Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

‘Hij was één van ons’

06 september 2017 Siebrand Krul

‘Als je foto’s niet goed genoeg zijn, zit je er niet dicht genoeg op’, luidde het devies van oorlogsfotograaf Robert Capa. Hetzelfde valt te zeggen van de oorlogsreporter John Reed. Op de eerste rij maakte hij de bolsjewistische staatsgreep in 1917 mee wat resulteerde in een haastig geschreven, eerder rommelig boek: Tien dagen die de wereld deden wankelen. Het wordt paradoxaal tot de grote teksten van de Amerikaanse journalistiek gerekend.

John Reed, geboren in 1887, arriveerde begin september 1917 als oorlogsverslaggever in Petrograd (Sint-Petersburg). Die opdracht moest zijn carrière opnieuw lanceren. Na zijn studies aan de prestigieuze Harvard-universiteit had hij naam gemaakt als dichter en reporter. Omwille van zijn pacifistische overtuigingen was hij in 1917 op een zwarte lijst beland. Zijn artikelen tegen president Wilsons beslissing om Duitsland de oorlog te verklaren waren zo agressief dat de posterijen weigerden de tijdschriften waarin hij publiceerde, te bestellen.
Reed was als buitenlandse correspondent overigens niet aan zijn proefstuk toe. In 1913 was hij uitgestuurd naar Mexico waar hij de bendeleider/revolutionair Pancho Villa in zijn hoofdkwartier wist te interviewen. Dat volstond niet voor de gedreven reporter Reed. Hij wilde de gewone man aan het woord laten, trok op met de guerrillastrijders en was zo getuige van een massamoord op aanhangers van Pancho Villa door regeringstroepen. Zijn naam als oorlogscorrespondent was gemaakt.

 

Cover van het links-radicale magazine The Masses waarvoor Reed schreef.

 

‘Alles staat hier op springen’

In de zomer van 1914 reisde hij naar de frontlinie in Frankrijk om het begin van de Eerste Wereldoorlog te verslaan. Die opdracht bezorgde hem vooral frustraties. Hij slaagde er niet in het front te bereiken, had voortdurend problemen met de censuur en zag vooral het nut van de oorlog niet in. In zijn optiek draaide de oorlog om grondstoffen en afzetmarkten en had vooral het socialisme gefaald. De internationale arbeiderssolidariteit bleek een zeepbel te zijn die uiteenspatte voor nationalisme en militarisme.
Een jaar later zwierf Reed andermaal door Europa, ditmaal in de Balkan en Rusland. Zijn metgezel was de Canadese kunstenaar Boardman Robinson, ook een medewerker van het progressieve blad The Masses. Tweemaal werden ze gearresteerd. Reed wist dus heel goed wat hem te wachten stond toen hij in de zomer van 1917 afreisde naar Petrograd. Als geëngageerd schrijver keek hij er eerder naar uit. ‘Geloof me’, schreef hij aan Robinson, ‘alles staat hier op springen. De opstand in Mexico verbleekt in vergelijking met de gebeurtenissen hier, zowel inzake kleur, terreur als grandeur.’
Reed vertrok niet alleen naar Rusland maar in het gezelschap van zijn wettige echtgenote Louise Bryant. Ze hadden elkaar leren kennen in 1915 en het klikte onmiddellijk vanwege hun gemeenschappelijke levensvisie en interesses. Ook zij had als journaliste een zwak voor de underdogs van de maatschappij, in haar geval vooral dan de vrouwen, en ook zij hield er vrijgevochten ideeën op na. Het stel huurde een huis in Provincetown, een kleine havenstad in Massachusetts, dat de ontmoetingsplaats werd van links geïnspireerde kunstenaars en intellectuelen die toneelstukken schreven, schilderden of in elkaars stukken acteerden. Eén van hen was de jonge Eugene O’Neill, theaterschrijver en later Nobelprijswinnaar, met wie Louise Bryant een onstuimige relatie begon. Iedereen was daarvan op de hoogte, behalve John Reed, meer en meer opgeslorpt door zijn activiteiten als journalist maar ook als socialistische propagandist en redenaar.

 

John Reed.

 

Bolsjewieken daadkrachtigst

Toen het journalistenkoppel in Rusland belandde, was daar de euforie van het omverwerpen van het tsaristische regime al lang verdwenen. De Voorlopige Regering slaagde er niet de sociaaleconomische problemen op te lossen. Ze had wel individuele vrijheden ingevoerd maar de verkiezingen voor de grondwetgevende vergadering, aangekondigd voor december, konden de hongerige arbeiders en de ongeduldige garnizoenstroepen gestolen worden. Ze waren de straat opgegaan in de hoop van vrede, betaald werk en brood. Een half jaar later was er niets veranderd. De Russische economie, net als die van de andere oorlogvoerende landen, kampte met een tekort aan grondstoffen, gebrekkige bevoorrading en een transportcrisis. Fabrieken gingen dicht terwijl de inflatie opliep en de winter voor de deur stond. ‘Het dagelijkse broodrantsoen werd verminderd van anderhalf pond tot driekwart pond, een half pond en een kwart pond. Uiteindelijk was er een week helemaal geen brood’, noteerde Reed die bij een Russisch gezin logeerde.
De mensjewieken of de gematigde progressieven onder leiding van Kerenski wisten dan ook niet anders te bedenken dan teruggrijpen op de vooroorlogse regels van orde, privébezit en een soort van rechtsstaat. Reed begint zijn boek niet toevallig met een behoorlijk ingewikkeld en taai overzicht van alle politieke stromingen en van alle economische organisaties en drukkingsgroepen. Alle hadden hun eigen remedies en strategieën, ook ten opzichte van de oorlog met Duitsland, maar de genomen maatregelen vergrootten de chaos. Alleen de bolsjewistische partij bood consequent één radicaal alternatief dat Lenin met zijn aprilthesen had vastgelegd. De politieke revolutie had de burgerij aan de macht gebracht maar loste niets op. Dus moest er een sociale revolutie komen, een republiek van sovjets die de macht in handen legde van de afgevaardigden van arbeiders, soldaten en boeren. De bolsjewieken kregen meer en meer aanhangers naarmate de oorlog duurde en de sociaaleconomische crisis aanhield. Van een relatief kleine beweging van 23.600 leden in februari 1917 was het aantal bolsjewieken eind april al opgelopen tot bijna 80.000 leden en tot 250.000 in oktober.

 

Reed en Bryant in november 1919.

 

Oude regime weggevaagd

De hele natie verkeerde in een staat van gisting en ontbinding toen generaal Kornilov een ultieme poging deed om recht en orde te herstellen. Zijn couppoging in augustus-september stuitte op het verzet van de stadssovjet van Petrograd waar de bolsjewieken onder leiding van Trotski het voor het zeggen hadden. De positie van premier Kerenski raakte daardoor verder ondermijnd. In de nacht van 7 op 8 november gebeurde het onvermijdelijke. Terwijl buiten wegversperringen waren opgeworpen en de eerste schoten weerklonken, hield de sovjet van Petrograd, samengekomen in het Smolny-paleis aan de rand van de stad, een tumultueuze vergadering. Veel aanwezigen waren nog altijd gewonnen voor een samenwerking met de mensjewieken. ‘Na de zweepslagen van Lenins scherpe tong’ keerde de stemming en besloot de Petrogradse sovjet de Voorlopige Regering af te zetten. ‘Het oude regime was weggevaagd zoals iemand rook wegblaast’. De opgewonden menigte trok nadien in stoet naar het Winterpaleis, de zetel van de Voorlopige Regering.
Vanaf dat keerpunt beschrijft Reed de maalstroom van gebeurtenissen die Rusland de komende tien dagen onderging. Niemand geloofde namelijk dat de coup kans op slagen had. De bolsjewieken waren een minderheid van intellectuelen, zonder enige bestuurservaring, zonder achterban, zonder steun vanuit het buitenland. Kerenski probeerde nog met behulp van de Kozakken de macht te heroveren; ambtenaren staakten of gingen over tot burgerlijke ongehoorzaamheid; spoorwegarbeiders weigerden bolsjewistische troepen te transporteren; de banken sloten de deuren. Lenin wist de revolutie te redden, met harde hand en veel geweld.

 

John Reed kreeg in oktober 1920 een staatsbegrafenis.

 

Sfeerstukken

John Reed was een bevoorrechte getuige van wat hij omschreef als ‘een van de wonderbaarlijkste avonturen uit de geschiedenis van de mensheid’. ‘Als gewetensvolle journalist heb ik geprobeerd de waarheid op papier te zetten’. Dat klopt, ook al keek hij naar het verloop van de gebeurtenissen door een gekleurde bril. Sommige tegenstanders van de bolsjewieken maar ook de dissidenten, bijvoorbeeld Kamenev, komen herhaaldelijk aan bod. Hij bracht uren door in het Smolny waar sovjetafgevaardigden ellenlange discussies hielden en vatte pro’s en contra’s samen. Die lectuur schrikt af, vooral ook omdat hij die verslaggeving lardeert met de integrale opname van besluiten en decreten allerhande. Reed is daarentegen op zijn best als hij op reportage kon gaan, met mensen praten en sfeerstukken maken. Van de beroemde nacht waarin de sovjet van Petrograd de macht greep, maakte hij een bijna filmisch verslag dat zo als script kan dienen. Enkele dagen later bezoekt hij het front; een dag later trekt hij naar Moskou waar de gevallen revolutionairen tijdens een indrukwekkende plechtigheid hun laatste rustplaats krijgen in het Broederschapsgraf. Reed, de gedreven reporter, was altijd aanwezig op de plaatsen waar geschiedenis werd geschreven. Net zoals Frank Capa.

Held van de revolutie

Het echtpaar Reed-Bryant besloot in januari 1918 naar de VS terug te keren. Voor John Reed werd het een heuse odyssee die bijna vier maanden duurde, waarvan het grootste deel in een Finse cel met een dieet van rauwe vis. Zodra hij voet op Amerikaanse bodem zette, werd hij aangeklaagd voor inbreuken op de Espionage Act vanwege zijn kritische, antimilitaristische artikelen. Zijn documentatie werd pas in november van dat jaar vrijgegeven. In tien slapeloze dagen en nachten en in een soort van trance, vegeterend op koffie, schreef hij het boek dat hem wereldberoemd maakte, uitgezonderd in de Sovjet-Unie. Stalin verbood het boek van 1924 tot 1953 omdat hijzelf maar tweemaal en zijdelings ter sprake kwam.
John Reed stierf in oktober 1920 aan vlektyfus en werd als een held van de revolutie bijgezet in het Kremlin. Volgens Louise Bryant bleven ook nadien, tijdens drukke weekdagen, gewone mensen hem herdenken. Ze hielden even halt en zeiden eerbiedig: ‘Hij kwam de hele wereld over voor ons’. Of ‘hij was één van ons’.
(Luc Minten)

 

Still uit Oktober. Tien dagen die de wereld deden wankelen (1928), de stille propagandafilm van de beroemde Russische cineast Sergei Eisenstein die deels geïnspireerd was op Reeds relaas van de bestorming van het Winterpaleis.

 

Door de bril van Hollywood

De relatie tussen Jack Reed en Louise Bryant – vrijgevochten maar tegelijk zo intens tot de dood hen scheidde – moest vroeg of laat een Hollywoodfilm opleveren. In 1981 kwam Reds uit. Acteur Warren Beatty, vooral bekend van Bonny and Clyde, had jaren aan het script gewerkt, regisseerde en producete de film en speelde op de koop toe de hoofdrol. De respons op dit meer dan drie uur durend episch drama was heel lovend, met onder meer drie Oscars. Allicht uit commerciële én ideologische overwegingen is de tumultueuze driehoeksrelatie van het koppel Reed-Bryant en O’Neill uitvergroot, evenals de vernedering die Reed in de Derde Internationale als vertegenwoordiger van een onbeduidende Amerikaanse communistische partij moest ondergaan. De staatsgreep in Petrograd vormt maar een klein onderdeel van de film en is bovendien gedraaid in Helsinki. Vernieuwend was evenwel het gebruik van getuigen, waarvan Beatty interviewfragmenten door de film spon. Ze gaven Reds een bijzondere authenticiteit.

 

Warren Beatty in de film Reds.

 

(Openingsfoto: Reed aan zijn bureau aan de universiteit van Princeton.)

 

Lees het volledige artikel en nog meer bijdragen over de Russische Revolutie, honderd jaar geleden, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. NU overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder