Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Liever in een urn dan in de klei

16 november 2017 Siebrand Krul

‘Gisteren is dan ook in ons land het heidense tijdperk der lijkverbranding geopend’, zo berichtte in 1914 een Nederlands dagblad over de eerste crematie. In voorchristelijke tijden was cremeren eerder regel dan uitzonder in Europa. Maar de herinvoering ervan in de 20ste eeuw stuitte op veel weerstand. Voor- en tegenstanders overschreden meer dan eens de grens van de goede smaak.

Het christendom dat zich vanaf het begin van onze jaartelling over Europa verspreidde moest niets van cremeren hebben. Een goed christen liet zijn lichaam begraven en niet volgens ‘heidens’ gebruik verbranden. De mens was geschapen naar het evenbeeld van God en dit beeld mocht door de mens niet geschonden worden. Het stoffelijk overblijfsel werd in de aarde ‘gezaaid’ om daar de wederopstanding af te wachten. Begraven werd de norm. In de 19de eeuw ontstond hernieuwde belangstelling voor het cremeren, vooral ingegeven door moderne medische opvattingen over hygiëne. Kerkhoven zouden plaatsen zijn van waaruit ziekten zich verspreidden. Vooral medici pleitten daarom voor lijkverbranding. Milaan kreeg als eerste Europese stad in 1873 een crematorium en al snel werd er gesproken over ‘lijkbezorging volgens de Italiaanse methode’.
Het Italiaanse voorbeeld vond in heel Europa weerklank. In Nederland, waar met de Wet op de Lijkbezorging van 1869 begraven verplicht was geworden, werd in 1874 De Vereniging tot Invoering der Lijkenverbranding opgericht. In datzelfde jaar was in de Brusselse gemeenteraad de bouw van een crematorium onderwerp van debat. De minister greep in met een crematieverbod, wat in 1882 leidde tot de oprichting van La Société Belge de Crémation die zich tot doel stelde om de dood ‘een meer troostrijke, in elk geval een serener en hoogstaander vorm’ te geven en af te zien van ‘de rottigheid van het graf’.

 

De Vereniging voor Facultatieve Crematie zette nogal eens grof geschut in om het eigen gelijk te bewijzen.

 

Uit de christelijke scharnieren

De Katholieke Kerk nam ferm stelling. Ook al omdat de voorstanders van crematie, het vrijdenkend deel van de elite, daarmee indirect de allesomvattende autoriteit van de kerk ter discussie stelden. Geboorte, huwelijk en dood waren tot dan toe exclusief het terrein van de kerken geweest. In 1886 verwierp de paus het cremeren, drie jaar later op straffe van excommunicatie nog aangescherpt. Ook de orthodoxe protestanten zagen cremeren als een aanval op de Goddelijke orde. In Nederland noemde de invloedrijke Abraham Kuyper in 1874 crematie ‘een nieuwe krachtige poging om de maatschappij uit haar christelijke scharnieren te lichten’.
Hoeveel luchtiger zag de inzender van een krantenstuk uit 1908 de kwestie: ‘Begraven, vrienden! Is niet slecht, maar beter is verbranden. Voor mij: ‘k wil liever in een urn, dan in de klei belanden. Het rotten van ons tijdlijk huis schaadt heel vaak andere menschen, om na zijn dood nog kwaad te doen, kan vast toch niemand wenschen’.
Wie in België of Nederland gecremeerd wilde worden, moest noodgedwongen naar het buitenland uitwijken. Onder de Belgen was het Parijse crematorium op Père Lachaise populair. In Nederland gold dat voor het crematorium in het Duitse Gotha. Multatuli, die te boek staat als de eerste Nederlander die werd gecremeerd, liet er in 1887 zijn lichaam verassen. De urn met Multatuli’s as stond daarna nog tientallen jaren bij zijn vrouw Mimi op de schouw.

 

De inhuldiging van het columbarium en het strooiveld op de begraafplaats van het Vlaamse Boom door de minister van Nationale Opvoeding (!) Willy Calewaert, 1974. (Fotoarchief Boom)

 

Eerste Belgische crematie: een kalf

In 1914 werd in Nederland het crematorium Westerveld bij Velsen in gebruik genomen, met de eerste crematie op Nederlandse bodem op 1 april. Dat had nog heel wat voeten in de aarde. De overledene, de heer C.J. Vaillant, ‘eminence grise’ van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding, had uitdrukkelijk de verbranding van zijn lichaam in zijn testament laten vastleggen. Blijkbaar was daar binnen de familie onduidelijkheid over want volgens de overlijdensadvertentie zou hij op 30 maart gewoon worden begraven. Er was zelfs al een graf gedolven. Maar de mensen die die dag naar de begraafplaats kwamen om de laatste eer te bewijzen, kwamen voor niets. Vaillant zou op Westerveld worden gecremeerd. Hoewel begraven verplicht was, beloofde de minister van Justitie niet te zullen ingrijpen. Wel kwam het tot een proces waarbij de verantwoordelijken werden vrijgesproken . Crematie werd voortaan gedoogd wanneer dat bij testament was vastgelegd. Hoewel de uitdrukkelijke plicht tot begraven in 1955 werd geschrapt was de aanwezigheid van een codicil, anders dan bij begraven, nog tot 1991 verplicht.
In Ukkel bij Brussel werd in 1931 het eerste crematorium van België opgeleverd. Daarmee was het een van Europa’s hekkensluiters. Ondanks katholiek verzet werd door een wetswijziging in 1932 ook in België lijkverbranding mogelijk. In juli 1933 konden de ovens in Ukkel eindelijk worden ontstoken. Dat gebeurde opvallend genoeg met de verbranding van een keurig gekist dood kalf dat onder het toeziend oog van een tiental burgemeesters en wethouders uit het Brusselse aan de vlammen werd overgegeven. Als eerste in België gecremeerde mens geldt de advocaat mr. Arthur Hirsch († 1933).

 

Westerveld was het eerste Nederlandse crematorium (1914). Architect Marius Poel.

 

Van nul naar zestig procent

Cremeren bleef in België en Nederland nog lang de uitzondering. Toen Jan Frans Alowies Ceulemans in 1961 stierf, gaf zijn codicil aan dat hij gecremeerd wilde worden. Dat was bijzonder. Hij was de allereerste inwoner van de gemeente Boom die daarvoor koos en dat trok lokaal veel aandacht. Zijn zuster die non was en als zuster Serafine door het leven ging, zat als goed katholiek met de laatste wens van haar broer omhoog. Cremeren was voor katholieken nog steeds een zonde wat betekende dat een kerkelijke uitvaart niet mogelijk was. Zuster Serafine wendde zich tot de bisschop van Mechelen die dispensatie verleende waarna haar broer toch vanuit de Boomse Heilige Hartkerk volgens de katholieke riten uitgeleide kon worden gedaan. Dit voorbeeld geeft aan dat de standpunten inmiddels langzaam aan het verschuiven waren. De ban op het cremeren werd in 1963 op het Tweede Vaticaanse Concilie opgeheven. Eenzelfde voorzichtige acceptatie zien we rond die rond die tijd ook binnen de protestantse gemeenschap. Zo sloot de in Nederland de Generale Gereformeerde Synode van 1961 cremeren niet meer uit.
Cremeren heeft ondertussen een grote vlucht genomen. In 1970 lag het percentage crematies in Nederland op 13,7 procent, in België nog beduidend lager. Vandaag de dag ligt dat aandeel voor beide landen grofweg rond de zestig procent. Kuyper zou zich omdraaien in zijn graf.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: In Westerveld wordt in 1921 een zinken kist de over ingereden. (Spaarnestad/Het Leven/Nationaal Archief))

 

Lees nog veel meer interessant historisch nieuws in de jongste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder