Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De taal van emigranten

11 september 2018 Siebrand Krul

Al eeuwenlang verlaten Nederlanders en Vlamingen hun land om elders een nieuw leven op te bouwen. Hun moedertaal geven ze vaak snel op in den vreemde, zo wordt gezegd. Maar hoe Nederlandse emigranten omgaan met hun taal en identiteit is tot nu toe nooit systematisch onderzocht. Nicoline van der Sijs wil daar verandering in brengen met het project Vertrokken Nederlands.

Voor landverhuizers, zoals ze vroeger werden genoemd, emigranten na de Tweede Wereldoorlog, waren Canada, Australië en de Verenigde Staten populaire bestemmingen. De emigratiegolf werd gestimuleerd door de overheid, omdat er ruimte moest komen op de arbeids- en huizenmarkt. Ook de angst voor (Russisch) communisten speelde een rol.
Anders dan in de jaren vijftig trekken de huidige emigranten eerder naar een naburig land, dan naar een ander continent. Ook spelen economische motieven vandaag de dag een minder grote rol bij emigratie. Hoewel economische welvaart emigratie nu misschien vaker mogelijk maakt. Bovendien zijn er onder de huidige emigranten veel mensen met een migrantenachtergrond, die terugkeren naar hun moederland. Ook vanuit Vlaanderen vertrekken steeds meer bewoners.

 

Minder voor de hand liggend, en daardoor een beetje in de vergetelheid geraakt, is de emigrantenstroom naar Zuid-Afrika.

 

Makkelijk Engels

Van Nederlanders en Vlamingen wordt vaak gezegd dat zij in den vreemde hun moedertaal snel opgeven, om over te stappen op de taal die in het nieuwe land gesproken wordt. Zo deed de Groningse hoogleraar communicatiewetenschappen Kees de Bot onderzoek naar emigranten in Australië. De Nederlanders daar stapten massaal over op het Engels. Waarschijnlijk omdat ze onderling weinig contact hadden en omdat ze trots waren op hun vreemde talenkennis. Maar dat geldt specifiek voor de deelnemers aan dit onderzoek in Australië, dat inmiddels meer dan twintig jaar oud is. Op grote schaal is naar het Nederlands in het buitenland maar weinig onderzoek gedaan. Daarom gaat een groep onderzoekers onder leiding van Nicoline van der Sijs nu van start met een pilot voor het onderzoeksproject Vertrokken Nederlands. Aan het project werken taalkundigen, letterkundigen en historici van het KNAW Humanities Cluster mee, en onderzoekers van verschillende universiteiten en de Nederlandse Taalunie.

 

In 2013 speelde Pier21 met veel succes het Friestalige stuk De Emigrant, met in de hoofdrol Freark Smink. Het verhaalt over de dramatische lotgevallen van een boerenzoon die in Canada met veel vallen en opstaan een nieuw bestaan opbouwt en op zijn oude dag terugkeert.

 

Ambassadeurs gezocht

Nicoline van der Sijs was al langer geïnteresseerd in Nederlands over de grenzen. Zo schreef ze de boeken Yankees, cookies en dollars. De invloed van het Nederlands op de Noord-Amerikaanse talen en Nederlandse woorden wereldwijd, over Nederlandse woorden die andere talen geleend hebben (http://www.meertens.knaw.nl/uitleenwoordenbank/). In het onderzoeksproject Vertrokken Nederlands gaat het vooral om de taal en identiteit van hedendaagse Nederlandse emigranten. Van der Sijs: ‘Vragen waarop we een antwoord zoeken, zijn bijvoorbeeld hoe de moedertaal van Nederlandse en Vlaamse emigranten verandert. Maar ook wat de houding van emigranten is tegenover de Nederlandse taal en de taal of talen van hun immigratieland. Of en hoe ze hun moedertaal doorgeven aan de volgende generatie en hoe ze hun identiteit bewaren.’
Om die emigranten te bereiken wil ze in eerste instantie een groot netwerk creëren van wetenschappers en niet-wetenschappers. Onderzoek waarin ook mensen buiten de wetenschap een actieve rol spelen wordt ook wel aangeduid met de Engelse term Citizen Science, of in het Nederlands: Burgerwetenschap. Mensen in het buitenland die beschikken over een netwerk van Nederlandse emigranten kunnen zich aanmelden als ambassadeur. Via de Facebookgroep Vertrokken Nederlands – Emigrant Dutch kan iedereen observaties aandragen over het Nederlands dat in zijn of haar omgeving wordt gesproken. Ook bestaat de mogelijkheid om vragen aan onderzoekers te stellen of suggesties te doen voor onderzoeksvragen.
“Via onder meer internationale organisaties, docentennetwerken, sociale media en familieleden in Nederland en Vlaanderen willen we mensen oproepen mee te helpen met het grootste onderzoek dat ooit is uitgevoerd naar de positie van het Nederlands in het buitenland”, aldus Van der Sijs.

 

 

Vergelijkend onderzoek

Grootschalig onderzoek maakt het mogelijk om op den duur allerlei data met elkaar te vergelijken: de nieuwe taalvariëteiten zoals gesproken door hedendaagse emigranten kun je vergelijken met Nederlandse variëteiten die een oudere oorsprong hebben, zoals het Surinaams-Nederlands of het Afrikaans. Je kunt de taal van emigranten vergelijken met de taal zoals die in Nederland en Vlaanderen wordt gesproken. Maar ook is het mogelijk om variatie van het Nederlands wereldwijd te onderzoeken: hoe verschilt het Nederlands in Australië van het Nederlands in Canada, en van dat in Zweden? En wat zijn de verschillen tussen generaties?
Hoe groot het onderzoek wordt is nog afhankelijk van toekomstige subsidies. Vooralsnog wordt een begin gemaakt met het aanleggen van een wereldwijd netwerk van Nederlandse emigranten. De Nederlandse Taalunie stelt hiervoor een subsidie beschikbaar. Als dit netwerk er eenmaal is, kunnen allerlei soorten onderzoek van de grond komen. En dan pas kunnen we met zekerheid zeggen of Nederlandse en Vlaamse emigranten wel of niet snel afstand doen van hun moedertaal.

Meer informatie
Iedereen die mee wil werken aan het onderzoek, ideeën heeft of gewoon op de hoogte gehouden wil worden van het onderzoek kan een berichtje sturen naar Nicoline van der Sijs: post@nicolinevdsijs.nl. Meer informatie over het project vindt u ook onder de eerste drie onderstaande links.
Bronnen
http://www.neerlandistiek.nl/2018/04/vertrokken-nederlands/
http://www.meertens.knaw.nl/vertrokken-nederlands/

Ik vertrek! Emigratie uit Nederland vroeger en nu


(door Mathilde Jansen, in Nieuwsbrief Meertens Instituut, 8 juni 2018 nieuwsbrief@meertens.knaw.nl

(Openingsbeeld: De familie Heersink vertrekt definitief naar Canada. (Openluchtmuseum))


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder