Stelling

Het oprukkend gebruik van de Engelse taal in musea is publieksvijandig

Stem

Agenda

Naar de Oost en de West
In het Nationaal Archief te Den Haag ligt 1,2 kilometer aan archiefstukken van de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgeslagen. De tentoonstelling ‘De wereld van de VOC’ is dus slechts een fractie, die niettemin een wijde wereld opent. Geen romantisch jongensboek, wel een duizelingwekkende reis.
Het kleine leven
Het Brusselse Hallepoortmuseum neemt met de nieuwe tentoonstelling Little Life de bezoeker mee naar een kleine wereld, die op wonderlijke wijze het huiselijk leven van de burgerlijke milieus uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw verbeeldt. Koken, poetsen, de tafel dekken, het bed opmaken, bezoek ontvangen, een huis inrichten,… het dagelijkse leven blijkt voor het kinderspel een onuitputtelijke inspiratiebron.

Belgen vechten in Oost-Afrika

23 oktober 2017 skrul

De paar kolonies die het Duitse keizerrijk in het laatste kwart van de 19de eeuw verwierf, waren vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog prooi voor de geallieerden. Maar de Duitsers lieten zich niet makkelijk verjagen. Met name bij de verovering van Duits Oost-Afrika konden de Britten en Zuid-Afrikanen niet zonder hulp van het Belgische koloniale leger.

Het Duitse garnizoen in de Chinese concessie Tsingtau, steunpunt van de Duitse Oost-Aziëvloot, werd door Japanse troepen belegerd en capituleerde na een felle strijd op 7 november 1914. Zonder veel problemen veroverden Japan, Australië en Nieuw-Zeeland de Duitse eilanden in de Stille Oceaan, evenals Duits Nieuw-Guinea.
In Afrika had Duitsland een uitgebreider koloniaal imperium: Togo, Kameroen, Zuidwest-Afrika (huidig Namibië) en Duits Oost-Afrika (huidig Tanzania, Rwanda en Burundi). In Berlijn werd gedroomd van een Duits Mittelafrika. Dat genereerde wrevel in Groot-Brittannië en Frankrijk en ongerustheid in België en Portugal. De regeringen van de laatsten vreesden dat Londen en Parijs hun kolonies als politiek wisselgeld zouden gebruiken om met de Duitsers Afrika te herverdelen.

 

De campagnekaart van 1916.

 

Zuidwest-Afrika valt

Op 7 augustus 1914 werd te land het eerste schot gelost door een Britse soldaat bij het veroveren van het radiozendstation te Kamina (Togo). Op 26 augustus capituleerde de Duitse gouverneur. De Royal Navy had van zijn minister, Winston Churchill, bevel gekregen om eerst de Duitse radiozendstations en haveninstallaties onklaar te maken, zodat Duitse schepen geen bedreiging voor de Britse maritieme aanvoerlijnen zouden blijven.
Op 9 juli 1915 kregen de Zuid-Afrikanen onder bevel van generaal Jan Smuts de Duitse kolonie Zuidwest-Afrika onder controle. Alle Britse aandacht kon nu gericht worden op Duits Oost-Afrika.

 

Een Duitse askaricompagnie opgelijnd voor inspectie in Dar-es-Salaam. (Bundesarchiv 105-DOA3056)

 

Goed getrainde askari’s in Duitse dienst

De Belgische regering had gehoopt dat de kolonie buiten de oorlog kon blijven, aangezien tijdens de Conferentie van Berlijn in 1885 een strikte neutraliteit voor de kolonies was afgesproken. Bovendien gaf het geen pas dat de ‘superieure’ blanken in Afrika met elkaar op de vuist zouden gaan. Het Belgische koloniaal leger – de Force Publique – focuste zich in augustus 1914 op het vrijwaren van het Congobekken. De koloniale overheid wilde vooral de haveninfrastructuur in Boma veilig stellen tegen mogelijke aanvallen vanuit de nabijgelegen Duitse kolonie Kameroen. De Duitsers vielen inderdaad aan, niet uit Kameroen maar wel uit Duits Oost-Afrika.
Duits Oost-Afrika was de grootste en rijkste Duitse kolonie waar een relatief grote Duitse troepenmacht van 3.000 blanke militairen aanwezig was. Integraal blanke eenheden vochten er zij aan zij met inlandse troepen. Die 11.000 reguliere inlandse troepen – askari’s genoemd – waren uitstekend gedrild, getraind, gekleed en bewapend; veel beter dan die van de Belgen, Britten en Portugezen. De Duitse bevelhebber, Paul von Lettow-Vorbeck, beschikte over een goede legermacht om het Britten en Belgen zeer moeilijk te maken. In 1915 werd de bemanning van de door de Royal Navy getorpedeerde kruiser Königsberg en haar lichte kanonnen aan zijn leger toegevoegd. Zijn Schutztruppe ging gezwind in de aanval. Op 15 augustus 1914 veroverde ze de Britse haven Taveta, een twintigtal kilometer in Brits Oost-Afrika. Ook in Oeganda, Rhodesië en Nyasaland (huidig Malawi) werden raids op Britse posten uitgevoerd.

 

 

Aan de uitrusting van de Belgische koloniale soldaten werd niet veel aandacht besteed, een eenvoudig plunje en geen schoenen of laarzen.

 

Kerende kansen

Duitse eenheden vielen vanaf 22 augustus 1914 de Belgische kolonie aan. De enige Belgische stoomboot op het Tanganyikameer – de Alexandre Delcommune – werd in de haven van Albertville aan de monding van de Lukugarivier gekelderd, waarmee de Duitsers de hegemonie op het strategische Tanganyikameer kregen. Op 24 september werd het eiland Idjwi in het Kivumeer door Duitse eenheden bezet. Een Belgische tegenaanval op 4 oktober werd afgeslagen. Vanaf september werd op vraag van de Britten een Katangees bataljon van de Force Publique aan de grens met Duits Oost-Afrika gelegerd. Het Rhodesische grensstadje Abercorn (huidig Mbala in Zambia) werd beveiligd tegen opdringerige Duitse aanvallen vanuit Bismarckburg (huidig Kasanga).

 

Een Oost-Afrikaanse askari draagt de Duitse keizerlijke koloniale vlag. (Bundesarchiv 105-DOA6369)

 

Bewapende Belgische stoomboot

In het offensief ging men niet meer; men wachtte op versterkingen en groef loopgraven en stellingen voor de artillerie bij de havens. De troepen die in Boma gestationeerd waren, hielpen eerst de Fransen en de Britten bij de verovering van het nabijgelegen Duits Kameroen. Die strijd begon op 25 oktober 1914 toen een bewapende Belgische stoomboot op de Boumba, een zijrivier van de Congo, bij de grens tussen Frans Congo en Duits Kameroen in Ouésso aankwam. De verovering van Duits Kameroen – de Sanga campagne – zou tot 28 januari 1916 duren. Na zes veldslagen mochten de Belgische koloniale troepen ook in de hoofdstad Yaoundé mee paraderen. Toen kon de Force Publique aan de grens met Duits Oost-Afrika geconcentreerd worden. Vanuit het militaire hoofdkwartier in Boma werden per trein en stoomboot materiaal en troepen vervoerd tot aan Stanleyville (huidig Kisangani).Van daar liep de weg naar Goma aan het Kivumeer door de brousse, dragers deden er veertig dagen over.

 

Duitse en askari-scherpschutters.

 

Rwanda onder Belgische controle

Terwijl Britse Commonwealthtroepen onder bevel van de Zuid-Afrikaanse generaal Smuts rond de Kilimanjaro tegen de Duitsers optrokken, veroverden Belgische eenheden vanaf april 1916 Rwanda en Burundi. Eind mei 1916 was Rwanda volledig onder Belgische controle, de maand nadien Burundi. Het neutraliseren van de bergregio rond het Kivumeer was essentieel voor de Britse opmars bij de Kilimanjaro en om ongestoord het Tanganyikameer aan te kunnen pakken. Enkel dan kon men naar het bestuurscentrum Tabora en de belangrijke havensteden Dar-es-Salaam en Tanga aan de Indische Oceaan oprukken en aansluiting vinden met de daar gelande geallieerde troepen.
Om de Duitse schepen en troepen te observeren had het Belgische leger in 1915 enkele watervliegtuigen naar het Tanganyikameer gestuurd. Hun eerste opdracht was de Duitse schepen uitschakelen. Een aanval met bommen op de Graf Von Götzen lukte, maar de vliegtuigen kregen pech.

 

Een Belgisch militair watervliegtuig wordt in het Tanganyikameer gelaten. Gepubliceerd in 1918 in Belgium at War.

 

220 kilometer door de jungle

De Britse Royal Navy besloot om met enkele snelle motorboten de Duitse stoomschepen op het meer uit te schakelen. Dat vergde een enorme inspanning: van Kaapstad in Zuid-Afrika tot het Katangese Fungurume bij Elisabethville (huidig Lubumbashi) in Congo werden de boten HMS Mimi en HMS Toutou per spoorweg getransporteerd. Een groepje Britse zeelui onder bevel van de excentrieke marinecommandant Geoffrey Spicer-Simson zou de klus klaren. Elke boot was bewapend met een kanon en een mitrailleur. Het transport maakte zich op 16 juli 1915 klaar om te vertrekken. Vanaf Fungurume werden de boten door stoomtractoren verder getrokken. Een leger dragers hakte een 220 kilometer lange weg door de jungle, legde een 200-tal bruggen en een pad van boomstammen aan op plaatsen waar de ondergrond niet stevig genoeg was voor de tractoren. Daarna konden beide boten de Lualabarivier volgen, deels voortgetrokken door roeiboten. Enkel op het laatste stuk tussen Kabolo en Albertville (huidig Kalemi) kon een net in 1915 aangelegd treinspoor gebruikt worden. Beide boten kwamen na een reis van 5.100 kilometer op 28 oktober aan in Albertville. Na het klaarmaken van een beschutte haven werden ze op 22 en 23 december 1915 in het Tanganyikameer te water gelaten. Al op 26 december konden ze het Duitse schip Kingani uitschakelen; het werd opgelapt en hergebruikt als HMS Fifi. Korte tijd later kelderden beide bootjes de stoomboot Hedwig von Wissmann.

 

 

Onderofficier Armand Domken sneuvelde bij de Slag om Kato, 3 juli 1916.

Fietscompagnies

Toen de Duitse schepen waren uitgeschakeld, kon de aanval langs het Tanganyikameer beginnen. Op 28 juli 1916, na de inname van de haven Kigoma, was het meer in Belgische handen. Op 5 augustus veroverden ze het nabijgelegen havenstadje Ujiji, zodat vanuit Albertville versterkingen over het meer aangevoerd konden worden. In Kigoma vertrok de spoorlijn naar Tabora en Dar-es-Salaam, waarlangs de Belgische troepen zich voegden bij de colonnes die van Kigali kwamen. In tegenstelling tot de Britten gebruikten de Belgen geen cavalerie maar fietscompagnies; op de savanne en langs het spoor functioneerde dat beter. De fietsen hadden immers geen last van tseetseevliegen.
Na enkele dagen van hevige gevechten veroverden Belgische eenheden op 19 september 1916 de Duitse administratieve zomerhoofdplaats Tabora. Ondanks hun reputatie van kannibalen waren de Duitse askari’s niet voor de Force Publique op de loop gegaan. De Belgische eer was met deze overwinning gered want een Zuid-Afrikaanse colonne onder generaal Charles Crewe arriveerde – tot zijn ongenoegen – pas op 25 september in Tabora. Het leverde de Belgische generaal Charles Tombeur een baronstitel op.

 

Het Duitse askarimonument bij Aumühle, met aandacht voor de rol van de dragers. Samen met de askarimonumenten in Hamburg verheerlijkt het de koloniale trouw aan Duitsland.

 

De Duitsers opgejaagd

Na het verdrijven van de Duitse eenheden en administratie uit Tabora en de verovering van de kust dachten de Britten dat het Duitse koloniale bewind zou capituleren. Een colonne van de Schutztruppe deed dat ook in november 1916 maar de rest van het leger van Von Lettow-Vorbeck ontweek de Commonwealth-eenheden. Om Belgische claims op het veroverde gebied te voorkomen, gaf generaal Smuts de troepen van generaal Tombeur bevel zich terug te trekken en alleen Rwanda en Burundi te bezetten. In Congo werden de troepen triomfantelijk ontvangen. Smuts kreeg ook promotie als minister van Oorlog in het Imperial War Cabinet in Londen.
Von Lettow-Vorbeck had de Boerenoorlogen grondig bestudeerd en wist met een constante bewegingsoorlog en het toeslaan wanneer dat kon, het de Britten erg lastig te maken. Dezen riepen daarom in 1917 Belgische koloniale troepen ter hulp om de rondtrekkende Duitse troepen op te jagen en te voorkomen dat ze richting Tanganyikameer en Rhodesië zouden marcheren. Op 9 oktober 1917 veroverden de Belgen onder het bevel van kolonel Armand Huyghé het Duitse steunpunt Mahenge. In 1918 dienden ze als bezettingsmacht te voorkomen dat een Duitse colonne zou terugkomen. De rest van het Duitse leger was ondertussen Portugees Oost-Afrika aan het doorkruisen. De Portugezen waren krachteloos en hun depots werden een prooi voor Von Lettow-Vorbeck.
(Harry van Royen)

(Openingsbeeld: Een Belgische kolonne steekt een rivier over in Duits Oost-Afrika.)

Lees de andere helft van dit artikel, en nog meer boeiende verhalen over geschiedenis, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Tussen medailles en pantserauto’s

Militaire attachés zijn deels diplomaat, deels spion. In vredestijd kan het een luxueus leventje zijn, in oorlogstijd wat minder. Andrej Prezjbjano (1885-1963), kapitein van de tsaristische gardecavalerie, werd begin september 1914 door de Russische militaire attaché in Frankrijk doorgestuurd naar het hoofdkwartier van het Belgisch leger. Hij kon natuurlijk in zijn raarste dromen niet bevroeden dat een paar jaar later in zijn vaderland de hel zou losbreken, en zijn positie dramatisch veranderde.

Lees verder

Kroniek

Held van Peotillos

Tweehonderd jaar geleden, op 11 november 1817, stierf de vrijheidsstrijder Francisco Javier Mina voor het vuurpeloton. Mina was een Spaanse militair die vocht als guerrillastrijder in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en later de kant koos van Mexico in de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder