Stelling

Erdogan-nationalisme is niet erger dan Trump-nationalisme

Stem

Agenda

Weg naar de stad
Als hoofdstad van de Europese Unie telt het stedelijk gebied Brussel op dit moment 1,8 miljoen inwoners. Met 180 nationaliteiten is het met recht een wereldstad. De tentoonstelling Gastvrij Brussel? / Bruxelles terre d’accuil? in het Joods Museum van België belicht de geschiedenis en actualiteit van de Brusselse migratie.
Dansen met de vijand
De Joodse Roosje Glaser is een jonge vrijgevochten vrouw: mooi, sportief, uitdagend, intelligent en ambitieus. Ze is een succesvolle danseres. Tijdens de eerste jaren van de oorlog probeert Roosje haar beroemde dansschool lang overeind te houden en ze trekt zich zo min mogelijk aan van anti-Joodse maatregelen. Dan wordt ze verraden door zowel haar ex-man als door haar minnaar, en wordt gedeporteerd.

Funeraire kunst

12 februari 2018 skrul

Het herdenken van doden met praalgraven en dodenmaskers is zo oud als de mensheid. Grieken en Romeinen, en vooral de Egyptenaren waren meesters in de grafkunst met hun obelisken, mummies, amforen, fresco’s en beelden. De graven zelf, zoals piramides, waren staaltjes van een ongekende ‘memento’ heldenverering die we, duizenden jaren na hun bouw, nog steeds niet volledig doorgronden.

Ook Nederland kent een uitgebreide traditie qua funeraire kunst, zoals grafcultuur wel wordt genoemd. Vooral in de 19de eeuw was door Victoriaanse en Romantische invloeden sprake van een glorietijd: speciaal gecomponeerde rouwmuziek, rouwkleding, -serviezen, -zakdoekjes en gipsen dodenmaskers. Maar ook met doeken gedrapeerde, geornamenteerde lijkkoetsen, speciale kostuums voor dragers en de uitvaartleider (zwarte tressen, soms met zilverdraad vervlochten voor een eerste klasse begrafenis, op het hoofd werd een steek gedragen) en uitbundige praalgraven op parkachtige dodenakkers (waarvoor soms entree betaald moest worden). In Nederland waren sieraden populair waarin haar van de overledene werd verwerkt, zoals medaillons, armbanden en kettingen. Het Westfries Museum in Hoorn bezit bijzondere uitingen van deze ietwat macabere, artistieke huisvlijt, zoals een mini-kerkhofje op een ovaal houten plateau onder een glazen stolp met roodfluwelen stofrand. Het kapelletje met een pad eromheen is uit been gesneden en zilveren grafzerkjes (in kleine lettertjes ‘C. van Riel, overleden 1885’) zijn afgezet met paaltjes en kettinkjes. Het haar waarmee boombladeren (waaronder treurwilgen) zijn gemaakt, is inmiddels kleurloos geworden.

 

Een ingelijst haarstukje met als afbeelding een begraafplaats. De afhangende takken van de treurwilg en het overige groen zijn gemaakt van het haar van een overledene. (Museum Tot Zover)

 

Haarlokjes als kunstwerk

Ook uitvaartmuseum Tot Zover op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster heeft markante voorbeelden in zijn collectie, zoals oorhangers met haarvlechtwerk en een haarbloemstuk in een speciaal daartoe vervaardigd meubel met aan vier zijden ruitjes rondom gemarmerde zuilen. Directeur Guus Sluiter van dit nationale funerair erfgoedmuseum: ‘Dit stuk is in 1871 gemaakt en was een verjaardagscadeau. Er was haar van zowel levende als dode familieleden in verwerkt. In 1915 is er haar aan toegevoegd van de inmiddels overleden man of vrouw, aan wie het oorspronkelijk geschonken was.’ Dat het destijds gebruikelijk was haarstukjes te laten maken, blijkt uit de achterzijde van een portret met haarwerk. Op een klein, ovaal stickertje staat: ‘W. Ooms, Kunsthaarwerker en graveur, Hoorn’. Er waren zelfs modelboeken, in tijdschriften als Penélopé werden voorbeelden afgedrukt, technieken toegelicht, tips gegeven en volgens een Duits handboek was het beter het haar af te knippen als de persoon nog leefde, omdat ‘dood haar net zo snel vergaat als de overledene’. Het haar wordt eerst in alcohol gekookt, vervolgens geknipt en met lijm gebundeld tot takjes of verwerkt als strooisel. Sluiter: ‘In die tijd maakten mensen vaak lange reizen en het was gebruikelijk een haarlok van je partner mee te nemen. Nu worden alleen nog bij baby’s haarlokjes als aandenken afgeknipt.’

 

Een ingelijst panoramisch papierknipwerk met medaillons boven een grafmonument van een overleden dominee en zijn vrouw. (Museum Tot Zover)

 

Diorama met rouwrand

Museum Tot Zover bezit nog een ander bijzonder memento-mori stuk: een ingelijst papierknipwerk, gemaakt door de Middelburger Johannes Hubertus Reygers (1767-1846): een klein diorama achter glas met zwarte rouwrand. Medaillonportretten van een overleden dominee en echtgenote staan op een papieren grafsokkel met geknipte versierselen, en de tekst: ‘Zij rusten in vrede’.
Het graf kon niet alleen – zeer vergankelijk – getooid worden met boeketten en bloemenkransen met linten. Ook de graftrommel bedekte vanaf circa 1870 menige grafsteen: een ovalen, metalen trommel met glazen deksel en daarin linten, een palmtakje, een bloemstuk vervaardigd met stelen van ijzerdraad, omwikkeld met gekleurde stof, blaadjes van zink of steen en bloemen gemaakt van kralen of papier-maché. Sluiter: ‘Ze werden meestal geschonken door bedrijven, verenigingen of vrienden. Door het dunne glas waren ze kwetsbaar.’ De dood werd veelal bezworen met symboliek. Zo ook bij deze graftrommels, waarbij de keuze vaak viel op bloemen als aronskelken, lelies (als symbool van Maria, zuiver- en maagdelijkheid), lelietjes van dalen (Christus als brenger van het heil en het evangelie), vergeet-me-nietjes en rozen (het lijden en het martelaarschap van Christus; vijf rozenblaadjes verwijzen naar zijn vijf kruiswonden).

 

Het unieke ‘dubbeldekker’-graf in de Hervormde kerk te Vianen van Reinoud III van Brederode en zijn vrouw. (Fotograaf onbekend)

 

Compleet met wormen

Andere funeraire kunstuitingen zien we bij catacomben, graftombes en mausolea. Bekend is het bombastische praalgraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft, met een hondje aan zijn voeten, dat evenals het praalgraf van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk van Amsterdam uit de 17de eeuw stamt. Sluiter: ‘Heel mooi is een zeer omvangrijk praalgraf van wit marmer met een beeldengroep in een intiem kerkje in Midwolde, evenals het “dubbeldekker”-graf van Reinoud III van Brederode en zijn vrouw in de Hervormde kerk te Vianen. Hun beeltenis ligt bovenop en, heel bizar, daaronder een lijk in verregaande staat van ontbinding, een transi macabre, compleet met wormen die oorspronkelijk goud waren geschilderd.’ Het is de enige ‘transi’ in Nederland; transire betekent ‘oversteken’, in Bijbelse zin ook ‘doodgaan’. De wormen manen de bezoeker tot nederigheid: ‘Hoe rijk je ook bent tijdens je leven, elk stoffelijk lichaam eindigt als wormenvoer’.
In binnen- en buitenland zijn allerlei unieke grafmonumenten ontstaan. Aandoenlijk en weinig pompeus is een dubbelgraf van eind 19de eeuw in Roermond, dat symbool staat voor de sociaal-maatschappelijke verhoudingen destijds. Over een muur heen vinden twee gebeeldhouwde handjes elkaar in een omklemming. Een 33-jarige cavaleriekolonel, Jacobus van Gorkum, niet van adel en katholiek, trouwde in 1842 de protestantse, 22-jarige jonkvrouw Josephina van Aefferden. Na hun dood mochten ze niet op dezelfde begraafplaats rusten. De jonkvrouw koos ervoor om niet in de familietombe te worden bijgezet, maar in ongewijde grond en bleef zo ‘voor eeuwig met haar geliefde verbonden’.

 

Het gefotografeerd doodsportret van Maria Barbara Catharina Rooijmans, 1915. (Fotograaf onbekend)

 

Oplichtend hart

Op de begraafplaats van Laken (Brussel), vlakbij een afgietsel van Le Penseur van Rodin, staat een neoclassicistisch graftempeltje, ingenieus gebouwd door architect Georges de Larabrie, met op een binnenmuur een reliëfbeeld van een vrouw. Vier jaar geleden, op de langste dag van het jaar, om half twaalf ‘s middags was ik daar, met de brandende vraag op mijn lippen: mag ik het mirakel straks aanschouwen of keert de natuur, in de vorm van bewolking, zich tegen me? Het hele jaar door reikt de vrouwenfiguur treurig en tevergeefs haar arm uit, naar het niets, een kale muur. Maar dan, als de zon op z’n hoogst staat, dan opeens blijkt waar zij naar verlangt: een groot oplichtend hart verschijnt op de muur en wordt één met haar uitgestrekte hand. De Larabrie heeft via een opening in het tempeldak een spel met het zonlicht gespeeld, dat maar enkele dagen in het jaar rond het middaguur zo te aanschouwen is.
Ik heb geluk: als de zon vanachter het wolkendek doorbreekt, zie ik het hart twee, drie seconden oplichten. Maar of dit de volgende jaren ook weer zo zal zijn, is niet alleen afhankelijk van het weer…., er brokkelen stenen van het tempeltje af, waardoor de ‘eeuwigheid’ ook hier wellicht ingehaald wordt door ‘tijdelijkheid’.

 

Het graf ‘De Twee handjes’ in Roermond staat symbool voor de sociaal-maatschappelijke verhoudingen destijds. (Fotograaf onbekend)

 

Urnenontwerp

Aan de westkant van Londen, vlakbij Kew Garden, bevindt zich op de begraafplaats van Mortlake het originele graf van reiziger, spion en taalvirtuoos sir Richard Burton, die in India en Noord-Afrika rondreisde. Toen ik het graf van deze eigenzinnige Brit enkele jaren geleden bezocht, zei de wiedende tuinman van het kerkhof dat ik rond de cementen bedoeïenentent moest lopen. Aan de achterzijde was een metalen buistrapje bevestigd, waarlangs ik naar boven klom. Via een ruitje zag ik de grafkisten van Richard en Isabel, omgeven door een bijna gezellig oriëntaals interieur met olielampen, perzen en kamelenbellen.
Toen in Nederland begin vorige eeuw cremeren in zwang kwam, werd door de bekende architect Willem Dudok een columbarium ontworpen voor het crematorium op de Amsterdamse begraafplaats Westerveld, evenals een geglazuurde urn, herkenbaar modernistisch. De vernieuwende keramist Willem Coenraad Brouwer legde zich destijds zelfs toe op het ontwerpen van urnen, die door de Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles werden vervaardigd.
[Lex Veldhoen]

(Openingsbeeld: Een prachtig gedetailleerde maquette van een begraafplaatsje met miniatuurgraven, waarbij vooral het gras gemaakt is van kortgeknipt haar van een overledene. (Westfries Museum))

 

Lees de andere helft van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Rosa Luxemburg van Hoorn

‘Het is niet nodig te hopen om te ondernemen noch te slagen om te volharden’. Deze gevleugelde uitspraak dringt zich op bij kennismaking met dit strijdbare leven. Tegen een overmacht van ‘linkse verraders’ en ‘rechtse onderdrukkers’ houdt Trien de revolutionaire strijd hoog. Tegen de argwaan van haar omgeving in propageert ze ijverig gezinsplanning als noodzakelijke weg naar emancipatie.

Lees verder

Kroniek

Rusland Gregoriaans

Honderd jaar geleden, op 14 februari 1918, voerde als een van de laatste landen ook Rusland de Gregoriaanse kalender in, zo’n 340 jaar nadat de paus met die naam de kalenderafwijking in de Juliaanse kalender had rechtgezet. De christelijke kalender moet, om het seizoensritme (‘tropische kalender’) secuur te volgen, schrikkeljaren gebruiken voor correctie. De Gregoriaanse kalender doe dat beter dan de Juliaanse. Als een land overstapte, sloeg het meteen een aantal dagen over, in het begin tien, bij de Russen al dertien.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder