Stelling

Klimaatgeschiedenis verdient meer aandacht

Stem

Agenda

Mythen, symbolen en ras
De tentoonstelling De SS, veelzijdig extremisme in het Nationaal Bevrijdingsmuseum te Groesbeek handelt over de structuur en intenties van een van de meest misdadige organisaties van de vorige eeuw. Het ‘veelzijdige’ betreft de terreinen waar de Schutzstaffel opereerde: het bedrijfsleven, de Holocaust en de programma’s rond raszuiverheid. Een bescheiden en ongemakkelijke expositie.
Weg naar de stad
Als hoofdstad van de Europese Unie telt het stedelijk gebied Brussel op dit moment 1,8 miljoen inwoners. Met 180 nationaliteiten is het met recht een wereldstad. De tentoonstelling Gastvrij Brussel? / Bruxelles terre d’accuil? in het Joods Museum van België belicht de geschiedenis en actualiteit van de Brusselse migratie.

Soldatenlied over oorlogswaanzin

04 januari 2018 skrul

Terwijl alleen aan Franse kant al een miljoen doden waren gevallen, besloot de nieuwe legerleiding om in het voorjaar van 1917 toch weer een massale nieuwe aanval op de Duitse stellingen te ondernemen. Dat moest vooral de dreigende muiterij onder Franse en Britse troepen, moreel en fysiek uitgeput, voorkomen. Het werd een afschuwelijk drama, dramatisch bezongen in het direct verboden Chanson de Craonne.

Eind 1916 duurde de stellingenoorlog al meer dan twee jaar. Ondanks een enorme inzet van materieel en mensen was amper een meter terreinwinst geboekt. Vooral aan de kant van de Geallieerden liepen de spanningen hoog op. David Lloyd George, tot 9 december 1916 minister van Oorlog en daarna premier van Groot-Brittannië, was diep teleurgesteld over het verloop van de oorlog. Hij hield, niet zonder reden, de Britse opperbevelhebber sir Douglas Haig persoonlijk verantwoordelijk voor de mislukkingen aan het westfront die hij ‘de bloedige stupiditeiten van 1915 en 1916’ noemde. Met grote tegenzin stemde hij toch in met een nieuw massaal offensief in het voorjaar van 1917.

 

Franse soldaten bij de Chemin des Dames.

 

Dalend moreel
Ook aan Franse kant rommelde het eind 1916. Hier kwam een einde aan de ‘union sacrée’ die vanaf het uitbreken van de oorlog tussen het politieke establishment en de legerleiding had bestaan. Na twee jaar bloedvergieten keerden de oude politieke en sociale tegenstellingen weer terug. De legerleiding maakte zich zorgen over de rapporten die op het hoofdkwartier binnenkwamen waarin gewaarschuwd werd voor het dalende moreel onder de soldaten. De soldaat, zo meldde de Franse geheime dienst in januari 1917, ‘heeft zowel zijn vertrouwen als zijn enthousiasme verloren. Hij voert zijn taken mechanisch uit. Hij kan het slachtoffer van de grootste moedeloosheid worden, de ergste zwakheid vertonen.’

 

Deze ansichtkaart laat weinig ruimte voor fantasie: dit deel van Noord-Frankrijk was in een kraterlandschap herschapen.

 

Omsingelen en eenvoudigweg oprollen
Om de onrust te bezweren, rolden er – symbolisch – enkele koppen: Joseph Joffre moest het veld ruimen voor Robert Nivelle. Deze generaal had naam gemaakt tijdens de laatste fase van de Slag bij Verdun. Nivelle kreeg het voordeel van de twijfel toen hij beweerde dat hij dé oplossing van de militaire patstelling had gevonden. Het was een eenvoudig plan. De Britten zouden in de buurt van Arras de aanval openen, om zo Duitse reserves weg te lokken. De Fransen zouden daarna aan de Chemin des Dames, tussen Soissons en Reims, de echte doorbraak forceren. Daarna zouden de Fransen en Britten samen het Duitse leger omsingelen en eenvoudigweg oprollen.
De generaals die met de leiding van de aanval belast waren, twijfelden ernstig aan de haalbaarheid ervan. Zij vonden het onverantwoord dat de Franse legerleiding roofbouw pleegde op de reserves van de troepenmacht. Omdat er op dat moment al ongeveer een miljoen Franse soldaten waren gesneuveld werd de lichting van 1918 al in april 1917 onder de wapenen geroepen. Een mislukking van het Nivelle-offensief, zo was hun doemscenario, zou wel eens het einde van het Franse leger kunnen betekenen. Ondanks de weerstand zette Nivelle toch door. Zijn toezegging dat hij het offensief zou stopzetten als de doorbraak niet binnen 48 uur was gerealiseerd, trok de sceptici over de streep.

 

Het Franse weekblad Le Miroir publiceerde op 10 juni 1917 drie opnamen van de doorbraakpoging bij Craonne. In de begeleidende tekst – die vooraf door de censuurdienst moest worden goedgekeurd – werd de indruk gewekt dat er sprake was van een Franse overwinning.

 

Fransen laten aanvalsplan rondslingeren
Na maanden van voorbereidingen zou de aanval begin april 1917 beginnen. Van enig verrassingseffect was geen sprake meer. Nivelle maakte het de Duitse spionagedienst niet moeilijk omdat hij zelf had zijn plannen overal had rondgebazuind. Eventuele onduidelijkheden verdwenen toen de Duitsers in een door Franse officieren verlaten loopgraaf gedetailleerde aanvalsplannen aantroffen. De Duitsers trokken zich terug op de Hindenburglijn en brachten hun defensie tijdig op orde. Veel hadden ze trouwens in hun in de kalkrotsen van de Chemin des Dames uitgehakte versterkingen niet te duchten. Zeker niet toen ze vernamen dat het Franse leger hooguit over de helft van het aantal houwitsers met een kaliber van 155 millimeter beschikte dat nodig zou zijn om hen daaruit te verdrijven.

 

Het offensief begon met de Britse aanval bij Arras. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor de ‘Bengal Lancers’, die als verkenners deel uitmaakten van ‘The 9th Hodson’s Horse’. Ingekleurde foto van het origineel in het Imperial War Museum..

 

Aanval werpt eigen obstakels op
De geallieerden trokken een troepenmacht van meer dan een miljoen soldaten samen. De Britten begonnen op 9 april met een gigantisch artilleriebombardement: er werden zelfs een miljoen granaten méér afgeschoten dan bij de beschietingen die de Slag bij de Somme (juni 1916) inluidden. Maar dit bombardement was tevens de belangrijkste verklaring voor de mislukking van de beoogde doorbraak. Het was het dilemma van de stellingenoorlog, zo schrijft WO I-kenner Koen Koch. ‘Een bres in de verdedigingslinies kon slechts geslagen worden door een alles verwoestend bombardement, maar precies daardoor werd het terrein onbegaanbaar en een doorbraak onmogelijk gemaakt. De bombardementen die voor succes noodzakelijk waren, wierpen evenzovele obstakels op voor de eigen infanterie, waardoor het offensief onherroepelijk vastliep.’

 

De notenbalk van het gewraakte lied.

 

Waanzin bij Chemin des Dames
Toen de Fransen een week later hun aanval inzetten, was het snel duidelijk dat het op een debacle zou uitlopen. Hun vijf miljoen op de Duitse stellingen afgeschoten obussen hadden weinig effect gesorteerd. De soldaten die in de regen en mist tegen de hellingen omhoog moesten klimmen, waren een makkelijke prooi voor het Duitse afweergeschut. Ook de inzet van 128 Schneider-tanks werd een fiasco: driekwart werd snel onschadelijk gemaakt en de rest kon geen enkele steun aan de oprukkende infanterie bieden. Aan het eind van de eerste dag waren de voorste gelederen 500 meter opgeschoten, terwijl Nivelle in zijn berekeningen op een opmars van negen kilometer had gerekend. Ook in het tweede etmaal werden weinig vorderingen geboekt. Nivelle hield zich niet aan zijn woord om bij gebrek aan succes de doorbraakpoging onmiddellijk af te breken. Het offensief sleepte nog drie weken voort, waarbij alleen al aan Franse kant 139.589 soldaten sneuvelden of gewond raakten.

 

Gérard Lattier (1937) is een Franse kunstenaar die in zijn verhalende kunstwerken bij voorkeur een antimilitaristische boodschap verpakt. Dit is zijn kijk op de muiterij van 1917.

 

Collectieve ongehoorzaamheid
Eind april 1917 was voor de Franse soldaten in deze brandhaard de maat vol. Soldaten die zich een paar dagen achter de frontlinie hadden kunnen terugtrekken om uit te rusten en te herstellen, weigerden om terug te keren naar de ‘gehaktmolen’. Andere infanterieregimenten negeerden aan het front bij de Chemin des Dames het bevel om ten aanval te gaan. Deze muiterij – eigenlijk is het correcter om te spreken van ‘militaire stakingen’ – verspreidde zich als een lopend vuurtje. Binnen een maand namen 54 divisies aan de acties deel, ongeveer de helft van de Franse troepenmacht.
Bij de muitende soldaten was één lied bijzonder populair: het Chanson de Craonne. Het lied dankt haar naam aan het volledig aan puin geschoten dorpje Craonne, waar bij het uitbreken van de oorlog nog iets meer dan driehonderd huizen stonden. Het Chanson de Craonne werd gezongen op de melodie van het in 1911 door Charles Sablon gecomponeerde liefdeslied Bonsoir m’amour, waarvan in de jaren voorafgaand aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden partituren verkocht werden. Bijna iedereen in Frankrijk kende dus de melodie van dit lied. Al in 1914 werden aan het front versies met een aangepaste tekst gezongen: alle beruchte oorlogsplekken kregen hun eigen versie, de meest pacifistische en revolutionaire was het Chanson de Craonne.

 

Boven en onder: Het geëvacueerde Craonne werd door de Franse artilleriebombardementen geheel verwoest. Na de oorlog werd het dorp tot verboden gebied verklaard en meer oostwaarts herbouwd. Het oorspronkelijke Craonne werd in 1931 overgedragen aan het Franse Staatsbosbeheer dat er een arboretum aanlegde. Hier de plek van de voormalige kerk en een kelderingang.

 

Angst vooor revolutie
Mede door dit lied kreeg de ‘indiscipline collective’ (zoals de Franse legerleiding de muiterij eufemistisch omschreef) een massaal karakter. Toen er ook nog eens met rode vlaggen gezwaaid werd en af en toe de Internationale klonk, sloeg de paniek toe. Met de Februarirevolutie in Rusland – op dat moment nog een bondgenoot van Frankrijk – in het achterhoofd, greep het opperbevel krachtig in. Nivelle werd als opperbevelhebber vervangen door Philippe Pétain, die meteen keiharde disciplinaire maatregelen nam. Grote groepen muitende soldaten werden voor de krijgsraad gebracht. Er werden 554 doodvonnissen uitgesproken, die niet allemaal werden voltrokken. Het precieze aantal is niet bekend. Naar schatting zal dit ongeveer tien procent zijn geweest. Een onbekend aantal ‘deserteurs’ werd echter zonder voorafgaand proces geëxecuteerd. Een nog groter aantal werd naar strafkampen gestuurd. Door deze draconische maatregelen keerde in juni de rust weer terug.
Om een herhaling van muiterij te voorkomen deed Pétain toezeggingen: een betere verlofregeling, beter voedsel en huisvesting en een ander rotatiesysteem zodat niet altijd dezelfde regimenten in de frontlijn zaten. En als belangrijkste: het offensief van Chemin des Dames zou de laatste suïcidale Franse doorbraakpoging zijn.
In één kwestie ving Pétain bot. Zijn zoektocht naar de auteur van Chanson de Craonne leverde niets op, ondanks de beloning van een miljoen goudfrank. Het Chanson de Craonne kwam op de zwarte lijst. Ook na het einde van de oorlog bleef het voor de soldaten een verboden lied en in de boeken over La Grande Guerre werd ‘Craonne’ zo goed als doodgezwegen.

Rehabilitatie
Deze ‘ontkenning’ van deze zwarte pagina uit de Franse geschiedenis ging door tot 1974, toen president Valery Giscard d’Estaing aan de zelfcensuur in de Franse schoolboeken een einde maakte. Het Chanson de Craonne en de muiterij van 1917 mochten behandeld worden. De rehabilitatie van dit lied werd in 1998 gecompleteerd. In dat jaar herdacht premier Lionel Jospin de ondertekening van de wapenstilstand (11 november) in Craonne, waarbij hij de hoop uitsprak dat het Chanson de Craonne voortaan deel zou uitmaken van het collectieve geheugen van de Franse bevolking. Het eerherstel van dit lied (en van de groep geëxecuteerde stakende soldaten) kwam deze socialistische premier overigens op veel kritiek te staan. Zelfs president Jacques Chirac nam hem dit gebaar niet in dank af. In 2017 maakte François Hollande in zijn nadagen als president van Frankrijk nog een statement door op 16 april af te reizen naar Craonne om daar een toespraak te houden bij de herdenking van het voor Frankrijk rampzalig verlopen ‘Nivelle-offensief’, precies een eeuw geleden.
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld: De Fransen trekken ten aanval bij Chemin des Dames.)

 

Lees het hele artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS, en nog veel meer interessante geschiedenissen. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

De Führer uit Bouillon

In de Belgische televisiereeks De Nieuwe Orde legde Maurice De Wilde in de jaren 1980 collaborateurs uit WO II op de rooster. Alleen door Léon Degrelle, voor de doodstraf in Spanje ondergedoken, werd de scherprechter zo niet platgewalst dan toch dood gebulderd. In extreem-rechtse hoek had Vlaanderen het VNV, in Wallonië groeide Rex, geleid door Degrelle. In 1936 brak Rex spectaculair door, maar was in 1939 alweer uitgeteld, waarna de politicus tijdens de Duitse bezetting voor de militaire collaboratie koos.

Lees verder

Kroniek

Val van Falaise

Precies zeshonderd jaar geleden, in januari 1418, is de verrassing enorm als de onneembaar geachte vesting Falaise zich overgeeft aan koning Hendrik V van Engeland. Nu is Normandië geheel in Engelse handen. Fort Falaise was omstreeks 1120 gebouwd als residentie van de hertogen van Normandië, door de zoon van Willem de Veroveraar.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder