Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Soep voor de armen

21 januari 2018 Siebrand Krul

Benjamin Thompson werd de grond te heet onder de voeten. Hij had op het verkeerde paard gewed. Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog koos hij de kant van de Engelsen, had zelfs voor spion gespeeld en met onzichtbare inkt brieven geschreven met militaire informatie. In het voorjaar van 1776 reisde hij met Engelse soldaten en aan koning Georg III getrouwe Amerikanen naar Londen. Het begin van een rusteloos maar avontuurlijkk leven.

Benjamin werd geboren op 26 maart 1753 in het plaatsje Woburn, niet ver van Boston. Zijn vader stierf toen hij nog geen twee jaar oud was. Zijn moeder hertrouwde. Benjamin ging werken als knechtje bij winkeliers in het stadje Concord, dat daarvoor bekend stond als Rumford, naar de plaats van herkomst van Engelse kolonisten. Benjamin was bijzonder leergierig: bij een dominee nam hij les in wiskunde en een dokter maakte hem wegwijs in de geneeskunde. Ook experimenteerde hij met vuur en licht. Naar het voorbeeld van Benjamin Franklin liet hij tijdens hevig onweer een vlieger op en raakte gewond toen hij proeven nam met vuurwerk.

 

Benjamin Thompson, de latere graaf van Rumford, geschilderd door Thomas Gainsborough in 1783. (Harvard Art Museum)

 

Sarah
Het was een roerige tijd. Juist in het gebied waar Benjamin leefde, braken de eerste opstanden uit tegen de Engelsen met rellen in Boston en de vermaarde ‘tea party’, waarbij een lading thee overboord werd gegooid, uit woede over de belastingen die de Engelse koning oplegde. Experimenteren was leuk, maar er moest brood op de plank komen en Benjamin besloot onderwijzer te worden. Hij kwam in de kost bij een dominee in Concord. De dominee had een dochter van 31 jaar, die, die na een kortstondig huwelijk met een veel oudere, schatrijke man, weduwe was geworden. Ze heette Sarah en was moeder van een zoontje. Benjamin was toen negentien jaar en een knappe jongeman, met felblauwe ogen, blinkend witte tanden en kastanjebruin haar. Sarah viel als een blok voor hem. Binnen vier maanden waren ze getrouwd. Sarah voerde haar man naar Boston. Ze liet hem een felrode soldatenjas aanmeten en ging met hem naar een goede kapper. Daarna stelde zij hem voor aan belangrijke families. Bij een militaire parade trok Benjamin zijn rode jas aan en paradeerde op een witte schimmel door de straten waarmee hij de aandacht trok van de gouverneur, die hem prompt met Sarah uitnodigde. Hoewel hij geen enkele militaire ervaring had, werd de jonge Thompson kort daarna tot majoor benoemd. Hij kwam bij de opstandige kolonisten in een steeds kwadere reuk te staan en gold op zeker moment als een regelrechte verrader van de Amerikaanse zaak. Hij moest vluchten.

 

Rumford bij een door hem verbeterde haard. Karikatuur van James Gillray uit 1800.

 

Kriskras door Europa
In Londen ging Thompson geheel op in het drukke stadsleven, getekend door de uitersten het uitbundige uitgaansleven en de bittere armoede. Hij kreeg een functie aangemeten die hem toegang tot de ministeries verschafte en kreeg opdracht om oorlogsschepen van proviand te voorzien. Hij werd lid van de Royal Society en bedacht een nieuwe code voor marinesignalen. Eenmaal benoemd tot luitenant-kolonel werd Benjamin uitgezonden naar de ongehoorzame koloniën in Amerika. Daar maakte hij meteen een slechte beurt door in New York een fort te laten bouwen op een kerkhof. Terug in Engeland was er geen werk meer voor hem. Zijn zucht naar militaire avonturen voerde hem vervolgens eind 1783, begeleid door drie eigen paarden, naar Wenen waar spanningen tussen Oostenrijk en Turkije hem misschien een heldhaftige rol konden bieden. Maar de dreigende oorlog werd afgeblazen en Thompson reisde terug over München. Daar viel hij met zijn neus in de boter. Het land van keurvorst Karl-Theodor van Beieren was als speelveld van strijdende mogendheden aan armoede ten prooi gevallen, met problemen binnen het leger tot gevolg. Benjamin reisde spoorslags terug naar Londen om toestemming te vragen om in Duitse dienst te mogen treden. Het verzoek werd ingewilligd en als beloning voor eerder bewezen diensten, mocht hij voortaan sir voor zijn naam zetten.

 

De Chinese toren in de Engelse tuin in München.

 

Modelboerderij
In München pakte Thompson de zaak grondig aan. Hij reorganiseerde het desolate leger en zette de soldaten aan het werk. Ze moesten moestuinen aanleggen en groenten zoals koolraap en klaver telen en, niet te vergeten, de door velen gewantrouwde aardappel. Hij maakte een einde aan de plaag van de bedelarij door een werkhuis in te richten, waar armen een vak konden leren en waar ze voedsel en onderdak kregen. Een moerassig gebied aan de rand van München liet hij door soldaten ontginnen om er een park aan te leggen in de Engelse landschapsstijl met een Chinese toren zoals in de Londense Kew Gardens. Bij de toren kwam een modelboerderij voor het fokken van rasvee.
Thompson reisde weer terug naar Londen om zijn manuscripten te laten publiceren en zijn dochter Sally uit Amerika over te laten komen. Zijn vrouw was inmiddels overleden. Thompson hield zich bezig met allerlei uitvindingen zoals een ontwerp voor een zuinige haard ter vervanging van de open vuren waarmee de meeste Engelse huizen werden verwarmd. Hij was één van de oprichters van de Royal Institution.

 

Soepuitdeling in het Rumfordse soephuis in Rotterdam in de winter van 1800/01 aquarel Dirk Langendijk. (Archief Rotterdam)

 

 

Snel naar München
Nogal onverwacht kreeg hij van de Beierse keurvorst het dringende verzoek zo snel mogelijk naar München te komen. De stad was in grote nood door de rondtrekkende Franse en Oostenrijkse legers. Samen met zijn dochter reisde Thompson over Hamburg naar München. Daar liet hij de stadspoorten sluiten. De bevolking en de vele hongerige Beierse soldaten binnen de stadsmuren werden gevoed met soep naar een recept van Thompson, dat onder meer bestond uit erwten, stukjes aardappel en gort in een aftreksel van beenderen. Het was dit recept voor goedkoop volksvoedsel dat hem in Nederland bekend maakte. In steden als Haarlem, Rotterdam en Dordrecht werden soephuizen ingericht waar ‘Rumfordse soep’, aan de armen werd verstrekt. Voor zijn verdiensten in Beieren kreeg Thompson de titel van graaf. Daarvan maakte hij graaf von Rumford, de oude naam van zijn woonplaats Concord.

 

Mevrouw Lavoisier en haar man, geschilderd in 1788 door Jacques-Louis David. (MET New York)

 

Mislukt huwelijk
Na vele wederwaardigheden in München en Londen belandde graaf Rumford in Parijs, waar hij in 1805 in het huwelijk trad met Anne-Marie Lavoisier, de jonge en rijke weduwe van de beroemde chemicus Lavoisier. Zowel haar man als haar vader hadden in het roerige jaar 1794 op één en dezelfde dag hun hoofd onder de guillotine verloren. Het proces werd later herroepen en Anne-Marie kreeg eerherstel waarna ze haar luxe leven in Parijs kon hervatten. Ze hield salon in haar grote huis en ontving belangrijke geleerden en kunstenaars. Rumford had haar al bij een eerder bezoek aan Parijs ontmoet. Hij was toen op slag verliefd geworden op de charmante vrouw en ging met haar op reis door Zwitserland. Na de nodige moeilijkheden met het verkrijgen van papieren uit de Verenigde Staten, om aan te tonen dat de eerste vrouw van Rumford was overleden, vond het huwelijk plaats. Rumford trok in bij Anne-Marie maar dat bleek een grote vergissing. Hij was gewend aan een kalm leven, met alle gelegenheid zich te wijden aan zijn uitvindingen, maar zijn nieuwe vrouw hield avond aan avond open huis.

 

Soepuitdeling in Haarlem. Wybrand Hendriks, 1815. (Teylers Museum)

 

Brede velgen
Het vasthouden aan eigen gewoonten gaf aanleiding tot hooglopende ruzies. Op een avond verbood Rumford de portier om gasten binnen te laten. Hij nam de sleutel mee en zijn vrouw moest naar haar gasten aan de andere kant van de hoge muur toeroepen dat ze hen niet binnen kon laten. Uit woede goot ze kokend water over de lievelingsbloemen van Rumford. Het stel bleef toch nog vier jaar bij elkaar, uiteindelijk gevolgd door een scheiding. Rumford kocht daarop een prachtig huis met een park in Autreuil en hernam zijn oude leven, met vooral uitvindingen zoals het ontwerpen van lampen die meer licht gaven. Hij reed rond in een rijtuig met brede velgen in de overtuiging dat er dan minder trekkracht nodig was en het beter was voor het plaveisel. In de winter droeg hij een witte hoed en witte kleren omdat hij meende dat wit de kleur was die beter warmte vasthoudt. In augustus 1813 kreeg Rumford een zoon die hij had verwekt bij een vrouw die in het poorthuis van zijn paleisje woonde.

 

Gedenkteken voor Reichsgraf van Rumford in de Engelse tuin in München.

 

Interessante collega’s
In het najaar van 1813 ontving graaf Rumford in zijn Parijse stadspaleis sir Humphry Davy, de voorzitter van The Royal Institution in Londen en zijn vrouw. Sir Davy had zijn jonge assistent Michael Faraday meegenomen. Lady Davy was niet erg te spreken over de genegenheid van haar man voor de jonge en knappe Michael. Zij gaf nadrukkelijk te kennen dat Faraday louter als knechtje was meegekomen. Hij moest allerlei huishoudelijke karweitjes doen en eten met de bedienden. Er vonden ontmoetingen plaats met geleerden zoals Louis Gay-Lussac, André-Marie Ampère en baron Georges Cuvier.
Opnieuw was Rumford beland in een roerige tijd: Frankrijk was in rep en roer toen van 16 tot 19 oktober 1813 de Slag bij Leipzig plaatsvond, die het einde voor Napoleon inluidde. In april 1814 werd de keizer naar Elba verbannen en in de maand daarna reed tsaar Alexander Parijs binnen. Op 21 augustus van dat jaar werd Rumford plotseling door hevige koorts overvallen waarop hij binnen enkele uren overleed. Vanuit The Royal Institution werd Rumford vooral bekend door zijn recept voor goedkope soep voor de armen. Humphry Davy bedacht onder meer de mijnwerkerslamp. Maar het bekendst werd Michael Faraday, onder meer door de uitvinding van de dynamo, de ‘Kooi van Faraday’ en het maken van kleurstoffen op chemische basis.

(Ruud Spruit)

(Openingsbeeld: Proef met lachgas in het Royal Institution in Londen. Spotprent van James Gillray uit 1802. De man met de blaasbalg is sir Humphry Davy, rechts staat Rumford met helemaal rechts Isaac D’Israeli en andere notabelen onder wie de hertog van Sutherland en William Sotheby.)

 

Lees het volledige artikel, en nog veel meer interessante geschiedenissen, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder