Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Gemaakt om te blijven

12 februari 2018 Siebrand Krul

In 1938 werd een 114 jaar oud conservenblik geopend. Het was een restant uit de voorraad die de Britse poolvorser Parry in 1824 als proviand had meegenomen op een van zijn expedities. Het gebraden kalfsvlees dat in het blik werd gevonden bleek zelfs na meer dan honderd jaar nog prima te eten. Vandaag is het conservenblik niet meer weg te denken.

Altijd al is er gezocht naar manieren om voedsel te bewaren. Periodes van overvloed konden zo tijden van schaarste opvangen. Door de eeuwen heen is er gedroogd, gepekeld, gerookt en versuikerd. Vooral in de scheepvaart was de behoefte aan houdbaar voedsel groot. Gebrek aan goede proviand zorgde voor een schrikbarend hoge sterfte op de schepen. Al in de 18de eeuw werden op de oorlogsschepen van de Nederlandse Republiek een soort van conserven gebruikt.

 

Het oudst bewaarde conservenblik dateert uit 1824 en is afkomstig uit de voorraad van poolreiziger William Parry.

 

Geen idee van de werking

Ook tijdens veldtochten kon voedsel doorslaggevend zijn. Napoleon wist dat als geen ander: ‘Een leger marcheert op zijn maag’. In 1800 beloofde hij 1.200 franc aan degene die de proviandering van zijn legers kon verbeteren. De Franse banketbakker Nicolas Appert kreeg in 1809 de prijs. Hij vulde glazen flessen met etenswaar, sloot die af met een kurk en dompelde ze een tijdlang in een bad van kokend water. Hierdoor werd de hoeveelheid bacteriën drastisch verminderd en kon het voedsel jarenlang goed blijven. Grappig genoeg was het bestaan van deze micro-organismen toen nog totaal onbekend. Dat Apperts methode werkte was duidelijk, het waarom niet. Pas jaren later zou Louis Pasteur dat ontdekken.

 

De allereerste blikopeners verschenen pas zo’n vijftig jaar na het blik.

 

Openen met hamer en beitel

Het idee van Appert was goed, maar glas was kwetsbaar. Zijn landgenoot Phillipe de Girard koos voor metaal en liet deze variant in 1810 door de Londense handelsman Peter Durand patenteren. Een jaar later kocht de Britse industrieel Bryan Donkin het patent en in 1812 werd Donkin, Hall & Gamble de allereerste conservenfabriek ter wereld. In 1814 werden de eerste bestellingen aan de Britse marine geleverd. Een decennium later waren er in Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten al meerdere conservenfabrieken in bedrijf.
De eerste conserven stonden nog ver af van de gebruiksvriendelijke blikken van nu. Het waren loodzware, met tin beklede ijzeren potten, afgesloten met een deksel en daarna dicht gesoldeerd. Het gewicht varieerde van 1,8 tot ruim negen kilo en om ze te openen moest je overweg kunnen met hamer en beitel.

 

Pop-art icoon Andy Warhol (1928-1987) gebruikte het soepblik als verbeelding van de consumptiemaatschappij.

 

Loodvergiftiging

De blikopener verscheen pas in 1858, toen de productie van dun plaatstaal veel lichtere blikken mogelijk maakte. Niet erg praktisch dus, die eerste conserven, maar ze waren dan ook bedoeld voor gebruik in het leger en op de vloot. Of verre expedities, zoals de rampzalig verlopen pooltocht onder leiding van John Franklin. In 1845 vertrok hij met twee schepen en 129 man naar de Noordelijke IJszee op zoek naar een noordwestelijke doorvaart. Er was voor drie jaar voedsel aan boord, voornamelijk ingeblikt. Er zijn aanwijzingen dat het lood waarmee de blikken waren gedicht ondeskundig was aangebracht waardoor het metaal in het eten lekte. Onder de barre omstandigheden ondermijnde een sluipende loodvergiftiging de toch al op de proef gestelde weerstand. Niemand overleefde de reis.

 

De Leuvense conservenfirma Marie Thumas was in Vlaanderen een begrip. Hier een kookboek met recepten van conserven (ca 1930)

 

Groenten ondermijnen de gezondheid!

Was de productie van blikconserven nog lang handwerk, vanaf 1860 ging dat steeds meer machinaal en konden grote aantallen worden geproduceerd. Toen het blik ook zijn huidige vorm kreeg, aasden de fabrikanten op nieuwe afzetmogelijkheden. Op de Wereldtentoonstelling van 1851 werd een breed scala van conserven gepresenteerd bedoeld voor thuisgebruik. Daarbij werd eerst nog gemikt op de betere standen. Zo leverde de Franse firma J. Chevet complete ‘weeldeschotels’ volgens de Franse haute cuisine. Voor de gewone man waren conserven nog te duur. Die at aardappelen en brood en soms wat worst of spek. Groenten werden maar zelden gegeten. Niet alleen waren ze duur, ook de waardering was klein. Tijdens de grote cholera-epidemie die in 1866 Nederland en België overrompelde (resp. 21.000 en 43.00 doden) waarschuwden de autoriteiten zelfs tegen het eten van komkommers, snijbonen en ander groenten omdat die de ziekte zouden bevorderen. Het eerste conservenproduct dat vanaf 1860 zijn weg vond naar grote groepen van de bevolking was gecondenseerde melk of ‘melk-essence’.

 

Het wecken van groente was lange tijd enorm populair. Op deze Amerikaanse poster uit de Tweede Wereldoorlog wordt de huisvrouw gevraagd door wecken een bijdrage te leveren aan de nationale voedselvoorziening.

 

Soldatenrantsoen

Ook in Nederland en België kwam de conservenindustrie van de grond, vaak in de traditionele tuinbouwgebieden. Leiden kreeg in 1860 zijn eerste fabriek en al gauw waren er meer. In België, in Wilsele bij Leuven, rolden vanaf 1886 de blikken van Marie Thumas uit de fabriekshallen. De Mechelse firma Le Soleil startte in 1892 met de productie. De fabriek werd in de volksmond de ‘eitefabriek’ (erwtenfabriek) genoemd.
[Harry Stalknecht]

(Openingsbeeld: Spam, dat we nu vooral kennen als ongevraagde mail, was oorspronkelijk een soort boterhamworst in blik. Het werd door het befaamde satirische team van Monty Python in 1970 in een komische restaurantsketch over sluikreclame te pas en te onpas opgevoerd.))

 

Lees de andere helft van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder