Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Mars door de groene hel

04 januari 2018 Siebrand Krul

In 1945 wilde Frankrijk zijn koloniale rijk in Zuidoost-Azië snel heroveren, maar dan zonder dienstplichtigen te hoeven inzetten. Daardoor kreeg het Vreemdelingenlegioen, met veel Duitsers in dienst, een belangrijk aandeel in de strijd. ‘De meesten kwamen uit Franse krijgsgevangenschap, waar ze half verhongerd waren,’ herinnerde Scholl Latour zich later in zijn bestseller ‘Der Tod im Reisfeld’.

Eind 1945 was de latere tv-journalist Peter Scholl Latour als jonge man op het troepenschip ‘Andus’ onderweg naar Indochina. Anders dan later altijd gezegd is, was Scholl Latour geen legionair. Hij bezat zowel het Duitse als het Franse staatsburgerschap en had zich aangemeld voor een reguliere parachutisteneenheid. Wel bevonden zich aan boord van de ‘Andus’ ook twee compagnieën van het Vreemdelingenlegioen, met daarin veel Duitsers. ‘Ze hadden zich aangemeld voor Indochina omdat ze de hoop opgegeven hadden ooit nog iets van hun vermiste verwanten uit het oosten te horen of omdat ze eindelijk weer eens hun maag wilden vullen.’

 

Generaal Jean de Lattre, wiens leven mede door de koloniale oorlog dramatisch eindigde.

 

Ongebreidelde vreugde
Op de Rode Zee trof de ‘Andus’ grote scheepskonvooien die in tegengestelde richting voeren. Het waren Britten op weg naar huis. Door een verrekijker zag Scholl Latour hun gezichten, ‘waarop een ongebreidelde vreugde stond te lezen’. ‘You are going the wrong way!’ (‘Jullie varen de verkeerde kant op!’), riepen de Britten de Fransen spottend door een megafoon toe. In Londen regeerde sinds een half jaar de Labour-partij en die had besloten Brits-Indië zonder bloedvergieten zijn onafhankelijkheid te gunnen. De regering in Parijs daarentegen was vastbesloten haar koloniën weer onder controle te krijgen. Na vier smadelijke jaren van bezetting door Duitsland hield de ‘grande nation’ dat voor absoluut noodzakelijk om zich snel weer gelding te verschaffen op het wereldtoneel.
Frans-Indochina omvatte het huidige Laos, Cambodja en Vietnam. Vergeleken met Brits of Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, was het maar een jonge kolonie van nog niet eens zestig jaar oud. Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er onafhankelijkheidsbewegingen ontstaan. De grootste daarvan bestond uit Vietnamese communisten, die zich later met de nationalisten tot de Viet Minh aaneensloten. Ze paarden de roep om onafhankelijkheid aan de eis van sociale hervormingen en herverdeling van het land onder de kleine boeren. Waar ze maar konden, zetten ze deze eisen ook om in daden, wat hun snel veel sympathie onder de bevolking verschafte.

 

Franse vliegtuigen op een Amerikaanse basis in Don Son, 1954.

 

Moskouleerling met puntbaard
Op 2 september 1945 riep Ho Chi Minh, de leider van de Viet Minh, in Hanoi de onafhankelijke Democratische Volksrepubliek Vietnam uit. Frankrijk wist echter al snel na de ontscheping van zijn koloniale troepen de controle over het grootste deel van Indochina te herwinnen. In 1948 meldde het nog jonge, West-Duitse weekblad Der Spiegel zijn lezers: ‘Het ruikt naar vrede in Indochina. In de jungle is het strijdrumoer al geruime tijd verstomd.’ Ho Chi Minh, ‘de Moskou-leerling met de puntbaard’, was volgens het Duitse blad al aan het eind van zijn Latijn: ‘Duitse vreemdelingenlegionairs en inheemse troepen dreven hem en zijn guerrillastrijders na hevige gevechten terug tot in de ruige bergen van dit rijke land.’
Aan Franse kant vochten in de Indochina-oorlog uitsluitend beroepsmilitairen en koloniale troepen. Dienstplichtigen werden bij het conflict niet ingezet. De compagnieën van het Vreemdelingenlegioen golden als het sterkste onderdeel van het Franse expeditieleger en ze bestonden voor ongeveer zestig procent uit mannen van Duitse komaf. Duitsers hadden dan ook een belangrijk aandeel in het begin van de Indochina-oorlog. Terwijl Duitsland opgedeeld, gedemilitariseerd en van de allerergste nazi’s gezuiverd werd, betekende ‘45’ aan de andere kant van de wereldbol allerminst een cesuur.

 

Ho Chi Minh.

 

SS?
Dat het bij de legionairs bijna uitsluitend om SS-veteranen gegaan zou zijn, is door recent onderzoek van Eckard Michels en Pierre Thoumelin weerlegd: de meerderheid van de Duitse legionairs had een andere achtergrond. Officieel mochten leden van de SS helemaal niet in het legioen opgenomen worden, maar kennelijk namen wervingsofficieren het met dit verbod niet zo nauw. Der Spiegel schreef in 1949: ‘Ze hoeven maar hun arm uit te steken om te laten zien dat ze geen getatoeëerd herkenningsteken van de SS hebben. Ze hoeven zich maar even laatdunkend over de Gestapo uit te laten, of ze zijn al binnen.’ Ervaring was in geval van twijfel belangrijker dan gezindheid. Het marslied ‘SS marschiert in Feindesland’ werd door het Vreemdelingenlegioen heel pragmatisch van de tekst ‘La Légion marche vers le front’ voorzien …
In de westelijke bezettingszones en de vroege Bondrepubliek circuleerden hardnekkige geruchten over stelselmatige wervingspraktijken van het Vreemdelingenlegioen, dat betaalde ronselaars op jonge Duitsers af zou sturen. Politieke partijen, kerken en jeugdorganisaties waarschuwden hier herhaaldelijk tegen. Toch is deze ronselarij een mythe gebleken: de vele Duitsers meldden zich vrijwillig en daarvoor hoefden de medewerkers van de rekruteringsbureaus in de Franse bezettingszone de deur niet uit. De gewone Duitser kon zich indertijd simpelweg niet voorstellen dat iemand vrijwillig voor Frankrijk ten strijde zou trekken. Toch waren de omstandigheden er in de eerste na-oorlogse jaren wel naar: Duitsland lag in puin en van een Wirtschaftswunder en het daarmee gepaard gaande eerherstel voor de hardwerkende, fatsoenlijke Duitser was nog niets te merken.

 

De Franse nederlaag bij Dien Bien Phu is een feit.

 

Avontuur en exotiek
Het waren vooral heel jonge kerels die zich voor de dienst in Indochina aanmeldden. Ze waren opgegroeid met de klank van sirenes, afweergeschut en bomexplosies, waren opgevoed in de Hitlerjugend en hun hoofd zat nog vol met foute idealen. Haast niemand van hen had frontervaring en ze kenden de oorlog alleen uit verhalen van anderen, of uit het bioscoopjournaal. Wat ze vooral wilden was wegkomen uit Duitsland. Ook zij die zwaar werk deden, kozen soms voor het Vreemdelingenlegioen (in het Ruhrgebied met zijn vele mijnen was het animo om te tekenen bijzonder groot). En ook al waarschuwden Duitse kranten met regelmaat tegen de verschrikkingen van een legionairsbestaan in het Verre Oosten, de toeloop bij de wervingsbureaus werd na elk artikel, na elke fotoreportage alleen maar groter. Het ging de jonge mannen kennelijk om een combinatie van avontuur en exotiek. ‘Ach, weet u, Europa was indertijd niet zo aantrekkelijk,’ herinnerde de grijze Latour zich in 2009 tijdens een vraaggesprek. ‘Ik wilde die treurnis achter mij laten en zocht het avontuur. Toen ik in Hanoi aan land ging, heerste daar nog pure exotiek. Dat was een koloniale droom als in een roman van Kipling. Indochina blijft de mooiste herinnering van mijn leven.’

 

Peter Scholl Latour (rechts) bij de Viet Minh.

 

Boerenleger
Maar goed, Scholl Latour was ook geen legionair en kon snel weer afzwaaien om in Europa te gaan studeren. Voor de achterblijvers sloeg de droom van palmen en veranda’s snel om in een nachtmerrie. Ze kregen het met een ongrijpbare vijand aan de stok, die elk open conflict uit de weg ging en een uitputtende partizanenstrijd voerde. Bovendien kreeg ‘oom Ho’ sinds de overwinning van Mao’s communisten in China grootscheepse steun vanuit het buurland. De Fransen op hun beurt leunden steeds zwaarder op de financiële steun van de Amerikanen, die het conflict als een uiting van de Koude Oorlog beschouwden – precies zoals de Duitse bondskanselier Adenauer: ‘De soldaten die in Indochina hun bloed en hun leven offeren, doen dat niet voor Frankrijk alleen, maar in dienst van de vrijheid voor hele wereld,’ verklaarde deze in 1954.
Dat doet allemaal al sterk aan de latere Vietnamoorlog denken. Net als de Amerikanen onderschatten de Fransen het potentieel van het Vietnamese ‘boerenleger’ – ook na 1950, toen ze de aftocht moesten blazen uit de grensvesting Cao Bang, in Tonkin, in het noorden van Vietnam. Sindsdien waren de Fransen voortdurend in het defensief. Wat de Viet Minh van de ‘rode Napoleon’ Vo Nguyen Giap (1911-2013) aan materieel ontbrak, maakten zij door motivatie weer goed. Op sandalen van autobanden schoven ze zwaar materieel per fiets over junglepaden. Waarin de partijen volkomen aan elkaar gewaagd waren, was hun wreedheid. De Viet Minh martelden gevangen dood, het koloniale leger brandde dorpen plat en slachtte vrouwen en kinderen af.

 

Scholl Latour in Pakistan. Hij deed voor de Duitse televisie decennia lang verslag van oorlogen in het Verre Oosten waarbij Westerse landen waren betrokken.

 

Franse Stalingrad
Frankrijk probeerde het tij nog te keren door zijn beste legeraanvoerder naar Indochina te sturen, oorlogsheld Jean de Lattre de Tassigny. Maar ook voor ‘koning Jean’ werd de jungle tot een hel: eerst sneuvelde zijn jonge zoon Bernard, daarna verergerde zijn kanker zo snel, dat hij zich naar Frankrijk terug moest laten vliegen. Kort na zijn terugkeer in Parijs overleed hij.
De Fransen zouden hun eigen Stalingrad beleven bij het beslissende gevecht in het keteldal van Dien Bien Phu. De Viet Minh hadden het onmogelijke gepresteerd en zwaar geschut langs de overwoekerde berghellingen omhoog gezeuld. Vanaf daar beukten zij nu de Fransen murw. Na een belegering van twee maanden gaven de koloniale heren zich over. De overlevenden gingen op zeshonderd kilometer lange, barre voettocht naar de interneringskampen. Menigeen liet daarbij alsnog het leven. Slechts een op de drie soldaten van Dien Bien Phu keerde terug naar huis.
In Europa maakte de nederlaag van de Fransen in 1954 grote indruk op het publiek. De heerschappij van de blanke man, van de Europeaan, liep ten einde en had in Azië een reactie naar het communisme uitgelokt. Een schokkende ervaring die verklaart waarom in juli 1954 ook in het slaperigste provincieblaadje te lezen stond dat de Franse ministerpresident Pierre Mendès France op de Conferentie van Genève akkoord ging met het vertrek van Vietnam, Laos en Cambodja uit de Franse Unie. De legionairs keerden terug naar huis, maar in Vietnam was het grote sterven nog maar net begonnen.
(Christoph Driessen)

(Openingsbeeld: Franse krijgsgevangenen na de nederlaag bij Dien Bien Phu.)

 

Lees het complete artikel, en nog veel meer stukken over het Vreemdelingenlegioen, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder