Stelling

Moeten vakbonden niet radicaler worden?

Stem

Agenda

Welluidend erfgoed
Bij de naam Gilbert d’Haen gaat er niet onmiddellijk een belletje rinkelen. Nochtans hebben veel Vlamingen – in het bijzonder ouderen – werk van de Antwerpse fotograaf (geb. 1932) gezien. Vooral in de jaren zestig verschenen zijn foto’s in katholieke publicaties in Vlaanderen. Hij maakte talloos veel communieportretten en huwelijksreportages. In 2012 schonk hij 280.000 negatieven aan het Antwerpse Fotomuseum.
Bakermat van de beschaving
Het is alsof je rondstruint in een sprookjesachtige bazaar in Isfahan en stuit op allerlei exclusieve koopwaar. In de tentoonstelling Iran – Bakermat van de beschaving sta je oog in oog met 200 unieke vondsten uit Iran. Aan de hand van kleitabletten met spijkerschrift, gouden drinkbekers en sieraden, bronzen wapens en prachtig beschilderd aardewerk volg je het spoor van de geschiedenis van een van de oudste en meest bijzondere culturen ter wereld.

Een nieuwsgierige prins

16 april 2018 S. Krul

In Portugal was de Reconquista – het verdrijven van de Arabieren uit het Iberisch schiereiland – anderhalve eeuw eerder voltooid dan in Spanje. Nadat omstreeks 1350 een einde gemaakt was aan het verblijf van de moren in Portugal, laaide de strijd met die andere rivaal – Castilië – vrijwel meteen weer op. Portugese edellieden hadden dus in de 13de en 14de eeuw geen gebrek aan emplooi. Dé kans voor Hendrik, later ‘de Zeevaarder’ genoemd.

Na moeizaam onderhandelen bereikten de twee aan elkaar grenzende koninkrijken in 1411 overeenstemming over een wapenstilstand. Dit was voor de drie zonen van de Portugese koning Johan I (João I, regeerde 1385-1433) een bittere pil. Kroonprins Eduard (Duarte) was op dat moment twintig jaar oud, prins Peter (Pedro) een jaar jonger en prins Hendrik (Henrique) zeventien. Zij hadden gedroomd dat zij, evenals hun voorvaderen, op het slagveld hun moed, dapperheid, strijdlust en militaire vaardigheid konden bewijzen waarvoor zij aan het eind van de – ongetwijfeld bloederige – strijd met de ridderslag beloond zouden worden. Na de wapenstilstand met Castilië restte hen niets anders dan tijdens toernooien met andere edellieden in het krijt te treden en hun durf en wapenbehendigheid te tonen.

 

Kaart van de omgeving van de Straat van Gibraltar.

 

Ceuta

Geen wonder dat koning Johan I niet onwelwillend tegenover de plannen stond om een korte militaire expeditie uit te voeren die voor veel groepen in Portugal alleen maar voordelen zou opleveren. Als doel werd de havenstad Ceuta uitgekozen. Deze in de noordelijke punt van het huidige Marokko gelegen stad was dankzij de strategische ligging een belangrijke handelsstad: in de Griekse mythologie waren Gibraltar en Ceuta de twee Zuilen van Hercules. Behalve dat in het begin van de 15de eeuw zeevaarders uit een groot deel van het Middellandse Zeegebied er veel uiteenlopende goederen haalden en brachten, was het ook het eindpunt van diverse karavaanroutes. Zo stond Ceuta in directe verbinding met het roemruchte Timboektoe.

 

De Neurenbergse cartografenfamilie Homanns Erben tekende in 1743 een gedetailleerde kaart van West-Afrika, waarop nederzettingen en stammen nauwkeurig worden vermeld. Opvallend is ook de grote hoeveelheid ivoor die in de linkerhoek is afgebeeld.

 

Handelsoorlog onder christelijke dekmantel

Portugese kooplieden waren ingenomen met ieder plan om een geduchte concurrent een kopje kleiner te maken. Hierbij speelde ook nog een rol dat vermoed werd dat Ceuta een belangrijk toevluchtsoord was voor zeerovers die de omgeving van de Straat van Gibraltar onveilig maakten. Maar het aambeeld waarop koning Johan I het meest luidruchtig hamerde, was een ander: het was een christenplicht om de strijd tegen de ‘ongelovigen’ of ‘heidenen’ nieuw leven in te blazen. Pauselijke toestemming voor een nieuwe kruistocht tegen de moren in Noord-Afrika – deze terminologie werd letterlijk gebruikt – werd moeiteloos verkregen. Het grootste probleem voor de Portugese koning was dat hij het precieze doel van zijn militaire campagne zo lang mogelijk geheim moest houden.

 

De prins steekt van wal.

 

Hoewel veel koninklijke raadgevers grote bedenkingen hadden – ze vreesden interventie door Castilië en de schuldenlast van eerdere oorlogen was nog steeds onverantwoord hoog – ging aan het Portugese hof de kogel toch door de kerk en werd begonnen met de voorbereiding. Dat was geen sinecure omdat Portugal nog niet over een vloot van enige betekenis beschikte. Een deel van de op te richten oorlogsvloot bestond uit omgebouwde koopvaardijschepen of vissersboten en een ander deel werd in buurlanden aangekocht. Maar een groot deel van de oorlogsschepen moest nieuw gebouwd worden. Na een paar jaar van voorbereiding was de armada opgetuigd. De meest geloofwaardige schatting gaat uit van een oorlogsvloot die bestond uit 59 oorlogsschepen, 63 transportschepen en 120 kleinere bevoorradingsschepen. De totale bemanning – zowel de zeelieden, roeiers als voetsoldaten – zou uit 19.000 koppen bestaan hebben.

 

De aanval op Ceuta (1415), geschilderd door Jorge Colaço (1868-1942) en te zien in het treinstation van Sao Bento in Porto. Colaço verwierf faam met grote muurdecoraties, bestaande uit beschilderde azulejos (siertegels).

 

Op 26 juli 1415 verliet de vloot – onder trompetgeschal en met de vlaggen en vaandels in top – de haven van Lissabon. Pas toen de schepen in de buurt waren van Lagos, in de zuidwestelijke punt van Portugal, maakte koning Johan I het reisdoel bekend: Ceuta. Hier brak grote paniek uit en gouverneur Salah-ben-Salah vroeg in allerijl om militaire bijstand. Vanuit het koninkrijk Fez snelden hulptroepen toe toen de Portugezen op 17 augustus hun eerste aanvalspoging uitvoerden. Maar door een storm werd de vloot uiteengeslagen. De galeien moesten in de Baai van Algeciras een veilig heenkomen zoeken en de grotere schepen weken zelfs naar Málaga uit. De stadswachten op de muren van Ceuta waren er zeker van: de Portugezen waren onverrichterzake vertrokken. Uit misplaatste zuinigheid stuurde Salah-ben-Salah de soldaten van het bevriende koninkrijk Fez weer terug naar huis. Dat bleek al snel een strategische blunder van formaat.

 

Georg Braun en Frans Hogenberg stelden tussen 1572 en 1618 de Civitates Orbis Terrarum samen, de grootste verzameling plattegronden en illustraties ooit verschenen. Een van de 546 kaarten en stadsgezichten is die van Lissabon.

 

Plunderingen inspireren de prins

Nog geen week later keerde de inmiddels gehergroepeerde Portugese vloot terug en voerde een succesvolle aanval op Ceuta uit. Met dank aan het verrassingseffect en de superieure bewapening, slaagde de Portugese legermacht er in dertien uur in de stad geheel onder controle te krijgen. Nadat de moskeeën ritueel gereinigd waren zodat ze als christelijk gebedshuis dienst konden doen – en waarmee aan het formele doel van de onderneming was voldaan – begon het onderdeel waarvoor het merendeel van de militairen eigenlijk was meegegaan: de plundering van de rijke handelsstad. De stad werd grondig gestript en alles van waarde werd naar de schepen weggesleept: sieraden, zijde, goud, zilver, koper, messing, tapijten en natuurlijk een enorme partij specerijen en kruiden.
Prins Hendrik bevond zich bij de aanval op Ceuta in de voorste linies en ook bij de plundering liet hij zich niet onbetuigd. Hier maakte hij voor het eerst kennis met de rijkdommen in de Arabische wereld en ontstond zijn obsessie om de islamitische landen te veroveren. De aanval op Ceuta luidde het begin in van de Portugese expansie overzee. Nooit eerder was de kustlijn van Afrika systematisch verkend en in kaart gebracht. Onder de bezielende leiding van prins Hendrik – die als derde zoon zich weinig illusies op de troon hoefde te maken – werd hiermee een begin gemaakt.

 

Hendriks wapen.

 

Madeira verliest zijn bossen

Voor de beginperiode zijn de vorderingen niet nauwkeurig geboekstaafd. Wel is bekend dat in 1425 Madeira (‘Houteiland’) werd ontdekt. Het hout was uitstekend geschikt voor de scheepsbouw, in die jaren in Portugal een booming business. De vrijgekomen grond bleek goed geschikt voor de verbouw van suikerriet. De hier geproduceerde suiker kreeg in Europa de bijnaam ‘het witte goud’. Dat verklaart waarom Madeira al in 1433 helemaal ontbost en bedekt was met grote suikerrietplantages.
Bij de verkenning van de westkust van Afrika stuitten de Portugezen op een moeilijk te nemen hindernis: Kaap Bojador. Hoewel de uitstulping gering is – de hobbel langs de kustlijn van de huidige Westelijke Sahara strekt zich over amper veertig kilometer uit – boezemde deze plek de Middeleeuwse Zeelieden grote angst in. Er deden angstaanjagende verhalen de ronde: de oceaan zou er koken, schepen zouden verzwolgen worden door zeemonsters en het zou er zo heet zijn dat de blanke huid meteen pikzwart werd. Hoe dan ook: niemand zou levend uit deze onheilspellende plek terugkeren. In de jaren omstreeks 1430 had prins Hendrik al minstens vijftien keer een expeditie uitgezonden om Kaap Bojador te ronden. Ze mislukten zonder uitzondering, met ‘angst’ als de belangrijkste verklaring.

 

De Torre de Belém is een beeldbepalend gebouw aan de oever van de Taag in Belém, een voorstad van Lissabon. Deze toren is aan het begin van de 16de eeuw gebouwd om de haven van Lissabon wat meer cachet te geven, maar diende ook ter verdediging.

 

Prins Hendrik – die overigens zelf veilig aan wal bleef – was ervan overtuigd dat al deze genoemde risico’s slechts verbeelding waren. In 1434 werd Gil Eannes met de ultieme opdracht erop uitgestuurd om deze psychologische barrière te slechten: ‘waag het niet terug te keren voordat je een nauwkeurige beschrijving kunt geven van het gebied ten zuiden van Kaap Bojador’. Aangekomen ter hoogte van de plek des onheils werd aan boord een groot feestmaal bereid: er werd volop gezouten vlees, gedroogde vis en kaas gegeten en de wijn stroomde rijkelijk. Na dit ‘galgenmaal’ lieten ze zich door een aflandige woestijnwind naar het westen waaien. Op goed geluk werd na een tijdje de koers naar het zuiden verlegd om daarna weer in oostelijke richting te varen. Na een dag en een nacht varen en dobberen, bereikten ze een zanderige kust waar geen levende wezens te bespeuren waren. De Portugese waaghalzen plukten er een paar rozen die ze als bewijsstuk voor hun opdrachtgever meenamen.

 

Aan de kade van de Taag in Lissabon staat het Padrão dos Descobrimentos, een 52 meter hoog monument ter ere van de Portugese ontdekkingsreizigers. Het monument is in 1960 gebouwd ter gelegenheid van de herdenking van de 500ste sterfdag van Hendrik de Zeevaarder. Hij heeft dan ook een ereplaats gekregen op het voorplecht van het schip. De persoon vijfde van rechts stelt Gil Eannes voor, de kapitein die als eerste voorbij Kaap Bojador voer.

 

Geen goud, wel een massa kennis, en slaven

Na dit succes kregen de Portugezen de smaak goed te pakken. Prins Hendrik verwierf van de paus het exclusieve recht om de Afrikaanse kust te verkennen: ‘zo ver zuidwaarts als mogelijk en zo diep het binnenland in als bereikbaar, goedschiks dan wel kwaadschiks’. Van 1441 tot zijn overlijden in 1460 werden stelselmatig expedities uitgezonden die telkens een stuk verder moesten gaan dan de vorige. De kapiteins en de bemanning kregen strikte opdrachten mee om de kustlijn nauwkeurig in kaart te brengen en gedetailleerde gegevens te verzamelen over de flora en fauna en van de bewoners van de kustgebieden. Zo werd in de loop der jaren een enorme hoeveelheid kennis verzameld. Wetenschappers uit allerlei windstreken werden naar Portugal gehaald (of zij kwamen uit zichzelf) om deze stroom aan nieuwe informatie te bestuderen en systematisch te verwerken.

De door prins Hendrik aangezwengelde ontdekkingsreizen waren in één opzicht teleurstellend: het goud en de andere rijkdommen werden niet gevonden. Totdat op 8 augustus 1444 een schip de haven van Lissabon binnenliep met aan boord 235 gevangengenomen Afrikanen, die als slaaf verkocht werden. Portugal had in deze jaren ongeveer 700.000 inwoners en was de klap van de opeenvolgende pestepidemieën nog maar amper te boven gekomen. Er waren dus te weinig mensen om een ambitieus kolonisatieprogramma uit te kunnen voeren. De negerslaven werden onmisbaar geacht om een deel van het werk, zoals op de suikerplantages op Madeira, te verrichten. Nog tijdens zijn leven werden in opdracht van prins Hendrik tussen de 15.000 en 20.000 negerslaven naar Portugal getransporteerd. Hierdoor staat hij alleen aan de wieg van de grote ontdekkingsreizen, maar ook aan die van de ‘moderne’ slavenhandel.
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld: Algemeen wordt aangenomen dat dit prins Hendrik is. Het is een van de zestig personen op het veelluik Painéis de São Vicente de Fora van de Portugese schilder Nuno Gonçalves (1420-1490) (detail).)

 

Lees de rest van het artikel, plus veel meer spannende historie, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Vlaanderens mooisten

Irene Smets schreef een verbazend boek voor hen die menen dat het Vlaamse erfgoed wordt verkwanseld. Wat een enorme rijkdom aan woongebouwen! En over het algemeen prima onderhouden. Daar schuilt niet alleen een dikke portemonnee achter, maar ook liefde voor historisch cultuurgoed.

Lees verder

Kroniek

Eerste hitparade

Discjockeys, radiozenders zijn ermee vergeven. Soms lijkt het alsof de ‘plaatjesdraaier’ belangrijker is dan de muziek. 69 Jaar geleden, op zaterdag 2 juli 1949, was dat wel anders. Toen presenteerde Jaap Albert Louis Sidney (‘Pete’) Felleman de allereerste hitparade op de Nederlandse radio, simpelweg ‘Hitparade’ genaamd.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder