Stelling

De zwarte Zwarte Piet verdwijnt - uiteindelijk

Stem

Agenda

Saskia eventjes thuis
Een van de meest persoonlijke meesterwerken van Rembrandt van Rijn, ‘Saskia en profil in kostbaar kostuum’ komt voor het eerst in ruim 250 jaar naar Nederland. Rembrandt voltooide het portret van zijn vrouw Saskia Uylenburgh kort na haar dood in 1642. Vanaf 24 november is het werk te zien in de tentoonstelling ‘Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ in het Fries Museum.
Schilder tussen de mensen
Van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer (ca. 1605-1638) is eigenlijk niet veel bekend. Hij werd geboren in Oudenaarde als zoon van een kartonschilder, maar woonde daar niet lang. Tijdens zijn turbulente leven zwierf hij door zowel de Noordelijke Nederlanden (Gouda, Amsterdam, Haarlem) als Zuidelijke Nederlanden. Hij stierf berooid in Antwerpen, waar hij ook nog enige tijd vastzat.

De Birmese Dodenspoorlijn

11 september 2018 Siebrand Krul

Tijdens de Japanse bezetting van Zuidoost-Azië in de Tweede Wereldoorlog bouwden tienduizenden geallieerde krijgsgevangenen een spoorlijn dwars door Siam en Birma, ruim 400 kilometer lang. Uitsluitend handenarbeid met primitief materieel, onder onmenselijke omstandigheden en in een moordend tempo. In deze hel stierven onder meer 3.000 Nederlanders, weggevoerd uit toenmalig Nederlands-Indië.

Voor Japan was het een belangrijke strategische verbinding, toen de weg over zee te gevaarlijk was geworden. Het grootste deel van de dwangarbeiders overleefde de aanleg van de Birmaspoorweg niet.
In december 1941 begonnen de Japanners aan hun opmars. Na hevige gevechten versloegen ze het jaar daarop de Britten en veroverden Singapore en Nederlands-Indië. Op zoek naar een veiligere bevoorradingsroute tussen Birma (thans Myanmar) en Siam (thans Thailand) werd de Birmaspoorlijn aangelegd, berucht als de Dodenspoorlijn. Ook wilden zij het spoorwegnet gebruiken om een aanval op India voor te bereiden. Per spoor zouden de troepen vlotter kunnen aangevoerd worden. Het besluit om de spoorweg te bouwen werd genomen na de beslissende nederlaag van de Japanse marine in de slag van Midway in juni 1942, waardoor die haar overwicht op zee had verloren.

 

 

Massale dwangarbeid

In 1942/43 zetten de Japanners 68.000 krijgsgevangenen en dwangarbeiders aan het werk om die spoorweg aan te leggen, die Birma (Myanmar) met Siam (Thailand) moest verbinden door de bergachtige jungle, om zo de veilige doortocht van militair materieel te verzekeren tussen Singapore en Bangkok en het Japanse front in Birma. De tot dan toe gebruikte zeeroute was immers te gevaarlijk geworden. Niet enkel de bevoorrading, maar ook de verbinding met India speelde een belangrijke, strategische rol in de bouw van de spoorlijn. De Britten hadden de aanleg ervan al in 1910 overwogen, maar het plan snel laten varen vanwege het bergachtige landschap en de tropische hitte. Gevangen genomen Britten, Australiërs, Nieuw- Zeelanders, Amerikanen, Denen en Nederlanders werden gebruikt als dwangarbeiders, of juister, slaven. Dag-in, dag-uit werden ze tot het uiterste gedreven om de bouw van de spoorlijn zo snel mogelijk te voltooien, 415 kilometer lang: 263 in Siam en 152 in Birma. Naast de krijgsgevangenen werden ook meer dan 200.000 Aziatische arbeiders ingezet, Chinezen, Tamils en Indonesiërs die onder valse voorwendselen waren geronseld.

 

Krijgsgevangene W.F. Brinks maakte ter plekke een reeks tekeningen; hier de kookplaats in Kamp Rintin, 9 juni 1943.
(Museon Den Haag)

 

In het vuur van de hel

Vanaf juni 1942 werkten twee ploegen van de eindpunten – Ban Pong in Siam en Thanbuyuzayat in Birma – naar elkaar toe. Alle krijgsgevangenen werden in groepen onder de vele kampen verdeeld die naast de rivieren Kwai Yai en Kwai Noi waren opgericht. Zodra een deel van het traject klaar was, stuurde men de gevangenen naar een ander kamp voor het volgende stuk, aanvankelijk tot honderd kilometer te voet, naarmate de spoorweg vorderde met de trein. Verscheidene bruggen waren nodig. Te Konyu moest dwars door een bergketen worden gehakt. Dag en nacht werd er gewerkt, sommigen krijgsgevangen soms wel achttien uur aan een stuk. ’s Nachts werden er fakkels doordrenkt met dieselolie aangestoken. Van bovenaf gezien leek het weghakken van de rotsen op taferelen uit de hel, de Australiërs noemden het daarom de Hellfire Pass, de pas van het hellevuur. Dit deel van slechts vijf kilometer eiste de hoogste tol. Honderden dwangarbeiders stierven er aan cholera, infecties, verwondingen, uitputting en andere ziektes; velen werden doodgeknuppeld.

 

De Hellfire Pass tegenwoordig.

 

In 1963 bezocht koningin Juliana de Thaise erevelden. Hier is ze bij de herstelde brug over de Kwai.

 

95.000 doden

Slechts driehonderd van de duizend tewerkgestelden overleefden het hellevuur. Op 17 oktober 1943 sloten de railtrajecten van Thailand en Birma op elkaar aan en na krap zestien maanden was de Birma-Siam-spoorlijn voltooid, hoewel Britse ingenieurs in 1910 hadden berekend dat de aanleg minimaal vijf jaar zou duren. De prijs die voor die snelheid werd betaald was hoog: naar schatting 15.000 geallieerde krijgsgevangen en 80.000 Aziaten lieten het leven, als gevolg van ziekte, ondervoeding, uitputting en mishandeling. Dit kwam neer op 38 doden per kilometer. Onder hen bevonden zich minstens 3.000 Nederlandse militairen.
Na de voltooiing moesten de gevangenen zorgen voor het onderhoud en voor het herstellen van de schade, veroorzaakt door de geallieerde bommenwerpers die ook nog eens doden en gewonden maakten, daar de werkkampen naast vitale punten lagen. Na de bevrijding bleven velen fysiek en mentaal getekend. Fred Seiker schreef zijn ervaringen neer onder de titel Opdat wij nooit vergeten; tot op hoge leeftijd bleef hij de Japanse wreedheden aanklagen. Hij overleed als een der laatste overlevenden in 2017, 101 jaar oud.

 

Tekening door Fred Seiker, de laatste Nederlandse overlevende.

 

Verre oorlogskerkhoven

Een groot aantal van de doden die aanvankelijk langs de spoorlijn waren begraven, zijn later bijgezet op drie erevelden: Chungkai en Kanchanaburi in Thailand en Thanbyuzayat in Birma. Deze werden aangelegd op initiatief van de Commonwealth War Graves Commission, de Britse zusterorganisatie van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Het grootste is dat van Kanchanaburi, 128 kilometer ten westen van Bangkok, waar ook het Death Railway Museum staat. De begraafplaats ligt er dichtbij het vroegere kamp Kanburi, dat als transit fungeerde voor de meeste gevangenen. Meer dan 5.000 slachtoffers onder wie 1.800 Nederlanders zijn hier begraven. Onder hen bevinden zich ook 300 mannen die in Nieke en Changaraya aan ziektes zijn overleden en gecremeerd. Hun as werd op deze begraafplaats bijgezet in twee graven. In Nederland staat een herdenkingsmonument op het voormalig landgoed Bronbeek in Arnhem.

 

F.G. Soeterik legde kort na de bevrijding zijn ervaringen vast in aquarellen. (Museon Den Haag)

 

De oorlogsbegraafplaats van Kanchanaburi in 2017. (Foto Storm Calle)

 

 

Twee bruggen over de Kwai

De filmklassieker van David Lean uit 1957, The Bridge on the River Kwai, werd het bekendste verhaal over de Birmaspoorlijn, hoewel hij een onjuiste voorstelling geeft van de feiten. Enkel Britse krijgsgevangenen komen in beeld, andere nationaliteiten komen niet aan bod. Een commando van de Special Air Service wordt door de jungle gestuurd om de houten spoorbrug met springladingen te vernietigen. Bloedstollend spannend, maar in werkelijkheid waren er in Kanchanaburi twee bruggen, één van staal en één van hout, 200 meter stroomafwaarts voor de aanvoer van materiaal; beide werden in april 1945 vernietigd door bombardementen van de geallieerden. Kritiek was er ook op de al te zachtaardige voorstelling van het kampleven en de dwangarbeid. De filmmakers waren evenwel van mening dat het publiek nog meer wreedheid niet had aangekund. Na de oorlog kwamen de Thaise en Birmese regering overeen om de spoorbanen vanaf hun grens tot op honderd kilometer landinwaarts te vernietigen. De Thaise regering kocht in 1947 de overblijvende spoorlijn op; Nederland participeerde in de opbrengst, wat dan weer aanleiding was voor de overlevenden om schadevergoeding te eisen. Tien jaar later werd het traject tussen Nong Pladuk en Nam Tok heropend, dat nog steeds in gebruik is. De stalen brug over de rivier Kwai werd hersteld en is nog in gebruik voor lokale treinen. Verderop kunnen bezoekers door de Hellfire Pass wandelen. Na 75 jaar is de rest van het Spoor des Doods door de jungle opgeslokt.
(André Capiteyn)

(Openingsbeeld: Aanleg van de Hellfire Pass.)

 

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Wilhelmina niet, Hendrik wel

Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft een buitengewoon aangenaam boek geschreven over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Tal van deels onbekende aspecten passeren de revue. Die Spelen wekten bij mij altijd de indruk dat ze gericht waren op Amsterdam en omgeving. Niet helemaal ten onrecht, zo blijkt uit het boek.

Lees verder

Kroniek

IJsberende keizer

Het is zes uur in de ochtend wanneer de dienstdoende sergeant bij de Limburgse grenspost Witte Huis te Eijsden een stoet van negen auto’s ziet naderen. Groot is zijn verbazing wanneer één van de inzittenden zich bekendmaakt als Wilhelm II von Hohenzollern, dat Nederland hem asiel wil verlenen en dat hij graag verder wil.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder