Stelling

Hobby-archeologen verrijken onze geschiedenis

Stem

Agenda

Oorlog in Vlaanderen
Het is honderd jaar geleden dat de Derde Slag bij Ieper plaatsvond, ook wel de Slag bij Passendale genoemd. Ingezet door de internationale geallieerde coalitie als mijnenslag met als einddoel de controle over de grote havengebieden, werd het een bloedige strijd om een paar kilometer klei. In de Vlaamse Westhoek wordt het beruchte jaar herdacht met zes tentoonstellingen, waaronder een in de Koninklijke Zaal van het In Flanders Field Museum te Ieper.
Gewoon puissant rijk
Twee bijzondere exposities in Noord-Nederland over welstand en fortuin. De oude academiestad Franeker en de voormalige Hanzestad Groningen laten hun voorouders pronken met familiewapens, zilver en kostbare schilderijen. De vooraanstaande leden van de Groningse bestuurderselite hadden doorgaans een huis in de stad en een borg in de Ommelanden of Veenkoloniën. De provincie Groningen telde zo ooit 200 borgen, riante paleisvilla’s met een lange bouwgeschiedenis en een exclusief interieur. Veel huizen zijn gesloopt (er zijn nog zestien te bewonderen), waarmee ook veel kunstschatten op drift raakten.

‘Werkplaats voor de nieuwe mens’

06 september 2017 skrul

Op dezelfde manier waarop we schadelijke stoffen uit het lichaam moeten verwijderen, zodat het lichaam niet afsterft, zo zit het ook met de gemeenschap van burgers: alles wat schadelijk is, moet eruit verwijderd worden.’ Zo rechtvaardigde Joann Maksimovitsj, bisschop van Tobolsk, begin van de 18de eeuw het systeem van verbanning. Siberië werd de vergaarbak voor alle ongerechtigheden van het Russische rijk. Niet vreemd dat dit immense gebied zich ontwikkelde tot het ‘laboratorium van de revolutie’.

In Maksimovitsjs tijd woonden in het immense Siberië nog geen half miljoen mensen: 200.000 inheemsen en 225.000 kolonisten. Sommigen van hen werden rijk van het pelsjagen, maar de meesten waren bannelingen: criminelen, dwangarbeiders van de tsaar en andere grootgrondbezitters, deserteurs, gevluchte lijfeigenen en staatsboeren.
Met het beproefde stelsel van ‘administratieve verbanning’ naar Siberië omzeilde het tsaristische regime allerlei juridische en openbare obstakels. Maar ook grootgrondbezitters en boeren pasten verbanning toe om zich te ontdoen van personen die arbeidsongeschikt waren, lastig of sociaal ongewenst.

 

Tijdens de Japans-Russische oorlog van 1904/05 werden de gevangenen uit de Siberische strafkampen onder de wapenen geroepen. Op deze op 27 augustus 1905 gepubliceerde litho worden zij letterlijk van hun ketenen bevrijd.

 

Dekabristen

In de loop van de 19de eeuw diende zich een nieuwe groep aan die naar Siberië werd verbannen: politieke bannelingen, veelal afkomstig uit de hoogste sociale klassen. Het ging met name om officieren die tijdens de Napoleontische oorlogen in West-Europa kennis hadden gemaakt met Verlichtingsideeën van de Franse revolutionairen. Hun hoop was dat ook thuis een nieuwe wind zou gaan waaien, maar terug in Rusland wachtte hen de ontluistering: Rusland bleef in wezen het persoonlijke feodale landgoed van de tsaar. De jonge idealisten konden een tijdlang hun gang gaan, maar een knullig voorbereide staatsgreep in 1825 (toen Alexander I kinderloos stierf), de ‘Dekabristenopstand’, eindigde in een debacle en een stroom bannelingen. Met afschuw moest de nieuwe tsaar Nicolaas I (1825-1855) vaststellen dat veel van de dekabristen afkomstig waren uit de meest invloedrijke families in Moskou en Sint-Petersburg. 121 officieren werden veroordeeld tot ‘ontneming van burgerrechten, gevolgd door levenslange dwangarbeid in Oost-Siberië’.
Vanaf dat moment was Siberië óók het oord waar personen met ‘gevaarlijke’ politieke opvattingen werden ondergebracht. Hoewel de tsaar bevolen had dat de dekabristen als gewone dwangarbeiders moesten worden behandeld, kwam daar in de praktijk weinig van terecht: de bannelingen konden niet terug, maar hielden er een levensstandaard naar eigen goeddunken op na: de groep kreeg meer dan een miljoen roebel door familie toegestopt.

 

In The Graphic verscheen op 28 juli 1900 deze litho om de lezers in het Westen te informeren over hetgeen zich in het verre Siberië afspeelde.

 

Hongersnood voedt revolutie

Na de dekabristen volgden meer groepen (zoals Polen) die om politieke redenen naar de Siberische werkkampen werden gezonden, al bleven de aantallen gering. Van de 300.000 bannelingen in 1898 zat minder dan twee procent om politieke redenen in de Siberische kampen: tussen 1881 en 1904 werden 4.077 personen wegens ‘politieke onbetrouwbaarheid’ en 1.891 vanwege het veroorzaken van ‘arbeidsonrust’ verbannen. Ook al waren dit betrekkelijk kleine aantallen, de invloed en het aanzien van de mannen en vrouwen die in het verbanningswezen terechtkwamen, waren groot. En deze invloed zou tegen het eind van de eeuw zienderogen toenemen. De revolutionaire groepen kregen namelijk in rap tempo een brede aanhang onder de boeren en arbeiders. Dat had te maken met de industrialisatie, urbanisatie en toename van de geletterdheid in de steden. Op het platteland waren er in 1894 – het jaar waarin tsaar Nicolaas II (1894-1917) aan de macht kwam – massa’s ontevreden arme boeren, uitgebuite arbeiders en leden van etnische en nationale minderheden die verandering wilden. Om te ontkomen aan de ellende van overbevolking, armoede en regelmatige hongersnoden verscheen een nieuwe heilsleer op het toneel: het marxisme. Dat sloeg vooral aan in de groeiende arbeiderswijken in de Russische steden. De radicalisering werd in deze periode in gang gezet op de universiteiten in heel het land. In 1899 werden betogingen voor vrijheid van meningsuiting met harde hand neergeslagen: de tegenstellingen verhardden zich. De geheime politie probeerde de onrust in de kiem te smoren door revolutionaire cellen op te rollen en de leden naar Siberië te verbannen. In de praktijk was het middel soms erger dan de kwaal omdat de gevangenissen zo lek als een mandje waren. Toen Trotski in 1905 werd opgesloten in de Petrus- en Paulusvesting in Sint-Petersburg (met uitzicht op het Winterpaleis, toen de residentie van tsaar Nicolaas II), kon hij ongehinderd de nieuwste socialistische traktaten bestuderen en pamfletten schrijven. ‘Ik voel me hier geweldig’, was een van zijn standaardgrapjes, ‘ik kan in alle rust werken zonder dat ik bang hoef te zijn dat ik word gearresteerd.’

 

Gevangenen aan de lunch in 1885. Na aankomst in een strafkamp kregen de gevangenen niet alleen hand- en/of voetboeien om, aan de rechterkant werden ze kaal geschoren. Ontsnapten waren daardoor direct herkenbaar.

 

Verbanning als rite de passage

Trotski verliet na korte tijd de vesting ‘met een licht gevoel van spijt’. Ongetwijfeld omdat hij op de hoogte was van zijn volgende verblijfplaats: een werkkamp ten noorden van de poolcirkel. Maar ook hier trof hij gelijkgestemden. Van de honderd meest prominente personen in de Oktoberrevolutie waren er ruim zestig verbannen geweest, en tal van hen zelfs vier of vijf keer. Omstreeks 1900 was verbanning naar Siberië voor revolutionairen een rite de passage geworden.
Het merendeel van de verbannen radicalen genoot in Siberië meer vrijheid dan in het Europese deel van Rusland, vooral doordat er amper toezicht was. ‘In dit verre oord zegt iedereen onbekommerd wat hij denkt,’ schreef Tsjechov in juni 1890 in een brief aan zijn familie. ‘Er is niemand om je te arresteren en je kunt nergens naartoe verbannen worden, en dus kun je zo liberaal zijn als je wilt.’
Ook Vladimir Oeljanov – beter bekend als Lenin – ondervond dit aan den lijve. Hij werd in 1897 naar Oost-Siberië gestuurd. Om ‘gezondheidsredenen’ mocht hij zelf kiezen waar hij wilde wonen. Hij koos voor het verlaten dorpje Sjoesjenskoje in de Zuid-Siberische regio Minoesinsk, die bekendstond om zijn relatief milde klimaat. Hij nam koffers met boeken en zelfs een jachtgeweer mee en bleef constant contact houden met zijn kameraden. Om ervoor te zorgen dat Nadezjda Kroepskaja hem kon vergezellen, trouwde hij met haar. Het huwelijk vond plaats in een kerk, omdat de Russische overheid burgerlijke huwelijken niet erkende. Bruid noch bruidegom zijn later in hun geschriften ooit nog teruggekomen op deze ‘beschamende episode’.

 

Julius Mandes Price maakte voor de Illustrated London News van 6 juni 1891 deze prent waarop nieuwe gevangenen zich melden bij de autoriteiten van de Perasilny gevangenis in Krasnojarsk.

 

Lenin niet gehinderd

Van adellijken huize en gezegend met een assertieve moeder met veel connecties mocht Lenin tot aan Krasnojarsk met de trein reizen. In afwachting van het transport naar de eindbestemming huurde hij er een comfortabele kamer bij een vrouw die bekendstond om haar sympathie voor de ‘politieken’. Bij aankomst in zijn ballingsoord was Lenin blij verrast. Sjoesjenskoje was ‘geen slecht dorp’, schreef hij aan zijn zuster. ‘Het is hier weliswaar behoorlijk kaal, maar niet ver weg […] is een bos, hoewel het grootste deel ervan gekapt is. Er loopt geen weg naar de Jenisej, maar de rivier de Sjoesj loopt direct langs het dorp, en vlakbij is ook een vrij grote zijrivier van de Jenisej […], waarin je kunt baden. In de verte zie je het Sajangebergte, of in elk geval de contouren ervan.’
Van hieruit voerde Lenin een zeer uitgebreide correspondentie met activisten in Sint-Petersburg, Moskou en een aantal ondergrondse cellen in heel Rusland. Ondertussen werd zijn leeshonger gestild doordat zijn zus hem boeken uit bibliotheken in Sint-Petersburg en Moskou stuurde, die ze voor langere tijd kon lenen. Hoewel het hem ergerde dat de post er zo lang over deed (zo’n 35 dagen voordat het antwoord kwam), kon hij toch talloze geschriften lezen over politiek, economie, industriële ontwikkeling, landbouw en statistische gegevens. Bij zijn vertrek uit Siberië in 1900 had Lenin 225 kilo aan boeken verzameld die mee terug moesten. In ballingschap schreef hij De ontwikkeling van het kapitalisme in Rusland, het invloedrijke werk dat in 1899 verscheen en waarmee hij zijn naam vestigde als belangrijk marxistisch theoreticus.
Zoals ooit de meer bemiddelde dekabristen hun familie om spullen vroegen die in de afgelegen delen van Siberië niet te krijgen waren, zo bestookte ook Lenin zijn moeder en zusters met verzoeken om dingen als warme sokken en een regencape voor de jacht. Hij wilde graag een strohoed en geitenleren handschoenen (als bescherming tegen de muggen, die ’s zomers een poosje een plaag vormden in de vochtige streek). Behalve Lenin waren er in de omgeving van het dorp nog een stuk of twaalf andere ballingen, en als hij niet werkte, ging hij met de anderen jagen, schaatsen of ‘andere dingen doen die een mens op het platteland doet’. Eind 1897 schreven zijn metgezellen dat hij dikker was geworden en met zijn zongebruinde huid ‘net een Siberiër’ was.

 

Voor gevangenen die een vergeefse ontsnappingspoging hadden ondernomen, bestond geen clementie. Deze recidivist werd met handen en voeten aan de kruiwagen vastgeketend.

 

Verspreider, geen verdelger

Op 1 januari 1902 stond de teller van het totale aantal politieke ballingen in Siberië op 1.761. De kersverse gouverneur-generaal van Oost-Siberië, Pavel Koetajsov, waarschuwde dat er zoveel politieke gevangenen in zijn ambtsgebied waren dat hij amper kon instaan voor het toezicht op hen. Het huidige stelsel, betoogde hij, ‘doet maar één ding, en dat is het verspreiden van de revolutionaire ideeën over heel Rusland. In feite neemt de regering zelf radicale maatregelen om de theorieën in omloop te brengen die zij nu juist achter slot en grendel wil zetten.’

Dat dit profetische woorden waren, bleek vijftien jaar later. Na de troonsafstand van Nicolaas II op 4 maart 1917 kwam de macht in handen van de tijdelijke regering. Rusland werd uitgeroepen tot het ‘meest vrije land ter wereld’. Het systeem van de verbanning, dat alom als het toppunt van despotisme werd verfoeid, implodeerde. De door de nieuwe regering afgekondigde amnestie betekende de vrijlating van 88.000 gevangenen, onder wie een kleine zesduizend politieke gevangenen en circa 67.000 misdadigers. Nog eens veertienduizend gevangenen werden door revolutionaire menigtes bevrijd. Ook massale ontsnappingen waren in de daaropvolgende maanden aan de orde van de dag. Op 24 april schafte de tijdelijke regering de verbanning als strafmaatregel officieel af.

 

Ilja Efimovitsj Repin legde in 1884 vast hoe een ontslagen politieke gevangene bij thuiskomst voor grote verwarring zorgde.

 

Stroper wordt jachtopziener

De politieke gevangenen die op vrije voeten kwamen, droomden er in veel gevallen van helemaal schoon schip te maken met het oude regime. Degenen die in de centrale gevangenis in Aleksandrovsk hadden gezeten, werden in Irkoetsk als helden onthaald en staken toespraken af voor revolutionaire massa’s. ‘Ze hadden’, aldus een door Daniel Beer aangehaalde ooggetuige, ‘een koortsachtige gloed in de ogen en de uitgemergelde gezichten die velen hadden, getuigden van de ellende die ze hadden meegemaakt. Hun toespraken waren die van fanatici, vol met onwrikbare overtuigingen. Als slaven van hun eigen ideeën, waren zij de moderne aartspriesters van het socialisme, producten van de revolutionaire ondergrondse én van de gevangenissen van de tsaar.’

 

In 1895 werd Vladimir Oeljanov voor de eerste keer gearresteerd. Bij die gelegenheid werd deze politiefoto gemaakt.

 

Goelag als werkplaats voor de nieuwe mens

Toch zat Siberië niet lang zonder gevangenen. De verbanning en dwangarbeid werden al snel heruitgevonden. Onder de tsaren waren de misdadigers en oproerkraaiers vooral naar Siberië gedeporteerd om hen te isoleren en kolonistenarbeid te laten verrichten. Na de revolutie werd de dwangarbeid op grote schaal ingezet met als rechtvaardiging ‘de strijd tegen de volksvijanden’ en de noodzaak om die te ‘heropvoeden’. Verafgelegen oude nederzettingen als Kolymsk en gevangenissen als die in Omsk werden tot grote centra voor dwangarbeid uitgebouwd. In de Sovjetpers werd de Goelag als een werkplaats voor de nieuwe burger geprezen en de kampen werden ‘opvoedings- en werkkampen’ genoemd.
Het is niet moeilijk om een rechte lijn te zien van het strenge toezicht onder het tsaristische regime naar het terrorisme van de revolutionairen en zelfs de politiestaat van de bolsjewieken. Het bolsjewistische experiment toonde de juistheid van een beroemde opmerking van Flaubert aan: ‘In elke revolutionair schuilt een politieagent.’
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld: Aleksander Sochaczewski was een Poolse kunstenaar die in januari 1863 actief deelnam aan de Poolse Opstand. Veel Poolse opstandelingen werden naar Siberische strafkampen gedeporteerd. Onderweg passeerden alle konvooien dit monument dat als ‘de obelisk’ bekend stond. Het markeerde de overgang van Europa naar Siberië. Dit schilderij uit 1894 kreeg de titel ‘Vaarwel Europa’ mee.)

 

Lees het volledige artikel en nog meer bijdragen over de Russische Revolutie, honderd jaar geleden, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. NU overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Klanktovenaar in de schaduw

Toen Ry Cooder in 2009 zijn (hoogstwaarschijnlijk) laatste concerten in de Lage Landen gaf, was de cirkel rond. In Nederland boekte hij namelijk in 1972 zijn eerste commerciële succes met een album dat gaat over de Dust Bowl en de Grote Depressie. Zijn empathie voor de kleine man had hij thuis – een communistisch nest van Europese migranten- meegekregen. Gitaar spelen leerde hij al zeer jong na een ongeluk waarbij hij een oog verloor.

Lees verder

Kroniek

Ont-brekend glas

De kranten melden begin september 1947, nu zeventig jaar geleden, dat drie jaar na de bevrijding van Nijmegen, een groot deel van de inwoners nog altijd verstoken is van glas in hun woningen. Dezer dagen echter, kreeg de gemeente de beschikking over 1.500 m2 glas. Hiervan kunnen alle woningen voor de winter van glas worden voorzien. Rijk en gemeente zullen hen, die de direct te maken kosten niet kunnen betalen, financieel tegemoet komen. Op de foto de door gallieerde bommen verwoeste binnenstad met op de achtergrond de Waalburg.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder