Stelling

De wonderen zijn wel degelijk de wereld uit

Stem

Agenda

Bruegeljaar
Naar aanleiding van het herdenkingsjaar rond Pieter Bruegel de Oude, staat het voorjaar van BOZAR, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, in het teken van de artistieke productie tijdens de bruisende 16de eeuw. Met de double-bill Bruegel en zijn tijd, presenteert het museum twee grote tentoonstellingen rond de Renaissance in de Lage Landen: Bernard van Orley en Prenten in de eeuw van Bruegel.
Hadj in Amsterdam
Voor een kwart van de wereldbevolking is Mekka dé plek waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Jaarlijks nemen miljoenen moslims deel aan de hadj, de belangrijkste islamitische bedevaart naar Mekka, waaronder duizenden Nederlanders en Belgen. Wat trekt de pelgrims? Welk verlangen drijft hen? Welke indrukken en ervaringen doen zij op, onderweg, ter plekke en na terugkomst?
Meesterschapsnacht
Geschiedenis- en cultuurliefhebbers noteren dinsdagavond 19 maart in hun agenda: dan vinden er in heel Vlaanderen en Brussel geschiedenisactiviteiten rond ‘meesterschap’ plaats. Op veel plaatsen staan Vlaamse Meesters uit de schilderkunst in de schijnwerpers, maar ook andere vormen van meesterschap komen aan bod tijdens de 17de Nacht van de Geschiedenis.

Dzjengis Khan, verbinder

12 februari 2018 Siebrand Krul

Over het leven van Dzjengis Khan hangt een grauwsluier en zijn biografie bestaat uit ‘meer gaten dan uit kaas’. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Termüjin (‘hoefsmid’). In 1206 werd als hij als de onbetwiste leider van Mongolië erkend en tot ‘Dzjengis Khan’ (‘opperste leider’ of ‘strenge heerser’) gekroond.

Talrijk zijn de mythische verhalen die over hem de ronde doen, beginnend al voor zijn geboorte. Temüjin zou door zijn vader verwekt zijn bij de door hem rond 1160 gekidnapte beeldschone Hoelun, de echtgenote van een van de leiders van een andere Mongoolse stam, de Merkit. Maar ook in de 12de eeuw kwam op de Mongoolse steppen boontje om zijn loontje: Temüjins vader werd op zijn beurt vele jaren later vergiftigd door Tataren. Hoelun en haar twee zonen werden toen verstoten door de stam waarvan ze deel uitmaakten. Als outcasts trokken ze een tijdlang door de eindeloze leegte van Mongolië, waar ze moesten overleven van de bladeren van wilde planten, gekookte gierst en wortelen. In de winter hadden ze temperaturen van veertig graden onder nul te verduren en in de zomer een verstikkende hitte.
Temüjin was ongeveer zestien jaar oud toen hij met Börte trouwde. De ‘wittebroodsweken’ waren amper voorbij toen Börte ontvoerd werd door leden van – jawel – de Merkit. Temüjin verzamelde een legertje om zich heen dat voor een groot deel bestond uit ballingen die hij nog kende uit zijn outcastperiode. De succesvolle bevrijdingsoperatie van Börte was de eerste militaire campagne die Temüjin ondernam.

 

Een uit 1430 daterende tekening waarop Dzjengis Khan na een succesvolle belegering Beijing binnenrijdt.

 

Mijn zwaard is mijn woord

Voor de Aziatische steppevolkeren waren plundering en diefstal (vooral van paarden en vrouwen) al eeuwenlang een vast ingrediënt van hun overlevingsstrategie. Vaak waren dit lukrake en chaotische overvallen, waarbij ieder individu probeerde zoveel mogelijk buit voor zichzelf te vergaren. Temüjin veranderde dit: hij liet alle buit naar één centraal punt brengen en verdeelde deze vervolgens evenredig onder zijn helpers. Na elke succesvolle rooftocht werd de tactiek en de strategie van Temüjins groeiende legermacht verfijnder. Van elke overwonnen stam werden de aristocratische leiders gedood, hun zonen gingen – als verkapte gijzelaars – deel uitmaken van de hofhouding van Temüjin en de krijgers die het er levend van afbrachten, mochten zich bij de overwinnaars aansluiten. Zij moesten dan wel een gelofte afleggen die aan duidelijkheid weinig te wensen overliet. Op de vraag: ‘Als u wilt dat ik uw heerser zal zijn, bent u dan onvoorwaardelijk bereid om al mijn opdrachten uit te voeren, te komen wanneer ik dit gebied, te gaan waarheen ik u stuur en iedereen ter dood te brengen die ik daartoe zal aanwijzen?’ Nadat de aanwezigen deze vraag met ‘ja’ hadden beantwoord, sloot Temüjin de ceremonie af met de woorden: ‘Van nu af aan zal mijn zwaard mijn woord zijn’. Ongehoorzaamheid werd genadeloos afgestraft. Zo werd bij een te hebzuchtige hoge functionaris een bijzondere variant van het ‘oog om oog en tand om tand’-principe toegepast: hem werd gesmolten goud in de ogen en oren gegoten. Het is niet moeilijk te raden waaraan hij zich schuldig gemaakt zou hebben.

 

Op bankbiljetten die in Mongolië in omloop zijn, staat de beeltenis van Dzjengis Khan (bijvoorbeeld op die van 500, 1000 en 5000 tögrög).

 

Mongolen spaarden niemand

Er zijn ontelbare beschrijvingen overgeleverd waarin de gruwelijke excessen tot in detail beschreven zijn. Een geschiedschrijver noteerde dat hij wenste dat hij nooit geboren was, zodat hij deze ellende niet hoefde mee te maken. Want, schreef een ander, de Mongolen ‘spaarden niemand. Ze doodden vrouwen, mannen, kinderen, ze sneden het lichaam van de zwangeren open en slachtten de ongeboren vrucht af.’ De Mongolen, onder leiding van de inmiddels tot Dzjengis Khan gekroonde Temüjin, hielden dit soort angsten zorgvuldig in stand. Want het geweld werd, aldus historicus Peter Frankopan, ‘alleen welbewust en heel selectief’ toegepast. Plunderde Dzjengis Khan een stad, dan wilde hij daarmee aangeven dat andere plaatsen maar beter snel en zonder verzet konden capituleren. Overdreven gruwelijke moordpartijen, waarbij letterlijk elk levend wezen (inclusief vee en huisdieren) werd afgeslacht, moesten andere heersers ervan overtuigen dat het beter was te onderhandelen dan verzet te bieden.

 

De belegering van Bagdad door een Mongoolse legermacht in 1258. Dit is een van de vele afbeeldingen (waterverf op papier) uit het boek van de Perzische staatsman en historicus Rachid-ad-Din Hamadani over de geschiedenis van het Mongoolse Rijk (Jami’ at-tawarihk, vervaardigd circa 1310).

 

Pauze aan de Kaspische Zee

Het gevolg van deze, voor die tijd ‘moderne’ strategie, was dat het leger van Dzjengis Khan in korte tijd een enorm gebied onder controle kreeg. Vanuit zijn thuisbasis in wat nu Mongolië is, breidde het territorium waar de wil van Dzjengis Khan wet was, zich als een olievlek uit. Eerst werd Centraal-Azië ‘gepacificeerd’: grofweg het huidige Kirgizië, Tadzjikistan, Oezbekistan en een groot deel van Kazachstan. Daarna richtten de Mongolen hun aandacht op het welvarende en in technisch en cultureel opzicht superieure China. Omdat China op dat moment geen krachtige eenheidsstaat was, kon Dzjengis Khan er rustig de tijd voor nemen om een flink deel van de diverse koninkrijkjes een voor een onder de voet te lopen. Tussendoor werd een deel van de razendsnelle troepenmacht ingezet om de Mongoolse invloedssfeer nog verder in westelijke richting uit te breiden. Na de onderwerping van het noorden van het huidige Pakistan, Afghanistan, Iran en Turkmenistan werd aan de oevers van de Kaspische Zee voorlopig halt gehouden.

 

In een boek uit de 14de eeuw met afbeeldingen van Chinese keizers komt ook een portret van Dzjengis Khan voor. Op een ondergrond van zijde werd met inkt de afbeelding aangebracht

 

Grootste imperium

Tijdens deze militaire campagnes moet Dzjengis Khan op enig moment – vermoedelijk omstreeks 1227 – zijn overleden. De gebeurtenis op zich werd angstvallig geheim gehouden (uit angst dat pas onderworpen gebieden in opstand zouden komen). Ook over de doodsoorzaak doen de meest uiteenlopende verhalen de ronde: gesneuveld in de strijd, overleden aan de gevolgen van een val van zijn paard, vergiftigd door een minnares en gestorven aan een dodelijk virus zijn de meest gangbare. De zonen en kleinzonen van Dzjengis Khan gingen verder met de uitbouw van het Mongoolse Rijk. Aan het eind van de regeerperiode van kleinzoon Koeblai Khan in 1294 was de omvang ervan verdubbeld. De Mongolen heersten toen over het grootste aaneengesloten imperium dat de wereld ooit gekend heeft en omvatte twintig procent van het landoppervlak op aarde.

 

In de herdenking van 800 jaar stichting Mongoolse Rijk, in 2008, werd 55 kilometer oostelijk van Ulan Bator een kolossaal ruiterstandbeeld van Dzjengis Khan gebouwd. Met haar hoogte van veertig meter (en een gewicht van 250 ton roestvrij staal) is het het hoogste ruiterstandbeeld ter wereld. Het staat op een tien meter hoge sokkel, omringd door 36 zuilen (die de 36 koningen representeren die ooit over Mongolië geregeerd hebben). In de sokkel is een restaurant gevestigd waar lokale gerechten geserveerd worden (paardenvlees met aardappelen). In de achterbenen van het paard bevindt zich een lift. Hiermee kan de tentoonstellingsruimte in de romp bereikt worden.

 

China en Europa in één verband

In het door Dzjengis Khan opgebouwde rijk was het – anders dan de verhalen ons willen doen geloven – betrekkelijk rustig en vreedzaam. De periode van stabiliteit die vanaf het einde van de 12de tot halverwege de 14de eeuw in deze regio bestond, wordt daarom ook wel de Pax Mongolica genoemd. In deze periode waren voor het eerst China, Centraal-Azië en delen van het Nabije-Oosten en Oost-Europa in één staatkundig verband verenigd. De grondleggers van dit immense rijk waanden zichzelf niet superieur op politiek, economisch of cultureel gebied en zendingsdrang was hen vreemd. Integendeel: ze keken eerder op tegen hetgeen de Chinezen, Perzen en Arabieren op deze terreinen tot stand hadden gebracht. In plaats van de vernietiging van de regionale economie en cultuur, zorgden de zeer tolerante Mongolen juist voor een verdere verspreiding en vermenging ervan. De migratie van vakmensen en de verspreiding van goederen en ideeën bereikte tijdens de regeerperiode van Dzjengis Khan en zijn opvolgers een ongekende hoogte. Omdat bij de Mongolen de ‘ideologie’ ondergeschikt aan de ‘economie’ was, werd iedere mogelijkheid benut om de welvaart te vergroten. De Chinese papierproductie en hun vaardigheid om ijzer te smelten, raakten bekend bij de Perzen. Zij perfectioneerden deze vervolgens en introduceerden die op hun beurt vervolgens in andere gebieden.
[Cor van der Heijden]

Lees de andere helft van dit artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Plagen aan Europa’s rafelrand

Centraal in het boek Tussen drie plagen staat de overlevingsdrang van een onderdrukt volk in een klein land aan de rafelrand van Europa. Lijfland (het gebied van het hedendaagse Estland en Letland samen) was eeuwenlang een speelbal van elkaar beconcurrerende grootmachten

Lees verder

Kroniek

Bruidsstoet door wolven overvallen

De Weensche Zeit bevat een zeer sensationeel verhaal van een bruiloftsstoet, die in Russisch Azië door wolven overvallen werd. De bruiloftsstoet, 130 personen, reed in een dertigtal sleden van het dorp Obstipoff naar Tashkent op ongeveer dertig wersten vandaar. Haast was men in de stad aangekomen, toen de paarden plotseling teekenen van schrik gaven, die spoedig ook op de deelnemers van den stoet oversloeg. Troepen van honderden hongerige wolven kwamen van alle kanten opzetten en omringden de sleden.'

Lees verder

Heilige van de week

Walburga van Eichstätt

25 februari († 775 of 779) Deze naam betekent beschermster van het slagveld. Walburga is de dochter van de koning van Engeland. Als ze tien jaar is, sterft haar vader. Walburgis wordt in een klooster opgevoed. Als ze volwassen is gaat ze als missionaris naar Duitsland. Daar geneest ze zieken en redt een kind van de hongersdood. Na de dood van haar broer wordt ze abdis van het klooster in Heidenheim (Frankenland). Daar sterft ze. Later worden haar relieken naar Eichstätt overgebracht. Nu nog loopt er geneeskrachtige olie uit de rots waarop Walburga’s relieken zijn geplaatst.

Lees verder