Stelling

Rusland leert selectief uit zijn eigen geschiedenis

Stem

Agenda

Manhattan Masters

Het Haagse museum Mauritshuis wist een zeer bijzondere tentoonstelling voor elkaar te krijgen: tien schilderijen van Hollandse meesters uit The Frick Collection in New York. Voor het eerst in zijn bestaan zal het Amerikaanse museum deze kunstwerken in bruikleen geven aan een Europees museum, terwijl het eigen gebouw wordt gerenoveerd.

Op weg naar het einde

Na restauratie is De dood van Maria van Hugo van der Goes terug in het Sint-Janshospitaal. Oog in oog met de dood. Hugo van de Goes, oude meesters, nieuwe blikken is een studie naar de sterfelijkheid. Samen met Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van der Weyden (ong. 1399-1464) is Hugo van der Goes (1440-1482/83) één van de spilfiguren van de Vlaamse Primitieven.

Wonderpil

05 juli 2017 Siebrand Krul

‘Hoofdpijn zwerft over de woestijn en verzengt de reiziger als de zon’. Een beeldende vergelijking gevonden op een 5000 jaar oud Babylonische kleitablet. Pijn en pogingen er van af te komen zijn zo oud als de mensheid. Analyse van tandplak gevonden op kaakresten van Neanderthalers bracht aan het licht dat de oermens volop wilgenbast kauwde. De pijnstillende werking ervan verlichtte de ontstekingen waarmee menig oergebit geplaagd werd.

Tot ver in de 19de is pijn een onbegrepen fenomeen. Zo leunde de Britse arts Hume Weatherhead (1790-1853) in zijn populaire verhandeling over hoofpijn nog zwaar op de klassieke sappenleer van Hippocrates. Weatherhead onderscheidde een aantal soorten hoofpijn met elk zijn eigen remedie. Zo was hoofdpijn veroorzaakt door verstoring van de spijsvertering gebaat bij ‘de ontlasting van winden door de mond’, terwijl die komend uit bloedstuwing beter konden worden behandeld met ‘vrijwillige neusbloedingen’. Zweverig? Zo zou ik ‘het aanzetten van eener bloedzuiger aan ieder neusgat’ niet willen noemen.

 

Het laboratorium van Bayer waar de eerste aspirine werd gemaakt. Op de voorgrond Arthur Eichengrün (1867-1949), een van de ontdekkers van het nieuwe middel. Lang gold zijn collega Felix Hoffman (1868-1846, waarschijnlijk hier uiterst links achter) als de enige uitvinder. Vast staat inmiddels dat beiden een belangrijke rol hebben gespeeld.

 

Wilgenpoeder tegen moeraskoorts

In de 19de eeuw werd wel gedacht dat met het voortschrijden van de beschaving de mens meer gevoelig voor pijn was geworden, een theorie waarmee destijds door sommigen evenzo makkelijk het geselen van zwarte slaven werd vergoelijkt. De praktische mogelijkheden tot pijnstilling namen ondertussen snel toe. In 1804 wist een Duitse apotheker uit de papaverbol morfine te winnen. Als pijnstiller werd het tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) op grote schaal aan gewonde soldaten toegediend. Duizenden kregen daardoor de ‘soldatenziekte’: morfineverslaving. Lachgas (1845), ether (1846) en chloroform (1847) volgden en werden ingezet als verdovingsmiddelen bij medische ingrepen. De Peruaanse kina-boom zette onderzoekers op het spoor van de aspirine. Kinine, gewonnen uit de bast van deze boom was al langer effectief gebleken als middel tegen malaria. Moeraskoorts, zoals malaria ook wel werd genoemd, kwam nog in grote delen van Europa voor. De Britse dominee Edward Stone (1702-1768) was bekend met kinine. Hij zag in de wilg, die al door de oude Grieken als pijnstillend was aanbevolen, de Europese evenknie van de kina-boom. Lijders aan de moeraskoorts kregen van Stone wilgenpoeder toegediend. En net als kinine leek het middel te werken. Symptomen zoals koorts, gewrichtspijn en hoofdpijn namen sterk af. In 1828 wist de Duitse wetenschapper Johann Büchner de werkzame stof uit de wilg te isoleren. Hij noemde het salicylzuur, naar Latijnse benaming voor wilg, ‘salix’. Nadeel van de stof was dat de bijwerkingen behoorlijk heftig konden zijn, zoals braken en maagbloedingen.

 

Deze spotprent over hoofdpijn uit slaat de spijker op zijn kop: die kan duivels zijn (litho naar Honoré Daumier, 1883)

 

Zenith van zijn roem

De grote doorbraak vond in Duitsland plaats. Bayer, begonnen als verfproducent, was daar druk op zoek naar nieuwe commerciële producten. Als basis diende het ook in de verfindustrie gebruikte koolteer, een bijproduct uit de kolenindustrie. Het lukte de chemici van Bayer een veel mildere variant van het salicylzuur te ontwikkelen: acetylsalicylzuur. Het nieuwe pijnstillende en koortsverlagende middel werd in 1899 onder de naam Aspirine op de markt gebracht ( de oude Duitse naam voor salicylzuur is Spirsäure. Vanuit Acetylspirsäure werd de naam aspirine gevormd). Het was het eerste geneesmiddel dat apotheker en arts omzeilde en rechtstreeks aan de gebruikers werd verkocht. Het succes was enorm. Met het aspirientje had Bayer puur goud in handen. In 1910 kon De Telegraaf schrijven dat: ‘aspirine bijgenaamd acetylsalicylzuur in het zenith van zijn roem staat’. Minder te spreken was de krant over de vele mensen die ‘met een buisje aspirinetabletten in den zak loopen om bij ieder gevoel van malaise een aspirientje door het keelgat te kunnen jagen’. Volgens hetzelfde artikel waren het vrouwen die zich ‘ware ‘aspirinophagen’ [aspirinevreters, red.] betoonen en iedere klacht over onwelzijn, zoowel bij zichzelve als bij anderen, met een aspirientje trachten te verjagen’. De krant verweet Bayer zulk onverantwoordelijk gedrag met ‘marktschreeuwerige advertenties’ alleen maar aan te moedigen. En daar hadden ze een punt. Het witte tabletje werd met agressieve reclamecampagnes aan de man gebracht.

 

Flesje voor aspirinepoeder uit 1899. Al snel zag Bayer dat tabletten veel makkelijker te verkopen waren.

 

‘Voor je kanarie en voor je kind’ren’

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen er veel pijn werd geleden, bewees de aspirine zijn effectiviteit. De Spaanse Griep, die vanaf 1918 in het kielzog van de oorlog wereldwijd catastrofaal toesloeg, bevestigde de faam van het wondermiddel. Niet dat het de griep genas, maar door verlaging van de ergste koortsen kon de ziekte beter worden doorstaan. Het is dan ook ironisch dat een enkele complotdenker meende dat de Spaanse Griep juist via de aspirine door het Duitse leger was verspreid. In de cafés zongen in de nachtelijke uurtjes ondertussen drankvrienden uit volle borst coupletten uit de ‘lof van de aspirine’, een populair liedje dat in 1917 op de plaat was gezet door Pissuisse: ‘Aspirine voor je oudje, aspirine voor je hond. Aspirine voor je vrouwtje, als er weer een kleine komt. Aspirine zal niet hind’ren, voor je kanarie en voor je kind’ren. Dokters kan ik niet meer zien. Ik zweer trouw aan d’aspirien!’

 

 

Miljard pillen

Lang was acetylsalicylzuur koning. Na 1945 verschenen ook andersoortige pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen op het toneel. De leidende rol van de aspirine leek daarmee uitgespeeld. Maar het tabletje begon een tweede jeugd toen duidelijk werd dat het aspirientje door zijn bloedverdunnende eigenschappen hartinfarcten en beroertes kon voorkomen. Aspirine wordt nog steeds op grote schaal gebruikt, vooral als bloedverdunner. Anno 2014 werden wereldwijd meer dan honderd miljard tabletten ingenomen. De Spaanse cultuurfilosoof Ortega y Gasset (1883-1955) zag de aspirine als symbolisch voor de vooruitgang en verhoging van het levenspeil. Hij typeerde in zijn werk Opstand der Horden uit 1930 de 20ste eeuw als ‘het tijdperk van de aspirine’. Voor hem kleefden aan dat tijdvak ook de nodige bezwaren. Maar dat is een ander (hoofpijn)dossier.
(Harry Stalknecht)

(Openingsbeeld: Bayer liet geen mogelijkheid onbenut om zijn pijnstiller aan de man te brengen. Hier een Nederlandse reclamewagen omstreeks 1930.)

 

Lees het volledige artikel, en nog veel meer boeiend historisch nieuws in de nieuwe G-GESCHIEDENIS. NU overal te koop voor slechts € 5,50!


Zoeken

Vul hieronder uw zoekterm in:



Boekbespreking

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Vol van haat voor alles wat Duits was, kon de Britse soldaat F.A.J. ‘Tanky’ Taylor er niet aan weerstaan om een krijgsgevangene die hij ‘een bijzonder lelijk specimen’ vond de huid vol te schelden. Als reactie haalde de Duitser een aantal foto's uit zijn borstzak. ‘De eerste foto toonde een hoofd, maar onder de ogen, die een meelijwekkende, wanhopige blik hadden, was helemaal geen gezicht te zien. Alleen maar een afschuwelijke puinhoop.

Lees verder

Kroniek

Wilde anti-piratenactie

Op 9 november 1822, tweehonderd jaar geleden, vond voor de kust van Cuba een zeeslag plaats tussen de schoener USS Alligator van de Amerikaanse marine en een squadron van drie piratenschoeners. De actie moest een einde maken aan de piraterij in West-Indië. Zo’n 25 kilometer van Matanzas, Cuba, had een grote bende piraten verschillende schepen gekaapt en hield ze vast voor losgeld.

Lees verder

Heilige van de week

Carolus Borromeus

4 november († 1584) Carolus is een Latijnse vorm van het Germaanse woord karel of kerel, dat vrije man betekent. Al op drieëntwintig jarige leeftijd is Carlo kardinaal en aartsbisschop van de Italiaanse stad Milaan. Zijn oom is paus en kan deze slimme jongeman goed gebruiken in Rome. Hij geeft hem het bestuur van de pauselijke staat. Aartsbisschop van Milaan is hij, tot zijn verdriet, alleen maar in naam.

Lees verder