Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

De vlucht van Jean Migault

25 juli 2017 Siebrand Krul

‘Het was Gods wil dat jullie moeder van deze wereld werd weggenomen nog voordat de meesten van jullie de kans hadden gekregen haar goed te leren kennen’. Met deze zin begon in april 1683 de Hugenoot Jean Migault het relaas dat hij voor zijn kinderen op schrift stelde om de herinnering aan hun jong overleden moeder levend te houden.

Hij wilde de offers van hun religieuze overtuigingen documenteren, waarvoor hij zijn verslag in 1689 sterk uitbreidde. Het resultaat is een indringende getuigenis uit de eerste hand van de vervolging van de Hugenoten tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV.
Jean Migault werd vermoedelijk in 1644 in de Poitou geboren. Hij was nog maar achttien jaar oud toen hij in januari 1663 trouwde met de een jaar oudere Elisabeth Fourestier, waaruit veertien kinderen ontsproten. Migault was, evenals zijn vader, onderwijzer en kostschoolhouder. In 1670 schonk de Heer van Mougon hem ook nog het ambt van notaris. Daarnaast was hij voorlezer in de plaatselijke calvinistische kerk.
In de beginjaren leefde Migault met vrouw en kinderen (en zijn inwonende schoonmoeder) ongestoord en in betrekkelijke welvaart in een mooi huis dat zijn vader hem had nagelaten. Het ging hem – in zijn ogen vooral dankzij God – voor de wind. Vanaf 1681 kwam daaraan een einde, toen Lodewijk XIV een decreet uitvaardigde waarmee hij de Hugenoten de duimschroeven verder aandraaide. Het werd voor Migault steeds lastiger om zijn openbare functies uit te oefenen. Hij verhuisde naar Mougon in de hoop daar voldoende leerlingen en kostgangers aan te kunnen trekken. Voordat hij in zijn nieuwe woonplaats goed en wel was ingeburgerd, barstte het onweer goed los.

 

Anonieme prent met een tafereel van pesterijen door bij Franse Hugenoten ingekwartierde soldaten (de ‘dragonades’, periode 1681-1685).

 

Intimidatie en terreur

Onder aanvoering van intendant Marillac begonnen troepen van de Franse koning in de Poitou met de dragonnades. Bij hugenootse families werden soldaten ingekwartierd die een ravage aanrichtten en de bewoners tot afzwering van hun geloof dwongen. Uit de gedetailleerde beschrijving van Migault blijkt dat de cavaleristen systematisch tewerk gingen. ‘Wat ze nodig hadden namen ze mee; de rest, mèt ons vaatwerk, onze bedden en kleren, brachten ze naar een zekere La Fontaine-Banlier, die kort tevoren rooms geworden was, en ruilden alles in voor wijn. Dronken vernielden ze onze meubels. Toen alles op was vertrokken ze, op twee na, die op instigatie van de pastoor zich door de smid zware ijzeren hamers lieten brengen, waarmee ze al onze bezittingen kort en klein sloegen, tot er niets bruikbaars meer over was.’
Het was voor Migault een geluk bij een ongeluk dat in de streek waar hij woonde een behoorlijk deel van de edelen ook het calvinistische geloof aanhing. Hij vertrouwde enkele van zijn kinderen langdurig toe aan jonkvrouwe De la Bessière. Zelf verbleef hij met de rest van zijn gezin ook veelvuldig in het kasteel Le Grand Breuil, waarvan hij de sleutels van de graanschuren en de kelders had ‘om er te halen wat we nodig hadden’. Berooid vertrok Migault een jaar later naar Mauzé, waar hij de kans kreeg om zijn oude stiel van onderwijzer weer op te pakken: hier werden zes calvinistische kinderen aan zijn zorgen toevertrouwd.
Al in 1681 had Migault in La Rochelle de mogelijkheden verkend om uit Frankrijk te vertrekken. Omdat zijn kinderen her en der verspreid onderdak hadden gevonden, bleef het bij een eerste vluchtige oriëntatie. Na het Edict van Fontainebleau – waarmee het Edict van Nantes officieel herroepen werd – verloren de Hugenoten al hun godsdienstige rechten. De protestantse scholen werden gesloten en hun kerken vernietigd. Volwassenen moesten in het openbaar hun geloof afzweren (en een schriftelijke verklaring ondertekenen). Kinderen van Hugenoten dienden door een pastoor te worden gedoopt. Op straffe van de galeien werd het verboden Frankrijk te verlaten. Een paar jaar later, in oktober 1687, werd de sanctie nog wat verzwaard: vluchtelingen en hun helpers konden rekenen op de doodstraf.

 

De vervolging van de protestanten in Frankrijk na de herroeping van het Edict van Nantes, 1685/86. Twaalf kleinere scènes door Romeyn de Hooghe illustreren de wreedheden jegens de Hugenoten. In de centrale grote voorstelling ontvangen de Staten en de Prins van Oranje de Franse vluchtelingen.

 

Vlucht naar de Republiek

Desondanks was Migault na zijn verhuizing naar Mauzé – waar zijn beminde echtgenote eind februari 1683 in het kraambed stierf – voortdurend op zoek naar mogelijkheden om Frankrijk te ontvluchten. Enkele van zijn kinderen werden naar Engeland gestuurd en eentje vertrok in het gevolg van een bevriende edelman naar Duitsland. Toen hij in het voorjaar van 1686 in La Rochelle bezig was met het uitstippelen van een ontsnappingsroute, dreigde alles te mislukken. Een soldaat die jaren eerder tijdens de dragonnades bij Migault in huis was geweest, herkende hem op straat. Hij werd in een piepkleine kerker gegooid. Na een paar weken brak Migault en ondertekende een verklaring waarmee hij weliswaar weer een vrij man was, maar besefte meteen ‘met een schok het verschrikkelijke van mijn daad, en toen mijn bewaker was vertrokken, bracht de gedachte aan wat ik gedaan had mij tot wanhoop’.
Wat in de daaropvolgende maanden gebeurde, laat zich lezen als een spannend filmscript. Met groot doorzettingsvermogen en de nodige tact kreeg Migault het voor elkaar om aan de aandacht van de autoriteiten (en de premiebeluste verklikkers!) te ontsnappen, een plaats op een schip te regelen en met zijn grote kinderschare in de nachtelijke duisternis op de afgesproken plek ten noorden van La Rochelle klaar te staan.
Pas de tweede ontsnappingspoging was succesvol. Nadat ze een hele nacht in een roeibootje op zee hadden rondgedobberd – de roeiers konden in het duister het juiste schip niet vinden – klommen ze verkleumd aan boord. Na 29 dagen meerde het schip op 18 mei 1688 aan in de haven van Den Briel. Via Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem reisde Migault met zijn kinderen naar Amsterdam. Een poging om zich permanent in Friesland te vestigen, liep op niets uit.
In Amsterdam verkeerde Migault voornamelijk in het gezelschap met lotgenoten, waaronder Elisabeth Cocuand, een uit de buurt van La Rochelle afkomstige weduwe. Op 2 mei 1691 trouwde hij met haar in Amsterdam. Samen kregen ze nog twee kinderen. In 1696 nam Migault een aanbod van de Waalse kerk uit Emden aan om daar voorlezer en ‘onderwijzer in zijn moedertaal’ te worden. In dit in Oost-Friesland gelegen toevluchtsoord voor Hugenoten overleed Migault in 1706.
(Cor van der Heijden)

(Openingsbeeld: De Tour Saint-Nicolas (links) vormt samen met de Tour de la Chaine (rechts) de majestueuze toegangspoort tot de oude haven van La Rochelle. Van 1682 tot 1686 deed de Tour Saint-Nicolas dienst als gevangenis voor Hugenoten die weigerden hun geloof af te zweren. Ook Jean Migault werd in deze kerker opgesloten.)

 

Lees het volledige artikel en nog veel meer over de Hugenoten in de nieuwste G-GESCHIEDENIS. Nu overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder