Stelling

Het bombardement op Dresden was genocide.

Stem

Agenda

Luchtvaartdagen Soesterberg
Op 25 en 26 augustus vinden de Soesterberg Luchtvaartdagen (niet te verwarren met de Luchtmachtdagen die in 2019 worden gehouden) plaats bij het Nationaal Militair Museum (NMM) op Park Vliegbasis Soesterberg. Unieke vliegtuigen en straaljagers, waaronder de F-4 Phantom, worden uit het depot gehaald en voor het publiek tentoongesteld. Meer dan twintig vliegtuigen kunnen van dichtbij worden bekeken, in sommige kun je plaatsnemen in de cockpit. Ook is er een theatervoorstelling van het Flying Circus.
Resist!
In mei 1968 gaan in Parijs de studenten de straat op uit protest tegen conservatisme en moralisme. De tentoonstelling met de Engelstalige (?) naam Resist! The 1960s Protests, Photography & Visual Legacy in Bozar in Brussel blikt terug op dat protest, uitwaaierend naar de Praagse Lente, de Vietnamoorlog, de burgerrechtenbeweging in de VS en de Afrikaanse onafhankelijkheidsstrijd.

Funeraire kunst

12 februari 2018 S. Krul

Het herdenken van doden met praalgraven en dodenmaskers is zo oud als de mensheid. Grieken en Romeinen, en vooral de Egyptenaren waren meesters in de grafkunst met hun obelisken, mummies, amforen, fresco’s en beelden. De graven zelf, zoals piramides, waren staaltjes van een ongekende ‘memento’ heldenverering die we, duizenden jaren na hun bouw, nog steeds niet volledig doorgronden.

Ook Nederland kent een uitgebreide traditie qua funeraire kunst, zoals grafcultuur wel wordt genoemd. Vooral in de 19de eeuw was door Victoriaanse en Romantische invloeden sprake van een glorietijd: speciaal gecomponeerde rouwmuziek, rouwkleding, -serviezen, -zakdoekjes en gipsen dodenmaskers. Maar ook met doeken gedrapeerde, geornamenteerde lijkkoetsen, speciale kostuums voor dragers en de uitvaartleider (zwarte tressen, soms met zilverdraad vervlochten voor een eerste klasse begrafenis, op het hoofd werd een steek gedragen) en uitbundige praalgraven op parkachtige dodenakkers (waarvoor soms entree betaald moest worden). In Nederland waren sieraden populair waarin haar van de overledene werd verwerkt, zoals medaillons, armbanden en kettingen. Het Westfries Museum in Hoorn bezit bijzondere uitingen van deze ietwat macabere, artistieke huisvlijt, zoals een mini-kerkhofje op een ovaal houten plateau onder een glazen stolp met roodfluwelen stofrand. Het kapelletje met een pad eromheen is uit been gesneden en zilveren grafzerkjes (in kleine lettertjes ‘C. van Riel, overleden 1885’) zijn afgezet met paaltjes en kettinkjes. Het haar waarmee boombladeren (waaronder treurwilgen) zijn gemaakt, is inmiddels kleurloos geworden.

 

Een ingelijst haarstukje met als afbeelding een begraafplaats. De afhangende takken van de treurwilg en het overige groen zijn gemaakt van het haar van een overledene. (Museum Tot Zover)

 

Haarlokjes als kunstwerk

Ook uitvaartmuseum Tot Zover op de Amsterdamse begraafplaats De Nieuwe Ooster heeft markante voorbeelden in zijn collectie, zoals oorhangers met haarvlechtwerk en een haarbloemstuk in een speciaal daartoe vervaardigd meubel met aan vier zijden ruitjes rondom gemarmerde zuilen. Directeur Guus Sluiter van dit nationale funerair erfgoedmuseum: ‘Dit stuk is in 1871 gemaakt en was een verjaardagscadeau. Er was haar van zowel levende als dode familieleden in verwerkt. In 1915 is er haar aan toegevoegd van de inmiddels overleden man of vrouw, aan wie het oorspronkelijk geschonken was.’ Dat het destijds gebruikelijk was haarstukjes te laten maken, blijkt uit de achterzijde van een portret met haarwerk. Op een klein, ovaal stickertje staat: ‘W. Ooms, Kunsthaarwerker en graveur, Hoorn’. Er waren zelfs modelboeken, in tijdschriften als Penélopé werden voorbeelden afgedrukt, technieken toegelicht, tips gegeven en volgens een Duits handboek was het beter het haar af te knippen als de persoon nog leefde, omdat ‘dood haar net zo snel vergaat als de overledene’. Het haar wordt eerst in alcohol gekookt, vervolgens geknipt en met lijm gebundeld tot takjes of verwerkt als strooisel. Sluiter: ‘In die tijd maakten mensen vaak lange reizen en het was gebruikelijk een haarlok van je partner mee te nemen. Nu worden alleen nog bij baby’s haarlokjes als aandenken afgeknipt.’

 

Een ingelijst panoramisch papierknipwerk met medaillons boven een grafmonument van een overleden dominee en zijn vrouw. (Museum Tot Zover)

 

Diorama met rouwrand

Museum Tot Zover bezit nog een ander bijzonder memento-mori stuk: een ingelijst papierknipwerk, gemaakt door de Middelburger Johannes Hubertus Reygers (1767-1846): een klein diorama achter glas met zwarte rouwrand. Medaillonportretten van een overleden dominee en echtgenote staan op een papieren grafsokkel met geknipte versierselen, en de tekst: ‘Zij rusten in vrede’.
Het graf kon niet alleen – zeer vergankelijk – getooid worden met boeketten en bloemenkransen met linten. Ook de graftrommel bedekte vanaf circa 1870 menige grafsteen: een ovalen, metalen trommel met glazen deksel en daarin linten, een palmtakje, een bloemstuk vervaardigd met stelen van ijzerdraad, omwikkeld met gekleurde stof, blaadjes van zink of steen en bloemen gemaakt van kralen of papier-maché. Sluiter: ‘Ze werden meestal geschonken door bedrijven, verenigingen of vrienden. Door het dunne glas waren ze kwetsbaar.’ De dood werd veelal bezworen met symboliek. Zo ook bij deze graftrommels, waarbij de keuze vaak viel op bloemen als aronskelken, lelies (als symbool van Maria, zuiver- en maagdelijkheid), lelietjes van dalen (Christus als brenger van het heil en het evangelie), vergeet-me-nietjes en rozen (het lijden en het martelaarschap van Christus; vijf rozenblaadjes verwijzen naar zijn vijf kruiswonden).

 

Het grafmonument van Anna van Ewsum en haar echtgenoot Carel Hieronymus von Inn- und Kniphausen in Midwolde (Groningen).

 

Compleet met wormen

Andere funeraire kunstuitingen zien we bij catacomben, graftombes en mausolea. Bekend is het bombastische praalgraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft, met een hondje aan zijn voeten, dat evenals het praalgraf van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk van Amsterdam uit de 17de eeuw stamt. Sluiter: ‘Heel mooi is een zeer omvangrijk praalgraf van wit marmer met een beeldengroep in een intiem kerkje in Midwolde, evenals het “dubbeldekker”-graf van Reinoud III van Brederode en zijn vrouw in de Hervormde kerk te Vianen. Hun beeltenis ligt bovenop en, heel bizar, daaronder een lijk in verregaande staat van ontbinding, een transi macabre, compleet met wormen die oorspronkelijk goud waren geschilderd.’ Het is de enige ‘transi’ in Nederland; transire betekent ‘oversteken’, in Bijbelse zin ook ‘doodgaan’. De wormen manen de bezoeker tot nederigheid: ‘Hoe rijk je ook bent tijdens je leven, elk stoffelijk lichaam eindigt als wormenvoer’.
In binnen- en buitenland zijn allerlei unieke grafmonumenten ontstaan. Aandoenlijk en weinig pompeus is een dubbelgraf van eind 19de eeuw in Roermond, dat symbool staat voor de sociaal-maatschappelijke verhoudingen destijds. Over een muur heen vinden twee gebeeldhouwde handjes elkaar in een omklemming. Een 33-jarige cavaleriekolonel, Jacobus van Gorkum, niet van adel en katholiek, trouwde in 1842 de protestantse, 22-jarige jonkvrouw Josephina van Aefferden. Na hun dood mochten ze niet op dezelfde begraafplaats rusten. De jonkvrouw koos ervoor om niet in de familietombe te worden bijgezet, maar in ongewijde grond en bleef zo ‘voor eeuwig met haar geliefde verbonden’.

 

Het gefotografeerd doodsportret van Maria Barbara Catharina Rooijmans, 1915. (Fotograaf onbekend)

 

Oplichtend hart

Op de begraafplaats van Laken (Brussel), vlakbij een afgietsel van Le Penseur van Rodin, staat een neoclassicistisch graftempeltje, ingenieus gebouwd door architect Georges de Larabrie, met op een binnenmuur een reliëfbeeld van een vrouw. Vier jaar geleden, op de langste dag van het jaar, om half twaalf ‘s middags was ik daar, met de brandende vraag op mijn lippen: mag ik het mirakel straks aanschouwen of keert de natuur, in de vorm van bewolking, zich tegen me? Het hele jaar door reikt de vrouwenfiguur treurig en tevergeefs haar arm uit, naar het niets, een kale muur. Maar dan, als de zon op z’n hoogst staat, dan opeens blijkt waar zij naar verlangt: een groot oplichtend hart verschijnt op de muur en wordt één met haar uitgestrekte hand. De Larabrie heeft via een opening in het tempeldak een spel met het zonlicht gespeeld, dat maar enkele dagen in het jaar rond het middaguur zo te aanschouwen is.
Ik heb geluk: als de zon vanachter het wolkendek doorbreekt, zie ik het hart twee, drie seconden oplichten. Maar of dit de volgende jaren ook weer zo zal zijn, is niet alleen afhankelijk van het weer…., er brokkelen stenen van het tempeltje af, waardoor de ‘eeuwigheid’ ook hier wellicht ingehaald wordt door ‘tijdelijkheid’.

 

Het graf ‘De Twee handjes’ in Roermond staat symbool voor de sociaal-maatschappelijke verhoudingen destijds. (Fotograaf onbekend)

 

Urnenontwerp

Aan de westkant van Londen, vlakbij Kew Garden, bevindt zich op de begraafplaats van Mortlake het originele graf van reiziger, spion en taalvirtuoos sir Richard Burton, die in India en Noord-Afrika rondreisde. Toen ik het graf van deze eigenzinnige Brit enkele jaren geleden bezocht, zei de wiedende tuinman van het kerkhof dat ik rond de cementen bedoeïenentent moest lopen. Aan de achterzijde was een metalen buistrapje bevestigd, waarlangs ik naar boven klom. Via een ruitje zag ik de grafkisten van Richard en Isabel, omgeven door een bijna gezellig oriëntaals interieur met olielampen, perzen en kamelenbellen.
Toen in Nederland begin vorige eeuw cremeren in zwang kwam, werd door de bekende architect Willem Dudok een columbarium ontworpen voor het crematorium op de Amsterdamse begraafplaats Westerveld, evenals een geglazuurde urn, herkenbaar modernistisch. De vernieuwende keramist Willem Coenraad Brouwer legde zich destijds zelfs toe op het ontwerpen van urnen, die door de Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles werden vervaardigd.
[Lex Veldhoen]

(Openingsbeeld: Een prachtig gedetailleerde maquette van een begraafplaatsje met miniatuurgraven, waarbij vooral het gras gemaakt is van kortgeknipt haar van een overledene. (Westfries Museum))

 

Lees de andere helft van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Op naar de Zoo!

De Zoo naast het Centraal Station in Antwerpen staat voor veel Vlamingen gelijk met minstens een schoolreis tijdens de lagere schooltijd. Tegenwoordig scoort de buitenafdeling van de Zoo in Planckendael bij Mechelen beter. Het wandelparcours en de aankleding zijn er dan ook pastoraler dan in het centrum van Antwerpen. In de 19de eeuw was, voor elke grote Europese stad die zichzelf respecteerde, het hebben van een zoo vanzelfsprekend.

Lees verder

Kroniek

Hou maar op!

Honderd jaar geleden, op 14 augustus 1918, besprak de Oberste Heeresleitung (OHL) van de Duitsers de militaire toestand van de slopende en slepende oorlog met de keizers Wilhelm II van Duitsland en Karl I van Habsburg. De OHL concludeerde dat verder vechten ‘aussichtslos’ was. Karl was erop gebrand de strijd voort te zetten, Wilhelm, die al een poos niks meer te zeggen had, berustte in de situatie. Op de foto de OHL in november 1918 voor slot Wilhelmshöhe nabij Kassel.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder