Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Taal in de Gouden Eeuw

12 december 2017 Siebrand Krul

‘In de 17de eeuw is de standaardtaal nog in opbouw. Dus als mensen schrijven is er niet echt een norm. Maar het is ook de eeuw van de nieuwe ontwikkelingen. Met de komst van de Republiek ontstaat er behoefte aan één gemeenschappelijke taal. Tegelijkertijd wordt de taal steeds meer gebruikt in nieuwe contexten. Dus het is echt de eeuw van de expansie van het Nederlands.’ Aldus Marjo van Koppen van het Meertens Instituut.

Taalkundige Van Koppen werkt sinds september voor het Meertens Instituut, het onderzoekscentrum voor taal en cultuur. Daarnaast is ze hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar de taaldynamiek in de Gouden Eeuw, een periode waarin de taalnorm nog niet vastlag. ‘Het mooie van de 17de eeuw is dat je taalverandering in actie kunt onderzoeken’, aldus Van Koppen.
Het onderzoeksproject Taaldynamiek in de Gouden Eeuw ging in september 2016 van start aan de Universiteit Utrecht. Het gaat om door NWO gefinancierd onderzoek, dat Van Koppen nu deels meeneemt naar het Meertens Instituut. ‘Dit onderzoek past heel goed binnen het Meertens Instituut’, licht Van Koppen toe. ‘We onderzoeken hoe taalverandering en -variatie in elkaar zitten.’

 

Vondel.

 

Creativiteit en taal
In dit project werkt Van Koppen samen met historisch letterkundige Feike Dietz. Ze richten zich in eerste instantie op literaire teksten uit de Gouden Eeuw. Hun doel is om te kijken hoe creativiteit en taal zich tot elkaar verhouden. ‘In literatuur, en nog meer in poëzie kun je het taalsysteem oprekken tot het uiterste’, aldus Van Koppen. Zelf kijkt ze vooral naar variatie in de zin: syntactische variatie.
Juist op zinsniveau gebeurt er van alles in de 17de eeuw, vertelt de taalkundige enthousiast. ‘Je ziet de naamvallen, die nog aanwezig waren in de middeleeuwen, langzaam verdwijnen. Daar komen dan voorzetselgroepen voor terug. Dus de brief des conincs wordt ‘de brief van de koning’. En wanneer de naamvallen verdwijnen wordt de woordvolgorde ook vaster, zodat je nog steeds kunt zien wat het lijdend voorwerp is zonder dat deze een accusatiefnaamval heeft.’

 

Bredero.

 

Rijmvolgorde
In rijmende teksten, zoals van Bredero, tref je veel variatie aan. De zinsvolgorde kan hier sterk variëren. ‘Om rijm te bewerkstelligen, wordt dan een deel van de zin naar achteren geplaatst, net zoals wij doen in Sinterklaasgedichten. Dat verschijnsel noem je extrapositie.’ De onderzoeker geeft nog een voorbeeld. ‘Bij Vondel hebben we gekeken hoe hij ‘zo een aardige man’ uitdrukt. Dat doet hij op wel vijf verschillende manieren. Hij varieert waarschijnlijk in de volgorde omdat het rijm dan beter uitkomt, maar blijkbaar is het allemaal ook mogelijk in zijn taalsysteem.’

Brieven van Hooft
Koppen en Dietz hebben zich tot nu toe vooral beziggehouden met de brieven van P.C. Hooft: het ‘boegbeeld van de 17de eeuw’ aldus de taalkundige. Maar wat de brieven van deze schrijver zo interessant maakt, is dat het er niet alleen veel zijn, maar dat ze ook nog eens een grote variatie laten zien in formaliteit. ‘Er zijn heel literaire brieven bij, maar ook kattenbelletjes waarin Hooft vraagt of iemand bij een volgend bezoek wijn mee wil brengen, of een liefdesbrief aan een ‘schone vrouwe’. Het is een heel divers corpus. De brieven zijn bovendien heel goed gedocumenteerd. We weten aan wie ze zijn geschreven en wanneer.’
Omdat er al een teksteditie van de brieven was, konden de onderzoekers de brieven makkelijk digitaliseren. Daarna werden de data verrijkt, voorzien van talige kenmerken, zodat de data goed doorzoekbaar zijn. Zo kun je bijvoorbeeld zoeken op het verschijnsel ‘negatie’, waarbij je met een druk op de knop alle ontkennende zinnen uit het corpus tevoorschijn tovert.
Het is een typisch voorbeeld van een zinsconstructie die door de tijd heen is veranderd. In de middeleeuwen gebruikte men altijd twee ontkenningen in de zin: ic en com niet. Taalkundigen noemen dat tweeledige negatie. In het modern Nederlands gebruiken we alleen het woordje ‘niet’, enkele negatie dus. In de brieven van Hooft hoopten de onderzoekers te ontdekken hoe de verandering zich heeft voltrokken.

 

Standbeeld van Michiel de Ruijter in Vlissingen.

 

Niet willekeurig
Van Koppen en Dietz ontdekten een patroon: ‘Bij Hooft zitten we op het spoor dat tweeledige negatie een versterking is van eenledige negatie. Dus op het moment dat hij nadruk wil leggen, gebruikt hij tweeledige negatie. Dat lijkt hetzelfde systeem dat we nu ook nog zien in het moderne West-Vlaams. Dat geeft de burger moed, want dat suggereert dat zo’n verandering niet zomaar willekeurig is.’
Toch houdt de onderzoeker ook nog een slag om de arm: ‘Er zijn allerlei factoren die een rol kunnen spelen. Wij denken nu dat nadruk een rol speelt, maar waarschijnlijk zijn er ook andere factoren, zoals rijm. En het zou ook nog kunnen dat de archaïsche tweeledige negatie beter paste in bepaalde contexten. Maar het lijkt erop dat Hooft niet zomaar wat doet.’

 

Hooft.

 

Michiel de Ruyter
Na Hooft wil Van Koppen verder met de brieven van Michiel de Ruyter. ‘Die brieven zijn waarschijnlijk minder literair en daardoor ook heel interessant. Maar van De Ruyter hebben we nog handgeschreven brieven, dus die kun je niet zomaar laten inlezen door de computer. Dat moet handmatig gebeuren. Gelukkig hebben we door andere projecten van het Meertens Instituut een groot vrijwilligersnetwerk. Zij hebben ervaring met het ontcijferen van handschriften.’
Bij het aanleggen van dit volgende corpus hopen de onderzoekers gebruik te maken van de tools die reeds ontwikkeld zijn. ‘In het corpus van Hooft hebben we allemaal verrijkingen aan de data toegevoegd. Je kunt bijvoorbeeld zoeken op begin van een brief, de kern of de afsluiting. Onze postdoc onderzoekt nu of de computer die indeling straks automatisch kan gaan maken.’
(Mathilde Jansen, Meertens Instituut)

Kijk ook op http://mailchi.mp/meertens/december2017?e=c049949c7e

(Openingsbeeld: Marjo van Koppen (Foto Susanne van der Kleij))


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder