Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Een kleine krachtpatser

28 juni 2018 Siebrand Krul

Een lijn van 54 kilometer lengte, dat is de afstand die met een gemiddeld potlood kan worden getrokken. Grijs of met een kleurtje, een dikke streep of juist heel fijn. Het potlood is misschien geen glamourboy, toch is het in zijn eenvoud een meesterlijke combinatie van vorm en functie. Het potlood is een kleine krachtpatser en dat al eeuwen lang.

Ergens tussen 1500 en 1565 werd in de buurt van Borrowdale in het Engelse Lakedistrict een tot dan toe onbekend materiaal gevonden. Het leek op kolen maar was veel zwaarder en brandde niet. Het was vettig en gaf zwart af. De nieuwe stof werd voor een vorm van lood aangezien en daarom ‘black lead’ genoemd. Pas veel later, in 1779, ontdekte de Zweedse chemicus Carl Scheele dat het in werkelijkheid, net als bij diamant, om een zuivere vorm van koolstof ging en kreeg het kort daarop zijn huidige naam: grafiet, naar het Griekse ‘graphein’ dat schrijven betekent. ‘What’s in a name’? Lokale boeren gebruikten het aanvankelijk om hun schapen te merken, het Britse leger als bekleding van de mallen waarmee mortierstukken werden gemaakt. Als poeder werd het gegeven tegen darm- en galsteenklachten. Verder was het een prima smeermiddel voor bijvoorbeeld scheepskatrollen. Grafiet was zeldzaam en daardoor kostbaar. De winning stond onder toezicht van de Engelse kroon. Op illegaal delven stonden zware straffen, vanaf 1752 zelfs verbanning naar de Britse strafkolonie in Australië. De zuiverheid van het Britse grafiet was ongeëvenaard en gaf de Engelsen feitelijk een monopolie. En ze waren er zuinig mee. Omdat de voorraden strategisch belangrijk waren, werden de mijnen regelmatig voor een paar jaar stilgelegd. De ingangen werden dan met water tegen diefstal afgesloten.

 

De Zwitser Konrad Gesner gaf in zijn boek over fossielen in 1565 als eerste een beschrijving van het potlood.

 

Potloodrevolutie

Van meet af aan werd grafiet als schrijfmateriaal omarmd. Het eerste potlood was een staafje grafiet dat door de gebruiker zelf met een koordje of een stuk papier werd omwikkeld voor grip en tegen het afgeven. Dat was omslachtig en al snel kwamen er houten houdertjes op de markt waarin het grafiet geklemd kon worden. Door het gemak ervan verspreidde het gebruik van de nieuwe schrijfstift zich razendsnel. Als materiaal om mee te schrijven of te schetsen was het grafiet tegen het einde van de 16de eeuw in heel Europa bekend.
Het potlood (zoals wij hier het grafiet noemden) zorgde voor een klein revolutie. Eindelijk was er een schrijf- en schetsgerei dat overal mee naar toe kon worden genomen en onder alle omstandigheden zonder geklieder dienst deed. Vooraf geprepareerd materiaal om op te schrijven was niet meer nodig. Het potlood stelde maar weinig eisen. De Britten konden tevreden zijn. Op meer plaatsen in Europa werd grafiet gevonden, maar het Engelse materiaal was superieur van zuiverheid en kwaliteit.

 

 

 

Het oudste bewaarde potlood.

Grafiet

Het Engelse grafiet werd naar heel Europa uitgevoerd, vaak via de Nederlanden en België waardoor het ook wel Vlaams steen werd genoemd. In Duitsland ontwikkelde Neurenberg zich tot de een belangrijk centrum voor de vervaardiging van potlood. Daar ontstonden in de 17de eeuw nu nog beroemde firma’s zoals Staedtler en Faber-Castell. Het grafiet dat de Duitsers gebruikten was niet van de beste kwaliteit. Het werd daarom eerst tot poeder vermalen waarna aanwezige ongerechtigheden zoals zandkorrels verwijderd konden worden. Daarna werd het gemengd met zwavel, gesmolten, in broodjes gekneed, gedroogd en op maat gezaagd en in een houten omhulsel gelegd. Zo was er maar weinig grafiet nodig om toch een behoorlijk schrijvend en goed in de hand liggend potlood te maken. Dat was belangrijk want, anders dan in Engeland, was er eigenlijk overal in Europa voortdurend gebrek aan zuiver grafiet. En dat werd alleen maar erger.

 

Advertentie voor kleurpotloden van het merk Caran d’Ache, circa 1950.

 

Hardheid van de punt

In 1793 was het Revolutionaire Frankrijk als gevolg van oorlogen zelfs helemaal afgesneden van de import van grafiet. Onder de druk van die omstandigheid ontwikkelde de Franse officier Jacques Conté in 1793 een variant van het Neurenberger procedé waarbij in plaats van zwavel klei werd bijgemengd. Het resultaat was verbluffend goed. Niet alleen was het resultaat steviger dan puur grafiet en gaf het een mooie lijn, door te variëren met de hoeveelheid klei kon ook nog eens de hardheid van de punt worden beïnvloed. Het betekende het einde van de Britse hegemonie. Was de potloodfabricage tot dan toe nog een ambachtelijk proces, met de ontdekking van Conté was het potlood klaar voor industriële productie. Het begin daarvan ligt in de Verenigde Staten. Daar was ook een overvloed aan ideaal potloodhout: ceder, licht en stevig. Eigenlijk is het potlood sinds 1800 niet meer veranderd.

 

 

Het onmisbare gummetje

Omstreeks 1850 wordt het gummetje voor het eerst toegepast, nu standaard bijna. En het mechanische vulpotlood wordt bedacht. De belangrijkste ontwikkeling is waarschijnlijk die van het kleurpotlood aan het begin van de vorige eeuw. Geïnspireerd op het in de bouw gebruikte markeerpotlood van vetkrijt, dat al wel kleuren kende. Het kleurpotlood werd gepromoot als een middel tot ontwikkeling van discipline en de motoriek in het vroege schoolonderwijs: het bekende ‘netjes binnen de lijntjes kleuren’, waarvoor speciale kleurboeken werden ontwikkeld. Hoe vrijer klinkt de lof op de nuance van het potlood van de Vlaamse schrijver Bart Moeyaert. Op de vele tinten grijs en de mogelijkheid tot uitgummen en bijstellen. De verkiezing daarvan boven de teksten van schreeuwlelijkerds voor wie de wereld slechts zwart óf wit kan zijn. Een mooie metafoor.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: De kern van het potlood bestaat uit een mengsel van grafiet en klei. In de fabriek van het Portugese bedrijf Viarco worden de grafietstaafjes nog handmatig klaargemaakt voor verdere verwerking. (Foto Daniel Summer))

Lees het complete artikel, en nog veel meer historisch interessante zaken, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder