Stelling

Onze oliedorst financiert onze wapenindustrie

Stem

Agenda

Elamieten, Parthen en Seleuciden
Al decennia leven Iran en het Westen onder gespannen politieke verhoudingen, hetgeen bijdraagt aan een relatief grote onbekendheid met de Iraanse oude cultuur. De expositie Iran, bakermat van de beschaving in het Drents Museum belicht in een razend tempo het historisch enorm rijke land.
Dames van de barok
Welke rol speelden vrouwelijke kunstenaars in het door mannen gedomineerde Italië tussen de late Renaissance en de Barok? Deze vraag onderzoekt het Museum voor Schone Kunsten Gent in zijn najaarstentoonstelling. Aan de hand van een vijftig-tal topwerken brengt het museum de cruciale rol van de vrouw in de Italiaanse schilderkunst van 1580 tot 1680 aan het licht.

Haringvisserij op de Noordzee

08 augustus 2018 Siebrand Krul

Elk jaar gaat het Nederlandse haringseizoen van start met de traditie van de veiling veiling van het eerste vaatje Hollandse Nieuwe in Scheveningen, waarvan de opbrengst naar een goed doel gaat. Viswinkels trekken de uitbundigste versieringen uit de kast, haringparty’s worden steeds populairder. Vlaggetjesdag Scheveningen is het meest bekende visserijfeest en heeft de sterkste band met haring. Welke relatie heeft Nederland eigenlijk met deze zilverkleurige vis? En hoe ver gaat die geschiedenis terug?

In de 13de eeuw voeren Vlamingen en Zeeuwen steeds verder de zee op, richting Engeland, ter haringvangst. Vissers uit Holland, die zich tot dan toe voornamelijk hadden beperkt tot de rivier- en kustvisserij, zouden snel volgen. Brielle was in de Middeleeuwen de belangrijkste vissersplaats van Holland, gevolgd door Vlaardingen, Schiedam, Delfshaven, Rotterdam, Enkhuizen en De Rijp.
Om ver weg te kunnen vissen, was een goed zeewaardig schip nodig dat voldoende ruimte bood voor het verwerken en opslaan van de gevangen haring. Dat bleek de buis te zijn. Er was aan dek ruimte ingericht om het net binnen te halen, de haring te kaken, te zouten en te verpakken in houten tonnen. Dankzij die conserveringshandelingen kon de haring niet bederven en werden het vangst- en afzetgebied vergroot.
Naast de buis maakten de vissersplaatsen langs de Hollandse kust gebruik van een ander type schip namelijk de pink. Vanuit dit type ontwikkelde zich de bomschuit die tot in de 20ste eeuw in gebruik zou blijven. Dit logge houten schip, bijna vierkant, had een platte bodem waardoor het op het strand kon worden getrokken. Dat moest wel aangezien veel kustplaatsen zoals Scheveningen geen haven hadden. Bomschuiten voeren ook ter haringvisserij, maar gingen minder ver weg.

 

Buisjesdag in Vlaardingen 1765. De ter haringvisserij uitvarende schepen trekken veel bekijks. J. Swertner, tekening aquarel, 1765. (Het Scheepvaartmuseum Amsterdam)

 

College voor de Groote Visscherij

Het groeiende exportbelang van de Hollandse haringvisserij maakte regels en wetten noodzakelijk ter bescherming van de kwaliteit. Stedelijke regelgeving werd al snel gevolgd door nationale regelgeving. Over elk aspect was nagedacht: het productieproces van de houten tonnen, het te gebruiken zout, het net, het keuren dat aan de wal moest plaatsvinden en het merken van de tonnen. Het bleef niet bij het product alleen; er kwamen wetten en bepalingen op het gebied van het beschermen van de haringvloot en natuurlijk de gevoerde belasting. Het College voor de Groote Visscherij, omstreeks 1567 opgericht, zou voor dit alles zorgen. De bevoegdheden van dit college namen steeds meer toe. Het mocht zelf wetgeving maken, recht spreken en de overheidssubsidies verdelen. In 1795 werd het College onder invloed van de Franse overheersing opgeheven.

 

Het wapen van het College voor de Groote Visscherij met daarin wapenschilden van de vijf belangrijkste haringsteden. In het midden een haringbuis met daarop de Hollandse leeuw met twee gekroonde haringen in zijn klauwen, 18de eeuw. (Museum Vlaardingen)

 

Armoede

De Hollandse haringvisserij nam begin 15de eeuw een voorsprong op de Vlaamse en Zeeuwse visserij. Toch was het niet alleen maar een stijgende lijn geweest. De gevreesde Duinkerker kapers plunderden graag vissersschepen, pikten ze in of lieten ze na het leegroven zinken. Kapers waren een probleem, maar ook de talloze oorlogen die op zee werden uitgevochten. Vissersschepen waren gewild en relatief kwetsbaar omdat ze makkelijk op de visgronden te vinden waren. Ondanks de bescherming van oorlogsschepen waren de gevolgen vaak desastreus. In perioden van oorlog vaardigde men dan ook vaak een uitvaarverbod in. Voor menigeen betekende dat het einde van het bedrijf.
Een afnemende visserij bracht de gehele gemeenschap in nood. Vissersplaatsen waren sterk afhankelijk van een voorspoedige vangst: scheepswerven, kuiperijen, touwbanen en zeilmakerijen konden bestaan dankzij de visserij. Hele gezinnen waren ervan afhankelijk; jongens bijvoorbeeld werkten in die nevenbedrijven of gingen al op jonge leeftijd mee naar zee om daar het vak te leren. De visserijplaatsen kenden door de geschiedenis heen perioden van bittere armoede.
Daarbij kwam dat haring een seizoensproduct was. Van juni tot november viste men op haring. Met een beetje geluk kon een aantal vissers aansluitend aan de slag in de wintervisserij op kabeljauw en schelvis of vond werk aan de wal. In die paar zomer- en herfstmaanden moest dus flink worden verdiend om de overige maanden niet om te vallen van de honger. De start van het haringseizoen was dan ook altijd een feestelijke aangelegenheid. De opgepoetste schepen werden versierd met vlaggen en voeren een dag later onder grote belangstelling uit. De achterblijvers hoopten op een voorspoedige teelt zonder zieken, averij of natuurgeweld.

 

De Vlaardinger houten logger Stella Matutina in aanbouw bij scheepswerf I.S. Figee in Vlaardingen, 1902. (Museum Vlaardingen)

 

Badhuisondernemer als redder

Het tij leek begin 19de eeuw, na de Franse overheersing, ten goede te keren. Maassluis, Vlaardingen, Scheveningen en Katwijk bloeiden even op, maar overheidssteun bleef een vereiste om de visserij levend te houden. Juist deze steun kwam echter onder druk te staan: de staatsschuld liep steeds verder op door het conflict met België over de afscheiding. In 1840 stond Nederland zelfs op het punt om failliet te gaan. Het blijven verstrekken van premies om de bedrijfstak overeind te houden, hield geen stand meer. Het liberalisme dat in die jaren sterker werd, pleitte voor afschaffing. Aldus geschiedde. In 1857 zag een nieuwe Visserijwet het levenslicht die brak met alle bestaande verouderde reglementeringen en monopolies. De tijd was gekomen voor nieuwe initiatieven en ideeën. Een Scheveningse badhuisondernemer liep daarbij voorop.
Adrien Eugène Maas, eigenaar van een hotel annex badhuis, ging zich zoals veel Scheveningse ondernemers, ook met visserij bezighouden. De wet van 1857 bepaalde dat iedereen gekaakte haring mocht verwerken en verhandelen. Voorheen mochten alleen de Maassteden dat. Ondernemend als hij was, had hij oog voor het verbeteren en vergroten van de haringvangst. Zo gebruikte hij (machinaal gemaakte) katoenen netten in plaats van de zware hennep netten en durfde hij het jaren later zelfs aan over te stappen op een compleet ander scheepstype: de logger. Aangezien Scheveningen nog steeds geen eigen haven had, bracht hij zijn schepen onder in Vlaardingen en later in Maassluis.

 

Affiche ter promotie van haring. Ontwerp Victor J. Trip, 1950. (Museum Vlaardingen)

 

Logger is hét haringschip

Het getuigt van lef om in een conservatieve bedrijfstak als de visserij, als onervaren reder, met nieuwe middelen te gaan vissen. De feiten gaven Maas uiteindelijk gelijk: het schip was licht, snel, had een groot laadruim en dek en er was minder bemanning nodig. Dat was weer gunstig voor zowel de reder als de visser wiens loon deels werd bepaald door de opbrengst minus de (arbeids-)kosten. Het duurde niet lang of de logger was hét schip voor de haringvisserij. Los van technische verbeteringen op het gebied van scheepsbouw en voortstuwing veranderde de logger weliswaar van uiterlijk; dit scheepstype zou het echter tot ver na de Tweede Wereldoorlog volhouden. Pas met opkomst van de trawler en het toenemend gebruik van het trawlnet (sleepnet) in plaats van het staande haringnet verdween de logger.

 

Aan boord van de SCH22 Wiron 5 worden de diepgevroren pakketten gekaakte haring op de transportband geplaatst om verpakt te worden (2015). Een pakket weegt 34 kilo. (Frans Hoek Fotografie)

 

Naar IJmuiden

De ontwikkelingen in de haringvisserij kwamen nog voor de Eerste Wereldoorlog in een stroomversnelling. Dankzij het uitdijende spoorwegnet konden visproducten sneller en verder worden getransporteerd. Het gebruik van ijs om te koelen vond brede toepassing en vanaf circa 1912 werd steeds meer gebruik gemaakt van de diepvriestechniek. Het inblikken van vis bleek eveneens een uitstekend middel om het product lang houdbaar te maken. Deze methoden stelden de reders in staat ook het lucratieve afzetgebied Duitsland te voorzien van voldoende haring en vis.
De traditionele visserijplaatsen kregen in 1896 te maken met een nieuwe speler op het toneel: IJmuiden. Deze door de overheid aangelegde zeehaven was modern, had een ijsfabriek en bezat zelfs een spoorwegstation met een apart gedeelte speciaal voor de export van visproducten. Vooral de aanvoer van verse vis zou zich hier gaan concentreren. Het groeiend aantal stoomtrawlers verkaste vanuit hun thuishavens naar IJmuiden.
Trawlen werd steeds meer toegepast voor de visvangst, ook in de haringvisserij. Pas in de jaren zestig van de 20ste eeuw zou het aloude haringdrijfnet verdwijnen. Trawlen had ook wel nadelen, zag men toen al in. Want was dat gesleep met netten eigenlijk wel zo goed voor de zeebodem? En al die bijvangsten? Veel jonge vis ging verloren. Meerdere instanties luidden in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog al de noodklok, en niet alleen voor haring.
De crisisjaren en de beide wereldoorlogen haalden de groei uit de visserij. Ondanks de neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek uitvaren levensgevaarlijk. De zee zat vol met zeemijnen en menig vissersschip viel ten prooi aan het oorlogsgeweld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitsers een groot deel van de vissersvloot en werd er maar mondjesmaat gevist.
(Alex Poldervaart)

(Openingsbeeld: Voorbereidingen voor de verkoop van nieuwe haring. De haringhandelaar hangt een haring aan een bloemenkroon. Op de achtergrond buiten hangt al zo’n kroon die aankondigt dat er nieuwe haring te koop is. Olie op paneel door Adriaan de Lelie en Willem van Leen, 1815. (detail) (Museum Vlaardingen)

 

Lees de rest van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. En nog veel meer bijdragen over de geschiedenis van de Noordzee. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Roomse wonderkamer

‘De verscheidenheid aan historische getuigenissen is vrijwel onbeperkt. Alles wat de mens zegt of schrijft, alles wat hij maakt of aanraakt, kan en moet ons iets over hem vertellen’. Die passage uit Geschiedenis als ambacht, het essay van de Franse historicus en Annales-stichter Marc Bloch, weerklinkt als een riedel na lectuur van dit alleraardigst boek(je).

Lees verder

Kroniek

Zijn garnalen vis?

Op 12 oktober 1928, negentig jaar geleden, doet de kantonrechter te Lemmer uitspraak in de zaak tegen de Lemster vissers, die vervolgd waren omdat zij garnalen buiten de afslag om verkocht hadden. Dat mag niet, zo wordt gezegd, want de gemeenteverordening bepaalt dat alle vis aan de afslag moet worden verkocht. De betrokken vissers zijn van rechtsvervolging ontslagen, omdat, zo zegt de kantonrechter, de garnaal geen vis is.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder