Stelling

Hobby-archeologen verrijken onze geschiedenis

Stem

Agenda

Oorlog in Vlaanderen
Het is honderd jaar geleden dat de Derde Slag bij Ieper plaatsvond, ook wel de Slag bij Passendale genoemd. Ingezet door de internationale geallieerde coalitie als mijnenslag met als einddoel de controle over de grote havengebieden, werd het een bloedige strijd om een paar kilometer klei. In de Vlaamse Westhoek wordt het beruchte jaar herdacht met zes tentoonstellingen, waaronder een in de Koninklijke Zaal van het In Flanders Field Museum te Ieper.
Gewoon puissant rijk
Twee bijzondere exposities in Noord-Nederland over welstand en fortuin. De oude academiestad Franeker en de voormalige Hanzestad Groningen laten hun voorouders pronken met familiewapens, zilver en kostbare schilderijen. De vooraanstaande leden van de Groningse bestuurderselite hadden doorgaans een huis in de stad en een borg in de Ommelanden of Veenkoloniën. De provincie Groningen telde zo ooit 200 borgen, riante paleisvilla’s met een lange bouwgeschiedenis en een exclusief interieur. Veel huizen zijn gesloopt (er zijn nog zestien te bewonderen), waarmee ook veel kunstschatten op drift raakten.

Lord Byrons Summer of discontent

11 augustus 2017 skrul

25 mei 1816. Een monumentale koets bespannen met vier paarden houdt halt voor het Hôtel d’Angleterre in Sécheron, een voorstad van Genève. De jongeman van 28 die uitstapt, trekt ieders aandacht. Het is de Engelse dichter George Gordon Byron. Vier jaar geleden, toen de eerste twee canto’s van zijn Childe Harold’s Pilgrimage verschenen, werd hij van de ene dag op de andere beroemd. Maar de voorbije winter belandde hij in het oog van de storm.

Er was het schandaal rond zijn scheiding. Er waren de roddels over zijn homoseksualiteit en de incestrelatie met zijn halfzuster Augusta, en er waren zijn schuldeisers die de ene na de andere deurwaarder op hem afstuurden. De Londense beau monde, die hem aanbeden had, viel hem af en spuwde hem uit.
Op de morgen van 25 april scheept Byron in aan boord van de pakketboot Dover-Oostende, samen met zijn lijfarts Polidori, een Zwitserse gids en twee bedienden. De dag erop begint het gezelschap aan de tocht door Vlaanderen. Van jongs af was Byron een grote fan van Napoleon. Als statement had hij een exacte, maar veel luxueuzere replica laten maken van zijn koets, buitgemaakt na de Slag bij Waterloo. In een brief van 1 mei aan zijn vriend Hobhouse scheldt hij wagenmaker Baxter uit voor pickpocket; net buiten Gent blokkeerde een wiel, schrijft hij – en onderweg naar Mechelen begaf nog een wiel, samen met een springveer. Voor de rest viel zijn kennismaking met Vlaanderen best mee. Hij vindt het landschap vlak maar vruchtbaar en de steden mooi, Brugge op kop. In Gent beklimt hij (ondanks zijn handicap – hij is ongemeen knap, maar sleept met zijn rechtervoet.) een toren van 450 traptreden hoog, voor het uitzicht. In Antwerpen maakt hij er opnieuw een citytrip van (‘we pictured – churched – and steepled again’). In de haven bewondert hij de versterkingen die Napoleon liet uitvoeren met het oog op een eventuele invasie vanuit Engeland, maar de vleselijke vrouwen van Rubens vindt hij weerzinwekkend.

 

Claire Clairmont, het meisje waarmee Byron een korte affaire had en die hem de hele zomer van 1816 achterna reisde. Claire is het schoonzusje van Shelley.

 

Nors, in zichzelf gekeerd

En dan gaat het naar Mechelen. De kapotte springveer dwingt het gezelschap vervolgens naar Brussel voor herstelling. En dus brengt Byron een bezoek aan het slagveld van Waterloo. Hij laat zich de plek aanwijzen waar zijn neef Howard sneuvelde en bezoekt de kasteelhoeve van Hougoumont, een van de voorposten van Wellington. De Engelse Coldstream Guards slaagden er op 18 juni 1815 in ten koste van enorme verliezen de hele dag stand te houden tegen de Franse aanvallers. Op 6 mei vertrekt het gezelschap richting Keulen en de Rijn. Byron is erin geslaagd elf dagen lang zijn zinnen te verzetten, maar de vernedering en de pijn blijven knagen. Hij is een norse, in zichzelf gekeerde reisgezel. De tocht door het Rijndal naar het zuiden zal verandering brengen. De prachtige natuur en de vervallen kasteel-ruïnes beuren hem helemaal op.

 

Byrons dochter Ada Lovelace in 1838, kind van hem en zijn toenmalige vrouw Annabella Milbanke.

 

Grand Tour

Op 25 mei, na een afmattende reis van zo’n 2.500 kilometer, stopt de koets voor het Hôtel d’Angleterre in Sécheron. Byron huurt de chique Villa Diodati aan de overkant van het Meer van Genève. Hij zal er de zomer van 1816 doorbrengen. Of dat een goed idee was, valt te betwijfelen. Het wemelt er namelijk van de Engelsen – op ‘Grand tour’ naar Italië – en Byron heeft het niet zo voor de medemens en zeker niet de Engelse. Hier in Genève, net als in Londen, is hij opgejaagd wild. Als hij ’s avonds een ritje maakt te paard, wordt hij opgewacht, aangestaard en nagewezen. Het roddelcircuit draait op volle toeren en de eigenaar van het Hôtel d’Angleterre verhuurt verrekijkers om het Sodom en Gomorra in de Villa Diodati te bespioneren. Byron krijgt er namelijk iedere avond het bezoek van twee vrouwen en een man. Een van die vrouwen is de achttienjarige Claire Clairmont. Met haar heeft Byron een vluchtige affaire gehad in Londen, vlak voor zijn vertrek naar Oostende. Hij moet al spoedig van haar niet meer weten, maar zij stalkt hem tot in Genève. Ze heeft haar zwager Shelley overtuigd om er kennis te gaan maken met Byron. Algauw doen de geruchten de ronde dat er in de Villa Diodati onoorbare praktijken aan de gang zijn. De libertijn Byron zou het er aanleggen met Claire en Shelley’s maîtresse Mary Godwin. Een ménage à trois dus. En Shelley, een notoir voorstander van de vrije liefde, zou het ook doen met zijn schoonzus Claire. Incest dus. Byron zal de beschuldigingen later ontkennen, op zijn eigen seks met Claire na. ‘I could not exactly play the Stoic with a woman who had scrambled 800 miles to unphilosophyze me.’

 

Grafsteen van Allegra, dochter van Byron bij Claire Clairmont.

 

Spookachtige villa

Het jaar 1816 is gekend als ‘het jaar zonder zomer’. De apocalyptische uitbarsting van de vulkaan Tambora in Indonesië heeft het klimaat in Europa en Noord-Amerika grondig verstoord. Midden juni slaat het weer in Zwitserland plots dramatisch om. ’s Middags is het al donker en het gezelschap zit dagen aan een stuk opgesloten in de spookachtige, met spaarzame kaarsen verlichte Villa Diodati. In de nasleep van een spectaculair onweer in de nacht van 13 juni stelt Byron voor dat ze als tijdverdrijf een horrorverhaal schrijven. Claire doet niet mee en Byron en Shelley geven er spoedig de brui aan. Mary Shelley is de enige die de literatuurlijsten zal halen met haar Frankenstein.
Byron en Shelley trekken er samen op uit, zodra het weer verbetert. Op 22 juni huren ze een zeilboot en beginnen aan een tocht van negen dagen rond het meer, het geschikte antidotum voor Byrons melancholie. Byron is een grote bewonderaar van Rousseau, en dus bezoeken ze in Meillerie en Clarens het natuurdecor van zijn Julie où la Nouvelle Héloise, dé bestseller van 1761. Verder bezoeken ze in Chillon, bij Montreux. het eeuwenoude kasteel en in Lausanne het landhuis van de Engelse historicus Gibbon, de auteur van The History of the Decline and Fall of the Roman Empire. Op 30 juni leggen ze terug aan in het haventje van Montalègre.

 

Annabella Milbanke, Byrons vrouw.

 

Meute sensatiezoekers

Voor Byron betekent het dat hij opnieuw in het vizier komt van de horden Engelse toeristen, die hem de hele tijd belagen. Zijn sociale leven stelt dan ook niet veel voor. Hij laat zich alleen zien op de soirées in het salon van Madame de Staël, in het kasteel van Coppet. Zij is de zeer intellectuele dochter van Jacques Necker, in het oude bestel minister van Financiën van Lodewijk XVI. In Coppet is Byron in juli en augustus een graag geziene gast. Maar zelfs daar laat het verleden hem niet los. Op een avond wordt hij nog maar eens opgewacht door een meute sensatiezoekers. Onder hen de halfzuster van de notoire homoseksueel William Beckford, auteur van de schandaalroman Vathek. Als ze hem ziet, valt ze flauw en moet naar buiten gedragen worden om bij te komen. En zelfs Madame de Staël bemoeit zich met Byrons problemen. Ze kruipt in de rol van confidente en stelt zelfs een verzoeningspoging voor met zijn ex Anna-Bella Millbanke.

 

Percy Bysshe Shelley. Shelley, voorstander van de vrije liefde en die zelf uitbundig praktiserend, trok in de zomer van 1816 met Byron op.

 

Onverwacht dochtertje

Op 2 augustus vindt Claire Clairmont eindelijk de moed om Byron te vertellen dat ze zwanger van hem is. Eerst ontkent hij, maar onder druk van Shelley is hij ten slotte bereid het kind te erkennen. Het meisje wordt in januari 1817 in Engeland geboren en Allegra genoemd. In 1818 zal Byron haar door de Shelleys en Claire laten overbrengen naar Venetië. Later stopt hij haar in een kloosterpensionaat, waar het arme kind in 1822 aan tyfus sterft.
Gelukkig krijgt Byron nu bezoek uit Engeland. Midden augustus arriveert de beruchte schrijver Matthew Lewis, de auteur van het schandaalsucces The Monk. Samen bezoeken ze het vroegere huis van Voltaire in Ferney. Byron is zodanig onder de indruk dat hij zich later in Venetië de 92 delen van ’s mans volledige oeuvre aanschaft. En dan, op de 26ste, duiken twee van Byrons beste vrienden op. Hobhouse, de bedachtzame tegenpool van Byron, die in 1809 mee was op ‘Grand tour’ naar Griekenland. Scrope Davies daarentegen is eerder van Byrons signatuur, een verstokte gokker en vrouwenloper.

 

Madame de Staël was het middelpunt van literaire kringen. Ze was hoogbegaafd en een zeer sterke persoonlijkheid.

 

Omstreden relatie, met zijn halfzuster

Wanneer de Shelleys op 29 augustus terug moeten naar Engeland, is Byrons opluchting groot.
Ze zijn amper weg of Byron en zijn twee vrienden maken een uitstap naar de Mont Blanc, de Alpenreus die pas twee jaar voor Byrons geboorte bedwongen werd. Het is Byrons eerste kennismaking met het spectaculaire Alpenlandschap, een weergaloze ervaring die zijn sombere stemming een boost geeft. Op 5 september keert Scrope Davies terug naar Engeland. Byron geeft hem geschenken mee voor zijn halfzuster Augusta en haar kinderen, en voor zijn kleine dochter Ada. Niet lang daarna dankt hij Polidori af na diens zoveelste stommiteit en vervolgens vervalt hij weer in somberheid. Op 8 september schrijft hij in een brief aan Augusta: ‘I’m in good health (!), but the separation has broken my heart – I feel as if an Elephant had trodden on it – I’m convinced that I shall never get over it.’ Zijn halfzuster is zijn schrijnendste gemis en zijn enige grote liefde, hoewel zij getrouwd is met haar neef, kolonel Leigh, en nu al vijf kinderen heeft.

 

Het kasteel van Chillon nabij Montreux.

 

Eenzaamheid en verbittering

Hoewel Augusta zelf lang is meegegaan in de verboden relatie, zat ze er uiteindelijk toch erg mee verveeld, vooral na Byrons huwelijk met Annabella, waar hun dochter Ada uit voortsproot. Ze schortte zelfs hun seksuele omgang op. Maar ook dan liet Byron niet af. En ook nu niet, want hij schrijft haar regelmatig brieven.
Byron is van plan eind september uit Genève te vertrekken. Maar eerst wil hij samen met Hobhouse nog een bergtocht van twee weken maken in de oostelijke Alpen. Op 17 september vertrekken ze en vanaf de eerste tot de laatste dag houdt Byron een gedetailleerd dagboek bij voor Augusta. Het worden onvergetelijke dagen. Op 28 september zijn ze terug in Montalègre, en het is een relatief gelukkige Byron, die in zijn dagboek noteert dat hij de prachtigste vergezichten ter wereld gezien heeft. ‘Maar toch,’ voegt hij eraan toe, ‘knagen eenzaamheid en verbittering aan mij. Er ligt nog altijd een zwaar gewicht op mijn hart en ik voel mij nog altijd ellendig, maar wraakgevoelens koester ik niet meer.’

 

Villa Diodati aan het Meer van Genève. Byron huurde deze voor de zomer van 1816.

 

Augusta Leigh, Byrons grote liefde, maar zijn halfzuster.

 

Het kasteel van Coppet, waar madame de Staël salon hield.

 

That woman has destroyed me

Byrons summer of discontent eindigt op 5 oktober. Dan jaagt zijn innerlijke onrust hem weer voort. De ‘keizerlijke koets’ zet zich in beweging met als doel Milaan. Hobhouse gaat mee. Ze verblijven er drie weken. Om te vergeten stort Byron zich volledig in het drukke societyleven. Op een avond arresteert de Oostenrijkse politie een relschopper in de Scala. Het blijkt Polidori te zijn. Na zijn ontslag is de rare vogel te voet de Alpen overgestoken. Door Byrons tussenkomst wordt hij vrijgelaten, maar het zal niet meer goed komen met hem. In augustus 1821 raakt hij in Londen diep in de speelschulden en maakt een einde aan zijn leven. Ook Byron raakt er niet weer bovenop. Op 28 oktober schrijft hij aan Augusta dat hij grijs begint te worden en dat zijn tanden soms los komen te zitten. Hij concludeert: ‘Je zou denken dat ik zestig ben en ik ben niet eens 29.’ De schuldige is natuurlijk Annabella: ‘That woman has destroyed me.’

 

Byrons lijfarts Polidori.

 

Bruisende Venetiaanse nachtleven

Zondag 10 november 1816. ’s Avonds laat glijdt een gondel over het Canal Grande in Venetië en zet twee Engelse toeristen af bij de steiger van het Hôtel Grande Bretagne. Hier eindigt Byrons lange calvarietocht door Europa. En ook zijn maandenlange zwarte periode, waarin hij regelmatig aan zelfmoord dacht. Maar de oude Byron kruipt weer recht. Op 27 november schrijft hij aan zijn vriend Douglas Kinnaird: ‘My health is growing better’ en ‘The besoin d’aimer came back upon my heart again.’ En inderdaad, hij stort zich halsoverkop in het bruisende Venetiaanse nachtleven en een vurige liaison met de 22-jarige Marianna Segati, de dochter van zijn hospita. Maar hoe erg het is geweest, blijkt nog maar eens uit een brief van 18 december aan Augusta. ‘You can have no idea of my thorough wretchedness from the day of my parting from you till nearly a month ago – at present I am better – thank Heaven above & woman beneath.’
(Hugo Dupont)

Lees het volledige artikel in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Klanktovenaar in de schaduw

Toen Ry Cooder in 2009 zijn (hoogstwaarschijnlijk) laatste concerten in de Lage Landen gaf, was de cirkel rond. In Nederland boekte hij namelijk in 1972 zijn eerste commerciële succes met een album dat gaat over de Dust Bowl en de Grote Depressie. Zijn empathie voor de kleine man had hij thuis – een communistisch nest van Europese migranten- meegekregen. Gitaar spelen leerde hij al zeer jong na een ongeluk waarbij hij een oog verloor.

Lees verder

Kroniek

Ont-brekend glas

De kranten melden begin september 1947, nu zeventig jaar geleden, dat drie jaar na de bevrijding van Nijmegen, een groot deel van de inwoners nog altijd verstoken is van glas in hun woningen. Dezer dagen echter, kreeg de gemeente de beschikking over 1.500 m2 glas. Hiervan kunnen alle woningen voor de winter van glas worden voorzien. Rijk en gemeente zullen hen, die de direct te maken kosten niet kunnen betalen, financieel tegemoet komen. Op de foto de door gallieerde bommen verwoeste binnenstad met op de achtergrond de Waalburg.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder