Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Marc Sleen en Nero

06 september 2017 Siebrand Krul

Vlaanderen nam eind 2016 afscheid van Marc Sleen. Wereldberoemd van Oostende tot Maaseik, onbekend aan de andere zijde van de taal- en landsgrens, met uitzondering van een handvol stripkenners. Dat kon ook moeilijk anders: Nero, zijn bekendste reeks, is helemaal uit Vlaamse klei opgetrokken. Er is dus geen betere gids te vinden voor het naoorlogse Vlaanderen dan de avonturen van de populaire antiheld Nero en zijn doldwaze kliek.

Wie wil kennismaken met het wonderbaarlijke universum van Marc Sleen, leest best De hoed van Geeraard de Duivel. Het wordt algemeen beschouwd als het meesterwerk in het omvangrijke oeuvre van de tekenaar/karikaturist/scenarist. Het verscheen van april tot begin september 1950 in Het Volk, het dagblad van de katholieke arbeidersbeweging. Een jaar later kwam het in albumvorm op de markt.

De synopsis gaat als volgt. Nero, eerder simpel van geest, had in een vroeger verhaal een gigantische erfenis verworven. Hij snoeft graag met zijn rijkdom en kleedt zich sindsdien navenant met een slipjas en een gestreepte broek. Op een kermis koopt hij de chapeau buus (buishoed) van een goochelaar. De hoed waait weg, van Brussel tot in Gent. Daar belandt het hoofddeksel in het Geeraard Duivelsteen, een nog bestaand pand uit de 13de eeuw in het centrum van de stad. De bewoner, Geeraard Vilain die aan zijn donkere uiterlijk zijn bijnaam te danken had, is de hoed al driehonderd jaar kwijt. Nero weigert de hoed af te staan waarop Geeraard hem de duvel aandoet. Nero’s rijkdom wordt gestolen en zijn maten, Van Zwam, Jan Spier en Jef Pedal, verdwijnen spoorloos.

 

 

De roem stijgt Pandit Nero naar het hoofd

Als een deus ex machina duikt in het verhaal Madam Pheip op, een bazige, pijprokende vrouw die met haar rookgordijn de duivel weet te verjagen. Nero ontdekt vervolgens de geheime werking van de hoed en moet een toverspreuk in een tempel in Mumbai vinden om zijn vrienden te laten verschijnen. Door deze onverwachte plotwending verplaatst het actieterrein zich naar het exotische Indië. IJdeltuit Nero krijgt daar met zijn hoed en goocheltrucs aanzien en gaat voortaan als Pandit Nero door het leven. Geeraard de Duivel wordt door Lucifer gestraft en tot een doodgewone mens gedegradeerd, genaamd Kham-El-Amiel. De roem stijgt Pandit Nero naar het hoofd, het volk is zijn kapsones meer dan beu. Voor het paleis komt een menigte samen die hem weg wil. Pandit Nero wordt neergestoken; zijn geest slaagt er nog net in een antigif toe te dienen aan Van Zwam en Madam Pheip. Beiden waren vergiftigd met vitriool in exportbier. De échte Nero en de rest van het gezelschap kunnen in goede gezondheid het land verlaten. Een happy end, ware het niet dat de goochelhoed in de volgende verhalen nog voor allerlei verwikkelingen gaat zorgen.

 

 

Bizarre wendingen

De lezer merkt het zelf. Het verhaal kent de meest bizarre ontwikkelingen en dat maakt precies de charme van Nero uit. Sleen vertrok nooit van een volledig uitgewerkt scenario; alleen het einde stond op voorhand vast. Zeker in de jaren 1950, toen Sleen nog de handen vol had met andere projecten, had hij maar veertien dagen voorsprong op de publicatie in het dagblad. Zijn verhalen stonden vaak bol van verwijzingen naar de actualiteit, zoals aanvankelijk ook concurrent en leeftijdgenoot Willy Vandersteen dat met Suske en Wiske deed. Nero was dus niet bedoeld voor kinderen, wel voor volwassen krantenlezer die de dubbele bodems, de zinspelingen en de talrijke cameo’s konden duiden.

 

 

Ambities werden me opgedrongen

In het verzuilde Vlaanderen van de naoorlogse decennia hing het succes van een krantenstrip af van de mate waarin de maker de spreekbuis was van zijn lezers. Concurrentie van televisie of soaps was er nog niet. Sleen, geboren in 1922 als Marcel Neels, vertolkte de mening van Jan met de pet die nog elke zondag trouw ter kerke ging, zo ook in De hoed van Geeraard de Duivel. Toen het verhaal in 1950 verscheen, had net een volksraadpleging plaatsgevonden over de terugkeer van Leopold III, beschuldigd van al te vriendschappelijke relaties met het naziregime van Hitler. Een overgrote meerderheid van katholiek Vlaanderen –de lezers van Het Volk incluis – was pro; Brussel en Wallonië waren tegen. In het verhaal zijn de verwijzingen naar de koningskwestie legio en overduidelijk. In het notaboekje van Geeraard de Duivel staan de persoonlijke telefoonnummers van Jozef Stalin, de Brusselse communist Edgar Lalmand en de Vlaamse socialist Kamiel Huysmans, later in het verhaal omgetoverd tot Kham-El-Amiel.
De koningskwestie eindigde in de zomer van 1950 met een reeks van stakingen, onlusten en optochten waarna Leopold troonsafstand deed ten voordele van Boudewijn; in het verhaal van Sleen vindt gelijkaardig straatprotest voor het Indische paleis plaats, zo waar in het Frans. De ‘hevigste lawaaimaker is toch die dikke daar!’ waarmee bedoeld wordt de socialist Paul-Henri Spaak, de latere secretaris-generaal van de Navo. ‘Het was eenrichtingsverkeer’, legde Sleen later die ideologische scherpslijperij uit. ‘Alles wat rood en blauw was, socialistisch en communistisch, moest ‘genekt’ worden. Als beginnende tekenaar had ik geen ambities, die werden me opgedrongen’.

 

 

Wat ziet mijn lodderig oog?

Nero en co spraken bovendien dezelfde taal als zijn lezers, dat wil zeggen een veredeld dialect dat de voorstanders van het Algemeen (Beschaafd) Nederlands de gordijnen injoeg. De dialogen zijn heel herkenbaar en hebben enkele standaarduitdrukkingen opgeleverd: ‘Als ’t hier nog lang zal duren, zal ’t hier rap gedaan zijn’ en ‘Wat ziet mijn lodderig oog’. Sleen heeft zelfs een personage geschapen dat de toenmalige taalverhoudingen in Vlaanderen weergaloos illustreert. Meneer Pheip duikt in 1951 op en spreekt schabouwelijk Nederlands: ‘Tis ik er rien de knots van verstaan.’ Hij is wel burgemeester én directeur van de enige suikerfabriek van Moerbeke, wil voortdurend naar Nice vertrekken om vakantie te nemen en kleurt alles liberaal-blauw. De boodschap is duidelijk: liberalen zijn franskiljons en omgekeerd.

 

 

Pure kolder

Niets was veilig voor Sleens milde humor. Hij genoot van het leven en bleef optimistisch, ondanks enkele drama’s die zijn persoonlijk leven getekend hebben. Nero en de zijnen kwamen doorgaans in allerlei buitenissige toestanden terecht en met een kwinkslag konden ze zo commentaar geven op hun tijd. Pure kolder dus, in de traditie van de Marx-brothers. In Nero is er niet één personage dat het verhaal draagt, wel een reeks van bizarre figuren die in het lichtjes anarchistische universum van Sleen heel vanzelfsprekend overkomen. Behalve Nero en het echtpaar Pheip zijn dat onder meer de geniale maar doodnuchtere zoon van Nero, Adhemar, en Oscar Abraham Tuizentfloot. Die laatste is een knettergekke kaperkapitein die om de haverklap ‘aha!’ krijst en nietsvermoedende passanten met zijn sabel in de billen prikt. Ook detectief Van Zwam, naar wie de reeks oorspronkelijk werd genoemd, behoort tot de vaste cast. Aan een sigarettenpeuk heeft hij voldoende om de schoenmaat van de boef te bepalen.
‘Als je alle albums na elkaar leest, krijg je een goed beeld van hoe de Belg in de straat reageerde op de actualiteit van die tijd’. Het is een terechte vaststelling van schrijver Walter van den Broeck. In Nero en co. komen zowat alle actuele thema’s van dat ogenblik aan bod: de koningskwestie, de Congocrisis, de jongerencultuur, het feminisme, de belastingdruk, de communautaire ruzies, de milieuvervuiling, het pacifisme… En omdat de stripfiguren in Nero geen grenzen kennen, duiken er voortdurend internationale conflicten en figuren op. Dat gaat van politici (Fidel Castro, Nasser, Lubbers…) over sportlui (Joe Louis, Di Stefano…) en muzikanten (Beatles, Frank Zappa, Springsteen…) tot filmsterren (Paul Newman, Rita Hayworth…).

 

 

Politici: ‘vuiligheid en onnozelheid’

Eén beroepsgroep moet het nochtans in het bijzonder ontgelden en dat maakte Nero zo geliefd bij de kleine man. Sleen vond politiek en politici maar ‘vuiligheid en onnozelheid’. Tientallen binnen- en buitenlandse politici passeerden de revue.
(Luc Minten)

 

Op 23 augustus werd een grafmonument voor Marc Sleen geplaatst op het Campo Santo in Sint-Amandsberg, nabij Gent. Het is uitgevoerd door beeldhouwer Paul Dekker, die ook het bas-relief ‘Wafelenbak’ bij de Stedelijke Bibliotheek van Sint-Niklaas maakte. (Foto Storm Calle)

 

Lees de andere helft van dit artikel, plus talrijke andere historische verhalen, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. N overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder