Stelling

De zwarte Zwarte Piet verdwijnt - uiteindelijk

Stem

Agenda

Saskia eventjes thuis
Een van de meest persoonlijke meesterwerken van Rembrandt van Rijn, ‘Saskia en profil in kostbaar kostuum’ komt voor het eerst in ruim 250 jaar naar Nederland. Rembrandt voltooide het portret van zijn vrouw Saskia Uylenburgh kort na haar dood in 1642. Vanaf 24 november is het werk te zien in de tentoonstelling ‘Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw’ in het Fries Museum.
Schilder tussen de mensen
Van de Vlaamse schilder Adriaen Brouwer (ca. 1605-1638) is eigenlijk niet veel bekend. Hij werd geboren in Oudenaarde als zoon van een kartonschilder, maar woonde daar niet lang. Tijdens zijn turbulente leven zwierf hij door zowel de Noordelijke Nederlanden (Gouda, Amsterdam, Haarlem) als Zuidelijke Nederlanden. Hij stierf berooid in Antwerpen, waar hij ook nog enige tijd vastzat.

Burgerbewapening en Revolutie

28 juni 2018 Siebrand Krul

Op 26 juli 1581 presenteerden de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden het Plakkaat van Verlating waarbij koning Philips II de gehoorzaamheid werd opgezegd. Op enkele weken na precies tweehonderd jaar later lag in de grote steden het oproerige pamflet Aan het Volk van Nederland in de portieken. Opnieuw was er sprake van opstaan tegen een vorst, alleen werd in 1781 Oranje uitgedaagd, juist het huis dat destijds de strijd tegen Spanje had aangevoerd.

De luidruchtige episode van de Patriottentijd (1780-1787/1795) staat centraal in het tijdvak dat de militair historicus Olaf van Nimwegen onder de loep neemt. Voor zijn onderzoek heeft hij een aanloop genomen vanaf 1748 en laat de ontwikkelingen doorlopen tot de vestiging van het koninkrijk. Zijn bedoeling is, aan te tonen dat de burgerbewapening, een wezenlijk onderdeel van de Patriottenbeweging, meer was dan ‘soldaatje spelen’.
Bij de Vrede van Aken, die een einde maakte aan de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748), bleken twee dingen zonneklaar: buitenlands was de Republiek speelbal van de grote mogendheden; binnenlands hadden de regenten bewezen niet tot goed bestuur in staat te zijn. Ze hadden zich opgesloten in familieclusters waar ze elkaar de mooie baantjes toeschoven. Bovendien had de Republiek in de zojuist afgesloten oorlog een povere figuur geslagen. De volkswoede over zowel het een als het ander dwong de regenten de Friese stadhouder aan te stellen in alle gewesten met vrijwel monarchale bevoegdheden (de ‘Oranjerevolutie’).

 

Spotprent op het vertrek van de hertog van Brunswijk uit Nederland, 1784. (Anoniem/Rijksmuseum)

 

Dikke hertog

Gehoopt werd dat hij die macht zou inzetten om het bestuur van de Republiek te hervormen. Voordat hij daaraan toekwam – als hij het al gewild had – overleed hij (1751). Zijn opvolger, Willem Batavus, was een kleuter van nog geen vier jaar, zodat de stadhouderlijke taak werd waargenomen door zijn moeder, de Engelse prinses Anna van Hannover. Na haar overlijden in 1759 werd Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk, waarnemend opperbevelhebber van het Staatse leger en ‘besturend voogd’ voor de kleine Willem.
In 1766 werd Willem Batavus meerderjarig en nam het stokje van Brunswijk over – zij het dat de laatste weliswaar voogd af was, maar nog wel nadrukkelijk ‘besturend’ bleef. Willem, de vijfde in opvolging, was niet dom, had een geheugen als een olifant (hij kende zowat de hele gecompliceerde staatsregeling van de Republiek uit zijn hoofd), maar bleek politiek onbekwaam. Zijn ruime bevoegdheden zette hij niet in om het vastgelopen bestuur van de Republiek te hervormen. Hij liep aan de leiband van de ‘dikke hertog’ terwijl het land verpieterde en de onvrede groeide.

 

Wilhelmina van Pruisen. (Prent van A. Bouwens/Rijksmuseum)

 

Regentenoligarchie

In 1780 haalde de Republiek zich een oorlog met Engeland op de hals. De handel viel voor een groot deel stil terwijl de verouderde oorlogsvloot geen partij bleek voor de Britten. Alle wrok kwam daarop naar buiten in bovengenoemd pamflet. Het ‘volk van Nederland’ werd opgeroepen zich te ontdoen van zowel Oranje als de regentenoligarchie. Middel daartoe was de vorming van burgermilities, vrijkorpsen en exercitiegenootschappen geheten, al dan niet in samenwerking met de oude schutterijen. Hun burgermacht was het juiste alternatief voor het Staatse leger dat als een machtsinstrument in handen van Brunswijk en Oranje werd beschouwd. Tenslotte deden ze niet meer dan artikel 8 van de Unie van Utrecht uitvoeren dat de vorming van een burgerleger beoogde. Als ware patriotten zouden ze bovendien het volk zijn oude rechten teruggeven. Er volgde een stortvloed van pamfletten waarin vooral de stadhouder diende als schietschijf. Ongevoelig voor de tekenen des tijds, wenste hij echter zijn bevoegdheden tegen elke prijs te verdedigen.

 

Spotprent op een kezenkorps, 1787. (Anoniem/Rijksmuseum)

 

Drinkende kezen

De Patriotten wisten duizenden op de been te brengen voor deelname aan de burgermilities. In de zomer van 1787 leken ze de overhand te krijgen. Op dat moment nam Wilhelmina, de echtgenote van Willem V, een riskante beslissing. Omdat Willem het niet aandurfde, toog zij zelf naar Den Haag om daar een Oranjeoproer uit te lokken – of bij mislukking daarvan het ingrijpen van haar broer, de Pruisische koning. Het kwam tot de bekende scene aan de Vlist en het gedwongen verblijf van de prinses in een herberg bij de Goejanverwellesluis. Oranjebronnen meldden dat ze daar werd vastgehouden te midden van rokende en drinkende ‘kezen’ – de favoriete scheldnaam voor de Patriotten. Wilhelmina’s broer eiste inderdaad genoegdoening en toen die uitbleef vielen twintigduizend Pruisen de Republiek binnen. Het was het moment waarop de patriottische troepen hun waarde konden bewijzen.

 

Portret van de Rijngraaf van Salm, in ovaal, door Johannes Cornelis Mertens. (Rijksmuseum)

 

Bataafse Omwenteling

De aanvoerder van de patriottische troepen, de avontuurlijke Frederik, Rijngraaf van Salm, besloot echter bij voorbaat terrein prijs te geven om zich te concentreren op de verdediging van Amsterdam. Het had een demoraliserend effect op de rest, terwijl de aanhang van Oranje alvast geestdriftig begon zich uit te leven op de patriottische elementen in hun steden. Ook Amsterdam moest na enkele weken de poorten openen. Oranje werd weer op het kussen geholpen, een wankele positie, behaald met vreemde bajonetten terwijl een wraakzuchtige reactie het land hopeloos verdeeld hield.
Van Nimwegen toont voldoende aan dat de Patriotten over een geduchte strijdmacht beschikten, maar de vreemde manoeuvre van de Rijngraaf ontneemt ook hem het bewijs van hun daadwerkelijke inzetbaarheid. De Bataafse Omwenteling biedt hun een herkansing. Het idee van een gewapende burgermacht herleeft. Jaren later nemen burgervrijwilligers als ‘Nationale Militie’ deel aan de Slag bij Waterloo waar zij eervol delen in de overwinning.
(Jan van der Meer)

Olaf van Nimwegen, De Nederlandse Burgeroorlog (1748-1815). Prometheus Amsterdam 2017, 429 blz., € 29,99 ISBN 978 90 351 4429 3

(Openingsbeeld: Overdracht van vaandels aan het exercitiegenootschap Tot Nut der Schuttery te Amsterdam, 1786. (Ets/gravure Noach van der Meer/Rijksmuseum))

 

Lees nog veel meer recensies van historische boeken in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Wilhelmina niet, Hendrik wel

Sporthistoricus Jurryt van de Vooren heeft een buitengewoon aangenaam boek geschreven over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Tal van deels onbekende aspecten passeren de revue. Die Spelen wekten bij mij altijd de indruk dat ze gericht waren op Amsterdam en omgeving. Niet helemaal ten onrecht, zo blijkt uit het boek.

Lees verder

Kroniek

IJsberende keizer

Het is zes uur in de ochtend wanneer de dienstdoende sergeant bij de Limburgse grenspost Witte Huis te Eijsden een stoet van negen auto’s ziet naderen. Groot is zijn verbazing wanneer één van de inzittenden zich bekendmaakt als Wilhelm II von Hohenzollern, dat Nederland hem asiel wil verlenen en dat hij graag verder wil.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder