Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De wereld brandt

12 februari 2018 Siebrand Krul

Het antieke Troje ging ten onder in vuur en geweld, maar ook elders rond diezelfde tijd, zo’n 1200 v.Chr., heerste er crisis in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Met de hoge Myceense beschaving was het plotse-ling gedaan en de wereldrijken van de Egyptenaren en de Hettieten stonden op instorten. Er wordt nog altijd gegist naar de oorzaken: oorlog? Uitbarsting van de vulkaan Santorini?

Homerus schildert een Egeïsche oorlog als oorzaak voor de ondergang van Troje, maar toen vast kwam te staan dat vergelijkbare steden als Mycene, Tiryns en Ugarit in die periode door hetzelfde lot werden getrof-fen, moest er naar andere aanstichters omgekeken worden. In de 19de eeuw stelden historici vast wie de prachtige Myceense paleiscultuur en trotse stadstaten als Ugarit noodlottig geworden waren.

 

De Leeuwinnenpoort (vaak Leeuwenpoort genoemd) van Mycene.

 

Samenraapsel

De zeevolken waren de boosdoeners geweest, een confederatie van verscheidene volken die met hun sche-pen de bloeiende handelssteden overvielen en met de grond gelijk maakten. Aanvankelijk rekende men daar ook de Doriërs toe, voorouders van de Grieken die afkomstig waren uit het Oost-Adriatische kustgebied en van wie het dialect later vooral op de Peloponnesus gesproken werd. De geo-archeoloog Eberhard Zangger vermoedde zelfs dat de zeevolken bondgenoten van Troje waren en na de Trojaanse oorlog op de vlucht wa-ren geslagen. Anderen uitten hun twijfels: hoe kon een samenraapsel van stammen waarvan de naam en aard zo moeilijk te achterhalen viel en die geen archeologische sporen achterlieten het hele Middellandse-Zeegebied in chaos dompelen?

 

Bijzondere vondst in Lefkanti.

 

Paleisrevoluties

Of zouden de invasoren gemakkelijk spel gehad hebben doordat er in de paleizen toch al crisis heerste? Si-grid Deger-Jalkotzy vermoedde economische problemen door uitputting van de grond, gevolgd door een achteruitgang van de handel, waardoor de gespecialiseerde, niet zelfvoorzienende handelssteden verstoken raakten van de nodige grondstoffen. Opstanden en paleisrevoluties zouden uitgebroken zijn, die de gehele maatschappij ontwrichtten. De vraag bleef alleen of dat inderdaad op zo ver uiteen liggende plaatsen tegelijk gebeurd kon zijn. En was deze these wel van toepassing op het Hettitische rijk, dat heel anders van structuur was dan Myceense paleiscultuur? Eric H. Cline hield het op een reeks aardbevingen en lang aanhoudende droogteperioden, maar kon daar evenmin de bewijzen voor aandragen. Vandaar dat men tegenwoordig naar een multicausale verklaring neigt, vanuit de overweging dat zich nooit eerder in zo’n uitgestrekt deel van de wereld een dermate sterke neergang voorgedaan had die uit een enkele oorzaak verklaard kon worden.

 

Poort in Tiryns.

 

Ontvolking

Een andere onbeantwoorde vraag is wat er na de ondergang van de Myceense paleiscultuur in Griekenland gebeurde. De eeuwen tussen 1200 en 800 v. Chr. worden traditioneel als ‘tijd van duisternis’ aangeduid, wat zeer toepasselijk is voor een tijd die geen schriftelijke bronnen en nauwelijks archeologische sporen prijs gaf. Enig licht is er de laatste jaren wel in deze tijd gekomen, door een reeks opgravingen. Toch is het nog altijd onmogelijk ons een goed beeld te vormen van de laatste vier eeuwen van pre-archaïsch Griekenland, waarvan we nu weten dat het de eeuwen van vóór Homerus en ná Troje en Mycene waren.
Vast staat dat zich zowel op het vasteland als op de eilanden ingrijpende veranderingen voltrokken en dat die allemaal achteruitgang betekenden: paleiscomplexen bleven onbewoond, de bevolking nam sterk in om-vang af. Vierhonderd jaar lang bestond er geen schriftcultuur, de handel met verre landen verdween geheel. Fraaie sieraden van glas en faience werden niet meer gemaakt, de goudsmeedkunst raakte in verval. We we-ten dat de Myceense paleisboekhouders nog kleitabletten volschreven met aanduidingen voor gespecialiseer-de ambachtslieden, maar welke beroepen precies bedoeld zijn, is niet te achterhalen – ze raakten tegelijk met de paleizen in onbruik.

 

Overzicht van de rampen die in de Late Bronstijd voorvielen.

 

Vorst van Lefkandi

Het Griekenland van de 12de eeuw lijkt vooral verarmd, geïsoleerd en tot een laag cultureel niveau afgezakt – alsof een maatschappij in één klap teruggevallen was in de Steentijd. Toch vallen er ook sporen van conti-nuïteit en zelfs tekenen van innovatie waar te nemen. Bij recente opgravingen kwam vast te staan dat de Myceense cultuur na de ondergang van de paleizen nog minstens 150 jaar heeft voortbestaan. Men bleef Myceense keramiek vervaardigen, ontwikkelde die hier en daar ook verder. De brons- en ijzersmeedkunst werd zelfs naar een nooit eerder bereikt niveau getild.
In het paleis van Tiryns nam een nieuwe aristocratie haar intrek, die de ruïnes herstelde en het interieur van bonte fresco’s voorzag. Bij Lefkandi op het eiland Euboea (het huidige Evia) moet ook een rijk man ge-woond hebben, want hij en zijn vrouw werden vorstelijk ter aarde besteld: in zijn 45 meter lange graftombe bevond zich onder andere een zwaard van het nieuwe, prestigieuze materiaal ijzer, evenals gouden sieraden, faience en ivoor uit Egypte en het Nabije Oosten. Deze ‘vorst van Lefkandi’ moet dan ook door handel tot welstand gekomen zijn – in zijn tijd een volstrekte uitzondering.

Duisternis

De handel was uiteindelijk toch een van de factoren die een einde aan de ‘tijd van duisternis’ maakte. Rond het midden van de 9de eeuw v. Chr. namen de Grieken het alfabet over van de Feniciërs. Handelsposten op Cyprus en in Syrië werden belangrijke internationale centra, waar niet alleen goederen, maar ook ideeën uit-gewisseld werden. In de 8ste eeuw begon vervolgens de periode van de Griekse koloniën, door de stichting van dochtersteden langs de gehele Middellandse en aan de Zwarte Zee. Daarbij ‘exporteerde’ Griekenland ook zijn maatschappelijke ideeën die in het fenomeen van de polis (stadsstaat) al een vaste vorm aangenomen hadden. In diezelfde tijd werd Homerus’ epische voorstelling omtrent het begin van de ‘tijd van duisternis’ op schrift gesteld. Romantisch en vol edele krijgers, zoals de homerische zangen ze voorstellen, waren die verre tijden zeker niet. Ze moeten getekend zijn geweest door armoede, onzekerheid, geweld en voortduren-de dreiging. Waarlijk duistere tijden, kortom.
[Saskia Kerschbaum]

(Openingsbeeld: De strijd van de zeevolken tegen farao Ramses III.)

 

Lees nog veel meer artikelen over de ondergang van Troje en de beschavingen rond 1200 in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder