Stelling

Excuses maken voor het (verre) verleden is onzinnig.

Stem

Agenda

Rotterdamse 'beroepsouwehoer'
Hallo, meneer de Uil - Waar brengt u ons naartoe? - Naar Fabeltjesland? - Eh, ja, naar Fabeltjesland. Velen zullen deze woorden van het kinderprogramma de Fabeltjeskrant kennen. De eerste afleveringen met Meneer de Uil en de andere dieren uit Fabeltjesland stammen uit 1968. Het programma werd inclusief herhalingen tot 1993 uitgezonden. Jong en oud voor de buis: ongekend.
Alex – De Kunst van Jacques Martin
Van alle helden die het pantheon van de stripwereld bevolken, is Alex een van de meest bijzondere personages. In 2018 viert Alex zijn zeventigjarige bestaan. Op 16 september 1948 was hij voor het eerst te zien in het weekblad Kuifje. Sindsdien werden twaalf miljoen albums verkocht met vertalingen naar vijftien talen. Al die tijd droeg hij eerlijkheid en rechtvaardigheid hoog in het vaandel, idealen die zijn geestelijke vader zeer dierbaar waren.

De laatste samoerai

28 juni 2018 S. Krul

Na zeven eeuwen als dragers van de macht moesten de samoerai het veld ruimen. Ze maakten de weg vrij voor het moderne Japan. De aanvaarding van de moderne tijd eiste haar tol: in korte tijd verloren de samoe-rai hun privileges. Ze hadden al afstand moeten doen van hun specifieke, militaire dracht en hun haarknot, maar in 1876 werd hun ook verboden hun beide zwaarden in het openbaar te dragen. Nu gingen ze ineens zonder enig onderscheidingsteken door het leven.

Het was de uitkomst van een ontwikkeling die omstreeks 1850 inzette. De meeste samoerai legden zich uit trouw aan keizer en vaderland bij dit statusverlies neer en probeerden zich een plek in de burgermaatschappij te verwerven.
Hoewel het Edo-tijdperk voor de Japanners een lange tijd van vrede en stabiliteit betekend had, groeide in de eerste helft van de 19de eeuw de onvrede. In een poging haar begroting op orde te krijgen, voerde de overheid de belastingdruk steeds verder op, waar met name de boerenstand onder leed. Misoogsten brachten verdere nood en de eerste onlusten. Ook uit het buitenland dreigde gevaar, nu imperialistische machten als Groot-Brittannië, Rusland en de VS zich in het ooit zo machtige China vast hadden weten te bijten.

 

Hasekura Tsunenaga, een beroemde samoerai die zich tot katholiek liet bekeren, in Madrid nog wel, in 1615.

 

Een eerste waarschuwingsteken was de aankomst van Amerikaanse stoomschepen in de Baai van Uraga op 8 juli 1853. Vlootcommandant Matthew Perry overhandigde de regering een nota van de Amerikaanse presi-dent Fillmore, waarin deze de wens uitsprak handelsbetrekkingen met Japan aan te knopen, maar ook eiste dat een aantal Japanse havens voor schepen uit de VS geopend zou worden. Perry maakte duidelijk dat de president alleen met een instemmende reactie genoegen nam. Uit angst voor Amerikaans ingrijpen besloot de regering van de shogun alle eisen in te willigen.
Onder de samoerai stuitte dat op weerstand. Voor hen had de shogun op schandelijke wijze bakzeil gehaald tegenover de ‘barbaren’ – en zo kon het gebeuren dat de hoop van de natie zich plotseling weer op de keizer vestigde.

 

Kamei Koremi, samoerai en daimyo tijdens de Bakumatsu-periode.

 

De gemoederen raakten verder verhit toen de Japanse regering – tegen de uitdrukkelijke wens van de keizer – op 29 juli 1858 een vriendschaps- en handelsverdrag met de VS ondertekende, dat al snel funeste gevolgen zou hebben. Doordat de uitvoer van Japanse goederen als thee, ruwe zijde, plantenolie en visserijproducten met sprongen toenam, explodeerden op de binnenlandse markt de prijzen. Tegelijkertijd verdrong de invoer van westerse goederen die industrieel en dus goedkoop geproduceerd waren de handelsgoederen van am-bachtelijke, Japanse makelij. Hierdoor dreigden tal van handwerkers brodeloos te worden.

 

Samoerai met katana, circa 1860.

 

De economische crisis maakte dat plannen om de shogun ten val te brengen steeds concretere vormen aan-namen. De onvrede concentreerde zich in de zuidwestelijke provincies, waar de plaatselijke edellieden al tij-den voor meer zeggenschap ijverden. Op 3 januari 1868 werd het menens. Samen met drieduizend samoerai trokken hun troepen naar het keizerlijk paleis in Kyoto en presten de pas vijftienjarige tenno Mutsuhito (1852 – 1912) een verklaring voor te lezen waarin de heerschappij van de shogun-dynastie van de Tokugawa’s voor beëindigd verklaard werd. Gelijk daarna vormde men een nieuwe regering, die formeel onder leiding van de keizer stond en samengesteld was uit hofambtenaren en aanzienlijken uit de provincies. Maar daarmee had-den de rebellen nog niet al hun doelen bereikt. Ze trokken daarom op naar Edo, om de shogun met harde hand terzijde te schuiven. Een burgeroorlog leek onvermijdelijk, maar behoedzaam optreden van beide kan-ten voorkwam een groot bloedvergieten.

 

Hangaku Gozen door Yoshitoshi, circa 1885.

 

Na onderhandelingen gaf het garnizoen van de shogun zich op 8 april over en eind dat jaar werd ook het laatste verzet van de Togukawa-aanhangers gebroken. De keizer verplaatste zijn hof van Kyoto naar Edo, dat nu omgedoopt werd in Tokio, wat zoveel betekent als ‘oostelijke hoofdstad’.
Wonderlijk genoeg merkten de meeste Japanners nauwelijks iets van de omwenteling in hun land en gingen voort met hun dagelijks leven. Men spreekt in dit verband dan ook niet van een ‘revolutie’, maar duidt de regeringswissel aan met de term ‘Meiji-restauratie’, een verwijzing naar het devies van de jonge keizer (‘meji’ – ‘verlichte regering’).

 

Samoerai krijgers met verschillende soorten bewapening en bepantsering, jaren tachtig van de 19de eeuw.

 

Hoewel de aanvoerders van de opstand mordicus tegen de openstelling van Japan geweest waren, kregen gematigden toch de overhand. Intussen had ’s lands elite namelijk ingezien dat het rad van de geschiedenis niet teruggedraaid kon worden. Voortaan diende Japan zich niet meer af te sluiten van de wereld, maar het contact met het Westen te gebruiken om een sterke, moderne staat te worden – de beste waarborg om van imperialistische inmenging verschoond te blijven.
Om dat doel te bereiken werd in korte tijd een grootscheeps hervormingsprogramma op poten gezet. Dat be-gon met de afschaffing van het feodale stelsel, waarin de uitvoerende macht berustte bij meer dan 250 daimyo als vazallen van de shogun. In 1871 werden de laatste leenvorstendommen in prefecturen omge-vormd, die in opdracht van de keizerlijke regering bestuurd werden door gouverneurs. Economische en soci-ale hervormingen volgden, zoals de invoering van een nationaal muntstelsel, algemene leerplicht, vrije be-roepskeuze voor alle standen, de omzetting van een belasting in natura in een geldelijke, algehele vrijheid van grondaankoop. Daarnaast werd de infrastructuur aangepakt. Het land kreeg in korte tijd een goed werkend verkeers- en spoorwegennet, evenals een nationale post- en telegraafdienst. Zo’n operatie van duizelingwek-kende omvang kon alleen slagen dankzij de inzet van kundige, loyale en ervaren ambtenaren. Al gauw was Japan ook in economisch opzicht sterk genoeg om zich in de wereldhandel staande te houden.
Dat neemt niet weg dat álle maatregelen ingegeven waren door de wens om weerstand te bieden aan het westerse imperialisme. Vandaar de leus ‘Een rijk land, een sterk leger’. In 1872 werd de algemene dienst-plicht voor mannen van twintig jaar en ouder ingevoerd, wat een definitief einde maakte aan krijgsdienst als privilege van de samoerai. Er kwamen maar heel weinig samoerai in de keizerlijke landmacht of marine te-recht, want de meesten achtten het beneden hun waardigheid om tussen mannen van ‘gewone’ komaf te dienen.

 

Een gewapende samoerai in de jaren zestig van de 19de eeuw. Ingekleurde foto van Felice Beato.

 

Er waren ook samoerai die geen vrede hadden met het verlies van macht en aanzien, dat de ‘verwesterlij-king’ van hun land gebracht had. Mensen als Saigo Takamori, die zich in 1877 aan het hoofd plaatste van de laatste grote samoerai-opstand en die natuurlijk geen kans maakte tegen het moderne materieel van het rege-ringsleger. Na zijn nederlaag pleegde Saigo Takamori zelfmoord en ging als ‘laatste samoerai’ de geschiede-nis in.
De meesten van zijn standgenoten slaagden er echter dankzij hun discipline en goede opleiding in een plaats in de nieuwe maatschappij te verwerven, zeker ook omdat ze daarbij door de Japanse regering gesteund werden. Velen van hen stichtten ondernemingen, werden bankiers, zoals Shibusawa Eiichi, die van een klei-ne samoerai opsteeg tot directeur van de nationale bank. Anderen namen als boeren deel aan de ontsluiting van het noordelijkste hoofdeiland Hokkaido, dat tot dan toe vanwege zijn koele klimaat slechts dunbevolkt gebleven was.
Ondanks dat alles ging het gedachtegoed van de samoerai niet verloren. Volgens de Britse historicus Ri-chard Storry werd het zelfs onderdeel van de Japanse mentaliteit: ‘Maar op een dieper, minder in het oog springend niveau verdween de ‘Weg van de Samoerai’ niet. Sterker nog: in gewijzigde vorm werd hij het onvervreemdbare geestelijk eigendom van een veel bredere kring […]. Want het openbaar onderwijs in Japan propageerde begrippen als trouw en zelfopoffering en kweekte liefde voor de krijgskunst.’
(Karin Feuerstein-Prasser)

(Openingsbeeld: Allerlei wapens en bescherming uit de jaren negentig van de 19de eeuw, typerend voor de samoerai.)

De wording van Japan als industriële natie

1853
VS-commodore Perry dwingt openstelling van het land af
1868
Meiji-restauratie, einde van het shogunaat
1871
Opheffing van het feodale stelsel, indeling in prefecturen
1872
Invoering van de algemene dienstplicht
1873
Hervorming van de grondbelasting
1876
De samoerai verliezen hun zwaarddragersprivilege
1877
Mislukte samoerai-opstand van Saigo Takamori

Lees het volledige artikel, en nog veel meer in de special over de samoerai, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Drinken, slapen, praten, lachen en huilen

Een boek van bijna vijfhonderd bladzijden over drieëneenhalve eeuw geschiedenis van de Amsterdamse herbergen is, dat zal duidelijk zijn, niet een boek dat men in één adem uitleest. Hell moet over een engelengeduld beschikken omdat hij zich als een mol door tientallen meters archiefstukken van diverse herkomst heeft moeten vreten op zoek naar bruikbare gegevens.

Lees verder

Kroniek

Willeskop eigen baas

Tweehonderd jaar geleden, op 30 september 1818 krijgt Willeskop zelfstandigheid en een eigen wapen. Wat een eer, zeker vergeleken met tegenwoordig: het buurtschap Willeskop ligt verdeeld in de gemeenten Montfoort en Oudewater. Het telt wat boerderijen en huizen langs de N228. Maar Willeskop was van 1818 tot 1989 een zelfstandige gemeente.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder