Stelling

Het oprukkend gebruik van de Engelse taal in musea is publieksvijandig

Stem

Agenda

Naar de Oost en de West
In het Nationaal Archief te Den Haag ligt 1,2 kilometer aan archiefstukken van de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgeslagen. De tentoonstelling ‘De wereld van de VOC’ is dus slechts een fractie, die niettemin een wijde wereld opent. Geen romantisch jongensboek, wel een duizelingwekkende reis.
Het kleine leven
Het Brusselse Hallepoortmuseum neemt met de nieuwe tentoonstelling Little Life de bezoeker mee naar een kleine wereld, die op wonderlijke wijze het huiselijk leven van de burgerlijke milieus uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw verbeeldt. Koken, poetsen, de tafel dekken, het bed opmaken, bezoek ontvangen, een huis inrichten,… het dagelijkse leven blijkt voor het kinderspel een onuitputtelijke inspiratiebron.

IJzingwekkende reis

06 september 2017 skrul

Tsaar Peter de Grote wilde zekerheid hebben. Was de legende over een zeestraat die Azië van Amerika zou scheiden, waar of was er, zoals de meeste geleerden veronderstelden, een landbrug tussen de continenten? Hij stuurde Vitus Bering naar het uiterste noordoosten van Siberië om dat uit te zoeken. Het werden reizen vol ontberingen en tegenslagen, die Bering niet zou overleven.

De meeste mensen zullen bij de naam Bering denken aan de Beringstraat of misschien Beringeiland, maar in de Deense plaats Horsens zijn onder meer een plein, een park, een pub, een slagerij en een kliniek naar hem vernoemd, als herinnering aan hun grote zoon. Vitus Jonassen Bering werd daar geboren in de zomer van 1681. Eigenlijk had hij predikant moeten worden, maar zijn studie werd te kostbaar voor zijn vader, die ook al twee zoons uit een eerder huwelijk moest onderhouden. Vitus koos toen voor een carrière op zee en voer in dienst van Deense compagnieën zowel naar Oost als naar West. Hij kwam bij zijn reizen regelmatig in Amsterdam en ontmoette daar de Noor Niels Creutz die zijn naam had verhollandst in Cornelis Cruys. Cornelis had de aandacht getrokken van tsaar Peter de Grote in de tijd dat die in Nederland kennis opdeed en tegelijkertijd uitkeek naar geschikte mensen. Cruys wist Bering over te halen om met hem naar Rusland te gaan.

 


Tekening aan de hand van de gelaatsconstructie van Vitus Bering. (Museum Horsens)

 

In dienst van de tsaar

Het was een onrustige tijd. Rusland streed met enkele bondgenoten tegen Zweden om de hegemonie over de Oostzee in de ‘Grote Noordse Oorlog’ (1700-1721). Bering was vanaf 1703 eerste luitenant bij de Russische marine. Hij was te bescheiden en te oprecht om binnen het gekonkel aan het Russische hof een rol van betekenis te spelen. De tsaar kreeg hem toch in het vizier toen er eindelijk weer vrede was en Peter zijn plannen tevoorschijn haalde voor een ontdekkingsreis naar het uiterste noordoosten van Siberië. Er waren al enkele tochten gemaakt, maar het was nog niet duidelijk of er nu een doorvaart was naar Azië of dat Europa met een landbrug verbonden was met Amerika. De Kozakken die zich in Siberië hadden genesteld, spraken over een groot land aan de overkant van het water, dat later Beringstraat zou heten. Peter de Grote wilde niet alleen geografische helderheid hebben, zijn reizen door Europa hadden hem ervan overtuigd dat Rusland niet achter moest blijven bij de westerse beschaving, maar kennis op allerlei gebied moest vergaren. Hij stichtte daartoe in 1724 een Academie van Wetenschappen in Sint-Petersburg en trok van heinde en verre jonge, veelbelovende wetenschappers aan.

 

Cornelus Cruys haalde Bering over om net als hij in dienst te treden van Peter de Grote. (Hermitage St. Petersburg)

 

Brandewijn stoken van engelwortel

Vitus Bering kreeg de opdracht om naar Ochotsk te reizen, dan over te steken naar Kamtsjatka en daar schepen te bouwen om mee op ontdekkingsreis te gaan. Tsaar Peter gaf deze opdracht in januari 1725. Op zijn sterfbed zou dat blijken, want op 8 februari overleed de tsaar. Bering was toen al vertrokken. Met sleden, paarden, honden, soldaten en bedienden begon hij aan zijn tocht over land. Een onderneming die drie jaar zou duren. Onderweg werden lokale timmerlui en smeden ingeschakeld om vlotten te bouwen om, waar dat mogelijk was, een eind over een rivier te varen. De stoet moest watervallen trotseren en over woeste rotsen klauteren. Men moest zich ingraven en schuilen in tenten en haastig opgetrokken hutten om zich te beschermen tegen de kou. In kleine nederzettingen van de inlandse bewoners of gesticht door de Kozakken, moesten ze overwinteren. Ze aten, door de Tsjoektsjen (inlandse bevolking) geleverde sneeuwhoenders en rendiervlees en leerden van de Kozakken hoe ze brandewijn konden stoken van engelwortel.

 

Afstammelingen van de Itelmeni, de oorspronkelijke bevolking van Kamtsjatka.

 

Scheurbuik

In het voorjaar van 1728 werd op Kamtsjatka een schip gebouwd, met ter plaatse gehakt en gezaagd hout en de meegenomen touwen en zeilen, die door de jarenlange reis sterk hadden geleden. In juli kon men eindelijk uitvaren. Het werd een barre reis. Het schip werd geteisterd door stormen en ijs. Het touw en de zeilen waren niet erg betrouwbaar, een deel van de bemanning leed aan scheurbuik. Na enkele eilanden te hebben ontdekt, kwam Bering bij een eilandengroep die hij naar de heilige van die dag, Diomedes Eilanden, noemde. Als hij om de eilanden heen was gevaren, had hij de kust van Alaska kunnen zien. Maar aanhoudende mist maakte een verder reizen onverantwoord. Bering besloot terug te keren naar Kamtsjatka en vandaaruit weer naar Moskou te reizen waar hij op 1 maart 1730 arriveerde. Hem wachtte geen hartelijke ontvangst. De macht was na veel politieke problemen aan het hof in handen gekomen van tsarina Anna. De admiraliteit en de academie waren niet tevreden over de resultaten van de tocht. Men verweet Bering dat hij niet was doorgevaren om te kunnen bewijzen dat er een zeestraat was met een groot land aan de overzijde.

 

Kaart van Kamtsjatka naar het boek van Stepan Krasjennikov (1764).

 

Naar Japan

Ondanks de tegenvallende resultaten groeide toch het verlangen om het verre Siberië grondig te verkennen. Er werd een grote expeditie opgezet waarbij direct en indirect zo’n drieduizend man betrokken waren. Bering kreeg de opdracht om zijn tocht te herhalen en nu verder door te dringen. In 1733 kwam de zaak op gang. Weer werd de lange reis naar Kamtsjatka gemaakt. Van daaruit werden eerst deelexpedities uitgevoerd, waarbij allerlei wetenschappers op onderzoek uit gingen en zelfs een reis naar Japan werd gemaakt. In 1741 was het eindelijk zover dat Bering eropuit kon met twee nieuwe schepen, de Sint Petrus, onder leiding van Vitus Bering en de Sint Paulus, waar Aleksej Tsjirokov het commando voerde. Bering had de supervisie, tot ergernis van Tsjirokov, die van een voorname Russische familie afstamde en het niet kon verkroppen dat een Deen de baas over hem was.

 

Kaart van de expeditie door Bering naar Kamtsjatka door Pjotr Tschaplin. (Staats- Universitätsbibliothek Göttingen)

 

Eindelijk Alaska bereikt

Op 4 juli 1741 begonnen de schepen aan hun reis die vooral voor de Sint Petrus rampzalig zou verlopen. De beschikbare mannen waren over de schepen verdeeld, zowel de zeelui als de geleerden. Bering had de Duitse arts Georg Wilhelm Steller aan boord genomen, vooral met het oog op zijn gezondheid, want Bering voelde zich al geruime tijd niet in orde. Steller was een jonge, enthousiaste wetenschapper. Hij reisde met een minimum aan bagage en had weinig eisen zolang hij maar kon onderzoeken en ontdekkingen kon doen. Op 20 juni raakten de twee schepen elkaar in een hevige storm uit het oog en vonden elkaar niet terug, waarbij de indruk bestaat dat Tsjirokov niet al te veel moeite heeft gedaan. De tocht zette zich voort maar het weer bleef slecht. De slechte toestand van de tuigage wreekte zich en opnieuw was er sprake van scheurbuik bij een groeiend deel van de bemanning. Bering werd steeds zieker en kwam nauwelijks meer aan dek. Een maand later kwam er land in zicht en men begreep dat Alaska was bereikt. Bedoeling was om snel vers water in te slaan en meteen weerom te keren om de voorraden te sparen. Na veel aandringen kreeg dan toch Steller toestemming mee aan land te gaan voor onderzoek. Bering kon het niet laten om zijn trompetter een plagerig vaarwelsignaal te laten horen. Steller trof een kort daarvoor verlaten stookplaats, van de kennelijk op de vlucht geslagen bewoners. Hij maakte aantekeningen, pakte zoveel hij en de Kozakkenjongen die zijn bediende was, konden dragen en verzamelde kruiden tegen scheurbuik, waar de zeelui om lachten. Toen het tijd was om terug naar de Sint Petrus te varen, liet Steller weten dat hij nog niet klaar was met zijn onderzoekingen. De maats haalden hun schouders op en voeren naar het schip om even later terug te keren met het bericht dat als Steller niet onmiddellijk aan boord ging, men hem achter zou laten.

 

Aan de hand van schetsen en aantekeningen gereconstrueerd schilderij van Georg Wilhelm Steller. (G.W. Steller Gesellschaft, Halle)

 

Onverstaanbaar

De reis ging verder. Men koerste langs de Aleoeten en af en toe voeren er bewoners met hun snelle kajaks om het schip en riepen wat in een onverstaanbare taal. Steller maakte ijverig aantekeningen van alles wat hij zag. Soms werd hij geholpen door commandeur Sven Waxell die met vaardige hand tekeningen maakte in zijn logboek. Steller beschreef onder meer het wonderlijke dier dat bekend stond als de Deense zeeaap. Volgens Steller had het beest een kop als van een hond, met grote ogen en snorharen als een Chinees. Het dier dartelde lange tijd om het schip en verhief zich soms rechtstandig in het water.

 

De zeeaap naar Steller.

 

Overwintering op Bering-Eiland

September naderde en de doodzieke Bering maakte zich grote zorgen over de naderende winter. Door vreselijke stormen baande het schip zich een weg, almaar slechter kon de bemanning het onder controle houden. Toen land in zicht kwam –Kamtsjatka, zo dacht men- was de Sint Petrus inmiddels onbestuurbaar geworden. Op miraculeuze wijze kwam het schip in een geul terecht, vlak voor de kust van wat later Beringeiland zou heten. Hier werden de zieken aan land gebracht en verbaasde Steller zich over de enorme hoeveelheid zeekoeien, vogels, otters en vossen. Bering overleed op 19 december. De overgebleven mannen groeven diepe kuilen en sleepten zeilen en planken van het schip om zich zo goed mogelijk tegen de kou te beschermen. In het voorjaar werd besloten de deerlijk gehavende Sint Petrus te slopen om van het hout een nieuwe, kleinere boot te maken om de tocht naar huis te aanvaarden.

 

Een zeeotter. (Foto Ken Owen)

 

Waar blijft het geld?

Op 12 augustus werd de terugreis aanvaard. De zeelui hadden een groot aantal zeeotters gedood om later hun kostbare pelzen te verkopen. Steller kon alleen zijn aantekeningen meenemen. Bij het te water laten was het schip beschadigd en maakte water en moest de lading grotendeels overboord worden gegooid. Eindelijk bereikte men het vaste land van Kamtsjatka.
Steller schreef een brief aan de vrouw met wie hij korte tijd gehuwd was geweest. Hij kreeg een narrige brief terug met de vraag waar het geld bleef. De vrouw had de kostbare bibliotheek van Steller inmiddels verkocht. Steller ging door met onderzoek, maar werd ervan beschuldigd de bevolking op te hitsen. Hij werd opgehaald om zich in Sint-Petersburg te verantwoorden, maar stierf onderweg, 37 jaar oud. Zijn collega Johann Georg Gmelin werkte zijn aantekeningen uit en publiceerde die. In 1991 werd het graf van Bering gevonden. Van zijn schedel werd een gelaatsreconstructie gemaakt.
(Ruud Spruit)

(Openingsbeeld: Afstammelingen van de Aleoeten op een oude foto.)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50.

 

 

 


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Tussen medailles en pantserauto’s

Militaire attachés zijn deels diplomaat, deels spion. In vredestijd kan het een luxueus leventje zijn, in oorlogstijd wat minder. Andrej Prezjbjano (1885-1963), kapitein van de tsaristische gardecavalerie, werd begin september 1914 door de Russische militaire attaché in Frankrijk doorgestuurd naar het hoofdkwartier van het Belgisch leger. Hij kon natuurlijk in zijn raarste dromen niet bevroeden dat een paar jaar later in zijn vaderland de hel zou losbreken, en zijn positie dramatisch veranderde.

Lees verder

Kroniek

Held van Peotillos

Tweehonderd jaar geleden, op 11 november 1817, stierf de vrijheidsstrijder Francisco Javier Mina voor het vuurpeloton. Mina was een Spaanse militair die vocht als guerrillastrijder in de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en later de kant koos van Mexico in de Mexicaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder