Stelling

Het oprukkend gebruik van de Engelse taal in musea is publieksvijandig

Stem

Agenda

Naar de Oost en de West
In het Nationaal Archief te Den Haag ligt 1,2 kilometer aan archiefstukken van de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgeslagen. De tentoonstelling ‘De wereld van de VOC’ is dus slechts een fractie, die niettemin een wijde wereld opent. Geen romantisch jongensboek, wel een duizelingwekkende reis.
Het kleine leven
Het Brusselse Hallepoortmuseum neemt met de nieuwe tentoonstelling Little Life de bezoeker mee naar een kleine wereld, die op wonderlijke wijze het huiselijk leven van de burgerlijke milieus uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw verbeeldt. Koken, poetsen, de tafel dekken, het bed opmaken, bezoek ontvangen, een huis inrichten,… het dagelijkse leven blijkt voor het kinderspel een onuitputtelijke inspiratiebron.

Lenins linkervuist

27 september 2017 skrul

Om de positie van de revolutionairen veilig te stellen richtte Lenin in 1917 een geheime dienst op, de Tsjeka, een voorloper van de KGB. Onder leiding van Feliks Dzerzjinski ontketende deze de ‘Rode Terreur’. Toen hij in 1926 plotseling stierf, slaakten heel wat Russen een zucht van verlichting, want het hoofd van de beruchte geheime dienst, de Tsjeka, had talloze mensenlevens op zijn geweten – volgens sommige schattingen zelfs bijna een miljoen.

Het was vermoedelijk een beroerte die op 20 juli 1926 geheel onverwachts een einde maakte aan het leven de toen 49-jarige Feliks Dzerzjinski. In een pathetische gedenkrede betreurde Jozef Stalin het ‘onherstelbare verlies’ van een ‘laaiende vlam’ die onvoorwaardelijk voor de revolutie gebrand had: ‘De bourgeoisie haatte geen naam meer dan die van Dzerzjinski, de man die de slagen van de vijanden van de proletarische revolutie met ijzeren vuist afweerde. De schrik van de bourgeoisie – zo werd kameraard Feliks Dzerzjinski indertijd genoemd.’

 

Het presidium van de Tsjeka in 1921. Van links naar rechts: Yakov Peters, Jozef Unszlicht, Abram Belenky, Felix Dzerzjinski, en Vyacheslav Mendzsjinski.

 

Haat tegen dwarsliggers

Op 7 december 1917 was de ‘Buitengewone Commissie ter bestrijding van contrarevolutie en sabotage’ opgericht. Uit de Russische afkorting daarvan, CK, ontstond het ook bij ons gangbare letterwoord Tsjeka. De commissie moest helpen de nog prille maatschappelijke veranderingen in zekerder banen te leiden, maar verwerd tot een onderdrukkingsapparaat dat zich bij voorkeur van strafkamp, moord en marteling bediende.
Lenin hoefde niet lang te zoeken naar een specialist voor het vuile werk om de Tsjeka te leiden. De knokige Feliks Dzerzjinski kende hij sinds jaar en dag en hij wist dat de man alles had wat een post als deze vereiste: een gloeiende haat jegens iedereen die de revolutie ook maar in de weg kon staan en toch in staat zichzelf geheel en al weg te cijferen voor de partij. Boris Bazjanov, die enige tijd Stalins secretaris geweest was, schreef later over de Tsjeka-baas: ‘Hij leek het evenbeeld van Don Quichot en had een idealistisch overtuigde manier van spreken […] Het was zonneklaar dat deze man nooit of te nimmer zijn positie zou misbruiken om er persoonlijk beter van te worden en een aangenaam leven te leiden.’

 

Badge van de Tsjeka zoals vanaf 1922 in omloop.

 

Moorddadige willekeur

Feliks Dzerzjinski, in 1877 geboren in de omgeving van Vilnius, stamde uit verarmde Poolse landadel. Als jongeling al stelde hij zijn leven in dienst van de revolutie. Als scholier was hij lid van diverse sociaal-democratische groepen en hij nam actief deel aan de opstand van 1905. Vanwege zijn politieke engagement werd hij meermaals gearresteerd. Toen hij zich in 1917 in Moskou uiteindelijk bij de bolsjewieken aansloot, had hij in totaal elf jaar in de gevangenis doorgebracht.
De macht om over leven of dood te beschikken kreeg hij uit handen van Lenin persoonlijk, die de bourgeoisie ervan betichtte ‘de ergste misdaden’ te begaan. Dat vroeg om een gerichte vervolging, waarbij men ‘niet voor barbaarse strijdmethoden tegen de barbarij terugschrikken’ mocht.
Daarmee maakte Lenin de weg vrij voor een moorddadige willekeur. Niet alleen wie erop uit was de macht van ‘bourgeoisie’, ‘adel’ of ‘clerus’ te verdedigen of vergroten kreeg met opsluiting en geweld te maken – nee, het volstond om tot een van deze groepen te behoren of ook maar met een ‘verkeerde’ achternaam behept te zijn. Zo belandden ook toevallige passanten, winkeliers, officieren, professoren en zelfs kinderen in de gevangenis. Liefst in grote aantallen tegelijk, want dat zaaide angst en maakte de verschillende maatschappelijke groepen kneedbaar.

 

Felix Dzerzjinski.

 

Een klasse vernietigen

Dzerzjinski’s plaatsvervanger Martin Lazis gaf openlijk toe dat het niet om de schuld of zelfs het gedachtegoed van de individuele arrestant ging. Hij schreef in het door de Tsjeka uitgegeven blad De Rode Terreur: ‘Wij voeren geen oorlog tegen individuen. Wij vernietigen de bourgeoisie als klasse. Het onderzoek is niet gericht op bewijzen voor het feit dat de verdachte in woord en daad tegen de Sovjetmacht gehandeld heeft. De eerste vragen die gesteld moeten worden, luiden: ‘tot welke klasse behoort hij en wat is zijn afkomst? Wat zijn opleiding en beroep?’ Dat zijn de vragen die over het lot van de verdachte horen te beslissen. Daarin ligt de betekenis en het wezen van de Rode Terreur.’
In september 1918 begonnen eskadrons van de Tsjeka met de willekeurige executie van talloze leden van de ‘bourgeoisie’. Het doel was bepaalde bevolkingsgroepen te vernietigen en zo de Sovjetmaatschappij te zuiveren van ‘ongedierte’. De Russische schrijver Isaak Babel, die zelf een tijd lang voor de Tsjeka gewerkt had, noteerde op 18 augustus 1920 verbitterd in zijn dagboek: ‘Hels! Zoals wij de vrijheid brengen – afgrijselijk!’

 

Dzerzjinksi met vrouw Zofia en zoon Janek in 1919 in Lugano, Zwitserland.

 

Proletarische Jacobijn

Dzerzjinski, die de bolsjewieken vol bewondering en ontzag de ‘ijzeren Felix’ noemden en die zichzelf als ‘proletarische Jacobijn’ bestempelde, zal in de overtuiging geleefd hebben een toegewijd dienaar van de revolutie te zijn. Waarschijnlijk hield hij zich zelfs voor een mensenvriend, iemand die vooral met de jeugd begaan was. Hij oogstte daarvoor inderdaad lof van de Duitse schilder Heinrich Vogeler, die in 1925 het idyllische Noord-Duitse Worpswede voor de Sovjet-Unie verruilde. Volgens Vogeler had de Tsjeka-baas ontheemde jongeren een betere toekomst geboden. Wat hij er niet bij vertelde, was dat veel jongeren in eerste instantie juist door Dzerzjinski op drift geraakt waren.
In de burgeroorlog van 1917-1923 hadden duizenden opgroeiende kinderen hun ouders verloren, waarna ze in bendes door het land trokken. Voor hen liet Dzerzjinski tehuizen inrichten. Dan hadden ze tenminste een dak boven het hoofd. Bovendien konden ze daar met socialistische ideeën volgestopt worden. Iets dergelijks geldt voor de sportclub Dynamo, die Dzerzjinski in 1923 in het leven riep. De GPOe (‘politiek staatsdirectoraat’, een onderdeel van de NKVD en in 1922 opvolger van Tsjeka) nam het beschermheerschap van die club op zich. Decennia lang bevorderde Dynamo de wedstrijdsport in de Sovjet-Unie en diende tevens als kweekvijver voor de veiligheidsdiensten en de latere KGB.
(Karin Feuerstein-Prasser)

Lees het volledige artikel, en nog veel meer over de Russiche Revolutie, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!

 

(Openingsbeeld: Het is 1924. De grote roerganger Lenin is gestorven. Zijn kist wordt door zijn naaste strijdmakkers gedragen. Vooraan Dzerzjinski.)


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Tussen medailles en pantserauto’s

Militaire attachés zijn deels diplomaat, deels spion. In vredestijd kan het een luxueus leventje zijn, in oorlogstijd wat minder. Andrej Prezjbjano (1885-1963), kapitein van de tsaristische gardecavalerie, werd begin september 1914 door de Russische militaire attaché in Frankrijk doorgestuurd naar het hoofdkwartier van het Belgisch leger. Hij kon natuurlijk in zijn raarste dromen niet bevroeden dat een paar jaar later in zijn vaderland de hel zou losbreken, en zijn positie dramatisch veranderde.

Lees verder

Kroniek

Held van Peotillos

Tweehonderd jaar geleden, op 11 november 1817, stierf de vrijheidsstrijder Francisco Javier Mina voor het vuurpeloton. Mina was een Spaanse militair die vocht als guerrillastrijder in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en later de kant koos van Mexico in de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder