Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Hugenoots bastion

25 juli 2017 Siebrand Krul

De Hugenoten, Franse protestanten, ondermijnden de ambitie van de Franse koning Lodewijk XIII naar absolute macht. Hugenoten beleden niet alleen een geloof dat vijandig stond tegenover de staatskerk, ze hielden er ook radicale ideeën over staatshervorming op na. Lodewijk en zijn eerste minister Richelieu trok-ken de radicaalste consequentie.

Toen het duo Lodewijk XIII en zijn vertrouweling kardinaal Richelieu de regentes Maria de Medici opvolg-de, in 1615/1617, liet het er geen twijfel aan bestaan dat de koning in alle uithoeken van het land en op alle terreinen des levens zijn macht zou laten gelden. Wat hun voor ogen stond, was een Frankrijk dat zich uit de omstrengeling van de Habsburgers bevrijdde (die hadden in het zuiden en noorden immers Spaans grondge-bied, in het oosten Duits) en de zeevarende mogendheden Spanje en Engeland naar de kroon stak. Richelieu startte daarom een ambitieus programma voor de bouw van een Mediterrane en een Atlantische vloot. Maar wat tegelijk aan hem knaagde, was wat ongezeglijke burgers in eigen land allemaal niet af konden doen aan deze internationale grandeur in wording.

 

Lodewijk XIII en kadinaal Richelieu trekken het overwonnen La Rochelle in, bastion van de Hugenoten.

 

Hugenootse vrijsteden

Het Edict van Nantes had wat dat betreft onaangename feiten geschapen: Hendrik IV had de protestanten niet alleen gewetens- en een (betrekkelijke) godsdienstvrijheid geschonken, maar hun ook meer dan honderd ‘places de sûreté’ (pand- of vrijsteden) met eigen garnizoenen gelaten om eventuele vervolgingen het hoofd te kunnen bieden. De steden La Rochelle, Montauban, Montpellier en Nimes waren daarvan de belangrijkste. Het waren de facto ook politiek-militaire eenheden, die veel weg hadden van een ‘staat binnen de staat’ en zich aan de zeggenschap van de koning onttrokken. Richelieus grote doel was dan ook om aan deze toestand een eind te maken.
Er was ook voortdurend ruzie over de uitleg van het Edict van Nantes. Mocht de koning zich in het door en door calvinistische Béarn hard maken voor de rechten van de katholieken? Mocht hij de Hugenoten hinderen in La Rochelle een landelijke vergadering te houden? Had hij het recht op een steenworp van de stad aan de Atlantische kust een fort te bouwen? Gewapende conflicten en vredesconferenties wisselden elkaar af, tot in 1627 een gevaar ontstond dat binnen- en buitenlandse dimensies in zich verenigde en de getergde kardinaal een onheilsvisioen bezorgde: voor de kust bij La Rochelle verschenen negentig Engelse schepen onder com-mando van de hertog van Buckingham om de protestantse aanspraken op grond van het Edict van Nantes kracht bij te zetten (en om de Engelse suprematie ter zee voor de toekomst veilig te stellen). Op 26 juli land-den Engelse soldaten op het eiland Ré, vlak voor de kust. ‘Het is nodig de Hugenoten uit te schakelen (…) anders verenigen de Engelsen en de inwoners van La Rochelle zich en worden machtig,’ gaf Richelieu te kennen – en haastte zich naar het koninklijk leger in Poitou.
Hij voerde het naar La Rochelle en nam meteen het initiatief. Met twee gewaagde commando-acties pro-beerde hij het Franse garnizoen op Ré te ontzetten. De Fransen slaagden er in elk geval in de Engelse blok-kade te doorbreken en voedingsmiddelen en munitie bij de belegerden te krijgen. Uitgelaten zwaaiden die op de kantelen met hammen, ossentongen en kapoenen naar de verblufte Engelsen. Op 6 november blies Buc-kingham de aftocht – Engelands invasieplannen waren op een mislukking uitgelopen.

 

Detail van een kaart van La Rochelle in 1600; deel van de haven.

 

Ingenieurkunst

Nu richtte de kardinaal het vizier op de stad. Met oproepen tot onderhandelingen was hij bij de wantrouwige burgers van La Rochelle aan het verkeerde adres – die zagen hem als hun ergste vijand. Burgemeester Jean Guiton hield de poorten gesloten. Hierop sloeg Richelieu met 20.000 man het beleg rond de stad met haar machtige verdedigingswerken. Om haar ook af te sluiten van bevoorrading vanaf zee liet de door de koning met de titel ‘luitenant-generaal’ geëerde kardinaal vanaf beide zijden van de havenmond een dam opwerpen. Elke van beide armen had een lengte van zo’n 750 meter en een hoogte van acht meter. Door dit sterke staal-tje van ingenieurskunst, waarvoor ’s konings architect Clément Métezeau tekende en bouwondernemer Jean Theriot de uitvoering op zich nam, lukte het de stad geheel van de buitenwereld af te sluiten.

 

La Rochelle in 1656.

 

Kannibalisme

Daarmee was de belegering een spel van kat en muis geworden. Richelieu hoefde alleen nog maar af te wachten tot honger de stad op de knieën zou dwingen. Daar gingen wel ettelijke maanden mee heen en ver-veling sloop het legerkamp binnen. Voor de 28.000 inwoners van de stad werd de situatie juist steeds nij-pender. Hun enige hoop was nog gevestigd op Engeland. Inderdaad verscheen er in oktober 1628 een Engels eskader voor de kust, maar dat wist niets uit te richten: de dam was goed verstevigd en de Franse soldaten zwaar in overtal. De Engelsen trokken zich terug. Hoe het er nu in stad aan toe ging, liet Richelieu zich door zijn goed georganiseerde spionnen precies vertellen: ‘De armen begonnen de meest uiteenlopende wilde planten te eten en kwamen met opgezwollen lijf aan hun eind of werden krankzinnig. Anderen liepen naakt over straat, vielen pardoes om, bleven dood liggen of kwamen slechts met de grootste moeite weer op de been.’ Er deden zich zelfs gevallen van kannibalisme voor en over een daarvan, een vrouw die op 12 oktober dood in haar woning gevonden werd, berichtte ooggetuige Pierre Mervault: ‘Haar hoofd ontbrak en op ver-schillende plaatsen was er vlees uit haar lijf gesneden. Twee jonge vrouwen gaven toe daarvan gegeten te hebben.’ Overal in de straten en de huizen lagen lijken.

 

Allegorie op Lodewijks overwinning (= uithongering) van La Rochelle.

 

Gebroken

Na een belegering van dertien maanden en twintig dagen, op 28 oktober 1628, gaf de uitgehongerde stad zich over. Slechts 5.500 stedelingen hadden de beproeving overleefd. ‘Men trof de stad aan vol doden – in de tuinen, in de huizen, op de straten en op de grote pleinen,’ zo luidde de balans van de ongelijke strijd. De triomf van Lodewijk en zijn kardinaal was volkomen. La Rochelle verloor al zijn privileges, moest het katho-lieke geloof aannemen en zijn vestingwerken slechten. Toen het jaar daarop ook nog de door hertog Henri de Rohan ontketende opstand in Zuid-Frankrijk neergeslagen werd, was de macht van de protestanten in Frankrijk gebroken. Door het Edict van Alès uit 1629 verloren zij alle politieke en militaire rechten. Het pro-testantisme als politieke kracht had afgedaan in Frankrijk.
(Karin Schneider-Ferber)

(Openingsbeeld: Kardinaal ten tijde van de overwinning in La Rochelle. Schilderij van Henri Motte, 1881.)

 

Lees het volledige artikel en nog veel meer over de Hugenoten in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder