Stelling

Onze oliedorst financiert onze wapenindustrie

Stem

Agenda

Elamieten, Parthen en Seleuciden
Al decennia leven Iran en het Westen onder gespannen politieke verhoudingen, hetgeen bijdraagt aan een relatief grote onbekendheid met de Iraanse oude cultuur. De expositie Iran, bakermat van de beschaving in het Drents Museum belicht in een razend tempo het historisch enorm rijke land.
Dames van de barok
Welke rol speelden vrouwelijke kunstenaars in het door mannen gedomineerde Italië tussen de late Renaissance en de Barok? Deze vraag onderzoekt het Museum voor Schone Kunsten Gent in zijn najaarstentoonstelling. Aan de hand van een vijftig-tal topwerken brengt het museum de cruciale rol van de vrouw in de Italiaanse schilderkunst van 1580 tot 1680 aan het licht.

Een ontspoorde droom: Sint Hubertus

12 december 2017 Siebrand Krul

Anton en Hélène Kröller-Müller boden de befaamde architect Berlage in 1913 aan om hun droom te realiseren: een familiehuis op de Veluwe en een groot museum om hun enorme collectie moderne kunst onder te brengen. Berlage zou dan wel zijn vrijheid kwijt zijn, want de voorwaarde was dat hij uitsluitend voor hen zou werken. Maar daar stond een riant salaris tegenover en bovendien kon hij voor het eerst zijn ideaal verwezenlijken om een ‘Gesamtkunstwerk’ te maken.

Een gebouw in de stijl, die hij zich eigen had gemaakt en een inrichting die daar volledig bij aansloot: de tegels op de wanden, de gebrandschilderde ramen, de meubels, de verlichting, alles, tot en met de deurknoppen, het serviesgoed en tafelbestek en de hangers in de garderobe. Berlage kreeg de mogelijkheid om vaklui in te schakelen, die werkten volgens zijn principes.

 

Jachthuis Sint Hubertus. (Nat. Park Hoge Veluwe)

 

Anton Kröller was de zoon van een Rotterdamse aannemer en kleinzoon van een Duitse immigrant. Na de HBS liep hij stage bij de Duitse scheepsmakelaar Müller & Co. Weer terug in Nederland, werd hij belast met de leiding over de Rotterdamse vestiging van het bedrijf, waar hij kennismaakte met Hélène, de dochter van de baas. Dat was naar de zin van de oude Müller: ‘Als het enigszins kan, trouw, want ik kan niet zonder hem’. Het stel trouwde op 15 mei 1888 en ging in Rotterdam wonen. Vader Müller stierf een jaar later en Anton kreeg de touwtjes in handen. Zijn ambities kenden geen grenzen. De firma deed onder meer zaken in Spanje, Rusland, Argentinië en Zweden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wist Kröller vanuit het neutrale Nederland zowel met Duitsland als met Engeland handel te drijven. Het geld stroomde binnen.

 

Het jonge stel Hélène Müller en Anton Kröller.

 

Tomeloze verzameldrift, geld in overvloed
Anton kocht grond op de Veluwe, totdat hij een aaneengesloten gebied van meer dan 6.000 hectare in zijn bezit had. Hélène hield zich bezig met haar grote liefdes: moderne kunst en architectuur. Onder leiding van haar leermeester en adviseur professor H.P. Bremmer, een autoriteit op het gebied van moderne kunst, verzamelde Hélène honderden werken van onder meer Monet en Picasso. Zij kocht zoveel werk van Van Gogh dat de collectie na die in het Van Goghmuseum de grootste ter wereld is.

 

Ontwerp van Berlage uit 1918 voor een gigantisch Kröller-Müllermuseum.

 

De eerste opdracht voor Hendrik Berlage was de bouw van een jachthuis, dat vooral moest dienen om familie, vrienden en relaties te ontvangen. Berlage was na zijn opleiding in Zürich begonnen met het ontwerpen van gebouwen in de historiserende stijl van zijn tijd, voornamelijk neo-renaissance. Hij werd beïnvloed door de Jugendstil, maar ging steeds rationeler te werk, zoals te zien is aan zijn befaamde Koopmansbeurs in Amsterdam. Tijdens een bezoek aan Amerika in 1911 raakte hij sterk onder de indruk van het werk van architecten zoals Frank Lloyd Wright. Daarbij moet zijn levenshouding niet uit het oog worden verloren. Berlage kwam uit een liberaal nest, maar hij werd enthousiast socialist en zou na de revolutie in Rusland neigen tot het communisme. Bij het ontwerpen van een gebouw stond voor hem eenvoud en functionaliteit voorop. Dat was in het straatje van de Kröller-Müllers, hoewel hun streven naar eenvoud bepaald niet was gebonden aan zuinigheid. Integendeel: Berlage had de vrije hand. Bij het ontwerp van het jachthuis stond hem een landhuis in Engelse stijl voor ogen, met aparte kamers voor gezinsleden en bezoekers en voorzieningen zoals een bibliotheek, een boudoir en een rookkamer. Als basisplan werd de vorm van het gewei van een edelhert gekozen. Daarbij ging men uit van de legende van Sint Hubertus.

 

Antons biljartkamer.

 

De werkkamer van Anton.

 

De toren als kruis van het hertengewei
De jonge edelman Hubertus ging, volgens één van de legenden over hem, op Goede Vrijdag van het jaar 683 op jacht. Toen hij een groot hert wilde neerschieten verscheen een lichtend kruis tussen het gewei van het dier en een stem beval Hubertus om naar de bisschop van Maastricht te gaan. Hubertus werd een vroom man, hij volgde de bisschop op en werd later heilig verklaard en beschermer van de jacht. De Kröller-Müllers wilden in het gebouw een hoge uitkijktoren hebben. Hoewel dit niet paste in het concept van een ‘country-house’, loste Berlage dit op door met de toren te verwijzen naar het legendarische kruis in het hertengewei. Het verhaal van de heilige Hubertus komt op verschillende plaatsen in het huis terug, onder meer in de glas-in-loodramen, gemaakt door de Duitse kunstenaar Arthur Henning en de stenen reliëfs van Joseph Mendes da Costa op de binnenplaats.

 

Kraan en radiatorombouw van de centrale verwarming.

 

Het huis zit vol met voor die tijd zeer moderne snufjes, zoals een elektrische lift, een systeem dat alle elektrische klokken in huis aanstuurde, een centraal stofzuigersysteem, centrale verwarming, rookafzuigers en een elektrisch bellenbord in de keuken, waarmee de bedienden op elk willekeurig moment naar de gewenste kamers konden worden ontboden.

 

H.P. Berlage, de architect van het Jachthuis Sint Hubertus. Tekening Jan Toorop, 1916.

 

Lastige Hélène
Het was een hele klus om op de afgelegen plek te bouwen. Al het materiaal werd aangevoerd met paard-en-wagen of langs een speciaal aangelegd smalspoorlijntje. Om het huis kwam een park in ‘Engelse landschapsstijl’ met reusachtige vijverpartijen en wandelpaden met bij het huis passende gemetselde banken. Ondertussen werden voorbereidingen getroffen voor de bouw van het museum. Hélène ging zich steeds meer bemoeien met de afronding van de bouw van het jachthuis. Dat was tegen het zere been van Berlage, die bijvoorbeeld meubels ontwierp die precies pasten in het patroon van de tegelvloeren. Zelfs de stopcontacten kwamen op uitgekiende plaatsen.

 

De eetkamer.

 

De wensen van de opdrachtgeefster verstoorden telkens weer de harmonie in het ontwerp. Op een gegeven moment wilde Hélène een erker in haar kamer om beter uitzicht op de vijver te hebben. Dat was voor Berlage een te grote aantasting van zijn ontwerp. Hij probeerde de zaak te redden met een kleine erker, maar dat was niet naar de zin van Hélène. Toen was de maat vol voor Berlage. Hij nam ontslag en was weer vrij man. Zijn plaats werd ingenomen door Henry van de Velde. Een Vlaamse architect, die evenals Berlage was begonnen als kunstschilder, maar zich vervolgens met veel succes toelegde op vormgeving van meubelen en architectuur. Anders dan de gesloten en introverte Berlage, was Van de Velde een joyeuze, plooibare man, die zich met gemak voegde naar de wensen van zijn opdrachtgevers.

 

De badkamer.

 

Op de fles
Hij had de pech dat er een einde kwam aan de voorheen onuitputtelijke geldstroom van de het echtpaar Kröller-Müller. In de loop van de jaren twintig ging het slecht met de zaken van Anton. Hij bracht de Rotterdamsche Bank aan de rand van de afgrond en zijn aandeelhouders leden grote verliezen. Het ene gat na het andere werd gestopt en het grootste gat was wel bodemloze put op de Veluwe. In 1931 moest hij zich uit zijn zaak terugtrekken. De kunstcollectie was al in 1928 in een stichting ondergebracht. De staat kocht het landgoed de Hoge Veluwe, op voorwaarde dat Anton en Hélène in hun jachthuis mochten blijven wonen. De staat nam ook de verplichting op zich om een museum te bouwen, zij het in afgeslankte vorm, te ontwerpen door Van de Velde. Berlage werkte ondertussen aan andere projecten, waaronder zijn magnum opus: het Gemeentemuseum in Den Haag. Hélène maakte de opening van ‘haar’ museum in 1938 nog mee, en stierf een jaar later. Anton trok zich terug in zijn jachthuis, waar hij het liefst verbleef in zijn kantoor in de kelder, omdat hij de aanblik van vreemde bezoekers op zijn landgoed niet kon verdragen.
(Ruud Spruit)

Lees het volledige artikel, bomvol mooi beeld, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!

(Openingsbeeld: Hélènes zitkamer met de door haar gewenste erker.)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Roomse wonderkamer

‘De verscheidenheid aan historische getuigenissen is vrijwel onbeperkt. Alles wat de mens zegt of schrijft, alles wat hij maakt of aanraakt, kan en moet ons iets over hem vertellen’. Die passage uit Geschiedenis als ambacht, het essay van de Franse historicus en Annales-stichter Marc Bloch, weerklinkt als een riedel na lectuur van dit alleraardigst boek(je).

Lees verder

Kroniek

Zijn garnalen vis?

Op 12 oktober 1928, negentig jaar geleden, doet de kantonrechter te Lemmer uitspraak in de zaak tegen de Lemster vissers, die vervolgd waren omdat zij garnalen buiten de afslag om verkocht hadden. Dat mag niet, zo wordt gezegd, want de gemeenteverordening bepaalt dat alle vis aan de afslag moet worden verkocht. De betrokken vissers zijn van rechtsvervolging ontslagen, omdat, zo zegt de kantonrechter, de garnaal geen vis is.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder