Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Lucky Luciano, crimineel genie

11 september 2018 Siebrand Krul

In de jaren dertig wordt de Amerikaanse maffia uitgebouwd tot een interstedelijk netwerk met tentakels tot in de hoogste politieke kringen. In 1998 publiceerde Time Magazine een lijst van de honderd invloedrijkste personen uit de 20ste eeuw. Daarin duikt ook de naam van Lucky Luciano op, de man die in de jaren dertig de machtigste maffiabaas van de VS was. Wat verschafte deze schurk de eer om in één adem met Henry Ford en Bill Gates genoemd te worden?

Luciano raakte al vroeg op het criminele pad, kort nadat hij als negenjarige met zijn ouders vanuit Sicilië naar New York gekomen was. Charles ‘Lucky’ Luciano zou zijn klasgenootjes afgeperst hebben. Wie niet dage-lijks een of twee cent aan hem afdroeg, kreeg een aframmeling. In de jaren twintig knapte hij het vuile werk op voor Joe Masseria, een van de kopstukken van de Cosa Nostra. Toen die in 1931 door een killerbende overhoop geschoten werd, geloofden de meesten dat Lucky Luciano daar de hand in had. De jonge Siciliaan besefte echter maar al te goed dat zulke bloedige afrekeningen niet alleen onnodig de aandacht van de poli-tie trokken, maar ook slecht waren voor de zaken: de lucratieve dranksmokkel.

 

Luciano en Meyer Lansky. Lansky, een geboren Russische jood en dus geen Italiaan, was een gewiekste zakenman die met zijn jeugdvriend Luciano de maffiasyndicaten tot een netwerk smeedde.

 

Pax Lucianica

Daarom nam hij zich voor de maffia op de schop te nemen en haar een nieuwe, bij het moderne Amerika pas-sende structuur te geven. Daarvoor moest dan nog wel zijn rivaal Salvatore Maranzano wijken, die waar-schijnlijk in opdracht van Luciano vermoord werd. Nu kon hij zijn plan verwerkelijken: de oprichting van een National Crime Syndicate (NCS), een federaal stelsel waarin alle maffiafamilies een gelijke plaats innamen, niet alleen die van New York, maar ook die in Chicago en Buffalo. Het NCS trok de grenzen van ieders ter-ritorium, zodat de families daarover geen bloedige twisten meer hoefden uit te vechten. Bij eventuele ge-schillen zette Luciano bemiddelaars in.

 

Politiefoto van Luciano (gespiegeld).

 

Kosher Nostra

Nieuw was verder dat de Amerikaanse maffia niet langer uitsluitend op Sicilianen vertrouwde, maar met ie-dereen samenwerkte die voor de NCS van nut kon zijn. Zo was het financiële genie Meyer Lansky Luciano’s rechterhand. Die kende hij nog van zijn schooltijd en maakte nu deel uit van het Joodse misdaadsyndicaat ‘Kosher Nostra’. Van nu af aan liep alles op rolletjes. Er werd veel minder geschoten in de New Yorkse maf-fiawereld – en des te meer met smeergeld gewerkt. De ontvangers waren politici, rechters, politiecommissa-rissen en andere invloedrijke personen. Zo ontstond in de jaren dertig een wijdvertakt crimineel netwerk in het Amerikaanse machtsapparaat. De Cosa Nostra breidde haar actieradius gestaag uit. Dankzij een over-vloed aan smeergeld controleerde zij al gauw de complete in- en uitvoer in de New Yorkse haven, de voor-naamste overslagplaats van het land.

 

In 1936 werd Luciano opgepakt, voor de 25ste keer; hij draagt handboeien. Duidelijk is zijn kleine postuur.

 

Vrouwenhandel

In 1933 kwam er een eind aan de drooglegging en zag Luciano zich gedwongen nieuwe inkomstenbronnen aan te boren. In de nu volgende jaren verdiende hij ook een fortuin met prostitutie en drugshandel – tot een ambitieuze officier van justitie zijn pad kruiste: Thomas Dewey wist in 1936 tientallen mensen uit de rosse buurten tegen Luciano te laten getuigen. Het kwam deze op een veroordeling wegens vrouwenhandel en een gevangenisstraf van dertig tot vijftig jaar te staan. Vreemd genoeg hoefde Luciano er daar maar tien van uit te zitten. Wellicht uit erkentelijkheid van de Amerikaanse regering voor de nuttige samenwerking in de Tweede Wereldoorlog?

 

 

Vakbonden

Na de Japanse overval op Pearl Harbor van 7 december 1941 en de Amerikaanse oorlogsverklaring nam de haven van New York een sleutelpositie in. Van hier vertrokken de wapen- en troepentransporten naar Euro-pa. Veel havenarbeiders waren echter van Duitse en Italiaanse afkomst, wat de Amerikaanse regering zorgen baarde. Het gevaar van spionage en sabotage was verre van denkbeeldig. Diende toen de gedachte aan Lucky Luciano zich aan? Het was een publiek geheim dat de maffia ook de havenarbeidersvakbond geïnfil-treerd had. Waren er soms contacten tussen de geheime dienst en Luciano? Dirigeerde die de zaken vanuit de gevangenis en zorgde ervoor dat havenarbeiders en zeelieden ‘schoon’ bleven? Natuurlijk zijn daar geen bewijzen voor, maar er is het een en ander dat voor deze veronderstelling spreekt. Zo werd Lucky Luciano in 1942 naar de gevangenis Great Meadows overgebracht, die een stuk dichter bij New York stond. Luttele vier jaar later kwam hij zelfs op vrije voeten en werd uitgewezen naar Italië. Daar (en op Cuba) leefde hij tot aan zijn dood in 1962 als keurige zakenman, naar verluidt.

 

In de lobby van hotel Excelsior in Rome, 1948.

 

Soort sentimental journey van Luciano naar Sicilië, 1948. Hij was op het eiland geboren.

 

Geheime missie

Waarschijnlijk behoort ook dat tot de vele legenden rond de persoon van Lucky Luciano. Voor hetzelfde geld was de spaghettifirma die hij in Italië oprichtte niet meer dan een dekmantel – voor een nieuw, interna-tionaal drugskartel en voor zijn verdere bemoeienis met de Amerikaanse maffia. Er zijn zelfs geruchten dat Luciano in 1943 bij de invasie van Sicilië met de geheime dienst van de VS samenwerkte. Hij zou namelijk bewerkstelligd hebben dat Amerikanen van Siciliaanse afkomst in de troepen opgenomen werden om de mafiosi op het eiland tot samenwerking te bewegen. Volgens anderen kozen die uit zichzelf de Amerikaanse kant, om zo de machtsposities terug te krijgen die ze onder het fascisme kwijt geraakt waren. Tot op de dag van vandaag kan niemand met zekerheid zeggen of een van de invloedrijkste Amerikanen van de 20ste eeuw ook hier aan de knoppen zat.
(Karin Feuerstein-Prasser)

Lees nog veel meer verhalen over de geschiedenis van de maffia in de special van G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder