Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Vuurwerk, het explosieve verhaal

12 december 2017 Siebrand Krul

December is de vuurwerkmaand bij uitstek. Tijdens de jaarwisseling gaat er voor kapitalen de lucht in. In Europa spant Nederland de kroon. Nergens anders wordt zoveel vuurwerk afgestoken. De Belgen doen het wat kalmer aan. Toch waren zij het die jarenlang het zware illegale vuurwerk aan de Nederlanders leverden. De fascinatie voor vuurwerk bestaat al eeuwen. En zeker niet alleen bij de Nederlanders.

Het waren de Chinezen die omstreeks 900 het buskruit ontdekten en het eerste vuurwerk maakten. Via de handelsroutes kwam die kennis tegen 1200 ook in Europa terecht. Daar spraken vooral de militaire mogelijkheden van het explosieve poeder tot de verbeelding. Maar net als in China werd er ook hier vuurwerk gemaakt om feesten en gebeurtenissen luister bij te zetten. In 1582 werd Brugge vereerd met een bezoek van Willem van Oranje en de hertog van Anjou, de laatste was net door de opstandige Staten-Generaal tot landsheer benoemd. Als spektakelstuk van deze Blijde Intrede was midden op de markt boven op een paal een houten schip geplaatst vol met vuurwerk en, hier wordt het onaangenaam, aangebonden katten. Toen de knal- en vuurpotten werden afgestoken en het gevaarte verbrandde was het gekrijs van de arme dieren overal in de stad te horen.

 

Kinderen steken vuurwerk af, 1976. (Rob Bogaerts, Nationaal Archief/Anefo, CC0)

 

‘Gevaer voor brand ende andere inconvenienten’

Vuurwerk was het speeltje van de rijken en de machtigen. De Europese vorstenhuizen wedijverden met elkaar om het mooiste vuurwerk. Goede vuurwerkmakers waren, net als deejays nu, gezocht en werden royaal beloond. Vanaf de 17de eeuw kwam klein vuurwerk ook binnen het bereik van de gewone man. De fabricage was het domein van huisvlijt. Een advertentie uit 1792 noemt ‘pijlen, draaijende pijlen, moordslagen, ratjes, zwermpotten, alles in het groot en het klein’. In populaire boekjes zoals Pyrotechnia, of konstige vuurwerken (1672) werden de mysteries van het vuurwerk uit de doeken gedaan. De overheid probeerde het afsteken van vuurwerk aan banden te leggen. Begrijpelijk, want een grote stadsbrand lag altijd op de loer. Zo beboette Amsterdam in 1645 het afsteken van vuurwerk met vijftig gulden, nadat was geconstateerd dat sommigen ‘so bij daegh als bij nachte ende ontyden, binnen deser stede, met vuerpijlen ende andere vuerwercken schieten ende werpen, niet sonder groot gevaer voor brand ende andere inconvenienten’. In Den Haag werd in 1702 het gooien van ‘klakkebussen’(voetzoekers) onder de rokken van vrouwen ten strengste verboden.

Was oudjaarsviering toen al eeuwenlang een luidruchtig feest, vuurwerk speelde nog niet de hoofdrol. Geknal was er genoeg maar dat kwam van het afschieten van pistolen en ander wapentuig (Nederland kent pas een wapenverbod sinds 1896). Sommigen haalden voor die dag zelfs een speciaal klein kanon van zolder. De Amsterdamse geschiedschrijver Jan ter Gouw schreef in 1871 daarover: ‘Nog in mijne jeugd dreunde de Kalverstraat op hare fondamenten als ‘t oude in ’t nieuwe’ geschoten werd, en ieder huismoeder zorgde schrikpoeders in huis te hebben’.

 

Vuurwerk in Scheveningen ter ere van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Uit het prentenboek Haantje de Voorste. Bij de inhuldigingsfeesten. Tekst van F.H. van Leent. Met oorspronkelijke platen van v. Geldorp, uitgegeven door gebr. Koster, Amsterdam, 1898.

 

Groot gekkenhuis

Was het afsteken van vuurwerk met Oud en Nieuw nog beperkt tot hier en daar een voetzoeker, in Nederlands-Indië lag dat heel anders. De kolonie kende een grote Chinese gemeenschap die gewend was hun eigen Nieuwjaar met veel vuurwerk in te luiden. Een gebruik dat in de 19de eeuw door de Indonesiërs en Nederlandse kolonialen met enthousiasme werd overgenomen. ‘Een groot gekkenhuis’, zo noemde in 1905 een krant de oudjaarsviering in Batavia (het huidige Jakarta): ‘al het denken en voelen der inwoners lijkt gereduceerd tot ééne emotie, één naijver: vuurwerk afsteken en zooveel mogelijk! Of rustige menschen werden gehinderd, of de stad stonk van het vieze kruit, of paarden op hol gingen, of kinderen en menschen zich bezeerden, soms voor hun leven ongelukkig werden door het idiote geknal en gepof, het gaf niets’.
Iets van die gekte sloeg ook over op het moederland. Zo kende Apeldoorn in 1929 een erg onrustige Oudjaarsnacht. Vuurwerk werd in brievenbussen en naar mensen en auto’s gegooid. Uiteindelijk moest de politie zelfs met getrokken sabel de orde herstellen. Gelijke taferelen zien we omstreeks 1950 ook in Den Haag, misschien niet toevallig een stad met veel Indische instroom.

 

Twee kinderen steken een rotje af, 1967. (Ron Kroon, Nationaal Archief/Anefo, CC0)

 

Vlaamse invoer

Na 1945 werd het afsteken van vuurwerk in Nederland een echt oudjaarsgebruik. De jaren zeventig en tachtig waren de hoogtijdagen van het consumentenvuurwerk. In het begin was er amper wetgeving. Handelaren importeerden massaal het veel goedkopere vuurwerk uit China. Er werd geknald als nooit te voren. Maar die ongebreideldheid had ook een schaduwkant. Er gebeurden veel ongelukken; vingers kwijt, hele en halve blindheid. De zwaarste knallers werden het eerst verboden, onmiddellijk gevolgd door invoer van illegaal vuurwerk. Vooral België was daarbij in trek. Daar was de verkoop voor de eigen burgers wel aan de nodige regels gebonden, voor buitenlanders golden die tot voor kort niet. Nederlanders die zware knallers zochten, trokken in de weken voor 31 december massaal de grens over waar de Vlamingen hen bereidwillig bedienden. De gordiaans verknoopte grensplaatsjes Baarle-Nassau en Baarle-Hertog werden samen een ‘vuurwerk hotspot’. In december overspoelen duizenden Nederlandse vuurwerktoeristen de beide plaatsen. De Klokkenstraat in Belgische Baarle-Hertog staat zelfs beter bekend als het ‘vuurwerkstraatje’.
(Harry Stalknecht)

Lees de rest van het artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!

 

(Openingsbeeld: Affiche van vuurwerkimporteur J.B.U. (Jan Benninga uit Utrecht), ca. 1965.)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder