Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een eigenzinnig volk

08 augustus 2018 Siebrand Krul

‘Friesland is een provincie op het laagste eind van Germanië, gelegen op de oever of kust van de grote zee met een lang strand. Het begint aan de monding van de Rijn en eindigt in de Deense zee. Het volk dat er woont wordt door degenen die in Germanië wonen “Friezen” genoemd […] En het is een volk, sterk van leden en kracht, mooi van lichaam, wreed van gemoed en druk bezig in de velden met lansen en ijzeren geschut.’

Dit is een ingekort citaat uit de encyclopedie van Bartholomaeus Anglicus, een Engelse monnik, die omstreeks 1230 in Parijs werkte. Hij vervolgt met ‘[…] Het is een vrij volk dat door geen heer is bedwongen. Ze wagen hun lijf zodat ze vrij zullen blijven en sterven liever dan dat ze zouden worden bedwongen.’
Het is lang geleden, maar de Friezen zijn er nog steeds. Dat lijkt een overbodige mededeling. Maar er zijn nauwelijks moderne kaarten, waarop de Friezen zijn aangegeven als een volk, laat staan een staat Friesland. De naam Friesland bestaat vandaag nog als die van de provincie Fryslân en de regio West-Friesland als het noordelijke deel van de provincie Noord-Holland. Bovendien vinden we de naam ook nog in de Bondsrepubliek Duitsland: als aanduiding voor twee ‘Kreise’ (Noord-Friesland in Sleeswijk-Holstein en Friesland bij Wilhelmshaven) en de culturregio Oost-Friesland in het noordwesten van Duitsland.

 

 

Franken en Friezen

Toch is er sprake van een heel langdurig bestaan van het geografische begrip Friesland, dat al uit de Prehistorie dateert. De Romeinen spreken weliswaar nog niet van een gebied Friesland of Frisia, maar ze vermelden wel de Friezen, het volk, waarnaar dat gebied is genoemd. In de Vroege Middeleeuwen bestond er een koninkrijk Friesland langs de Noordzeekust, van de Schelde tot aan de Elbe. Dus langs de hele Nederlandse kust en een belangrijk delen van de Duitse kust. De Franken hebben het Friese gebied in de loop van de 8ste eeuw veroverd. Noord-Friesland kwam uiteindelijk onder Deens gezag en is tegenwoordig Duits.
De Noordzee en het Wad zijn zonder twijfel belangrijke elementen in de Friese geschiedenis. Het Friese land, zoals het al zo lang bestaat, ligt laag. Over zijn hele lengte werd het door inhammen en geulen doorsneden. Langs slechts een deel, waar nu Holland ligt, lagen destijds ook al duinen. Vaak overstroomde het land, maar de mensen trokken niet weg. Ze leefden op zelf opgeworpen terpen of wierden, die hoog genoeg waren om daarop droog te kunnen leven. Er zijn duizenden van deze terpen geweest. Zeer veel zijn in de moderne tijd afgegraven, de aarde is vanwege zijn vruchtbaarheid gebruikt bij de ontginning van de arme veen- en zandgebieden die er ook waren. Resten van terpen zijn er nog altijd. Als de zee het land tussen de terpen overstroomde werd steeds een laag vruchtbare klei neergelegd. Dat maakte Friesland tot een rijk land.

 

Reconstructietekening van het Friese terpenlandschap. Er lagen duizenden terpen in het overgangsgebied tussen land en zee.

 

Dorestad

Maar dat was niet alles. De eenvoudige toegang tot de zee maakte Friesland tot handelsnatie. Centrum van de Friese handel in de Karolingische tijd werd Dorestad aan de Rijn, buiten het hedendaagse Friesland gelegen. Dorestad lag niet ver van Utrecht. Deze stad was in de 7de en vroege 8ste eeuw een residentie van de Friese koningen. Verder noordwaarts bloeiden ook kleine handelssteden als Medemblik, Stavoren en Emden. Friese handelaren verschenen op tal van Europese markten, van York en Parijs tot ver in Duitsland en Scandinavië. Tot in Rusland zijn Friese munten gevonden.
De Friese handel was zo belangrijk, dat de Noordzee een tijdlang als Mare Frisicum (Friese Zee) bekend stond. Een Arabische reiziger, die in de tijd van Karel de Grote Rusland en Scandinavië bezocht en via de Noordzee terugkeerde, heeft verteld dat hij langs de hele kust een rijk had gezien waar ontelbare schapen waren en de vrouwen goud droegen. Er kan geen twijfel aan zijn, dat hij Friesland heeft bedoeld, dat toen deel van het Karolingische rijk was. Friesland was toen beroemd om de van wol gemaakte doeken.

 

Het grootzegel van het verbond van de Upstalbeam. Hier, nabij het huidige Aurich in Oost-Friesland, kwamen in de tijd van de Friese vrijheid de gezanten van de verschillende Friese landen bijeen, vooral om juridische geschillen te beslechten.

 

Rijk, mysterieus, moeilijk te veroveren

Het grote Friesland is uiteindelijk in kleinere gebieden uiteengevallen. Dat gebeurde als gevolg van het ontstaan van nieuwe verbanden, zoals de Hanze en steeds machtiger vorstendommen in het binnenland, die maar al te graag iets van de rijkdom van Friesland mee wilden pikken. Bovendien waren er in het Friese gebied zelf machtige edelen, die vanwege het ontbreken van een centraal gezag als een koning of hertog, hun Friese identiteit achter zich lieten. Het bekendste voorbeeld is het graafschap Holland, dat oorspronkelijk West-Friesland heette, waar men een ´Hollandse´ identiteit ontwikkelde. De graven van Holland beriepen zich echter nog tamelijk lang op hun afstamming van de Friese koningen van voorbije tijden.
De herinnering aan de grootheid van Friesland werkte nog lang na. In de Middeleeuwen kon men het er aan de Europese hoven niet over eens worden, hoe groot Friesland eigenlijk was. Friesland is in de chansons de geste in Catalonië, Frankrijk en Bourgondië vaak als mysterieus gezien, als rijk en moeilijk te veroveren. Een van de hertogen van Bourgondië bedelde nog in de 15de eeuw bij de Duitse keizer om de titel ´Roi de Frise´, koning van Friesland. Dit Friesland strekte zich in de toenmalige voorstellingen uit vanaf de andere kant van de Rijn langs de Noordzeekust tot aan de Hanzesteden Hamburg en Lübeck. In werkelijkheid was dat natuurlijk niet zo, maar het was ook weer niet ver bezijden de waarheid. Er zijn oorkonden en documenten uit de 15de eeuw, die spreken van een verdrag van de zeven Friese zeelanden, die liggen van het graafschap Holland tot aan de Elbe.
De Noordzee betekende in Friesland dus bloei en welstand, maar kon ook gevaar in zich bergen. Noordzee is Moordzee, wordt gezegd, vanwege de stormen en overstromingen, die velen in de dood konden meesleuren. Desondanks was het een land, waar de mensen op de terpen veilig konden leven. Het was ook een land, waar men zich, vanwege de ontoegankelijkheid, veilig kon voelen voor kwaadwilligen van buiten, die zich in deze waterwereld minder zeker voelden, en die men bovendien, door het ontbreken van bossen, al van ver kon zien aankomen.

 

Edzard Cirksena, graaf van Oost-Friesland. Hij probeerde Friese landen onder zijn gezag te verenigen tot een sterke eenheidsstaat.

 

Een gouden hoepel

Dat veranderde, toen de bevolking zich uitbreidde en meer voedsel nodig was. De bewoners van de terpen leefden eeuwenlang van veeteelt en visserij. Op de terpen waren er maar geringe mogelijkheden voor akkerbouw. Onder druk van de toenemende vraag naar voedsel begon men met de bouw van de dijken, waardoor het akkerpotentieel aanzienlijk toenam. Daarnaast werd ene begin gemaakt met de ontginning van de hogere venen voor akkerbouw in het Friese binnenland.
De dijkenbouw was aanvankelijk nog plaatselijk, maar breidde zich snel uit. Omstreeks 1200 was alle Friese land door dijken omgeven. De Middeleeuwse Friese rechtstekst zegt: ‘Thet is ac londriucht, thet wi Frisa hagon ene seburch to stiftande and to sterande, enne geldende hop, ther umbe al Frislond lith’ (Dat is ook landrecht, dat wij Friezen een zeeburg moeten stichten en versterken, een gouden hoepel die om heel Friesland ligt.).
Tegelijkertijd veroorzaakte de ontginning van de veengebieden verlaging van het maaiveld, omdat het water aan het veen werd onttrokken waardoor dit oxideerde en inklonk. Zo ontstonden eerst kleine meren, en als de zee eenmaal deze veengebieden overstroomde, konden in dit cultuurlandschap geulen doordringen, die in werkelijke zeebochten veranderden, zoals de Zuiderzee, Dollard en Jade. Het Noord-Friese Wad bijvoorbeeld, bestaat voor het grootste deel uit ten onder gegaan cultuurland. Ook grote delen van het Wad in de omgeving van het eiland Texel waren ooit cultuurland.
(Kerst Huisman)

(Openingsbeeld: De deels afgegraven terp van Hoogebeintum torent als een forse heuvel uit boven de in het gras aan de voet van de wierde spelende kinderen.)

 

Lees de rest van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. En nog veel meer bijdragen over de geschiedenis van de Noordzee. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder