aanslag zou iemand zitten die Petrosino nog uit New York kent en nu weer op Sicilië woont: maffiabaas Vito Cascio Ferro. Bewezen is dat nooit.

 

Het lijk van Petrosino wordt thuisgebracht.

Het lijk van Petrosino wordt naar New York gebracht, waar 250.000 mensen de rouwstoet aan zich voorbij laten trekken. Daarna wordt de Italocop een filmheld, een romanfiguur. Momenteel werkt Leonardo DiCaprio aan een film over Petrosino en dat wordt vast de bloedstollende policier die de man dubbel en dwars verdiend heeft.
(Christine Richter)

(Openingsbeeld: Joe Petrosino (links) en zijn collega’s Carey en McCafferty begeleiden Thomas Petto, lid van de Lupo Morella-gang (tweede van links).)

 

Lees nog veel meer verhalen over de geschiedenis van de maffia in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder