Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Koloniën van Weldadigheid

28 maart 2018 Siebrand Krul

Tweehonderd jaar geleden richtte Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op met als doel de schrijnende armoede in vooral de grote steden het hoofd te bieden. De steden zelf werkten graag mee aan de verhuizing (deportatie) van bedelaars en armoedzaaiers naar eindeloze rauwe heidevelden, ver weg. De Maatschappij bestaat nog steeds en kijkt dit jaar terug op een uiterst bewogen geschiedenis.

Nederland staat er in 1818, toen Noord en Zuid verenigd waren, bar slecht voor na de verwoestende Franse Tijd en wereldwijde misoogsten als gevolg van de enorme vulkaanuitbarsting van de Tambora in 1815. Als gevolg van de Verlichting werden armoede en hongersnood niet langer beschouwd als nu eenmaal van God gegeven, en als een zedelijk probleem, maar als veroorzaakt door ontwikkelingen waar de slachtoffers weinig invloed op hadden. Die moesten geholpen worden. Hier kwam Johannes van den Bosch in beeld. Met hulp van invloedrijke mensen en vooral koning Willem I richtte hij de Maatschappij van Weldadigheid op en stichtte de eerste proefkolonie Frederiksoord, aan de Drents-Friese grens.

 

Het oude Tweede Gesticht.

 

Zijn doel was het bestrijden van armoede door het bieden van huisvesting, arbeid, zorg en scholing. In hoog tempo werden honderden koloniehuisjes gebouwd, en de vereniging Maatschappij weet snel meer dan 20.000 leden aan zich te binden die jaarlijks doneren. Vervolgens komen er nieuwe koloniën in Wilhelminaoord/ Boschoord, Willemsoord en Wortel in het huidige België. Er worden scholen gesticht, er komen voorzieningen als een gaarkeuken en een spinnerij. Eigenlijk alles wat nodig is om zelfvoorzienend te kunnen leven. Er wordt zelfs een eigen muntsoort ingevoerd.

 

Niet alleen staan er nog veel oude koloniehuisjes rond Frederiksoord, er worden ook nieuwe gebouwd, maar dan wel zo duurzaam mogelijk.

 

Arme gezinnen, bedelaars en zwervers kunnen wonen en werken in één van de koloniën van Weldadigheid, totdat ze hun leven weer op de rit hebben. Ze krijgen een eigen woning en een lap grond, zo’n drie hectare, om te bewerken. In ruil hiervoor maken ze onvruchtbaar land klaar voor agrarisch gebruik en bewerken het. Kerkbezoek is verplicht, evenals het volgen van onderwijs en lidmaatschap van het ‘ziekenfonds’.

 

Huize Westerbeek, waar Johannes van den Bosch in Frederiksoord zijn plan begon. Het is nog altijd de zetel van de Maatschappij van Weldadigheid. Na dertig jaar directeurschap geeft Jan Mensink dezer dagen het stokje over aan Minne Wiersma.

 

Van den Bosch had met dit systeem ervaring in Indië opgedaan en daar functioneerde het prima. Maar in de Nederlanden werkte dit niet: de vaak lethargische paupers uit de grote stad plompverloren neerplanten in het ‘Siberië van Nederland’ deed hen niet als bij toverslag in nijvere boeren ontwikkelen. Het harde bestaan, daar was wel mee te leven, maar de enorme discipline die werd gevergd, in arbeid, scholing, kerkgang, dat liep vaak verkeerd af. Menigeen moest verkassen naar de dwangkoloniën Veenhuizen, Ommerschans of Merksplas. Bovendien kregen de blijvers in de vrije kolonie een stigma waar ze niet gemakkelijk vanaf kwamen.

 

De opzet van de vrije kolonie Frederiksoord was erg systematisch, passend in het streven de bewoners orde, regelmaat en discipline aan te leren.

 

In totaal heeft de Maatschappij van Weldadigheid zeven koloniën opgericht. Het grootste oppervlak van de koloniën van Weldadigheid ligt in Drenthe, in Frederiksoord, Wilhelminaoord en Veenhuizen. Ommerschans en Willemsoord liggen in Overijssel en Wortel en Merksplas in België. Na de scheiding tussen Noord en Zuid vallen Wortel en Merksplas niet meer onder de Maatschappij van Weldadigheid.
Toen de financiële tekorten onhoudbaar werden, nam de Staat der Nederlanden in 1859 de dwangkoloniën Ommerschans en Veenhuizen over. De Maatschappij van Weldadigheid richtte zich vervolgens op haar landbouwkoloniën in Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. Tot 1910 werden nog mensen opgenomen in het kader van armoedebestrijding, daarna legt de Maatschappij zich toe op het beheer en de exploitatie van haar bezittingen. Om toenemende financiële zorgen het hoofd te bieden, worden af en toe panden en gronden verkocht. De laatste jaren gaat het de andere kant op: er wordt weer aangekocht, en koloniehuisjes, nu modern, opnieuw gebouwd en in erfpacht verkocht. De Maatschappij is daarmee een vastgoedbedrijf geworden, wel met een nadrukkelijk sociale doelstelling. Ruwweg de helft van de zestig panden zijn rijksmonument.

 

Voormalige gevangenis in Veenhuizen.

 

Naar schatting heeft één op de zestien Nederlanders voorouders die in de koloniën hebben gewoond. Zie ook www.allekolonisten.nl

Frederiksoord is het centrum van de Koloniën van Weldadigheid, de plek waar alles begon. In 1818 kocht Johannes van den Bosch hier het landgoed Westerbeek met Huis Westerbeek en het logement en richtte de Maatschappij van Weldadigheid op. Vanuit Huis Westerbeek werd woeste grond ontgonnen en liet hij koloniewoningen bouwen met daarachter drie hectare landbouwgrond, of beter: grond die voor de landbouw geschikt gemaakt moest worden. Hier bood hij arme gezinnen huisvesting, werk, scholing en zorg aan. Dit was het begin van een bijzondere geschiedenis, waarbij de basis werd gelegd voor onze verzorgingsstaat. Het huis biedt nog altijd onderdak aan het bureau van de Maatschappij.

 

Heel opvallend in Veenhuizen -waar sinds eind jaren tachtig vrij doorheen gereisd mag worden- zijn de stichtelijke gevelteksten. Ze zijn het kenmerk van het dorp geworden en menig nieuw bedrijf ent zijn bekendheid er op, zoals de brouwerij Maallust.

 

De Koloniën van Weldadigheid zijn genomineerd als UNESCO werelderfgoed. Bijzonder is immers dat het ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden zijn van binnenlandse agrarische koloniën om armoede te bestrijden. Ze kunnen gezien worden als prototype voor latere sociale ontwikkelingen, uitmondend in de verzorgingsstaat.
Het Werelderfgoedcomité van UNESCO heeft sinds 1972 wereldwijd 1.073 werelderfgoederen aangewezen. Nederland kent op dit moment tien werelderfgoederen (https://www.werelderfgoed.nl), Vlaanderen dertien. De laatst aangewezen werelderfgoederen in Nederland en Vlaanderen zijn respectievelijk de Van Nellefabriek in 2014 en de Oerbeukenbossen (Zoniënwoud voor België) van Europa in 2017.

 

In de gestichten van Veenhuizen gold een strakke hiërarchie. Zo mochten alleen de woningen van de directeur en onderdirecteuren wit gepleisterd worden. Alleen in hun tuin mocht een rode beuk staan, bij de directeurswoning, zoals dit ‘Klein Soestdijk’ kwam ook een rodondendron, teken van verhevenheid. Veranderde een personeelslid van functie, dan diende hij direct te verhuizen.

 

Het nominatieproces van de Koloniën van Weldadigheid is begonnen in 2012. Het is een breed gedragen proces, waar inwoners, bedrijven en organisaties in de deze gebieden uitgebreid bij betrokken zijn. In januari 2017 is de nominatie ingediend bij UNESCO, door Nederland mede namens België in de categorie culturele landschappen. Het nominatiedossier is nu in behandeling bij ICOMOS, het adviesorgaan van UNESCO. Begin juli 2018 zullen 21 afgevaardigden van de 193 landen die het werelderfgoedverdrag ondertekenen in Manama, de hoofdstad van Bahrein, beslissen of de Koloniën van Weldadigheid worden ingeschreven op de werelderfgoedlijst. De internationale erkenning die uit inschrijving voortkomt, werkt als een soort ‘Michelinster’ voor een gebied.

 

 

De Maatschappij, de koloniën, de strafinrichtingen, de TBS-instelling: ze worden vaak door elkaar gehaald, ondanks hun gemeenschappelijke oorsprong. De TBS-instelling Boschoord, in het Fries-Drentse Wold, valt onder het Ministerie van Justitie en is uiteraard niet te bezoeken. Datzelfde geldt voor de gevangenissen van Veenhuizen en Merksplas, en ook Veldzicht (Ommerschans) is hermetisch afgesloten. ‘Veenhuizen’ is echter een begrip dat de meeste bezoekers trekt, niet vanwege de gevangenissen (er is wel een ‘Bajesdag’, 28 mei), maar vanwege de bijzondere gebouwen die in de tweede helft van de 19de eeuw zijn neergezet om alle ondersteunende diensten en het personeel van de strafinrichtingen te herbergen.

 

Beelden uit de nieuwe tentoonstelling in het Gevangenismuseum in Veenhuizen, een publiekstrekker van jewelste.

 

Veel van dat erfgoed, in de jaren tachtig door Justitie verlaten en nadien vervallen, is gerestaureerd en kreeg een nieuwe functie, bij voorkeur passend bij de ontstaansgeschiedenis. Grote trekker in dit gebied is het Gevangenismuseum, waar in de zomers van 2016 en 2017 met groot succes het theaterspektakel ‘Pauperparadijs’ werd opgevoerd (deze zomer in Carré). De UNESCO-nominatie wordt aangegrepen om het geheel te propageren, waarbij niet wordt nagelaten te wijzen op de bijzondere natuur die de Maatschappij-spruiten omringen, bestaande uit liefst drie Nationale Parken.
De herdenkingsfeesten krijgen een bijzondere aftrap als op 20 april koning Willem-Alexander langskomt in Frederiksoord.
Meer informatie: www.kolonienvanweldadigheid.eu

Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid en hun oprichtingsjaren:

I Frederiksoord (NL) 1818
II Wilhelminaoord/Boschoord/Oostvierdeparten (NL)1821
III Willemsoord (NL) 1820
IV Ommerschans (NL) 1819
V Wortel (BE) 1822
VI Veenhuizen (NL) 1823
VII Merksplas (BE) 1825

 

(Openingsbeeld: De eerste koloniehuisjes te Frederiksoord, het nieuwe oord, genoemd naar een prins van Oranje.)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder