Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Van Batavia naar Edo

30 mei 2018 Siebrand Krul

In 1823 vertrekt Philipp Franz von Siebold uit Nederlands-Indië voor een reis die slechts een enkele westerling eerder maakte: door het ‘verboden’ Japan naar het paleis van de shogun. Japan sloot zich in 1639 hermetisch af voor buitenlandse invloeden. Alleen de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werd geaccepteerd, op het eiland Deshima, in de haven van Nagasaki, dat een omtrek van niet meer dan 520 meter heeft. Twee straatjes in T-vorm, een niet heel dichte bebouwing van lage huisjes – dát is Japans venster op de wereld. Wat doet Siebold hier?

Als Siebold hier in 1823 aan wal gaat, bestaat de VOC allang niet meer. Maar dat weten de Japanners niet. De Nederlanders hebben het verzwegen, om de zaken niet nog gecompliceerder te maken. Ze willen de niet bijster omvangrijke, maar nog altijd lucratieve en vooral exclusieve handel niet in gevaar brengen. Het zal je maar gebeuren – dan ben je vanuit het koninkrijk Beieren naar het andere einde van de wereld gereisd, naar een van de verste, ontoegankelijkste oorden en dan zou alles op je accent stuklopen. Het overkwam Philipp Franz von Siebold in augustus 1823. Zijn Nederlands komt vreemd over op de douaneambtenaren in de haven van Nagasaki. Is hij soms helemaal geen Nederlander? Dan moet hij rechtsomkeert maken, want alleen Nederlanders zijn – onder strenge voorwaarden – uitgezonderd van de algehele afsluiting voor buitenlanders die de Japanse overheid strikt handhaaft.

 

‘Otaksa’, Kusumoto Taki (1807-1865), alias Sonogi, de geliefde van Von Siebold. Op 10 mei 1827 werd hun dochter Ine (1827-1903) geboren, die later de eerste vrouwelijke arts en verloskundige in Japan zou worden.

 

Gelukkig zijn Siebolds Nederlandse collega’s niet op hun achterhoofd gevallen. Natuurlijk is de man een echte Nederlander, zo verzekeren ze. Hij is alleen een ‘berg-Nederlander’. En die spreken, inderdaad, een wat merkwaardig Nederlands. De douaneambtenaren geven zich gewonnen. De Nederlandse bergen dus – hebben ze toch weer wat opgestoken over de verboden wereld achter de horizon.
Het missiewerk van de Portugezen en Spanjaarden was de Japanners een gruwel. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) wordt als handelspartner geaccepteerd, want die was het uitsluitend om geld te doen en niet om het winnen van zieltjes. Omgekeerd is ook de Japanners er veel aan gelegen de laatste verbinding met de buitenwereld te behouden. Ze willen namelijk best graag weten wat daar allemaal gebeurt. In de 18de eeuw is er onder Japanse geleerden een nieuwe tak van wetenschap ontstaan: rangaku, ofwel ‘hollandkunde’. Veel ontwikkelde Japanners leren Nederlands en proberen uit boeken in die taal het kennisniveau van het Westen te peilen.

 

Japanse herinneringspostzegel met afbeelding van Siebold, 1996.

 

Siebold, gepromoveerd in de geneeskunde en antropoloog, heeft door tussenkomst van een familielid een betrekking bij het Nederlandse koloniale leger gekregen en nu stuurt de gouverneur-generaal in Batavia (het huidige Jakarta) hem op speciale missie naar Deshima: het verzamelen van planten, dieren en gesteenten en het doen van topografische verkenningen. Het is een hachelijk avontuur, want de Japanners willen juist voorkomen dat er ook maar iets uitlekt wat tot buitenlandse inmenging zou kunnen leiden. Siebold lijkt als arts nog de meeste kans te maken, aangezien de westerse geneeskunde in Japan hoog in aanzien staat en artsen er meer bewegingsvrijheid hebben dan kooplieden. Siebold weet dan ook snel indruk op de Japanners te maken – zo zeer zelfs dat hij onder een Japanse deknaam een huis met erf op het vasteland kan verwerven. Daar legt hij een botanische tuin aan en verzamelt geneeskrachtige kruiden.

 

Herdenkinsplek uit 1879 in het Sieboldpark (tegenwoordig Suwapark) in Nagasaki.

 

Hij slaagt er als eerste in kiemkrachtig theezaad naar Java te versturen en legt daarmee de grondslag voor de reusachtige theeplantages waarmee Nederlands-Indië bezaaid zou raken. Ook ontstaat er een indrukwekkende etnografische verzameling van huishoudelijke voorwerpen en toegepaste kunst die hij aanlegt in navolging van Jan Cock Blomhoff (1779-1853), tussen 1818 en 1823 de Nederlandse commandant van Deshima, en boekhouder Johannes van Overmeer Fisscher (1800-1848).
Maar dan doet zich nog een veel betere gelegenheid voor Japan te keren kennen: sinds de 17de eeuw reist de commandant van de Nederlandse factorij met regelmatige tussenpozen naar Edo, het latere Tokio, om de shogun zijn dank te betuigen voor de exclusieve handelsrechten. In 1826 mag Siebold hem begeleiden, samen met de uit Hamelen stammende apotheker Heinrich Bürger. Alle andere zevenenvijftig leden van de delegatie zijn Japanners.

 


Buste van Siebold in Leiden, gemaakt door Gerard van der Leeden.

 

Het is een verre en bezwaarlijke reis: 600 kilometer over land en 400 over zee. Als de stoet door dorpen komt, stromen de huizen leeg en komt men zich vergapen aan de drie bezoekers van het andere einde van de wereld. Ze trekken door terrasvormig aangelegde rijstvelden, doen tempels en kloosters aan en zien ’s nachts uit over een binnenzee die door de fakkels van talloze vissersboten sprookjesachtig verlicht wordt. Gastvrije burgemeesters nodigen de vreemdelingen uit voor thee en tabak, soms wordt er in hotels overnacht. Omdat er nergens tafels en stoelen staan, komen de interieurs kaal op de westerlingen over, maar Siebold is vol bewondering over de fraai gevlochten vloermatten van rijststro. Telkens weer zwelgt hij in de beschrijving van het landschap: ‘Eilanden zonder tal liggen voor ons. Ze stralen in licht- en donkergroene, azuren en lichtblauwe kleuren, naarmate ze meer of minder ver verwijderd liggen en daar nog weer ver achter blinken met goud- en zilverglans de nog besneeuwde toppen van gebergten.’
Er zijn echter niet alleen lieflijke landschappen en het eilandenrijk heeft vele gezichten: het gezantschap doet ook Kyoto aan, een reusachtige metropool. Hier resideert de tenno, die in naam over het rijk heerst, maar feitelijk niet meer is dan een schaduwkeizer en alleen nog representatieve taken vervult. De ware machthebber is de shogun in Edo – een veel kleinere stad, ontstaan door het aaneengroeien van een burcht en een paar vissersdorpen. Na een reis van twee maanden komt men daar aan.
Siebold houdt er gelijk voordrachten over de geneeskunde en trekt de aandacht van vooraanstaande geleerden. Een van hen is de Nederlands sprekende hofastronoom Takahashi Sakusaemon, die de bezoeker in ruil voor Nederlandse boeken met een kaart van de gehele Japanse archipel verrast.

 

Villa Nippon (gesloopt in 1896) aan de Lage Rijndijk in Leiderdorp, met von Siebold en zijn vrouw Ina von Gagern. Foto van omstreeks 1860. (Erfgoed Leiden)

 

Daarbij vergeleken is de ontvangst in het paleis van de shogun teleurstellend: Siebold wordt op afstand gehouden en weet niet veel meer dan een glimp van de heerser op de vangen. De shogun beschouwt zichzelf als het middelpunt van de wereld en de Nederlanders komen in zijn ogen doen wat alle andere volkeren betaamt: hem in woord en geschenk eer bewijzen. Als ze dat eenmaal gedaan hebben, kunnen ze meteen de terugreis aanvaarden.
Maar Siebold is onherroepelijk in de ban van het vreemde land geraakt, zeker als hij verliefd wordt op een jonge Japanse, Otaki Kusumoto. In 1827 komt hun dochter ter wereld, die ze Ine noemen. Korte tijd later wordt het gezin door het onheil getroffen: Siebold wordt verdacht van spionage omdat hij het gewaagd heeft een kaart van Japan in bezit te hebben. Hij wordt voor het leven verbannen. De hofastronoom die hem de kaart gaf, is nog veel slechter af. De man wordt gemarteld tot de dood erop volgt. Uiteindelijk weet Siebold nog 89 kisten met verzamelobjecten het land uit te smokkelen, maar vrouw en kind moet hij in 1830 achterlaten.

 

Het graf van Philipp von Siebold op het ‘Alten Südlichen Friedhof’ in München-Gräberfeld.

 

Eenmaal terug in Europa publiceert Siebold baanbrekende werken over de Japanse fauna en flora. Veel Japanse planten komen door zijn toedoen naar Europa, waaronder ook de bij tuinbezitters zo geliefde Anna Paulownaboom. Als de Verenigde Staten ten slotte de openstelling van Japan forceren, wordt Siebolds inreisverbod opgeheven. Zo kan hij bijna dertig jaar na zijn verbanning nog eenmaal terugkeren naar het land van zijn dromen. Tot zijn grote vreugde ontmoet hij daar zijn vrouw en dochter, welke laatste intussen zelf arts is geworden. Daarmee is de cirkel van zijn leven rond. Siebold overlijdt in 1866 op zeventigjarige leeftijd in München.
(Christoph Driessen)

(Openingsbeeld: Kleurendruk van Kawahara Keiga, het binnenlopen van een Nederlands schip. Philipp Franz von Siebold met verrekijker, zijn vrouw Taki en hun dochter Ine.

 

Lees het volledige artikel, en nog veel meer in de special over de samoerai, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder