Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Stille oorlogsgetuigen

28 maart 2018 Siebrand Krul

Zo’n 1.500 films produceerde ‘Oostenrijk-Hongarije Film’ tussen 1914 en 1918, veel meer dan tot dusver aangenomen. Eenr groot deel diende als amusement, vermaak, niet als oorlogspropaganda. Er is een ‘filmografie’ van gemaakt die tal van mythes uit de wereld helpt. En het brengt het in vergetelheid geraakte keizerrijk terug in bewegende herinnering.

Vervalsingen, tegenwoordig ‘fake’ genoemd, hebben een lange geschiedenis. Dat ze hun oorsprong in de Eerste Wereldoorlog vonden, klopt niet. Al ruim voor de oorlog werden tendentieuze oorlogsfilms gemaakt, zoals over de Chinese Bokseropstand (1899-1901). Historicus Hannes Leidinger heeft uitgezocht hoeveel propaganda de Oostenrijks-Hongaarse films uit de Eerste Wereldoorlog bevatten. Het project heette ‘Bewegend beeld van Habsburgs laatste oorlog’ en liep van 2013 tot 2018. ‘Een groot deel van de gevechtshandelingen is nep’, aldus Leidinger. De beeldanalyse steekt uiteraard nauw, wil men kunnen vaststellen wat echt en wat nep is. Wat helpt is het uitzoeken waar de camera stond. Zijn er scenes die frontaal een Oostenrijkse stormaanval filmen, en nadien de achterkant van Italiaanse troepen, als ze handgranaten naar de Oostenrijkers gooien, dan is dat overduidelijk geënsceneerd. Echte gevechtsscenes zijn doorgaans aan de saaie kant. Een rustige en statische opname gaat meestal over het met scherp schieten, zonder dat troepen in beweging komen.
De filmploegen werden almaar creatiever in het tonen van de oorlog. Soldaten speelden acties na, er werden archiefbeelden tussen geplakt, zoals opnamen van vooroorlogse manoeuvres en van wapentuig. Ook werd beeld van de vijand geretoucheerd. Fictie en realiteit liepen in elkaar over.

Verovering van Boekowina

Leidingers project zwermde over Midden-Europa, op zoek naar het filmmateriaal: Filmarchiv Austria, het Magyar Nemzeti Filmarchívum in Boedapest en filmarchieven in de landen die uit de Habsburgse monarchie ontsproten. Rond deze tijd verschijnt, opvallend genoeg in samenwerking met de University of New Orleans, de catalogus.
Hoe nauw fictie en werkelijkheid door elkaar liepen, illustreert de Hongaarse featurefilm ‘A föld rabjai’ (‘Prisoners of Land’) uit 1917, die onder meer titels in omloop was, zoals de verovering van Boekowina. Niet alleen de veelheid aan films, ook de kwaliteit verraste Leidinger. Hij had zo’n 200 films specifiek over de oorlog verwacht aan te treffen. Maar vooral de Hongaarse productie bleek enorm groot. Naast Boedapest ontwikkelde zich vanaf 1917 in Kolozsvár (Klausenburg) een soort Hongaars Hollywood. De onderzoekers vonden spannende dingen. Bij de productie van oorlogspropaganda bleken de Hongaren namelijk tamelijk terughoudend. Tot Mihály Károly in november 1918 de Republiek Hongarije uitriep bestond er zelfs geen Hongaars weekjournaal. Wel werden veel verstrooiingsfilms gemaakt, maar na 1916 minder met de oorlog als onderwerp. De publieke interesse daarvoor nam duidelijk af, terwijl juist nu het leger sterker op film als ropagandamiddel inzette.

 

Alexander ‘Sascha’ Kolowrat-Krakowsky (links).

 

Wankele keizer versterkt beeldvorming

In 1914 was het k.u.k Kriegspressequartier (KPQ) opgericht, aanvankelijk met oud materiaal werkend, pas vanaf 1917 zelf met een productiebedrijf in de weer. Een centrale rol speelde Alexander ‘Sascha’ Kolowrat-Krakowsky, oprichter van de Sascha-Filmfabrik en vanaf 1915 de technische baas van het Kriegsarchiv. Het wrong nogal eens tussen zijn privébelangen en die van het leger.
Dat midden in de oorlog sterker op het middel film werd ingezet, werd mede veroorzaakt door de dood van keizer Franz Jozef. De oude vorst wilde beslist niet gefilmd worden, uit vrees dat het toch al bestaande beeld van een zwak rijk zou worden versterkt door een gammele keizer. Zijn opvolger Karel stond opener tegenover het nieuwe medium.
Was het thema ‘verval’ na 1918 in de uit de dubbelmonarchie ontstane staten aanwezig? Jazeker: ze benadrukten als van nature vooral hun eigen rol, Oostenrijk-Hongarije als entiteit verdween razendsnel uit het nationale bewustzijn van de nieuwe staten. Wij weten daar in het westen weinig van omdat hier de nadrukkelijke aandacht van de oorlog op het westelijke front ligt. De meeste mensen weten van de oorlog in het oosten en aan de Alpen weinig. Ook herinneringsplekken vervaagden, waar die in het westen tot de dag van vandaag almaar opvallender worden. De herinnering aan Oostenrijk-Hongarije verdampte. Leidinger: alleen de strijd in het hooggebergte, zoals in de film Bergen in vlammen (1931) leeft het keizerrijk voort. Des te belangrijker dat nu een catalogus is samengesteld.

(Openingsbeeld: Alexander ‘Sascha’ Kolowrat-Krakowsky, oprichter van de Sascha-Filmfabriek, aan de camera bij filmopnamen in het veld. (Filmarchiv Österreich))


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder