Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Peletiers liederlijke luiheid

04 januari 2018 Siebrand Krul

Ze werden ontdekt in het persoonlijke archief van Gerlach Ribbius Peletier (1856-1930): twee cahiers vol geheimzinnige, sierlijke schrifttekens. Na een zoektocht door Nederland en Duitsland bleek het om een obscure stenografische schrijfmethode te gaan: systeem-Stolze. Een bejaarde man uit Bayreuth wist de dagboeken te transcriberen. In 2016 werden ze, vertaald in het Nederlands, bijzonder fraai uitgegeven als boek van zes centimeter dik. Over Peletiers 19de-eeuwse luizenleventje.

De Peletiers, afstammelingen van Hugenoten, handelden in koffie en tabak. Bij Gerlachs vader werkten 140 sigarenmaaksters. Zoonlief, die nog drie jongere zusjes had, gaat in handelsstad Leipzig aan de Handelslehranstalt studeren, en wonen in een kosthuis. Daarna vindt hij reizen, kunst, vrienden, vriendinnen en de natuur belangrijker dan ‘de zaak van pa.’ Hij weet handig een werkend leven te ontvluchten door zakenbezoeken te combineren met een leven als vroege toerist. Met Baedeker-gidsen in de hand bezoekt hij Parijse musea en de tentoonstelling over electra: ‘We waren allemaal erg onder de indruk van de grote successen…’.

 

Fragment van een dagboekpagina, genoteerd volgens het stenografische systeem-Stolze, met een gedroogde bloem, die Gerlach tijdens een wandeling plukte.

 

Koudwaterkuren
Tijdens zijn rondzwervingen krijgt hij gezondheidsklachten en geeft onderweg herhaaldelijk over, waarbij hij uit een treinraampje hangend zijn hoed verliest. Gerlach frequenteert daarom liever plaatsen met een mild winterklimaat, zoals Menton en San Remo, maar tussen terminale patiënten wordt hij lethargisch en gaat twijfelen over zijn toekomst. Hij ondergaat koudwaterkuren, waarbij ‘dr. Siffermann zelf met ijskoud water mijn hele lichaam bespoot.’ Hoewel de landerigheid doorschemert in Gerlachs teksten, wordt de lezer meegesleept in overweldigende natuurlandschappen, koetsreizen en verblijven in hotels en pensions waar ‘the happy few’ overwintert en met roddels en avances de dagen doorbrengen: ‘De thuisblijver kan volstrekt niet bevroeden dat de omgang met elkaar binnen zo korte tijd dikwijls zo intiem wordt.’

 

Het woonhuis dat Gerlach Peletier aan de Utrechtse Maliebaan liet bouwen, tegenwoordig een vestiging van de Rabobank. In de voorgevel zijn art nouveau-bloemmotieven en de jaartallen 1901-1902 opgenomen. (Foto Lex Veldhoen)

 

‘Daarna gingen we ijs eten’
Tussendoor schrijft Gerlach gedichten (opgenomen in het boek) en plukt op bergtochten met vrienden edelweiss. Tijdens een Noorse uitstapje slaan paarden op hol, geschrokken van een openklappende paraplu: paard en wagen liggen in de sloot ‘en wij over elkaar in het veld’. Bij de Derby van Epsom worden lekkernijen weggespoeld met champagne ‘waarbij de afgeknaagde botjes van ham, patrijs of ander gevogelte tussen de wagens in de modder vielen en door de armen opgeraapt en opnieuw afgekloven werden!’ Onderweg geniet Gerlach van meer lekkers: ‘Daarna gingen we ijs eten (…) en voordat ik ging slapen, gebruikte ik nog opium…’. Gedurende een boottochtje op het Bodenmeer bestudeert hij ‘de geweldige aanstellerij van de Franse dames’ en schrijft behoorlijk antisemitisch over een Joodse familie: ‘maar al te vaak geven deze wolven in schaapskleren zich bloot.’ Gerlach raakt voortdurend verliefd, tekent hartjes met pijlen en houdt van dansen: ‘Wij leerden positionen, complimente, hoedafnemen etc…’. In Brighton vindt hij de meisjes ‘levendiger en hitsiger dan in de hoofdstad.’ De aartsromanticus kust de klaviertoetsen, waarop een aanbedene ‘haar gevouwen handen heeft laten rusten’ en mijmert over haar verovering: ‘In wat een heerlijke familie zou ik dan terechtkomen!’ Zijn vriendschap met mannen is ook niet afstandelijk: ‘Hij ziet er sterk en mannelijk uit. Lieve vriend (…) O blijf en maak een mens gelukkig, die anders misschien geen hoop heeft om echt gelukkig te worden’ en is regelmatig neerslachtig: ‘Het leven is leeg en verlaten; het heeft geen waarde voor mij.’

 

 

Mijn vader wilde mij steken
Tussendoor leert hij in Holland het vak van meester-sigarenmaker. In zijn brieven schemert door dat hij met reizen zijn vader ontvlucht, die vaak druk op hem uitoefent. Als Gerlach vraagt of hij zijn uiteindelijke geliefde, Adrie, kan schrijven over zijn verbintenis met haar en zijn toekomstplannen, komt het ‘tot een geweldige scene tussen mij en hem, waarbij hij een mes, dat op tafel lag, opnam en mij daarmee wilde steken. Ik bleef rustig staan, zag hem strak in de ogen, en toen stak hij het mes met zo’n kracht in de tafel dat het brak.’

 

 

Het boek (888 bladzijden, 400 kleurenillustraties) is vormgegeven door Irma Boom, die binnenlandse en internationale prijzen won. Het heeft uitklapbare bladzijden met stadsgezichten, plattegronden en een deels stoffen omslag in wit-, crème- en beigetinten. Gerlach verzamelde reisparafernalia: trein-, toegangs-, ansichtkaarten en foto’s. Enkele zijn herdrukt en los in een extra omslagflap bijgevoegd. Zijn dagboeken bewijzen dat je met een liederlijk lui leven na 135 jaar nog onsterfelijk kunt zijn. Er waren wel een stichting met nazaten in het bestuur, een privé-archief en familiegelden voor nodig om hem aan de vergetelheid te ontrukken. Toch is bij Gerlach Peletier sprake van een verdienste, namelijk onderhoudend schrijven. Zo doen zijn reisbeschrijvingen van Italië denken aan Goethes Italienische Reise en zijn veertien jaar omvattende dagboeken bieden, als bij een Bildungsroman, een aardig beeld van de coming of age van een jongeheer, maar ook van de Victoriaanse tijd, waarin hij leeft, en dat met een happy end: tijdens een ongechaperonneerde wandeling in Berner Oberland leert hij zijn aanstaande bruid Adrie kussen.
In het nawoord is zijn verdere leven geschetst. Woonde hij met zijn ouders aan de Utrechtse Oude Gracht, hijzelf liet in 1901 een herenhuis bouwen aan de Maliebaan. Gerlach werd commissaris van de sigarenfabriek, rentenierde en was kunstverzamelaar (hij bezat elf Van Goghs). In 1895 deed hij tevergeefs mee aan de Utrechtse gemeenteraadsverkiezingen. Hij beheerde landgoed Linschoten dat zijn vader verwierf en de Rozephoeve (Oisterwijk) die hijzelf aankocht. Met zijn vrouw Adrie kreeg hij vijf kinderen.
(Lex Veldhoen)

Gerlach Ribbius Peletier, Dagboeken 1872-1886. Uitgeverij TOTH, Bussum. 888 blz., € 75,00 ISBN 978 90 687 14 9

Lees nog veel meer spannende verhalen in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder