Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De lommerd, voor armen en pechvogels

11 september 2018 Siebrand Krul

Snel geld nodig zonder lening af te sluiten? Dat kan: je geeft iets waardevols in pand in ruil voor geld. Bedoeling is dat het na enige tijd wordt opgehaald en het geleende bedrag terugbetaald. Gebeurt dat niet, dan wordt het object geveild. De ‘bergen van barmhartigheid’ weten zo al eeuwenlang succesvol stand te houden. De berg van barmhartigheid in Brussel, opgericht in 1618, is de oudste nog bestaande openbare leenkas van de Zuidelijke Nederlanden.

In die 400 jaar is de werking steeds hetzelfde gebleven. Enkel objecten die hun waarde behouden zoals juwelen, uurwerken of schilderijen worden aangenomen. De pandgever krijgt voor een periode van enkele maanden een bedrag dat overeenstemt met vijftig tot zeventig procent van de geschatte veilingwaarde van het aangeboden kleinood. Na die periode kan de lening verlengd worden. Indien de pandgever geen teken van leven geeft, wordt het object geveild. Het principe van de openbare leenkassen werd in 1462 in het Italiaanse Perugia uitgeprobeerd door enkele notabelen op aandringen van de bedelmonnik Barnabé de Terni. Hij wou daarmee de zieltogende arbeiders, ambachtslieden en handelaars helpen die woekerrenten van 60% tot 130% voor kortlopende leningen kregen aangerekend bij Lombarden (dikwijls afkomstig uit Piëmont) en Joden. Het Vaticaan, die het vragen van woekerrente als zonde bestempelde, steunde het initiatief en in talrijke Italiaanse steden ontstonden leenbanken. De naam van de leenbank monte di pieta betekent letterlijk krediet uit barmhartigheid.

 

Streng en beveiligd. De Berg van Barmhartigheid in Brussel. (Coll. Mont de Piété)

 

Lombarden

Het principe kwam ook naar de Nederlanden overgewaaid. Keizer Karel V besliste in 1523 om de oprichting van leenbanken mogelijk te maken om tegen een vaste rente geheime woekerpraktijken te ontmoedigen. In 1538 richtte de in Antwerpen residerende Lombard Parenty de Pogio in Gent een leenbank op. Pandgevers brachten veelal kleren binnen. De economische waarde van oude kleren bleef hoog als gewilde grondstof voor de papierproductie. Maar deze private leenbanken – lommerd genoemd naar de roepnaam van de uitbaters, lombarden – bleven controversieel. De toelating werd meestal voor een (verlengbare) periode van tien jaar verstrekt. Toch verspreidde het systeem met private leenbanken zich over de Habsburgse Nederlanden, o.a. in Nieuwpoort en Kortrijk (1544), Ieper (1546), Hulst (1547) of Sluis (1548).

 

De Stadsbank in Amsterdam, die nog steeds bestaat.

 

Barmhartigheid

De Tachtigjarige Oorlog zorgde voor enorme economische problemen bij ambachtslieden en handelaars, zeker in de Zuidelijke Nederlanden. Voor diegenen die niet gevlucht waren, wilde Wenceslaus Cobergher (1561-1634), raadsheer en hofarchitect van de aartshertogen Albrecht en Isabella, officiële leenbanken oprichten. Daar zou men tegen een lage rente geld kunnen lenen, het eerste jaar 15%, vanaf het tweede jaar maximaal 12%. Cobergher kreeg op 9 januari 1618 opdracht om een systeem van officiële leenbanken of pandhuizen uit te bouwen. Op 28 september 1618 opende het eerste pandhuis of Berg van Barmhartigheid in Brussel in de Lombardstraat in de buurt van de Grote Markt. Tot 1634 stichtte Cobergher nog veertien andere pandhuizen, zoals in Mechelen (1619), Antwerpen (1620), Gent (1622) en Brugge (1628). In 1630 was het de beurt aan Kortrijk, bijna alle andere pandhuizen werden in Frans-Vlaanderen opgericht. De private leenkassen kregen het steeds moeilijker, zeker omdat de officiële bergen van barmhartigheid tal van privileges kregen waar de private geen recht op hadden. Na de Vrede van Münster kwamen er nog enkele leenbanken bij, zoals Ieper (1665) en Leuven (1782). In de Noordelijke Nederlanden waren ook officiële lommerds of pandjesbanken actief, niet vanuit de centrale overheid, maar gesticht door stedelijke overheden zoals de nog steeds werkende in Amsterdam (1614). Steden zoals Hoorn en Rotterdam (1635), Oudewater (1642) en Vlissingen (1645) volgden. Verder in de Gouden Eeuw werd er in Gouda (1654) en in Den Haag (1673) nog een pandhuis geopend.

 

Het motto van de Gentse leenbank: armen kunnen zonder interest lenen. (Stadsarchief Gent)

 

Teloorgang

De ‘Belgische’ Bergen van Barmhartigheid kregen het na de Franse annexatie eind 18de eeuw moeilijk door het verplichte gebruik van waardeloze assignaten en vele hielden ermee op. Private leenbanken hielden beter stand, ondanks aanhoudende klachten over woekerpraktijken. De nieuwe Franse wet van 1804 liet toe dat oude officiële leenbanken heropend werden. Bij Koninklijk Besluit van 1826 regelde de regering een stelsel van officiële leenkassen, te controleren door de lokale overheid. Het bankwezen kende in de 19de eeuw een enorme groei en regulering, waardoor woekerrentes en het tijdelijk afstaan van kostbaarheden tot het verleden behoorden. Bijgevolg sloten de pandjeshuizen na de Eerste Wereldoorlog een na de ander de deuren. In 1920 gaven Brugge en Kortrijk er de bui aan. In Gent (Abrahamstraat) gebeurde dat in 1929 en in Antwerpen (Venusstraat) in 1946. Enkel Brussel bleef bestaan.
(Harry van Royen)

(Openingsbeeld: De Berg van Barmhartigheid in Gent, naar een ontwerp van Cobergher. Illustratie in Flandria Illustrata van Sanderus.)

 

Lees het volledige artikel, en nog veel meer historisch interessants, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder