Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Oer-vermaak barbecue

25 juli 2017 Siebrand Krul

Al bij het eerste straaltje zon vult de lucht zich met onbestemde rooksignalen. Barbecueën als zomers volksgebruik heeft diep wortel geschoten. De barbecue is ‘hot’. Het derdegraads verbrande speklapje dat vroeger met gejuich werd ontvangen heeft afgedaan, nu worden culinaire hoogstandjes verwacht en kost een beetje barbecue soms een klein vermogen. En het begon allemaal zo simpel

Toen Columbus als eerste Europeaan in 1492 het Caraïbisch gebied binnenvoer, zag hij daar de gewoonte vlees boven een smeulend vuur langzaam te garen. Dat was niet alleen lekker, maar het kon zo ook langer worden bewaard. Dat garen gebeurde op een verhoogd rooster gemaakt van jonge groene takken: de ‘barbacoa’. In de daaropvolgende eeuw verkenden de Spanjaarden het zuidelijke deel van Noord-Amerika en ook daar zagen zij de barbacoa. Het van oorsprong Caraïbische woord barbacoa kwam met de Spanjaarden mee naar Noord-Amerika, waar het door de Engelse kolonisten werd omgevormd tot ‘barbecue’ als benaming voor het roosteren van hele varkens ‘op de Indiaanse wijze’
In de zuidelijke staten werd de barbecue een belangrijk deel van de cultuur. Een barbecue was daar een sociale gebeurtenis van de eerste orde. Het waren grote feesten die doorgingen tot in de vroege uurtjes. Er was drank, muziek en dans. Iedereen was er dol op. Klassenverschillen werden tijdelijk op een lager pitje gezet. Het decorum zakte wat naar de achtergrond. Een 18de-eeuwse kroniekschrijfster noteerde met opgetrokken wenkbrauw: ‘Ik zag werkelijk een dame een hele varkenskop verslinden, alleen de botjes uitgezonderd’.

 

Timuca-indianen (zij leefden in het huidige Florida) bij hun barbacoa. Tekening uit de tweede helft van de 16de eeuw.

 

Slavenbestaan even vergeten

De zuidelijke BBQ had een eigen karakter. Er werd een lange greppel gegraven waarin hout tot gloeiende kolen werd gebrand. Grote stukken vlees werden aan staken over de kuil gelegd. Tijdens het garen werd het vlees geregeld gedraaid en ingesmeerd met een kruidenmengsels op basis van boter, zout en azijn of mosterd. Op de plantages waren het de slaven die dit werk uitvoerden. Een goede kok genoot aanzien. Jaarlijks waren er ook barbecues voor de slaven zelf. Het was een hoogtepunt in het toch anders zo treurige en eentonige slavenbestaan. De voormalige slaaf Louis Hughes die in 1897 zijn levensverhaal publiceerde, zegt daarover: ‘Het deed er niet toe hoe zwaar het afgelopen jaar was geweest, de aanstaande barbecue deed het allemaal vergeten. Zelfs zij die op die dag eerst nog gestraft zouden worden, leken er door het feest gewillig in te berusten’ De zuidelijke barbecue als een landelijk en harmonieus feest groeide onder invloed van Hollywood uit tot het geromantiseerde symbool van de zuidelijke ‘way of life’. De barbecuescene uit de filmklassieker Gone with the Wind uit 1939 is daarvan een voorbeeld.

 

Een Amerikaanse barbecue, 1939.

 

Houtskoolgrillgekte

Vanaf 1900 komt de ‘backyard barbecue’ in de mode als de praktische vertaling van de grootschalige traditionele barbecue naar de intieme kring van de familie. Bij de ‘achtertuin barbecue’ worden geen greppels gegraven of hele varkens bereid. Wie een tuin heeft, metselt een grote stenen barbecue met daarop een ijzeren rooster voor het vlees. Ook verschijnen al snel de verplaatsbare metalen barbecuetoestellen zoals we die nu kennen. Een ritje met de auto voor een barbecue in de vrije natuur werd een geliefde weekendbesteding. De Tweede Wereldoorlog gaf de barbecue een stevige ‘boost’. In 1943 schreef een Amerikaanse krant dat de ‘houtskoolgrillgekte’ epidemisch was geworden. Vanwege het tekort aan benzine werden zondagse autoritjes beperkt. De ‘backyard barbecue’, gewoon in je tuin of voor het huis, was een prima alternatief. De liefhebber van de traditionele zuidelijke barbecue zag die ontwikkeling met lede ogen aan: ‘de barbecue zal aan zijn populariteit ten onder gaan en dusdanig verwateren dat het kraak noch smaak heeft, terwijl het woord ten onrechte zal worden gebruikt voor alles was buiten is klaargemaakt’.

 

Barbecue op het strand, jaren vijftig.

 

Zware blauwe walm

Het was onvermijdelijk dat de barbecue ook zijn weg naar Europa zou vinden. Dat gebeurde in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Omstreeks 1960 was de barbecue in onze streken nog niet erg bekend. De Telegraaf legde in een artikel uit 1961 uit dat het een uit Amerika overgewaaid modeverschijnsel waarbij ‘rauw vlees op een open houtskoolvuur wordt geroosterd’. Daarbij was het vanwege de hevige rookontwikkeling belangrijk goede maatjes met de buren te zijn. Misschien was het niet zo slim van de juist opgerichte stichting voorlichting vlees, vleeswaren en vleesconserven om de demonstratiebarbecue waarover de krant berichtte uitgerekend in een dichte zaal op te stellen: ‘Een zware blauwe walm, vermengd met sigarettenrook dreef door de herfstig aangeklede grote zaal van het Amsterdams Minervapaviljoen’.

 

Reclame voor een luxe Kenmore-barbecue, 1959.

 

Ach, gun het hem maar

De barbecue is onderdeel geworden van de westerse eetcultuur en het gebruik kabbelt mee op de golven van de tijd. Draaide de barbecue vroeger vooral om vlees, nu zijn er ook volop vegetarische varianten voorhanden. Moderne barbecues zijn technische hoogstandjes, en culi-barbecueën een halve wetenschap. Wina Born, de ‘moeder van de Nederlandse gastronomie’ noemde in 1959 de barbecue nog ‘smakelijk oer-vermaak voor moderne mensen’. Daarbij richtte zij zich traditiegetrouw nog tot de huisvrouw. Maar met een knipoog: ‘hebt u wérkelijk nog de illusie, dat u aan deze hele barbecuegeschiedenis te pas komt? Ach, gun het hem maar, mannen zijn nu eenmaal veel meer oermensjes dan wij […] Laat hem maar modderen, en grijpt u in als het nodig is. Maar laat dat vooral niet te veel merken!’ Misschien is er toch minder veranderd dan we denken.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: Een vrolijke Amerikaanse tuinbarbecue in de jaren vijftig. Overduidelijk is dat barbecueën een mannenzaak is.)

 

Lees de rest van dit artikel, en nog veel meer interessants, in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder