Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Bijbelse bad guys

21 januari 2018 Siebrand Krul

De meeste mensen kennen de Filistijnen alleen uit het verhaal van David en de reus Goliath. Waarschijnlijk waren ze in werkelijkheid echter een vreedzaam volk. Ze worden in het Oude Testament als ‘de anderen’, ‘de onbesnedenen’ beschreven en zijn zonder meer de erfvijanden van het volk Israël. Pas dankzij recent onderzoek hebben we tegenwoordig een genuanceerder beeld van de Filistijnse cultuur. Maar wie waren deze Filistijnen?

Een van de toonaangevende wetenschappers op dit gebied is de Israëlische archeologe Trude Dothan – de ‘koningin der Filistijnen’, zoals ze in archeologische kringen genoemd wordt. Ze vertelt. De legers van de Filistijnen en Israëlieten stonden tegenover elkaar. Uit de gelederen van de Filistijnen stapte een angstaanjagende reus naar voren, met de naam Goliath. Uitgerust met helm, borstkuras en werpspeer kwam hij voor de Israëlieten staan: ‘Kiezen jullie maar een man! Als hij mij verslaat dan zullen we jullie slaven zijn; maar als ik het gevecht win, dan zijn jullie ónze slaven!’ De Israelieten waren ontzet – niemand durfde het tegen hem op te nemen. David, een jonge schaapherder uit Bethlehem, kon die schande niet over zijn kant laten gaan: ‘Wie is deze Filistijn, deze onbesnedene, dat hij de gevechtslinies van de levende God beschimpt?’ Hij verzamelde vijf stenen, pakte zijn slinger en liep op Goliath af. De Filistijn kon zijn ogen niet geloven, toen de tengere knaap zich tegenover hem opstelde. David was niet onder de indruk, slingerde een steen naar Goliath, trof hem op zijn voorhoofd en velde hem. Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen.’ (I Sam. 17) Deze legendarische episode in het conflict tussen Filistijnen en Israëlieten betekende het begin van het einde van het Filistijnse overwicht op Kanaän.

 

In de tempel van Ramses III is een Filistijns oorlogsschip afgebeeld.

 

Vazallen
Begin 12de eeuw v. Chr. vielen de zogeheten zeevarende volken Egypte aan. In de reliëfs en inscripties van Medînet Hâbu, de dodentempel van Ramses III, worden de agressors afgebeeld en benoemd, waaronder een groep met de naam ‘Peleset’. Al in het begin van de 19de eeuw bracht Jean-François Champollion, die de Egyptische hiërogliefen had ontcijferd, de Bijbelse Filistijnen met deze naam in verband.
Kanaän, oftewel de zuidelijke Levant, was sinds het midden van de 16de eeuw v. Chr. een Egyptische provincie. Eerst steunde het Egyptische gezag op lokale regimes, die als vazallen verantwoordelijk bleven. Maar na een aantal opstanden traden de Egyptenaren harder op en zetten Egyptische landvoogden en troepen in. Toen de ambtenaren steeds corrupter werden en hun soldaten het niet betalen van soldij met plunderingen compenseerden, verarmde de bevolking van Kanaän meer en meer.

 

Woongebieden in het oostelijk Middellandse Zeegebied.

 

Egyptische hegemonie
Daardoor – zo luidde lange tijd de gangbare theorie – waren de Kanaänitische stadstaten verzwakt toen de Egyptische macht door de invallen van de zeevolken begon te wankelen. Er zou toen sprake zijn geweest van een politiek en militair vacuüm, dat een groep van de zeevolken door het in bezit nemen van de westelijke en oostelijke Jordaanoever opvulde. Deze strijders stonden bekend als ‘Filistijnen’ en hadden in de loop van de 12de eeuw v. Chr. met geweld de macht gegrepen aan de zuidelijke kust door de belangrijkste steden te veroveren en vervolgens de vijfstedenbond ’Pentapolis’ op te richten. Deze bestond uit Ashdod, Ashkelon, Ekron, Gaza en Gath. De nieuwste archeologische vondsten plaatsen vraagtekens bij deze veroveringstheorie. Zo gelooft de Britse archeoloog Jonathan N. Tubb dat de Filistijnen zich al tijdens de Egyptische hegemonie in deze regio vestigden, als ambachtslieden dan wel als huursoldaten in dienst van de farao’s. Tubbs Israëlische collega Assaf Yasur-Landau gelooft in een ‘overwegend vreedzame interactie tussen migranten en autochtonen’, omdat er geen sporen zijn van een gewelddadige verovering en er archeologische argumen-ten zijn voor een vreedzame coëxistentie.

 

Filistijnse krijgsgevangenen, afgebeeld in de tempel van Ramses III in Medinet Haboe. De farao liet voorkomen alsof hij de slag op leven en dood van zijn beschaving had gewonnen. Waarschijnlijk bleef ze onbeslist.

 

Tweekleurig keramiek
Over de herkomst van de Filistijnen geven schriftelijke en archeologische bronnen belangrijke aanwijzingen. Enige Bijbelpassages bestempelen het eiland Kaftor als het thuisland van de Filistijnen (Jer. 47:4, Amos 9:7, Ezech. 25:16). Bijbelwetenschappers gaan ervan uit dat daarmee Kreta wordt bedoeld, vandaar dat in nieuwere Bijbelvertalingen hier ‘Kreta’ staat. Daartoe neigen ook de archeologen die aan de hand van hun materiële cultuur de herkomst van de Filistijnen proberen vast te stellen. Al aan het eind van de 19de eeuw was geopperd dat de Filistijnen uit het gebied rond de Egeïsche Zee konden stammen en links hadden met de Minoïsche of Myceense cultuur.
Daarbij speelt de keramiek een bijzondere rol. De kwaliteit van het aardewerk stelt archeologen in staat om de etnische en geografische verbondenheid van groepen vast te stellen. Een voor de Filistijnen typerend kenmerk is de tweekleurige keramiek. Die lijkt wat vorm, kleur en decoratie betreft op het aardewerk uit de Late Bronstijd dat gevonden werd in Griekenland en rond de Egeïsche Zee.
Naast deze Egeïsche keramiek komen er in de opgravingen van de Filistijnse steden ook typisch Kanaänitische aardewerkproducten voor. Dat duidt erop dat deze volken dus naast elkaar leefden in deze steden. Archeologische vondsten doen bovendien vermoeden dat de Egyptenaren de cultuur van de Filistijnen beïnvloedden. Hun cultuur was dus een combinatie van Egeïsche, Kanaänitische en Egyptische elementen.
Onze kennis van de Filistijnse religie is uiterst beperkt. In het Oude Testament is sprake van de God Dagon (Richt. 16:23). Aan hem was de hoofdtempel in Ashdod gewijd. Daarnaast bestonden er andere godheden, waaronder een vrouwelijke, die als zittende figuur werd aangetroffen. De archeologen doopten haar naar haar eerste vindplaats ‘Ashdoda’.

 

Simson verwoest de tempel van de Filistijnen.

 

Militair superieur
Nadat de Filistijnen hun controle over de kustvlakte hadden geconsolideerd, verspreidden ze zich verder, het binnenland in. Daarbij stuitten ze al gauw op de Israëlieten – een groep die net als zij juist vaste voet in Ka-naän kreeg. Deze confrontatie is in de Bijbel gedetailleerd gedocumenteerd, maar enkel vanuit het perspectief van de Israëlieten.
De eerste belangrijke episode in de strijd van de Israëlieten tegen de Filistijnen is het verhaal van Samson (Richt. 13-16). Deze Israëlitische held met bovenmenselijke kracht werd het slachtoffer van de Filistijnse Delila. Uit deze verhalen blijkt dat de Filistijnen een aanzienlijk militair probleem voor de Israëlieten vormden en niet overwonnen konden worden. Een andere episode die het militair overwicht van de Filistijnen aanschouwelijk maakt, is het verhaal over het verlies van de ark des verbonds. Die werd de Israëlieten bij een veldslag door de Filistijnen afhandig gemaakt en vervolgens naar Ashdod gebracht (I Sam. 4:1-7:1). De Filistijnen dankten hun militaire superioriteit aan hun ijzeren wapens en een betere opleiding van hun soldaten. De militaire training bij de Israëlieten stak daar nogal magertjes tegen af: zij hadden ‘parttimesoldaten’, die maar een beperkte tijd hun akkers en kuddes in de steek konden laten.

 

Glas en faience-beelden van overwonnenen in Medinet Haboe: twee Nubiërs, een Filistijn, een Amoriet, een Syriër en een Hettiet.

 

David
Ook aan het begin van de regering van de koningen Saul en David speelden de Filistijnen een essentiële rol als ‘bad guys’. Na Sauls zware nederlaag tegen de Filistijnen bij Gilboa pleegde hij zelfmoord, om te voorkomen dat hij in handen van de vijand zou vallen (I Sam. 31:4). Daarmee was de weg vrij voor David en keerde het tij voor de Israëlieten. Uiteindelijk gaf – althans volgens het Bijbelverhaal – de militaire bedreiging door de Filistijnen de beslissende stoot tot de eenwording van de Israëlitische stammen onder koning David. Hij trok met zijn leger op tegen de Filistijnen. Bij de slag in de vallei der Refaïeten (vallei van Refaim) lukte het hem weliswaar de Filistijnen flink aan te pakken, maar toch slaagde ook hij er niet in de vijand definitief uit te schakelen.
(Marcel Serr)

(Openingsbeeld: Rudolf von Ems, Slag tegen de Filistijnen, en de roof van de Ark van het Verbond. Ca 1370 (detail). (Landesbibliothek Fulda))

 

Lees de rest van dit interessante artikel, en nog veel meer over de culturen van de Late Bronstijd (Trojes ondergang!) in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder