Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Een kleine krachtpatser

28 juni 2018 Siebrand Krul

Een lijn van 54 kilometer lengte, dat is de afstand die met een gemiddeld potlood kan worden getrokken. Grijs of met een kleurtje, een dikke streep of juist heel fijn. Het potlood is misschien geen glamourboy, toch is het in zijn eenvoud een meesterlijke combinatie van vorm en functie. Het potlood is een kleine krachtpatser en dat al eeuwen lang.

Ergens tussen 1500 en 1565 werd in de buurt van Borrowdale in het Engelse Lakedistrict een tot dan toe onbekend materiaal gevonden. Het leek op kolen maar was veel zwaarder en brandde niet. Het was vettig en gaf zwart af. De nieuwe stof werd voor een vorm van lood aangezien en daarom ‘black lead’ genoemd. Pas veel later, in 1779, ontdekte de Zweedse chemicus Carl Scheele dat het in werkelijkheid, net als bij diamant, om een zuivere vorm van koolstof ging en kreeg het kort daarop zijn huidige naam: grafiet, naar het Griekse ‘graphein’ dat schrijven betekent. ‘What’s in a name’? Lokale boeren gebruikten het aanvankelijk om hun schapen te merken, het Britse leger als bekleding van de mallen waarmee mortierstukken werden gemaakt. Als poeder werd het gegeven tegen darm- en galsteenklachten. Verder was het een prima smeermiddel voor bijvoorbeeld scheepskatrollen. Grafiet was zeldzaam en daardoor kostbaar. De winning stond onder toezicht van de Engelse kroon. Op illegaal delven stonden zware straffen, vanaf 1752 zelfs verbanning naar de Britse strafkolonie in Australië. De zuiverheid van het Britse grafiet was ongeëvenaard en gaf de Engelsen feitelijk een monopolie. En ze waren er zuinig mee. Omdat de voorraden strategisch belangrijk waren, werden de mijnen regelmatig voor een paar jaar stilgelegd. De ingangen werden dan met water tegen diefstal afgesloten.

 

De Zwitser Konrad Gesner gaf in zijn boek over fossielen in 1565 als eerste een beschrijving van het potlood.

 

Potloodrevolutie

Van meet af aan werd grafiet als schrijfmateriaal omarmd. Het eerste potlood was een staafje grafiet dat door de gebruiker zelf met een koordje of een stuk papier werd omwikkeld voor grip en tegen het afgeven. Dat was omslachtig en al snel kwamen er houten houdertjes op de markt waarin het grafiet geklemd kon worden. Door het gemak ervan verspreidde het gebruik van de nieuwe schrijfstift zich razendsnel. Als materiaal om mee te schrijven of te schetsen was het grafiet tegen het einde van de 16de eeuw in heel Europa bekend.
Het potlood (zoals wij hier het grafiet noemden) zorgde voor een klein revolutie. Eindelijk was er een schrijf- en schetsgerei dat overal mee naar toe kon worden genomen en onder alle omstandigheden zonder geklieder dienst deed. Vooraf geprepareerd materiaal om op te schrijven was niet meer nodig. Het potlood stelde maar weinig eisen. De Britten konden tevreden zijn. Op meer plaatsen in Europa werd grafiet gevonden, maar het Engelse materiaal was superieur van zuiverheid en kwaliteit.

 

 

 

Het oudste bewaarde potlood.

Grafiet

Het Engelse grafiet werd naar heel Europa uitgevoerd, vaak via de Nederlanden en België waardoor het ook wel Vlaams steen werd genoemd. In Duitsland ontwikkelde Neurenberg zich tot de een belangrijk centrum voor de vervaardiging van potlood. Daar ontstonden in de 17de eeuw nu nog beroemde firma’s zoals Staedtler en Faber-Castell. Het grafiet dat de Duitsers gebruikten was niet van de beste kwaliteit. Het werd daarom eerst tot poeder vermalen waarna aanwezige ongerechtigheden zoals zandkorrels verwijderd konden worden. Daarna werd het gemengd met zwavel, gesmolten, in broodjes gekneed, gedroogd en op maat gezaagd en in een houten omhulsel gelegd. Zo was er maar weinig grafiet nodig om toch een behoorlijk schrijvend en goed in de hand liggend potlood te maken. Dat was belangrijk want, anders dan in Engeland, was er eigenlijk overal in Europa voortdurend gebrek aan zuiver grafiet. En dat werd alleen maar erger.

 

Advertentie voor kleurpotloden van het merk Caran d’Ache, circa 1950.

 

Hardheid van de punt

In 1793 was het Revolutionaire Frankrijk als gevolg van oorlogen zelfs helemaal afgesneden van de import van grafiet. Onder de druk van die omstandigheid ontwikkelde de Franse officier Jacques Conté in 1793 een variant van het Neurenberger procedé waarbij in plaats van zwavel klei werd bijgemengd. Het resultaat was verbluffend goed. Niet alleen was het resultaat steviger dan puur grafiet en gaf het een mooie lijn, door te variëren met de hoeveelheid klei kon ook nog eens de hardheid van de punt worden beïnvloed. Het betekende het einde van de Britse hegemonie. Was de potloodfabricage tot dan toe nog een ambachtelijk proces, met de ontdekking van Conté was het potlood klaar voor industriële productie. Het begin daarvan ligt in de Verenigde Staten. Daar was ook een overvloed aan ideaal potloodhout: ceder, licht en stevig. Eigenlijk is het potlood sinds 1800 niet meer veranderd.

 

 

Het onmisbare gummetje

Omstreeks 1850 wordt het gummetje voor het eerst toegepast, nu standaard bijna. En het mechanische vulpotlood wordt bedacht. De belangrijkste ontwikkeling is waarschijnlijk die van het kleurpotlood aan het begin van de vorige eeuw. Geïnspireerd op het in de bouw gebruikte markeerpotlood van vetkrijt, dat al wel kleuren kende. Het kleurpotlood werd gepromoot als een middel tot ontwikkeling van discipline en de motoriek in het vroege schoolonderwijs: het bekende ‘netjes binnen de lijntjes kleuren’, waarvoor speciale kleurboeken werden ontwikkeld. Hoe vrijer klinkt de lof op de nuance van het potlood van de Vlaamse schrijver Bart Moeyaert. Op de vele tinten grijs en de mogelijkheid tot uitgummen en bijstellen. De verkiezing daarvan boven de teksten van schreeuwlelijkerds voor wie de wereld slechts zwart óf wit kan zijn. Een mooie metafoor.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: De kern van het potlood bestaat uit een mengsel van grafiet en klei. In de fabriek van het Portugese bedrijf Viarco worden de grafietstaafjes nog handmatig klaargemaakt voor verdere verwerking. (Foto Daniel Summer))

Lees het complete artikel, en nog veel meer historisch interessante zaken, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder