Stelling

Hobby-archeologen verrijken onze geschiedenis

Stem

Agenda

Oorlog in Vlaanderen
Het is honderd jaar geleden dat de Derde Slag bij Ieper plaatsvond, ook wel de Slag bij Passendale genoemd. Ingezet door de internationale geallieerde coalitie als mijnenslag met als einddoel de controle over de grote havengebieden, werd het een bloedige strijd om een paar kilometer klei. In de Vlaamse Westhoek wordt het beruchte jaar herdacht met zes tentoonstellingen, waaronder een in de Koninklijke Zaal van het In Flanders Field Museum te Ieper.
Gewoon puissant rijk
Twee bijzondere exposities in Noord-Nederland over welstand en fortuin. De oude academiestad Franeker en de voormalige Hanzestad Groningen laten hun voorouders pronken met familiewapens, zilver en kostbare schilderijen. De vooraanstaande leden van de Groningse bestuurderselite hadden doorgaans een huis in de stad en een borg in de Ommelanden of Veenkoloniën. De provincie Groningen telde zo ooit 200 borgen, riante paleisvilla’s met een lange bouwgeschiedenis en een exclusief interieur. Veel huizen zijn gesloopt (er zijn nog zestien te bewonderen), waarmee ook veel kunstschatten op drift raakten.

Wonderpil

05 juli 2017 skrul

‘Hoofdpijn zwerft over de woestijn en verzengt de reiziger als de zon’. Een beeldende vergelijking gevonden op een 5000 jaar oud Babylonische kleitablet. Pijn en pogingen er van af te komen zijn zo oud als de mensheid. Analyse van tandplak gevonden op kaakresten van Neanderthalers bracht aan het licht dat de oermens volop wilgenbast kauwde. De pijnstillende werking ervan verlichtte de ontstekingen waarmee menig oergebit geplaagd werd.

Tot ver in de 19de is pijn een onbegrepen fenomeen. Zo leunde de Britse arts Hume Weatherhead (1790-1853) in zijn populaire verhandeling over hoofpijn nog zwaar op de klassieke sappenleer van Hippocrates. Weatherhead onderscheidde een aantal soorten hoofpijn met elk zijn eigen remedie. Zo was hoofdpijn veroorzaakt door verstoring van de spijsvertering gebaat bij ‘de ontlasting van winden door de mond’, terwijl die komend uit bloedstuwing beter konden worden behandeld met ‘vrijwillige neusbloedingen’. Zweverig? Zo zou ik ‘het aanzetten van eener bloedzuiger aan ieder neusgat’ niet willen noemen.

 

Het laboratorium van Bayer waar de eerste aspirine werd gemaakt. Op de voorgrond Arthur Eichengrün (1867-1949), een van de ontdekkers van het nieuwe middel. Lang gold zijn collega Felix Hoffman (1868-1846, waarschijnlijk hier uiterst links achter) als de enige uitvinder. Vast staat inmiddels dat beiden een belangrijke rol hebben gespeeld.

 

Wilgenpoeder tegen moeraskoorts

In de 19de eeuw werd wel gedacht dat met het voortschrijden van de beschaving de mens meer gevoelig voor pijn was geworden, een theorie waarmee destijds door sommigen evenzo makkelijk het geselen van zwarte slaven werd vergoelijkt. De praktische mogelijkheden tot pijnstilling namen ondertussen snel toe. In 1804 wist een Duitse apotheker uit de papaverbol morfine te winnen. Als pijnstiller werd het tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) op grote schaal aan gewonde soldaten toegediend. Duizenden kregen daardoor de ‘soldatenziekte’: morfineverslaving. Lachgas (1845), ether (1846) en chloroform (1847) volgden en werden ingezet als verdovingsmiddelen bij medische ingrepen. De Peruaanse kina-boom zette onderzoekers op het spoor van de aspirine. Kinine, gewonnen uit de bast van deze boom was al langer effectief gebleken als middel tegen malaria. Moeraskoorts, zoals malaria ook wel werd genoemd, kwam nog in grote delen van Europa voor. De Britse dominee Edward Stone (1702-1768) was bekend met kinine. Hij zag in de wilg, die al door de oude Grieken als pijnstillend was aanbevolen, de Europese evenknie van de kina-boom. Lijders aan de moeraskoorts kregen van Stone wilgenpoeder toegediend. En net als kinine leek het middel te werken. Symptomen zoals koorts, gewrichtspijn en hoofdpijn namen sterk af. In 1828 wist de Duitse wetenschapper Johann Büchner de werkzame stof uit de wilg te isoleren. Hij noemde het salicylzuur, naar Latijnse benaming voor wilg, ‘salix’. Nadeel van de stof was dat de bijwerkingen behoorlijk heftig konden zijn, zoals braken en maagbloedingen.

 

Deze spotprent over hoofdpijn uit slaat de spijker op zijn kop: die kan duivels zijn (litho naar Honoré Daumier, 1883)

 

Zenith van zijn roem

De grote doorbraak vond in Duitsland plaats. Bayer, begonnen als verfproducent, was daar druk op zoek naar nieuwe commerciële producten. Als basis diende het ook in de verfindustrie gebruikte koolteer, een bijproduct uit de kolenindustrie. Het lukte de chemici van Bayer een veel mildere variant van het salicylzuur te ontwikkelen: acetylsalicylzuur. Het nieuwe pijnstillende en koortsverlagende middel werd in 1899 onder de naam Aspirine op de markt gebracht ( de oude Duitse naam voor salicylzuur is Spirsäure. Vanuit Acetylspirsäure werd de naam aspirine gevormd). Het was het eerste geneesmiddel dat apotheker en arts omzeilde en rechtstreeks aan de gebruikers werd verkocht. Het succes was enorm. Met het aspirientje had Bayer puur goud in handen. In 1910 kon De Telegraaf schrijven dat: ‘aspirine bijgenaamd acetylsalicylzuur in het zenith van zijn roem staat’. Minder te spreken was de krant over de vele mensen die ‘met een buisje aspirinetabletten in den zak loopen om bij ieder gevoel van malaise een aspirientje door het keelgat te kunnen jagen’. Volgens hetzelfde artikel waren het vrouwen die zich ‘ware ‘aspirinophagen’ [aspirinevreters, red.] betoonen en iedere klacht over onwelzijn, zoowel bij zichzelve als bij anderen, met een aspirientje trachten te verjagen’. De krant verweet Bayer zulk onverantwoordelijk gedrag met ‘marktschreeuwerige advertenties’ alleen maar aan te moedigen. En daar hadden ze een punt. Het witte tabletje werd met agressieve reclamecampagnes aan de man gebracht.

 

Flesje voor aspirinepoeder uit 1899. Al snel zag Bayer dat tabletten veel makkelijker te verkopen waren.

 

‘Voor je kanarie en voor je kind’ren’

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen er veel pijn werd geleden, bewees de aspirine zijn effectiviteit. De Spaanse Griep, die vanaf 1918 in het kielzog van de oorlog wereldwijd catastrofaal toesloeg, bevestigde de faam van het wondermiddel. Niet dat het de griep genas, maar door verlaging van de ergste koortsen kon de ziekte beter worden doorstaan. Het is dan ook ironisch dat een enkele complotdenker meende dat de Spaanse Griep juist via de aspirine door het Duitse leger was verspreid. In de cafés zongen in de nachtelijke uurtjes ondertussen drankvrienden uit volle borst coupletten uit de ‘lof van de aspirine’, een populair liedje dat in 1917 op de plaat was gezet door Pissuisse: ‘Aspirine voor je oudje, aspirine voor je hond. Aspirine voor je vrouwtje, als er weer een kleine komt. Aspirine zal niet hind’ren, voor je kanarie en voor je kind’ren. Dokters kan ik niet meer zien. Ik zweer trouw aan d’aspirien!’

 

 

Miljard pillen

Lang was acetylsalicylzuur koning. Na 1945 verschenen ook andersoortige pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen op het toneel. De leidende rol van de aspirine leek daarmee uitgespeeld. Maar het tabletje begon een tweede jeugd toen duidelijk werd dat het aspirientje door zijn bloedverdunnende eigenschappen hartinfarcten en beroertes kon voorkomen. Aspirine wordt nog steeds op grote schaal gebruikt, vooral als bloedverdunner. Anno 2014 werden wereldwijd meer dan honderd miljard tabletten ingenomen. De Spaanse cultuurfilosoof Ortega y Gasset (1883-1955) zag de aspirine als symbolisch voor de vooruitgang en verhoging van het levenspeil. Hij typeerde in zijn werk Opstand der Horden uit 1930 de 20ste eeuw als ‘het tijdperk van de aspirine’. Voor hem kleefden aan dat tijdvak ook de nodige bezwaren. Maar dat is een ander (hoofpijn)dossier.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: Bayer liet geen mogelijkheid onbenut om zijn pijnstiller aan de man te brengen. Hier een Nederlandse reclamewagen omstreeks 1930.)

 

Lees het volledige artikel, en nog veel meer boeiend historisch nieuws in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. NU overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Klanktovenaar in de schaduw

Toen Ry Cooder in 2009 zijn (hoogstwaarschijnlijk) laatste concerten in de Lage Landen gaf, was de cirkel rond. In Nederland boekte hij namelijk in 1972 zijn eerste commerciële succes met een album dat gaat over de Dust Bowl en de Grote Depressie. Zijn empathie voor de kleine man had hij thuis – een communistisch nest van Europese migranten- meegekregen. Gitaar spelen leerde hij al zeer jong na een ongeluk waarbij hij een oog verloor.

Lees verder

Kroniek

Ont-brekend glas

De kranten melden begin september 1947, nu zeventig jaar geleden, dat drie jaar na de bevrijding van Nijmegen, een groot deel van de inwoners nog altijd verstoken is van glas in hun woningen. Dezer dagen echter, kreeg de gemeente de beschikking over 1.500 m2 glas. Hiervan kunnen alle woningen voor de winter van glas worden voorzien. Rijk en gemeente zullen hen, die de direct te maken kosten niet kunnen betalen, financieel tegemoet komen. Op de foto de door gallieerde bommen verwoeste binnenstad met op de achtergrond de Waalburg.

Lees verder

Heilige van de week

Theresia van Avilla - 15 oktober († 1582)

De naam Theresia komt waarschijnlijk van het Griekse woord voor warmte, zomer, of het Griekse jageres. Misschien betekent de naam wel bewoonster van het eiland Thera, tegenwoordig Santorini.

Lees verder